Home

pastizzu
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goed, morgen dus. Dan begint de Tour de France. Op Corsica. Zo ongeveer het dwarsigste departement van Frankrijk, dat het liefst vandaag nog zelfstandig door het leven zou willen gaan. Maar ja, de honderdste Tour, ook nog eens voor het allereerst op het Île de beauté. Als départ nog wel, en dan drie etappes lang. Dat is memorabel. En als het even meezit houden zelfs de hardcore vrijheidsstrijders zich even gedeisd en komt de Tourkaravaan over een paar dagen ongeschonden het eiland af. On verra.
Intussen mogen de renners wellicht kennismaken met een onvervalst Corsicaans hapje: pastizzu. Ook wel het toetje van de armen genoemd. Simpel, smakelijk, makkelijk klaar te maken en de ideale doping voor de slaven van de weg die er nog even tegenaan moeten.

Ingrediënten:

Voor de pastizzu:
150 gram suiker
7 eieren
1 liter volle melk
1 glas volle melk
4 dikke sneden boerenbrood
1 zakje vanillesuiker
1 eetlepel citroenrasp

Voor de karamel:
125 gram suiker
10 cl water
1 klontje boter

Bereiding:
Boen de citroen schoon en rasp het geel eraf, tot je een volle eetlepel overhoudt.
Giet de liter melk in een ruime pan, doe er het citroenraspsel bij, plus de 150 gram suiker, en breng aan de kook. Draai het vuur uit.
Breek/snij het brood in kleine stukjes en doe het bij de melk. Doe het deksel op de pan en laat staan.
Maak intussen de karamel door het klontje boter, de 125 gram suiker en het water in een pannetje te doen en op een héél laag vuurtje zachtjes te laten smelten. Goed blijven roeren en meteen uitzetten als het mengsel lichtbruin begint te kleuren. Klaar!
Giet de karamel in een beboterde bakvorm.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Klop de eieren -samen met de vanillesuiker- los in een ruime kom. Dat mag gewoon met de mixer hoor, al vereist de traditie een vork en een lamme arm. Maar daar doen we niet aan: dat we pastizzu maken is al traditie genoeg.
Giet het afgekoelde melkmengsel door een zeef in de kom met de losgeklopte eieren. Prak het in de zeef achtergebleven brood fijn met een vork (jawel, maar dat kost geen lamme arm) en doe het bij het melkmengsel. Giet er het glas koude melk bij. Meng alles goed door elkaar en giet het bovenop de karamel in de bakvorm.
Zet het mengsel in het midden van de voorverwarmde oven en laat zo’n dertig minuten garen. Laat de pastizzu goed afkoelen, keer de vorm om op een bord en snij er punten van.
Kopje ristretto erbij, plus een glaasje liqueur de myrte, helemaal Corsica.

Clipboard01De Tour komt langs! Woensdag 3 juli rijdt het hele circus gewoon bij mij over de stoep. Nou ja, bijna dan. Dat is me één keer eerder overkomen, in 1989. Ik woonde pas een paar jaar aan de rafelrand van mijn Zuid-Franse gehucht. De eerste geruchten dat er iets groots te gebeuren stond werden al in oktober van het jaar ervoor handenwrijvend rondgebazuind in de kroeg.
“Kan niet waar zijn!”, dacht ik, maar toen het eenmaal in het lokale sufferdje de Var Matin en in de regionale krant Nice Matin had gestaan, kon het best eens kloppen. Bij de eerstvolgende gelegenheid vroeg ik het Fred Debruyne. Hij bevestigde het. Mijn hart maakte een sprongetje, want als Fred het zei, was het waar. Fred Debruyne, Belgisch wielrenner, ooit etappewinnaar in de Tour, BRT-verslaggever, schrijver van memorabele wielerboeken en een minstens zo memorabele vriend. Door hem kreeg de lokale semi-klassieker ‘Tour du Haut Var’ wereldfaam en ziet ons dorp elk jaar de grote namen van het wielerpeloton door de nauwe straatjes trekken. Omdat Fred bij één van de eerste edities door ons dorp reed en besloot er te blijven. Daar hebben we het vaak over gehad, dat je zomaar voor een dorp kunt vallen. We zagen elkaar in het café, soms schoof Freds buurman ‘Grand Fusil’ Raphaël Geminiani aan, ook zo’n wielerlegende. Vroeger zaten Fred en hij vaak samen op het terras van het dorpshotelletje naast
het parkeerpleintje bovenin het dorp. Maar het steile straatje omhoog werd teveel, dus verkasten ze naar het café onderin het gehucht.
En dankzij Fred kwam ook de Tour de France langs, toen in 1989.
Lang geleden heb ik als sportverslaggever een paar dagen in de Tour gezeten. Per ongeluk, want de ongenaakbare Tourdirecteur Félix Lévitan wilde absoluut geen vrouwen in de Ronde: ‘Pas des biches dans mon Tour’, geen teefjes in mijn Tour. Maar ja, ik had en heb een jongensnaam, en slipte er zomaar een keertje tussendoor. Twee dagen later werd ik er alsnog uitgezet, maar het spektakel zal ik nooit meer vergeten. En ik hield er een levenslange passie voor wielrennen aan over. Logisch dat ik in 1989 als supporter langs mijn eigen weg stond. Kon ook makkelijk, want met afzettingen had ik niks te maken; ik hoefde slechts het paadje van m’n huis naar de Départementale af te lopen die er onderlangs voerde.
Toen het uur U bijna daar was, sjouwden mijn man en ik wat tuinstoelen en een goed gevulde koelbox naar beneden. We hadden ons amper geïnstalleerd of er stopte een Citroën DS. Een bejaard Frans echtpaar stapte uit met de vraag of men bij ons mocht komen zitten. “Bien sûr!”, riep ik spontaan, de kritische frons van mijn echtgenoot negerend. Echte Fransen bij ‘mijn’ Tour, wat wilde ik zo kort na mijn entree in hun land nog meer? Terwijl mijn man er een paar stoelen bij zeulde, trok ik alvast de kurk van de rosé.
“Waar zijn ze nu?”, vroeg de Fransman die zijn glas razendsnel leegde en gretig naar de fles keek.
“Momentje!” Ik sprintte naar huis, haalde de auto op en zette hem achter ons op het paadje, afgestemd op de Tourradio. “Vlakbij.”
Luttele minuten later spoot de reclamekaravaan langs. Jingles en promotiegebrul uit mega-luidsprekers spugend terwijl de flyers, sleutelhangers, klaphandjes, petjes, snoepwaren en drankblikjes ons om de oren vlogen. Ik herkende op het carnavalsmobiel van een ijsjesfirma de toenmalige Franse wereldkampioene kunstrijden Surya Bonaly, haar uitbundige décolleté vrijmoedig rond het schuifdak gedrapeerd. De DS-er naast me klapte enthousiast, de misprijzende blikken van zijn echtgenote negerend, en vertelde ‘en passant’ dat hij Thévenet nog van Hennie Kuiper had zien winnen. Dat vond ík dan weer irritant. Ik hield voor straf de kurk op de fles.
De renners zwoegden intussen nog zo’n dorp of twee verderop. Tegelijk met de helikopters van de tv hoorden we ze naderbij komen. Op het ‘moment suprème’ was er geen eenzame sterke fietser, geen koproep, zelfs geen ontsnapping; als een blok beton denderde het peloton voorbij. Boven het massieve geratel van de derailleurs uit hoorde je hier en daar een ‘merde’ en één duidelijke ‘klootzak’: er werd op positiebehoud ge-elleboogd. Binnen dertig seconden was het voorbij.
Woensdag gaan we in de herkansing. Fred Debruyne zal het niet meer meemaken. Hij werd maar 63. In 1994 ging hij dood, hij was al een tijd ziek. Hij ligt hier begraven, ook zijn weduwe bleef. En dat parkeerpleintje bovenin het dorp is een paar jaar later naar hem vernoemd. Het naambordje werd plechtig onthuld. Het bleek op z’n kop te hangen. Geminiani keek me aan en verliet hoofdschuddend de plechtigheid terwijl twee gemeentearbeiders het bordje aan het losschroeven waren. In de kroeg hebben we er nog eentje genomen. Op Fred.
Geminiani is inmiddels tegen de negentig. Als het peloton straks weer langs ratelt, nemen we er opnieuw eentje. Op Fred.

broodje feteVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ooit gehoord van Joel Cohen? Wie? Toch is hij wereldberoemd. Deze Amerikaanse componist/musicus, afgestudeerd aan Harvard en gespecialiseerd in middeleeuwse en Renaissance-muziek, is de bedenker van het oer-Frans gedachte Fête de la Musique. Cohen werkte tijdens zijn studiejaren namelijk een tijdje als producer voor de radiozender France Musique, en bedacht in 1976 dat het wel leuk zou zijn als er op de langste dag van het jaar van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat overal muziek gemaakt zou worden. Het werd een lokaal Parijs feestje, tot het in 1982 werd opgepikt door de toenmalige Minister van Cultuur Jacques Lang. Sindsdien heeft het Fête zich als een olievlek over heel Frankrijk verspreid. En de rest van de wereld. Vandaag 21 juni wordt het Fête de la Musique (of World Music Day) over de hele aardbol gevierd. In steden, dorpen en gehuchten, met ‘n’importe quoi’ dat je maar onder muziek kunt verstaan. Van een geïmproviseerd kinderkoortje tot en met een spetterend popconcert en alles wat daartussenin zit: het gaat om het idee. Straten worden afgezet, cafés blijven langer open, er staan barbecues voor de deur, en er wordt gedanst. Reserveren of een kaartje kopen hoeft niet, want het is overal feest. Dus als het ergens een beetje te druk is, ga je gewoon een deurtje verder. Of je zet thuis een deuntje op, terwijl je in de keuken iets lekkers in elkaar knutselt. Maar we houden het simpel. Het is tenslotte de hele dag feest, dus voor en na de lunch of het diner moet er wel weer elders in de buurt uitbundig mee-gefeest worden.
Dat ziet er ongeveer zo uit: fête-filmpje.
O ja, deze hap kan ook op de barbecue. Maar die moet dan wel vooraf goed aangemaakt en opgestookt zijn, dus dat kost extra tijd.

Ingrediënten:
4 kip- of kalkoenfilets, of 16 grote gepelde garnalen
1 bakje yoghurt naturel (zo’n 120 gram)
1 theelepel paprikapoeder
1 theelepel 4-kruidenmix (peper, nootmuskaat, kruidnagel, gember)
3 tenen knoflook
½ bosje platte peterselie
1 uitje
snufje Cayennepeper, zout
olijfolie

Bereiding:
Meng de yoghurt, de droge kruiden, peper en zout, plus de uitgeperste knoflooktenen in een ruime kom en roer door elkaar tot een egale marinade. Doe er de kip, kalkoen of garnalen bij en meng om, zodat alles goed onder de marinade zit. Zet een half uurtje weg in de koelkast.

Let op! Barbecue’ers horen intussen het vuur op orde te hebben!
Wie de keuken-ovengrill gebruikt moet ‘m zo’n tien minuten te voren heet laten worden.
De grillpan is met een minuutje of vier/vijf op hoog (gas)vuur wel heet genoeg.

Haal de kip/kalkoen/garnalen uit de koelkast en vis de boel uit de marinade; laat even boven de kom uitdruipen.
Gaan ze op de barbecue, schroei ze dan snel dicht op het midden van het met wat olijfolie ingevette rooster (niet zwart laten blakeren!) en leg ze daarna aan de zijkant waar het vuur minder heet is. Draai ze af en toe om en laat ze in zo’n tien à vijftien minuten gaar worden. Controleer of het binnenste ook gaar is door er met een vork in te prikken, en ze bij twijfel even bij een dik gedeelte open te snijden.
Voor de keuken-ovengrill: leg de filets of garnalen op een met wat olijfolie ingevette bakplaat onder de grill (niet dichter dan zo’n tien centimeter onder de hittebron) en laat ze in een kwartiertje garen. Wel af en toe omdraaien en net als bij de barbecue op gaarte controleren.
Grillpan: scheutje olijfolie erin, heet laten worden en de filets of garnalen aan twee kanten grillen. Minuutje of tien laten nagaren op laag vuur.
Vanzelfsprekend ben ik zelf voor de laatste methode; makkelijk en snel, dus ruim de tijd om door te feesten.
Doe -terwijl kip/kalkoen/garnalen gaar worden- de overgebleven marinade met een scheutje olijfolie in een pannetje en laat snel even aan de kook komen. Meteen het vuur laag draaien en er de fijngehakte peterselie en het gesnipperde uitje aan toe voegen. Onder zachtjes doorroeren een paar minuten laten sudderen. Laten afkoelen en als saus voor erbij op tafel zetten.
Geef er verder stok-, of pitabrood bij (ciabatta of wraps kan ook), een simpele salade, en een mooi koel glas. Feest!

tijgermug2Op het gevaar af dat ik vervelend word, wil ik toch nog een keertje aandacht vragen voor de tijgermug. Zoals elk jaar, inderdaad. Want dat valse kreng gaat niet meer weg hoor, nooit meer. En elk jaar worden het er meer. Dankzij het kletsnatte voorjaar en nu ineens die rare weersomslag naar broeiend warm, kunnen we deze zomer zelfs rekenen op een een giga-explosie van dat Aziatische rotstekertje. Dat voelt zich prima thuis in onze contreien en is intussen uitstekend gesettled in de Alpes-Maritimes, de Vaucluse (vooral Avignon), de Var, de Bouches-du-Rhône (met name Marseille en grote delen van de Camargue), de Alpes-de-Haute-Provence (Gréoux, Moustiers, les Mées, Entrevaux), op Corsica, in de Ardèche, de Drôme, de Rhône en de Isère.
Volgens Jean-Baptiste Ferré, van de Entente interdépartementale de démoustication, betekent dat bijna een verdubbeling van het aantal departementen dat in 2011 nog met de tijgermug te maken had.
Voor de in Nederland wonende lezers: jawel, ook daar is ie in opmars.
Geen goed nieuws, want de Aedes albopictus, een klein gestreept opdondertje met een behoorlijk pijnlijke steek (klik hier voor meer informatie) is de overbrenger van een aantal onaangename ziektes, zoals gele koorts, chikungunya en dengue, waarvan er elke zomer meer ernstige gevallen te betreuren zijn.
flitspuitIntussen zijn her en der -en met name hier in de Provence- zoals elk voorjaar de alarmbellen afgegaan. En net als elk voorjaar: te laat. De inhaalslag wordt gemaakt met het spuiten van onaangenaam grote hoeveelheden gif, waardoor er straks ongetwijfeld nog grotere hoeveelheden tijgermuggen resistent zullen blijken te zijn. Niet best dus.
Bovendien kunnen we er zelf heel wat aan doen om de muggenplaag binnen de perken te houden. Stilstaand water is de ideale omgeving voor muggen. Ze leggen er hun larven, die er uitstekend in gedijen: een paar dagen zon, een druilerige dag met regen, en een nieuwe populatie is geboren. Dus, laat in en om het huis geen plasjes water staan. Maak goten schoon, kieper de regenton om, leeg ‘vergeten’ emmers, gieters en in onbruik geraakte bloembakken, en kijk ook eens in kelders en schuurtjes of er niks stilletjes staat te verdampen. Tweede huis-eigenaren: láát iemand de boel nakijken tijdens je afwezigheid, en er meteen voor zorgen dat de pomp van het zwembad regelmatig draait zodat ook dat water niet stilstaat. Een kleine moeite, met groot resultaat. Helemaal uitroeien zal wel nooit meer lukken, maar hoe minder van die taaie tijgers, hoe beter. En ’t scheelt risico op een paar akelig onaangename ziektes die je echt niet wilt oplopen. Plus flink wat treiterend gezoem, irritant gesteek en doorwaakte nachten, want ook ‘gewone’ muggen gedijen niet zonder een lekker broeierig plasje.

La télé, et Hallyday

zo 16 juni 2013

Clipboard01Ik was zo’n kwart eeuw geleden nog maar amper naar Zuid-Frankrijk geëmigreerd, of ik moest al toegeven dat het gedroomde supersimpele plattelandsleven waarin zelfs een tv geen plaats zou kunnen krijgen, toch iets té simplistisch voor me was: ik moest televisie! En vlug een beetje! Het Rotterdamse gezegde ´niet lullen maar poetsen´ deed me dan ook meteen drastisch ingrijpen.
Dus hup, naar het café. Ja ja, alleen maar om te vragen bij wie ik moest wezen voor een tv-antenne; schotels bestonden -behalve in restaurants- nog niet in die duistere tijden. Geen idee hoe dat elders zit, maar bij mij in de buurt begin je met praktische vragen altíjd in de kroeg. Ook als ik hier mensen tegenkom die naar een huis op zoek zijn, verwijs ik ze naar het café. Dat is efficiënter dan het raadplegen van Les Pages Jaunes. Of van de toenmalige voorloper van internet: Minitel. Een exclusief Frans fenomeen, een soort van digitaal telefoonboek, dat uiteindelijk ten onder is gegaan aan ‘de wet van de remmende voorsprong’: als je je tijd (te) ver vooruit bent, word je er vanzelf door ingehaald.
Maar goed, voor een beetje betaalbare tv moest ik naar de grote stad aan zee, werd me verteld. De ´hypermarché daar deed ook in schappelijk geprijsde toestellen. Ik wist amper wat zo´n ´hypermarché´ was, maar ik kon me er wel iets bij voorstellen. Dus in de Deux Chevaux, de 30 km over boeren kronkelweggetjes naar die grote, stinkende stad aan de kust. Het aanbod aan tv´s in de winkel bleek bijna nog groter dan de voorraden ramsj-woongenot en pijnlijk floddertextiel. Ik was de mode kennelijk uit het oog verloren. Maar dat alles viel werkelijk in het niet bij de onafzienbare voedselvoorraden waar je eerst langs moest voor je bij de non-foodafdeling terecht kwam. Groeten, fruit, vlees, vis, toetjes, kaas en drank, het kon niet op! En ik werd er een beetje onpasselijk van. Niet alleen omdat ik dat jaar nog in Afrika was geweest, waar ik soms al blij was met een paar bananen, en daarmee had ik het absoluut veel beter getroffen dan de lokale bevolking. Maar ook in ‘mijn’ Franse dorp was zo´n overvloed ondenkbaar.
Soit. Ik kwam voor die tv. Het werd een afgeprijsde Telefunken, degelijk Duits, simpel in de bediening, met garantie; die leek me wel wat. De keurige verkoper die met het zweet op zijn voorhoofd -het was een warme dag- zijn matig mondje Engels op me testte, bood niet alleen aan het toestel op mijn niet meer bestaande Nederlandse adres te registreren (“dan hoeft u geen kijk- en luistergeld te betalen”) maar sjouwde het loodzware beeldbuistoestel ook nog eens naar de Eend, en wurmde het al transpirerend op de achterbank. Het paste net, en het toestel deinde de hele terugweg instemmend mee met elke hobbel in de weg. Alles wat kwetsbaar is, kun je het beste in een Eend vervoeren. Nog steeds.
Bon. Het toestel stond. Op een rieten hutkoffer naast de openhaard. Nu nog verbinding met de wijde wereld. Op naar het café.
Een dag of twee later was ik de trotse eigenaresse van een tweedehands spriet op het dak met een bijbehorend kabeltje met aan de ene kant een fiche mâle, en aan het andere einde een fiche femelle. En hoewel ik dat nog steeds een beetje ranzig vind klinken, werkte het wel: we hadden tv, aangesloten en wel! Slechts in ruil voor een lichte thuislunch van tonijnpasta plus een fles Bokma die ik nog uit Nederland had geïmporteerd.
Die avond keek ik voor het eerst Franse televisie. Ik kon er geen genoeg van krijgen. Het was al bijna middernacht toen er een live-concert van Johnny Hallyday werd aangekondigd. Natuurlijk bleef ik kijken! Nee, fan of zo was ik nooit geweest. De ´namaak-Elvis´, noemden ze hem in Holland. En eigenlijk ben ik meer van Bach dan van pop. Maar dit was fantastisch! Die man heeft een stem om ´cokes mee te kloppen´ (zeggen ze in Rotterdam) en hij heeft superbe chansons te bieden die hij doorleefd brengt, in een flitsende show. Helemaal (over the) top! Standaard repertoire in de auto (oké, naast de Brandenburgse van Bach) waardoor mijn kinderen in elk geval weten dat Jean-Philippe Smet (tja, zo heet ie in het echt, is nog Belg ook eigenlijk) die wereldwijd meer dan 100 miljoen platen verkocht, niet van de straat is.
“Toch wel beter dan Guus Meeuwis”, stelde mijn dochter vast toen ze hier met kerst was. Een kenner! Ik was trots op haar.
Tuurlijk, Hallyday is ook hier in Frankrijk niet helemaal onomstreden. Het ene sex- en fiscale ´schandaal´ na het andere, echtscheidingen. Smullen voor de roddelpers. Maar voor zover ik weet is hij nooit veroordeeld. Hallyday is wat we hier een ´instituut´ noemen. En dat zelfs de bard aller barden Charles Aznavour dit weekeinde op de 70e(!) verjaardag van Johnny kwam meezingen tijdens diens concert in Bercy, is nóg zo´n bewijs van de statuur van Hallyday.
Luister hier even mee en krijg kippenvel.
Ik mailde het enthousiast naar een vriendin in Nederland, met youtubefilmpje. Ik werd ik weggehoond. Hallyday? Namaak!
Dat snap ik dus niet. Hollanders en Frankrijk….. Was het niet de blala-burgemeester van Almere Annemarie Jorritsma ‘of all people’ die uitkraamde: “Frankrijk, prachtig land. Jammer dat er zoveel Fransen wonen.”
Ik zou zeggen: Frankrijk, prachtig land. Jammer dat zoveel Hollanders er niks van snappen.
Doe mij maar Bart van Loo. Belg, net als Hallyday. Liefhebber van het Franse chanson. Bevlogen. Hij ratelt vijf kwartier in het uur. Maar oh, wat hoor ik hem graag ratelen! ‘De notre’, zeggen ze hier in het café; over Hallyday, en inmiddels ook over Bart. Heus, daar verbleekt het ‘legion de honeur’ bij.

Tussensalade
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Tussenweer. Ik heb er geen andere term voor. Weer, dat net overal tussenin hangt: geen zon, geen regen, niet echt bewolkt maar wel bedekt, drukkend zonder warm te worden, grijs en weinig inspirerend. Niet voor een troostrijke winterpot, en niet voor een vrolijk zomergerecht. Een tussenhap dan maar?
Yep! We zetten dat tussenweer gewoon buitenspel met een opbeurende allemansvriend ‘for all seasons’: een tussenweersalade. Kan bij de open haar èn bij de barbecue. Als lunchgerecht èn erbij, voor bij het avondeten. Ik heb er zelfs ooit iemand mee zien ontbijten, maar die had daarvoor een zware tussenavond gehad, zeg maar.

Ingrediënten:

Voor de salade:
4 stevige grote aardappelen, of 12 kleine (rattes bijvoorbeeld)
200 gram haricots verts
4 tomaten of 16 trostomaatjes
4 hardgekookte eieren
300 à 400 gram (uitlekgewicht) bliktonijn op olie
1 uitje of 3 lente-uitjes
1 eetlepel kappertjes op azijn
½ bosje platte peterselie
½ bosje bieslook
handje zwarte olijven (ontpit)
zout, peper uit de molen

Voor de vinaigrette :
4 eetlepels olijfolie
2 eetlepels ciderazijn
1 theelepel mosterd
peper en zout

Bereiding :
Schil en kook de aardappels, maar niet tot pap! Als je er een vork in prikt, moet het binnenste nog net te hard/ongaar aanvoelen. Giet ze af en laat in de pan afkoelen.
Kook tegelijkertijd de haricots verts beetgaar, giet ze af en laat ook die in de pan afkoelen.
Kook -ook tegelijkertijd- de eieren hard, laat ze afkoelen, pel ze en snij ze in partjes.
Pel en snipper de ui(tjes), snij de peterselie en de bieslook fijn.
Verdeel de tomaten in vieren, haal het binnenwerk eruit en snij het vruchtvlees in blokjes. Of snij de kerstomaatjes in partjes.
Ontpit (eventueel) de olijven, en snij ze in ringetjes.
Giet de tonijn af en prak los met een vork.
Vis de kappertjes uit hun potje/vocht.
Meng in een ruime kom de olijfolie, de ciderazijn, de mosterd en een flinke draai peper plus wat zout. Klop er een lobbige vinaigrette van.
Snij de gekookte aardappels in grove brokken, snij de gare haricots in stukjes. Doe ze bij de vinaigrette in de kom en voeg er alle overige ingrediënten aan toe.
Schep alles voorzichtig door elkaar; het moet geen stamppot worden.
Wijn (rood, wit, rosé) naar keuze, afhankelijk van het tussenweer ter plekke.

Telefoonterreur

di 11 juni 2013

telefoonIk ben nog nooit zo vaak gebeld als sinds ik hier in Zuid-Frankrijk op een ‘bel-me-niet-lijst’ sta. En die lui bellen niet op een beetje christelijke tijd. Nee, ze bellen bij voorkeur tijdens een maaltijd, maakt niet uit welke. Al moet ik toegeven dat ze de reclame-uitingen wel aan het tijdstip aanpassen.
Zo mag ik me tijdens het ontbijt verheugen op met name levensverzekeringen en uitvaartpolissen voor een vrolijk begin van de dag, krijg ik tijdens de lunch vooral dubbel glas en zonnepanelen aangeboden -ook als het hoosregent- en wordt ik tijdens het avondmaal meestal uitgenodigd om van telefoonabonnement, dan wel van internetprovider te veranderen, zodat ik vanavond nog ultra-voordelig m’n belbundel aan oeverloos gebabbel kan spenderen en bovendien voor een vriendenprijsje het net op kan om verder te bla-blaten. Ik ben er inmiddels op getraind: ik laat de telefoon zo’n vijf keer overgaan. Meestal houdt het dan op. Rinkelt ie daarna toch door, dan is er vrijwel altijd een wel gewenst contact aan de lijn.
Maar soms niet. Een verkoper/ster vraagt wat haperig of ik mevrouw “Wonk? Bonk? Gonk?” ben. Want je naam hebben ze doorgekregen van de telefoonmaatschappij, die je gegevens schaamteloos verkwanseld heeft aan de hoogte bieder. Als je ‘ja’ zegt, hang je en wordt het riedeltje afgedraaid. Ik zeg dus steevast ‘nee’, en ‘bedankt’, en niet geïnteresseerd’, en hang op.
Maar soms gaat het anders. Dan hoor je geruis in de verte, wat geklik, en tenslotte een computerstem die je staccato vertelt dat je uitverkoren bent voor deze of gene aanbieding. Snel ophangen helpt niet; als je meteen daarna zelf wilt bellen krijg je gewoon die computer weer aan de lijn. Minstens een kwartiertje wachten is onvermijdelijk. En als je in de tussentijd gebeld wordt door iemand die je wèl wilt spreken, krijgt die de ingesprektoon.
Ik heb er bij France Télécom over geklaagd. Weggehoond. Zo hielden ze de tarieven laag en concurrerend.
Bon, dan maar internettelefoon via m’n livebox. Het waren twee mooie maanden, heerlijk rustig, uitsluitend gewenst telefoonverkeer. Tot vanmorgen.
Toen de vaste lijn en de internetlijn gelijktijdig begonnen te reutelen. Ik pakte ze synchroon op. Met aan elk oor een hoorn hoorde ik een levensverzekeraar en een uitvaartbegeleider op me inpraten. De boodschap was ongeveer hetzelfde: ‘maak er wat moois van voor u dood gaat’. Ik heb die goeie raad meteen opgevolgd en de stekkers eruit getrokken.
Mocht ik dus tijdens maaltijden niet bereikbaar zijn, dan weet u waarom.
Maar mailen kan altijd hoor; ik heb een prima spamfilter.