Home


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Warm weer, weinig trek, maar een hartig hapje bij de borrel of na de maaltijd doet het altijd goed. En je hoeft er nauwelijk de keuken voor in, ook weer mooi meegenomen.

Ingrediënten:
circa 250 gram jonge geitenkaas
½ bosje bieslook (gesnipperd)
1 eetlepel paprikapoeder
1 teen knoflook (uit de knijper)
2 theelepels oregano, tijm, basilicum, of herbes de provence naar keuze
100 gram geschaafde amandelen
zout en zwarte peper uit de molen
1 dl vin cuit (of port)

Bereiding:
Meng in een kom de geitenkaas, de knoflook en de kruiden door elkaar. Voeg naar smaak peper en zout toe. Laat het mengsel minstens een uur opstijven in de koelkast, draai er vervolgens balletjes van ter grootte van een stuiter. Zet weer terug in de koelkast. Rooster intussen het amandelschaafsel in een droge koekenpan (dus zonder bakvet of -olie) tot het goudbruin ziet, af en toe omschudden. Laat afkoelen. Rol de kaasballetjes erdoor, zodat ze aan alle kanten van een knapperig amandellaagje zijn voorzien. Schik ze op vier borden en giet er een klein plasje vin cuit of port omheen. Serveer er rogge- of stevig boerenbrood bij.

Er is één ding dat ik nooit meer doe: in ´het seizoen´ naar Saint-Tropez gaan.
´s Winters is het er best aardig, maar wie het oude vaderland mede vanwege de files is ontvlucht, moet wel flink aan het dementeren zijn als hij besluit tussen mei en oktober naar dat legendarische lustoord te tuffen. Mij niet gezien, ook niet als mijn onvermijdelijke zomergasten me heel lief smeken om ze er ‘even’ heen te rijden. Tuurlijk, je kunt vanuit Sainte-Maxime ook met de pont, scheelt een file-uurtje of wat, maar de rij voor de kassa bij de buurtsuper is me al file genoeg. Bovendien vergt zo’n ritje richting kust een stressbestendigheid waarover ik normaal gesproken niet beschik, en in het hoogseizoen al helemaal niet. Ik vind het dus echt niet erg als vandaag of morgen de toegangswegen naar Ramatuelle worden geblokkeerd. Dat Ramatuelle is wel een zelfstandige gemeente, maar feitelijk de badhanddoek van Saint-Tropez, met beroemde strandtenten als Le Club 55 (BB, Et Dieu créa la femme) bijvoorbeeld, en nog zo’n ‘hang out for the rich & famous´, La Voile Rouge, op Plage de Pampelonne. Om even een indruk te geven van het patsergehalte van de cliëntèle: Paris Hilton sloeg er op één dag 3 ton in euro´s stuk aan een langdurige champagnedouche voor haar en haar gezelschap. Zo´n bouteille ´deed´ € 2.000. Die rekening overtrof het record-factuurbedrag dat Sylvester Stallone twee jaar eerder moest ophoesten. Hij hield het met zijn vrienden eenvoudig en kwam niet verder dan 2 ton. Nog meer Namen die in La Voile Rouge kwamen feesten en beesten? Roger Moore, Bruce Willis, Robert de Niro, Jack Nicholson, ik noem er maar een paar.
Deze zomer staan ze allemaal voor een gesloten deur. Sterker nog, voor geen enkele deur: de boel is eind vorig jaar van overheidswege gesloopt. Want La Voile Rouge was een illegale strandtent, althans de laatste elf jaar.
Paul Tomaselli begon zijn zaak in 1966 en scoorde bijna meteen een wereldhit doordat hij als eerste het topless zonnebaden op zijn strandje tolereerde en zelfs propageerde.
Maar in het recente verleden kwam de Franse regering met nieuwe, ´groen´ bedoelde wetgeving met betrekking tot het bouwen aan de kust, inclusief beperking van het aantal strandtenten in de publieke ruimte. Ook Ange Tomaselli (de zoon van) zag zijn vergunning door de gemeente Ramatuelle niet verlengd en na een jarenlang juridisch gevecht oordeelde het Tribunal Administratif van Toulon dat La Voile Rouge tegen de vlakte moest; dat is dus inmiddels gebeurd.
Maar een maandje geleden begon de jonge Tomaselli sluipenderwijs met de opbouw van een kersverse Voile Rouge. Het plakje beton dat als parkeerplaats naast de oude strandtent dienst deed, en dat hij in privé-eigendom heeft, werd de nieuwe locatie. Tomaselli liet er ’s nachts van het strand gehaald zand op gooien, zette er een schutting omheen en liet een paar prefab-units aanrukken: voila, de nieuwe Voile Rouge, maar nu op eigen terrein. De rechter liet vorige week de bouw stil leggen, wegens illegaal.
En nu eisen werknemers van Tomaselli, gesteund door de linkse vakbond Force Ouvrière, dat La Voile Rouge alsnog een vergunning krijgt. Zo niet, dan gaan ze het verkeer richting Saint-Tropez/Ramatuelle blokkeren. Waarschijnlijk dit weekeinde al.
Ik zal er geen last van hebben. En ik kan best begrijpen dat die werknemers woedend zijn, ik bedoel, ik kan me wel iets voorstellen bij hun fooienpot. Maar een goeie seizoens-ober/kok/plagist kan hier echt overal aan de slag. En eerlijk gezegd ben ik wel blij met het streven van de Franse overheid dat de kust zoveel mogelijk schoon moet blijven. Zoals ik vind dat het strand als vanouds van en voor iedereen moet zijn. En zoals ik vind dat het beslist geen gemis is als mevrouw Hilton ergens anders haar ‘feel good’ mooi-weer-feestjes viert. Ik heb zelfs een suggestie: stop die 3 ton eens in de wederopbouw van Haîti, in de hel van de Sahel, in de sloppen van Soweto. Hartstikke feel good, en het mooie weer krijg je er vanzelf bij.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vandaag even zo helemaal geen trek in de Franse cuisine, dat het van de weeromstuit Indisch is geworden: gado gado, een lichte groentenschotel met een pittige zoet-zure pindasaus. ’t Is per slot eindelijk zomer hier in de subtropen.

Ingrediënten:
Voor de groentenschotel:
4 eieren
1 krop sla
½ komkommer
2 aardappelen
500 gram groenten (Chinese kool, sperziebonen, broccoli, taugé, of andere groenten die je lekker vindt)

Voor de saus:
1 dl water
½ dl ketjap manis (= zoet)
5 eetlepels pindakaas
2 tenen knoflook
2 theelepels sambal
sap van ½ citroen

Bereiding:

Van de groentenschotel:
Kook de eieren hard. Schil en kook de aardappelen, laat ze afkoelen en snij ze in plakken. Was en snij de groenten in ‘hapklare’ afmetingen, en kook ze -elk in een aparte pan, vanwege de verschillende kooktijden- beetgaar; laat uitlekken in een vergiet en laat afkoelen. Pluk de sla (alleen het binnenste zachte groen gebruiken), was, en maal droog in de slacentrifuge. Schil de komkommer en snij in schijfjes. Verdeel de sla over de borden, daarover de aardappelen, de komkommer en de gekookte groenten: maak van elke soort een hoopje. Pel de eieren, snij ze in schijfjes en verdeel ze over de borden.

Van de saus:
Pel de knoflooktenen, pers de halve citroen uit.
Doe het water en de ketjap in een pannetje en zet op laag vuur. Roer er de pindakaas in los, als het vocht warm begint te worden. Knijp er de knoflooktenen boven uit, doe de sambal erbij, en roer tegen de kook aan tot een mooie gladde saus. Doe het citroensap erbij en laat alles nog even onder goed roeren doorwarmen (niet koken!). Proef op smaak en voeg eventueel nog wat van één van de ingrediënten toe tot je het zelf echt lekker vindt. Verdeel de saus over vier kommetjes en serveer die bij de groentenschotel. Geef er kroepoek bij, of empeng (de bittere variant), en trek voor de verandering eens een biertje open.

Arabische les

juni 17, 2012

Sinds een aantal weken heb ik Arabische les. Ik wil helemaal geen Arabische les, maar madame Mahmoud, de Tunesische dame die me helpt in de huishouding, vindt dat het moet, wegens onderling begrip enzo, dus er is geen ontkomen aan; ik word elke week overhoord. Ze bracht een boekje mee ‘la prononciation de l’arabe en français’, dat veel weg heeft van de fameuze reeks ‘Wat en hoe’ taalgidsjes waarmee je je kunt redden in een buitenland waarvan je de taal niet spreekt, maar in haar boekje staan er ook nog eens die Arabische lettertekens bij. Kleuterniveau, volgens haar, maar voor mij volstrekt abracadabra.
Ik heb het een weekje of twee kunnen uitstellen, werk, druk, maar daarna sloeg ze genadeloos toe. Als ze langs stofzuigert vraagt ze terloops boven het lawaai uit: “comment on dit ‘j’ai des choses à faire laver’ en arabe?” En dan word ik geacht te antwoorden: “Indi Achyé’e Yajibou ghasslaha”. Als ze het boekje gesloten op mijn bureau vindt, bladert ze het razendsnel door en stelt een strikvraag: “Hal ladaÏka qua mouss farançi-arabi. Waarop ze me streng aankijkt in afwachting van de correcte vertaling: “Avez-vous un dictionaire Français-arabe.” Ik weet wel dat het goed bedoeld is, ze is echt heel lief, maar ik word er zo schichtig van, van zo’n onverhoedse aanval op m’n in gebreke blijvende taalvaardigheid.
Ik heb het echt geprobeerd -ik probeer het nog steeds- maar ik krijg die taal niet onder de knie. Ik spreek Frans, Engels, Duits, een beetje Portugees, Spaans en Italiaans, ik spreek zelfs Maleis, maar Arabisch wil m’n kop niet in, blijft ook niet hangen.
Daarom heb ik in arren moede maar een briefje gemaakt, met een paar gangbare termen, grijpklaar in de bureaula, voor als ze komt. Dan begroet ik haar met “Kif hallok?” ‘Hoe gaat het?’, en als het tijd is, vraag ik haar, na snel even gespiekt te hebben, of ze “hal touhibbou an quahwa” wil, ‘een kopje koffie?’ Bij het afscheid zeg ik “masaa alkhayer” ‘bonsoir’ en “shoukran”, ‘merci’. Soms gooi ik er een nieuwe frase in, om de schijn van ijverige student op te houden.
Madame Mahmoud is tevreden: “Tu vois? C’est simple, l’arabe”. Ze moest eens weten.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik weet niet meer van wie ik dit recept ooit kreeg, en ook niet meer hoe de oervorm eruit zag; ik heb er telkens weer een beetje aan geknutseld, tot het precies was zoals ik het hebben wilde. Dus voel je vooral vrij om verder te knutselen.

Ingrediënten:
200 gram kaakjes (digestives, volkoren)
6 eetlepels gesmolten boter
500 gram mon chou-kaas
2 eieren, plus 1 eierdooier
150 gram suiker
citroensap
jam/confiture naar keuze
500 gram vers fruit (aardbeien, druiven, banaan, bessen, meloen, kiwi, mandarijn enz.)

Bereiding:
Was en schil -zo nodig- het fruit, verdeel in stukjes, partjes, halfjes, al naar gelang de fruitsoort. Smelt de boter in een pannetje (niet laten koken!), verkruimel de kaakjes in de keukenmachine, doe er de boter bij en maal goed door elkaar. Beboter een springvorm en bedek de bodem en de zijkanten met het kaakjesmengsel. Mix de mon chou samen met de suiker, 2 eieren en 1 eierdooier, plus een scheutje citroensap, in een ruime kom tot een egale massa. Bedek er de kaakjesbodem mee. Bak in een op 175 graden voorverwarmde oven gedurende zo’n 25 minuten. Laat afkoelen, verwijder de zijkant van de springvorm en laat de taartbodem op een bord glijden. Besmeer dik met jam of confiture en beleg dubbeldik met het fruit.

Nice blijft vies

juni 14, 2012

Ofschoon ik van geboorte Rotterdamse ben en dus tevens Feyenoord-supporter, heb ik in de loop der jaren een hartstochtelijke afkeer van grote steden ontwikkeld. Via het platteland van de kop van Noord-Holland kwam ik in mijn Provençaalse dorpje terecht waar het behalve gemoedelijk vooral ook stil is. Tegen het tomeloos rumoer in een stad ben ik tegenwoordig niet meer opgewassen, zelfs een soms onvermijdelijk flitsbezoek onderga ik als een uitputtingsslag. Al die mensen op een kluitje, chaos en pokkenherrie, onveiligheid, doe mij maar mijn failliete gehucht in het achterland waar behalve de kerkklok ook de tijd stilstaat. Verwijt me nostalgie, mij bevalt het prima.
Heel af en toe ben ik vanwege mijn werk gedoemd naar Nice te kachelen, de grootste stad in de nabije omgeving. Je hebt mensen die het overbevolkte Nice als een pronkstuk bejubelen en die bijna verliefd zijn op de Promenade des Anglais, de oude binnenstad en de markt op de Cours Saleya, maar eerlijk gezegd vind ik er geen bal aan en ben ik er slecht op mijn gemak.
Ik raakte dus niet in de stress toen het er even op leek dat de overheid mij voortaan de toegang tot de stad zou ontzeggen. De UMP-burgemeester Christian Estrosi lanceerde het voorstel oude(re) auto´s uit Nice te weren. Dit in verband met de vervuilde lucht. Daarvan is ongetwijfeld sprake, maar gek genoeg hoor je de gedreven Nice-freaks er nooit over.
Nu heb ik toevallig zelf een tamelijk aftandse dieselslurper die in de ogen van Estrosi ongetwijfeld een vervuiler pur sang is, hoewel mijn bagnole fluitend door de contrôle technique komt.
Zou ik nooit meer naar Nice kunnen? Hoera! Werkgebonden afspraken zou ik voortaan buiten die stad maken met als argument dat het me verboden was Nice binnen te rijden. Ik rekende op begrip, ook omdat iedereen wel weet dat we hier ten platte lande niet aan openbaar vervoer doen.
Die Estrosi heb ik nooit zien zitten. Heel even minister onder Sarkozy, kennelijk geen succes. En volgens mijn buurman die hem een paar keer ´in het wild´ heeft ontmoet, is hij de verpersoonlijking van de arrogantie van de macht. ´t Zou me niks verbazen.
En nu dus ook aantoonbaar de eigenaar van slappe knieën. Want Estrosi heeft zijn voorstel weer ingetrokken. Waarschijnlijk vlak voor de parlementsverkiezingen waaraan hij meedoet, kwam hij tot de ontdekking dat echt alle minder welvarende Niçois in oude en vervuilende auto´s rondtuffen, zoals ook veruit de meeste Fransen van buiten de steden. Automobilisten zijn ook kiezers. En what about de schade aan de lokale economie als mensen in een oude auto bij het plaatsnaambordje worden tegengehouden?
Nee, over de vuile lucht in zijn stad (350.000 inwoners, de agglomeratie meegerekend 950.000) horen we Estrosi nu even niet meer. Wat hem betreft heeft hij al een hele bijdrage aan de oplossing van het vraagstuk geleverd door langs de Promenade des Anglais met zijn eeuwige files een rookvrij strand te verordonneren. En op termijn wordt de lucht vanzelf schoner, want er komt een tweede tramlijn. Aldus de grappenmaker. Alsof de lucht ooit schoner wordt zolang er in zijn omgeving een miljoen mensen op elkaar gestapeld leven, wonen en werken, en het vliegverkeer van de nabije luchthaven bijna net zo druk is als het wegverkeer.
In mijn dorpje, met misschien een stuk of honderd vast en zeker vervuilende auto´s, is de lucht zo schoon dat we gerust een sigaartje opsteken. De Peugeot van onze burgemeester lijkt me veruit de oudste auto van het gehucht. Ik zou er niet mee naar Nice durven, bang dat ie uit elkaar valt. Mijn eigen oude 4×4 kan nog wel wat jaartjes mee. Jammer genoeg niet meer als excuus om die grootstedelijke hel definitief te mijden als de pest.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Een mooi-weer-salade hoeft echt niet altijd uit sla, sla, en sla te bestaan. Deze bonensalade bijvoorbeeld, is net zo zomers, en een stuk minder saai.
Voor het koken van rijst gebruik ik nog steeds de stokoude stoompan (zie hier voor meer info) uit een vorig leven, maar voor de beklagenswaardigen onder ons die het zonder moeten stellen: volg de aanwijzingen op de rijstverpakking.

Ingrediënten:
250 gram haricots verts
150 gram stevige rijst
150 gram tonijn uit blik (op olijfolie)
60 gram amandelschaafsel
½ citroen
2 tenen knoflook
snufje suiker
versgemalen peper

Bereiding:
Kook de rijst, laat afkoelen. Was, dop, en snij de haricots verts in drieën, kook ze beetgaar (ze moeten niet meer ‘piepen’ als je erin bijt), doe ze over in een vergiet. Open het blikje tonijn en giet de olie eraf in de lege bonenpan. Vork de tonijn los tot snippertjes, en hou apart.
Rooster het amandelschaafsel in een droge koekenpan goudbruin; niet te lang, anders wordt het bitter; hou apart.
Pers de citroenhelft uit, pel de tenen knoflook.
Doe de bonen terug in de pan en laat ze op laag vuur warm worden in de tonijnolie, doe er het citroensap bij, plus een schepje suiker, en knijp er de knoflooktenen boven uit; goed doorroeren tot alles mooi gemengd is; haal van het vuur en schep er het amandelschaafsel door, plus flink wat versgemalen peper.
Doe de rijst in een ruime kom, doe de opgetutte bonen erbij, en de tonijn, en schep alles voorzichtig door elkaar. Serveer meteen.