Hulp in de huishouding

do 21 april 2022

Door Renée Vonk-Hagtingius

Ja ja, ik werd toen ook naar de huishoudschool gestuurd. Tijdje terug. Voor zover ik weet bestaat die niet meer. Dat vind ik jammer, al hield ik het er zelf maar twee maanden uit. Na de les toilet poetsen vond ik: wegwezen. Spijbelen had ik al op de MMS geleerd, de ‘middelbare meisjesschool’ en ik was pas 15 of zo. Ik vind dat ik nooit van ‘middelbare leeftijd’ ben geweest. Altijd ‘ruim dertig’ gebleven.

Zo’n MMS bestaat – geloof ik – ook niet meer en dat vind ik helemaal niet jammer. Ander verhaal. Jongens en zo.

Maar als er echt geen huishoudscholen meer zijn, niet oké.

Zoals ik hier eerder vertelde, ben ik vrijwel stekeblind en mankeer ik nog een paar dingen. Maar dat was altijd al zo.

Als min of meer gehandicapte moet ik het huishouden aan de thuis-secretaris overlaten. Iemand die nog nooit een wasmachine van dichtbij had gezien, het ding staat in de ‘cave’, en die bij allerhande huiselijke besognes altijd voor de rol van ‘principieel kansarme’ koos.

Een ongeschoolde amateur

Op die huishoudschool heb ik in die paar maanden toch wel wat geleerd. Bijna dankbaar als ik merk (ik zie dan wel niks, maar hoor, snap en ruik genoeg) hoe een ongeschoolde amateur probeert mijn huis zo’n beetje schoon te houden. Ik had een ‘femme de ménage’ die me hielp. Er was nooit wat je noemt een ‘click’ en toen ik in de lappenmand verzeild raakte en ze vooral met de thuis-secretaris te maken kreeg, hield ze het voor ‘gezien’, zij wel. Dat begreep ik, je hebt misantropen die alleen diplomatiek en begripvol zijn als het om dieren gaat. En een ruim 50-jarige in hotpants op de trap naar kantoor, het was altijd al een item geweest. Dat ze vaak als druivenplukster net uit de wijngaarden kwam, daar in het holst van de ochtend begonnen, werd als rechtvaardiging terzijde geworpen.

Maar één keer in een jaar of wat heeft ze me aan het lachen gekregen. Toen ze vroeg of de secretaris die hooguit ‘bonjour’ tegen haar zei en die altijd zo’n beetje zat te lezen als zij er was, of hij misschien een ‘intellectueel’ was. Ze moest eens weten. Nou ja, van mij hebben ze dat in het dorp ook weleens gedacht, als ik op het café-terras met Le Monde onder m’n arm kwam aanzetten. Veel kans om die krant te lezen kreeg ik er niet toen eenmaal ontdekt was dat er met mij als ‘étrangère’ ook in het Frans over niks geklept kon worden. Dorpsroddel, al na een tijdje wilde ik het niet meer missen.

Vertaald in een sportrecord

Geen probleem, meende de secretaris, toen ik bezorgd over het ‘départ’ van de ‘femme de ménage’ begon.

Beetje huishouden? Die vrouw in drie uur? Dan ik in anderhalf uur. Je hebt van die bedenkelijke types die echt alles in sportrecords vertalen.

Behalve een secretaris heb ik nu een zelfbenoemde chef stofzuigen, een chef dweilen en een chef badkamer in één. Afhankelijk van het tijdstip waarop hem onbekende visite arriveert, stelt hij zich als zo’n chef voor. Ik word er vrolijk van als dat bezoek dan een beetje in de war raakt.

Ik heb dus niet te klagen en zondag was ik gewoon naar de eerste ‘vide grenier’ sinds 2 jaar. Niks gekocht, de kans op een Rembrandt leek me bij voorbaat nul komma nul. Het rook er als vanouds. De snackbar van de jeu-de-boulers was zoals altijd bij zo’n rommelmarkt open en ik snoof al gauw: de frites verdienden weer eens een wat mindere occasion-olie.

Ik ben trouwens tegen klagers. Wie klaagt verdient een schop onder zijn of haar reet. Ik dus ook als ik soms larmoyant klink.

En er is altijd genoeg te lachen.

De menukaart en de hondenkoekjes

Ik werd meegetroond naar de pizzeria van Vladimir, ook voor het eerst weer open. De menukaart hoefde en kon ik niet lezen, maar dat gaf niet, die is toch al jaren dezelfde.

Aan haar stem herkende ik moeiteloos het meisje dat vaak in de tabac achter de toonbank staat. Nu ineens waarnemend serveerster, zo gaat het soms in mijn dorp. Er waren al, of eigenlijk voor het eerst weer, veeleisende toeristen, je kon gedoe verwachten. Iemand uit Parijs roept dan op tot revolutie als ie drie kwartier op z’n pizza moet wachten. In mijn dorp is dat anders: ‘calmez-vous!’, het komt goed.

Ik wachtte aan mijn tafeltje in alle rust op mijn vertrouwede pasta-schoteltje en proefde: als vanouds. Zelfs een tiende van een Michelin-ster zit er waarschijnlijk nooit in, maar ik ben er op m’n gemak en ik eet er lekker genoeg.

Aan een ander tafeltje zat blijkbaar een gezelschap met een hond die al gauw in de smiezen had dat mijn tas die op de grond stond, iets te bieden had. Ik heb altijd hondenkoekjes bij me, slaat eigenlijk nergens op. Rare gewoonte, wat zou het?

Zo’n zondag ‘en Provence’

De hond werd terug gecommandeerd, maar gehoorzaamde natuurlijk niet. Ik stopte ’m een versnapering toe en had meteen ruzie met zijn baas en bazin, mensen die ik nauwelijks kon ontwaren. Ik spreek goed Frans, misschien ook en vooral als er in die taal wat teruggescholden moet worden.

Vladimir en de serveerster kwamen de gemoederen sussen en ik mocht nog één koekje aan de hond geven van wie ik ondertussen wist dat ze Didi heette.

Het was zo’n simpele zondag ‘en Provence’ die je niet gauw vergeet.

3 reacties op “Hulp in de huishouding”

  1. Renée hier zouden we zeggen, Je bent een vrouw met ballen ;-) Klasse dat je toch nog, ondanks je handicap, leuke stukken schrijft. Chapeau !

  2. Mooi verhaal ! Wij waren juist weg die zondag… Ik heb vernomen dat de belangrijkste Bar in het dorp :-) terug alweer nieuwe uitbaters krijgen rond 15.05 of 15.06, een jong koppel uit het dorp zelf.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top