Home


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De Tarte tropézienne werd ooit bedacht door de Poolse pâtissier Alexandre Micka, die ergens halverwege de vorige eeuw in Saint Tropez neerstreek. De taart werd wereldberoemd dankzij de fameuze film van Roger Vadim ‘Et Dieu… créa la femme’, die in 1955 in Saint-Tropez werd opgenomen. Met in de hoofdrol Brigitte Bardot, die verzot was op het gebak en er ook de naam voor bedacht. De Tarte tropézienne wordt sinds het overlijden van Micka gemaakt door diens opvolger Albert Dufrêne, die het meteen groots aanpakte: het productieproces werd volledig geautomatiseerd en voorziet dagelijks in zo’n 2000 taarten die niet alleen aan de Côte worden opgesnoept, maar intussen ook naar flink wat buitenlanden worden geëxporteerd. Eén ding veranderde niet: het enige echte (gepatenteerde) recept van ‘La trop’ bleef het best bewaakte geheim van het zonnige zuiden. Ook ik ken het helaas niet, maar deze versie komt toch aardig in de buurt. Ik zou zeggen, probeer het gewoon, of haal anders het origineel in de winkel.

Ingrediënten:

Voor het deeg:
300 gram bloem
125 ml melk (lauw)
75 gram boter (op kamertemperatuur)
50 gram suiker
1 ei
1eierdooier
2 eetlepels oranjebloesemwater
1 theelepel verse gist
1 theelepel zout
witte kandijsuiker (fijngehakt)

Voor de vulling :
4 dl melk
200 gram suiker
2 eieren
1 eierdooier
60 gram maïzena
200 gram boter
2 eetlepels oranjebloesemwater
13 cl slagroom

Bereiding:

Van het deeg:
Laat de gist oplossen in een beetje lauwe melk (duurt ongeveer een kwartiertje, af en toe doorroeren). Roer de bloem, het zout en de suiker in een ruime kom door elkaar. Doe er de gist, de rest van de lauwe melk, de boter, het oranjebloesemwater en het ei bij en kneed alles tot een soepele deegbal. Leg een theedoek over de kom en laat 2 uur staan. Beboter een springvorm en verdeel het deeg gelijkmatig over de bodem. Laat nog 30 minuten narijzen.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Bestrijk de bovenkant van het deeg met de losgeklopte eierdooier, bestrooi met de fijngehakte kandijsuiker en bak de taart in 20 minuten af. Controleer door er een prikker in te steken; komt die er schoon uit, dan is de taart gaar.
Maak intussen de vulling door in een ruime kom de eieren los te kloppen met de helft van de suiker en de maïzena. Verhit de melk (tegen de kook aan) samen met de rest van de suiker en het oranjebloesemwater. Meng het melkmengsel door de eiermassa, doe alles terug in de pan en laat op laag vuur warm worden (niet koken!). Meng er vervolgens de helft van de boter door. Laat de massa afkoelen en doe er dan de rest van de boter (op kamertemperatuur) bij. Meng alles met een vork goed door elkaar tot een mooie gladde crème.
Klop de slagroom met de mixer tot hij in punten blijft staan, meng hem daarna voorzichtig scheppend door de crème.
Snij de afgekoelde taart horizontaal doormidden, zodat je twee even dikke ronde schijven krijgt. Beleg de onderste helft met de crème. Leg de bovenste helft erop en laat de Tropézienne minstens een uur in de koelkast opstijven.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Via Twitter leerde ik Petra de Boevere kennen (@slijterijmeisje), een bevlogen zakenvrouw en veel meer dan het Meisje van de Slijterij, die ze samen met haar man runt in het Zeeuwse Breskens. Zo is ze de bedenker van de enige echte Zeeuwierjenever, waarmee ze Zeeland luid en duidelijk op de kaart zette. En haar actie om de ABN-term ‘mosselen’ voorgoed te vervangen door het originele Zeeuwse ‘mossels’ mag gerust een succes genoemd worden.
Bovendien schrijft Petra gedichten. Met haar Herfstgedicht overschrijdt ze de Zeeuwse grenzen; ineens zijn we in Frankrijk. Het inspireerde mij tot het recept hieronder.

Ingrediënten:
800 gram pompoenvlees
1 kilo mossels
2 uien
2 teentjes knoflook
2 dl water
1 dl droge witte wijn
2 eetlepels crème fraîche
2 eetlepels (Zeeuwier)jenever (of pastis, als er geen jenever voorhanden is)
2 eetlepels olijfolie
snufje kervel
½ bosje platte peterselie
zout en peper

Bereiding:
Doe de mossels in een teiltje/pan/gootsteen met ruim koud water en laat staan. Pel en snipper de uien, pel de knoflook, haal het vruchtvlees uit de pompoen en snij in dobbelstenen. Hak de peterselie fijn.
Fruit de ui in de olie in een ruime braadpan, laat glazig worden. Doe er het pompoenvlees bij, plus 2 dl water, een snufje kervel, de knoflook (uit de knijper), zout en peper naar smaak, en breng aan de kook. Doe het deksel erop en laat zo’n twintig minuten op laag vuur pruttelen.
Maak intussen de mossels schoon: boen de schelpen, verwijder de baarden en gooi alle exemplaren die open staan of beschadigd zijn, weg. Doe de mossels samen met de witte wijn in een ruime pan en laat met het deksel erop 5-10 minuten doorkoken, totdat de schelpen open staan. Exemplaren die dicht blijven weggooien. Haal de overgebleven mossels uit de schelp en hou ze warm tussen twee voorverwarmde diepe borden; bewaar het kooknat.
Zet de staafmixer in de gare pompoenmassa en mix tot een gladde soep. Roer er het mosselkooknat, de crème fraîche en de (Zeeuwier)jenever of pastis door.
Verdeel de mossels over vier borden, giet er de hete pompoensoep over en garneer met fijngehakte peterselie. Meteen opdienen. Drink er een glas stevige rode wijn bij.

Genadeschot

september 19, 2011

Slecht geslapen gisternacht. Er kwam een hond ziek thuis die zijn avondeten niet meer bliefde, dus die zal wel weer ergens een vuilnisbak gekraakt hebben. Maar het bleef tot twee keer kotsen beperkt, dat staat een gezonde nachtrust niet in de weg. Nee, ’t was erger. En het ergste was dat ik er niks aan kon doen. Zo rond middernacht -deuren en ramen open, we hadden nog één dagje goed weer- werd de tv overstemd door een onverklaarbaar gekreun, dat niet veel later overging in een hortend en stotend huilen dat door merg en been ging. Het leek uit het dal onder het huis te komen. Je kijkt elkaar verschrikt aan: “Wat ís dit?” En even later sta je met je zaklamp waarvan de batterijen allang vervangen hadden moeten worden, zwakjes vanaf het terras het dal in te schijnen. Niks te zien natuurlijk, dus maar zover mogelijk naar beneden getijgerd, de ruig beboste berghelling af, tot waar het struikgewas zelfs voor geoefende natuurtypes te ondoordringbaar wordt. Het snorkende doodsgehuil hield intussen aan, we vermoedden een aangeschoten everzwijn; er was overdag flink gejaagd. Maar we konden geen stap verder en aan de afstand te horen waren we zelfs nog niet eens een beetje in de buurt. Terug naar huis dan maar, 112 bellen.
Weggehoond. “U hoort wat huilen, ergens in het bos, ergens in het dal? En daar belt u 112 voor? U mag blij zijn dat u geen boete krijgt!” Ik moet toegeven dat het geen sterke indruk maakt als je de locatie van zo’n kreperend dier niet via exacte Google-coördinaten kunt opgeven. Maar ik wist zo gauw ook niks beters.
In arren moede heb ik toen maar de buurman een kilometertje verderop gebeld. Die heeft een geweer, die zou het dier uit zijn lijden kunnen verlossen. Maar die beetje zonderlinge buurman gaat extreem vroeg naar bed en verschuilt zich ’s avonds en ’s nachts achter een antwoordapparaat met een oeverlooslange, grappig bedoelde boodschap, opnemen doet hij nooit. Ook nu niet.
We waagden nog één poging -ditmaal in lange broek en op serieus schoeisel- de berg verder af te komen. Kansloos. Mismoedig keerden we huiswaarts en namen nog maar een glaasje, deuren en ramen lafhartig dicht om het afschuwelijke gehuil niet meer te horen, wat niet lukte. “Maar wat had je eigenlijk willen doen als we wèl bij dat arme dier hadden kunnen komen?” vroeg mijn man terecht, “we hebben geen geweer om hem uit z’n lijden te verlossen. Bovendien, haal jij de trekker over?” Tja.
Tegen een uur of zes werd het stil; zo’n intense stilte die je na een heftige storm of ander natuurgeweld ervaart. Maar dat kan net zo goed in m’n kop gezeten hebben. Feit is dat ik niet veel later de gillende jachthonden en het rauwe geschreeuw van een verse meute jagers hoorde, op weg naar nieuwe slachtoffers van hun favoriete tijdverdrijf: het zinloos afknallen van alles wat ze voor de loop kunnen krijgen.
Terwijl de zon opkwam begon het gehuil opnieuw. Intussen naderde die verse meute jagers het huis. Ik heb ze bij de eerste zonnestralen buiten staan opwachten. Om ze te vragen of ze dan in elk geval hun karwei van de vorige dag wilden afmaken. Mijn verzoek werd met een schampere schimpscheut afgedaan: “On chasse, hein, nous ne sommes pas des véterinaires!”, en de meute trok verder. Het is soms goed dat ik zelf geen geweer heb.
Ik vind: als je zo heldhaftig bent om een dier neer te schieten, neem dan ook de moeite om het op te sporen voor een genadeschot. Zelfs al moet je daarvoor op zoek door dicht struikgewas, en mis je misschien wel je aperitiefje. Maar teveel jagers zijn lui; ik heb ze een dorp verderop bij tientallen langs de kant van de weg zien zitten, in hun auto’s met opengezwaaid portier, op slechts luttele meters van elkaar in de berm geparkeerd, knallend op alles dat bewoog, zonder de moeite te nemen om hun ‘buit’ op te sporen: kwestie van overvloed.
Nee, ’t gaat om de kick van het knallen, om ‘gezellig’ onder kameraden te zijn, om een saai weekeinde vorm te geven, om even weg te wezen uit de sleur van een slecht huwelijk. Om de ‘natuur’, om de ‘frisse lucht’ zoals altijd beweerd wordt, gaat het zelden: zodra het regent zit iedereen in de kroeg.
Later die ochtend werd het eindelijk stil in het dal. Doodstil.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Geen vlees, geen vis, maar vegetarisch. Geschikt als hoofdgerecht, maar ook als bijgerecht bij bijvoorbeeld gamba’s, een visje, of een stukje witvlees; voor wie het niet laten kan.

Ingrediënten:
300 gram rondkorrelige rijst (arborio o.i.d.)
600 gram verse spinazie (gewassen, zonder steeltjes, fijngehakt)
200 gram gorgonzola
sap van een ½ citroen
½ liter runderbouillon (bouillonblokje mag, of gebruik een fond)
½ liter droge witte wijn
2 tenen knoflook (uit de knijper)
versgemalen zwarte peper
1 ons geschaafde amandelen
1 eetlepel olijfolie

Bereiding:
Verwarm de olijfolie in een koekenpan en schep er de rijst door tot alle korrels glimmen van het vet. Breng de bouillon aan de kook en voeg de knoflook en de rijst toe. Laat op laag vuur, onder voortdurend roeren de bouillon door de rijst absorberen. Voeg scheutje voor scheutje de witte wijn toe. De rijst moet van buiten zacht zijn en van binnen beet hebben; alle vocht moet goed zijn opgenomen. Voeg de spinazie toe en roer alles goed door elkaar. Voeg het citroensap en de versgemalen peper toe, en meng er op het laatst de in blokjes gesneden gorgonzola door. Laat het amandelschaafsel in een droge koekenpan op laag vuur goudbruin kleuren onder voortdurend omscheppen. Garneer de rijst/spinazieschotel met de gebakken amandelsnippers.

Kernenergie met de Franse slag

september 12, 2011

Zo. Dat was weer even schrikken vandaag. In de Gard, op het randje van de Vaucluse en vlakbij Orange en Avignon, ontplofte een oven in de nucleaire kernafvalverwerkingsfabriek Marcoule, op slechts een paar kilometer afstand van de toch al beruchte kerncentrale Tricastin. Een dode, vier gewonden waarvan een ernstig. Maar we kunnen rustig gaan slapen want er is geen radioactief materiaal ontsnapt en er hoeft niemand geëvacueerd te worden.
Zou het?
De autoriteiten buitelen in elk geval over elkaar heen om ons toch vooral maar gerust te stellen:
De woordvoerder van l’Autorité de sûreté nucléaire (ASN): “De dode viel bij de explosie, de gewonden zijn niet radioactief besmet, er is geen lekkage.”
Olivier Isnard, expert van l’Institut de radioprotection et de sûreté nucléaire: “De radioactiviteit in de oven was uiterst zwak, zo’n 67.000 becquerel per vier ton afval, dat is minder dan 17 becquerel per kilo.”
Minister van Milieu Nathalie Kosciuscko-Morizet, die ter plekke kwam kijken: “In dit stadium is er geen enkele straling buiten de fabriek gemeten.”
Pierre-Henry Brandet, woordvoerder van Binnenlandse Zaken: “Het calamiteitenplan trad meteen in werking, maar er waren geen bijzondere veiligheidsmaatregelen nodig; er is geen radioactieve straling gemeten.”
Minister van Energie Eric Besson: “De EDF heeft ons verzekerd dat er door dit ongeval geen enkele radioactieve straling of chemische stoffen zijn vrijgekomen.”
De vertegenwoordiger van de EDF, de exploitant van Marcoule: “Het is een industrieel ongeval, geen nucleair. En alles is onder controle.”
Behalve dan de aandelen EDF: nadat het nieuws bekend was geworden duikelden die op de beurs meteen naar -8%.
Het zal mij benieuwen wat het vervolg op deze zoveelste ‘bijna’ ramp zal zijn.
Met alle ontkenningen rond Fukushima nog vers in het geheugen, met alle leugens over de Franse neerslag van Tjernobyl en de vele kankergevallen hier in de buurt, met al die kleine en grotere incidenten die telkens weer plaatsvinden in de verouderde Franse kerncentrales, zou het me niet verbazen als er straks toch meer aan de hand zou blijken te zijn.
Yukiya Amano, directeur général van L’Agence internationale de l’énergie atomique (AIEA) wil in elk geval een rapport.
En hij riep de landen met kernenergie op toch vooral alert te blijven en veiligheid de hoogste prioriteit te geven: “Er moeten snel duidelijke maatregelen genomen worden om de veiligheid van nucleaire energie te waarborgen en het vertrouwen erin te herstellen. Aan loze woorden en goede bedoelingen hebben we niets.”
Zou mooi zijn als de Franse overheid dat ook eens inzag.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.

Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Morgen mooi weer, dus misschien wel de laatste gelegenheid van de zomer voor de barbecue. Maak vandaag vast de marinade zodat de smaken goed in het vlees kunnen trekken.

Ingrediënten:
4 kip- of kalkoenfilets
4 eetlepels olijfolie
1 theelepel kurkuma
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel gele kerrie
1 theelepel cayennepeper
sap van 1 citroen
laurierblaadje
zout
4 grote tomaten
1 kleine paprika
1 ui
1 grote courgette

Bereiding:
Maak een marinade van olijfolie, citroensap, kurkuma, gember, kerrie, laurierblaadje, cayennepeper en zout; kluts alles goed door elkaar. Snij het vlees in blokjes van zo’n 3 cm en meng ze door de marinade. Laat alles een nachtje in de koelkast staan. Snij de tomaten in vieren, haal het zaad eruit en snij de parten in tweeën. Doe hetzelfde met de paprika, zodat ook die in stukjes van circa 3 cm is verdeeld. Snij de courgette (niet schillen) in plakken van circa een cm dik.
Pel de ui en snij in parten. Rijg alle ingrediënten -plus het gemarineerde vlees- om en om aan spiesjes. De spiesjes kunnen (onder regelmatig keren) geroosterd worden op de barbecue, gegrild in de oven of in de grillpan, of gewoon in een scheutje olijfolie gebakken worden in de koekenpan.
Lekker met aïoli: kijk hier voor het recept.

Madame Mahmoud, de dame die me eens per week verlost van het zwaarste huishoudelijke werk, rijdt in een brommobiel, zoals zo’n ding in Nederland heet. Een 45-km wagentje dat ze na tal van mislukte pogingen om haar rijbewijs te halen, in arren moede aanschafte om zich toch te kunnen verplaatsen. Madame Mahmoud is een zenuwpees eerste klas die -telkens als er een examen opdoemde- meer beren op de weg zag dan ze ooit zou kunnen ontwijken, dus zakte ze geheid. En vanzelfsprekend lag het niet aan haar: “ils sont des escrocs, tous” foeterde ze over de rij-instructeurs die ze bij de vleet versleet. Bon, dan maar geen rijbewijs.
Ze schaamde zich er in eerste instantie een beetje voor, maar nu is ze er toch wel trots op dat ze geheel zelfstandig haar ‘pruttelpotje’ kan besturen en niet afhankelijk is van haar toch al ziekelijke man om haar te halen en te brengen. Rijden kan ze overigens nog steeds niet, maar op de B-weggetjes rond het dorp kan ze weinig kwaad. En het zijn alleen de snelheidsidioten van buiten de ‘commune’ die haar tijdens onverantwoorde inhaalmanoeuvres vervloeken vanwege haar slakkengangetje. Goeie kans dat zo’n type op zekere dag z’n rijbewijs kwijt raakt trouwens. En dan?
Dan kan ie sinds kort naar Aix-en-Provence om net zo’n pruttelpotje te huren, al noemen ze het daar een ‘citadine’, wat al een stuk beter klinkt dan brommobiel. Bij ‘Aix sans permis’ en bij ‘Simply sans permis’ krijgen rijbewijslozen zonder problemen een inmiddels überhippe, kleurrijke en van alle moderne gemakken voorziene ‘pot de yaourt’ mee. Meer dan een cheque/borg, ‘justificatif de domicile’ en een identiteitsbewijs is niet nodig, als je maar ouder bent dan 16 jaar. En business is booming! Tien miljoen Franse volwassenen hebben geen rijbewijs, 140.000 daarvan rijden in een ‘voiture sans permis’, dat lang bekend stond als opamobiel. Maar net als in Nederland is dat imago de laatste tijd razendsnel veranderd; steeds meer jongeren ontdekken het gemak en comfort van zo’n 45km-autootje. Oké, je gaat niet hard, maar je hoeft er geen rijbewijs voor te hebben en dat kunnen ze je dus ook niet afpakken. Veel klanten van beide verhuurbedrijfjes in Aix zijn trouwens zakentypes die hun rijbewijs verspeelden door met name met een slok op aangehouden te worden in hun eigen bolide. Maar ook steeds meer ouders vinden ‘le pot de yaourt’ een ideaal vervoermiddel voor hun opgeschoten kroost, zodat ze aan het verkeer kunnen wennen zonder zich meteen op topsnelheid rond een boom te plooien.
Maar in Nederland -waar de brommobiel ook steeds populairder wordt- is men van plan om ook voor dit karretje een rijbewijs in te voeren. Omdat het te popi dreigt te worden, vooral onder jongeren. En daarvan zijn dus straks al die ouderen die om de een of andere reden geen rijbewijs hebben weten te halen, mede de dupe. Die kunnen gewoon weer achter de geraniums gaan zitten. Busje komt zo.