Home

ezelsorenVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

‘Ezelsoren’ dus. In de Alpes-de-Haute-Provence bedoelen ze er gevulde crêpes mee, in de Hautes-Alpes gaat het om lasagne. In beide gevallen dankt het gerecht z’n naam aan de wilde spinazie die er eigenlijk in moet. De blaadjes hebben de vorm van ezelsoren, vandaar. Maar wilde spinazie is nauwelijks nog te krijgen, dus doen we het maar met gewone spinazie. Liefst verse, al kan diepvries ook, maar dan wordt de boel wat zompig. Voor wie er aan kan komen, blette (snijbiet) mag ook. En er kan ham door, gekookt, of rauw zoals parmaham. Of spekjes. Maar dat hoeft niet. ’t Is een gerecht waarop al zó vaak gevarieerd is dat de mogelijkheden inmiddels eindeloos zijn. Omdat ik dicht bij de Italiaanse grens woon heb ik voor de lasagne-versie met parmaham gekozen. En om het nog een beetje authentiek te houden, voor een rijpe ‘tomme de l’Ubaye’, een pittige koeienkaas uit de Alpes-de-Haute-Provence. Maar gruyère, emmental of comté mag ook hoor.

Ingrediënten:

9 à 12 voorgekookte lasagnevellen (liefst groen)
800 gram verse spinazie (of 350 gram diepvries)
1 grote ui
10 cl crème fraîche
2 tenen knoflook
250 ml melk
20 gram boter
20 gram bloem
100 gram parmaham
100 gram geraspte tomme de l’Ubaye
peper, zout
nootmuskaat
olijfolie

Bereiding:
Was de verse spinazie, doe die in de slacentrifuge en draai het vocht er zoveel mogelijk uit. Doe in een grote pan en laat op een heel klein pitje langzaam smelten. Af en toe omroeren, anders gaat de boel aan de bodem vastzitten. Als de spinazie gaat is, overdoen in een vergiet en laten uitlekken.
Diepvriesspinazie: ontdooien in een pan op laag vuur, af en toe omroeren en als alles helemaal is doorgewarmd, overdoen in een zeef en uit laten lekken.
Pel de knoflooktenen, pel en snipper de ui. Snij de parmaham in snippers.
Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan en laat de ui glazig worden, knijp er de knoflooktenen boven uit, roerbak alles nog even en draai het vuur uit.
Maak een béchamelsaus door de boter op laag vuur in een pannetje te laten smelten (alleen smelten, niet bruin laten worden!) en er al roerende -beetje bij beetje- de bloem bij te doen. Dat wordt een dikke klont. Daar moet scheutje voor scheutje, onder goed roeren de melk (op kamertemperatuur) bij tot er een mooi glad papje ontstaat. Maak op smaak af met zout, peper en een snuf nootmuskaat. Zet weg.
Vet een ruim stuk aluminiumfolie in met olijfolie.
Breng in een ruime pan een liter water aan de kook met een flinke scheut olijfolie erin. Gooi er de lasagnevellen in, maar niet meer dan een paar tegelijk, anders kleeft alles aan elkaar. Vis de vellen eruit als ze zacht zijn geworden (dus niet gaar!) en leg ze naast elkaar op het aluminiumfolie.
Verwarm de oven voor op 160 graden.
Druk het eventueel nog achtergebleven vocht zoveel mogelijk uit de spinazie en doe die terug in de pan. Giet er de crème fraîche bij en verwarm al roerend op laag vuur. Zet uit.
Neem een kleine ovenschaal waarin de lasagnevellen passen (twee naast elkaar, en een overdwars aan het ‘voeten’eind, is ideaal, qua formaat) en vet die schaal in met olijfolie. Leg de eerste lasagnevellen op de bodem. Leg er een laagje spinazie bovenop. Bestrijk met een laagje béchamelsaus. Verdeel er wat snippers parmaham overheen. Bestrooi met een deel van de geraspte kaas.
Herhaal de hele procedure tot alle ingrediënten op zijn, maar eindig met een laag lasagne met daarop de laatste geraspte kaas, plus wat druppels olijfolie.
Dek af met aluminiumfolie en laat in het midden van de voorverwarmde oven een minuut of twintig staan.
Zet de oven uit en de grill aan, verwijder het aluminiumfolie, en laat de kaas nog een paar minuten kleuren. Niet te donker, dan gaat ie bitter smaken.
Mooi rood past er prima bij, maar een stevige witte (ik had potige Corsicaan) voegt zich minstens zo soepel.

7638785565_la-collection-de-timbres-des-restos-du-coeur
Armoe. Ik moet toegeven dat ik er niet altijd bij stil sta als ik in de supermarkt m’n boodschappen afreken alsof het de gewoonste zaak van de wereld is. Of als ik voor m’n werk in Cannes of Saint-Tropez moet zijn. Maar ook het glanzende Zuid-Frankrijk heeft een grauwe achterkant.
Sinds deze week zijn ‘Les Restos du Coeur’ weer open. Voor het 29ste jaar achtereen kunnen de nooddruftigen en hulpbehoevenden van de Franse samenleving weer terecht bij wat in Nederland de voedselbank wordt genoemd. Al is het in Frankrijk uitgebreider en is er bijvoorbeeld ook noodopvang. “Zo komt Jan Splinter door de winter”, zei Marcel van Dam ooit. Alleen: hier duurt de hulp maar van half november tot half maart, dan is het afgelopen. Er zijn inmiddels ook wel permanente voedselbanken in dit deel van Europa, maar die staan in geen verhouding tot de massaliteit van Les Restos du Coeur. Vorig jaar werden er bijvoorbeeld 130 miljoen maaltijden uitgedeeld, werkten er 66.000 vrijwilligers mee en werden 690.000 mensen geholpen. Dit jaar verwacht men de 1 miljoen hulpzoekenden te overschrijden (klik hier voor alle cijfers).
En dat allemaal dankzij Frankrijks meest geliefde komiek ooit: Coluche.
Alweer 28 jaar dood. Een motorongeluk. Hij had met twee vrienden geluncht aan het strand van Cannes. Ze tuften op de motor richting Châteauneuf-de-Grasse, nog geen 20 km verderop, waar Coluche logeerde om zich op een nieuwe show in het najaar voor te bereiden. Ter hoogte van Opio ging het mis; Coluche haalde een van z’n vrienden in en keek even om, zei iets in het voorbijgaan. Toen hij weer vooruit keek was daar die truck van 38 ton. Hij kon hem niet meer ontwijken, probeerde het niet eens. Hij legde zijn Honda 1100 cc plat in een poging om dan maar onder die vrachtwagen door te schuiven. Dat was hem bijna gelukt; zijn motor kwam onbeschadigd in de berm tot stilstand, Coluche klapte met z’n kop tegen de rechterkoplamp. Hij stierf ter plaatse aan hersenletsel. Hij droeg geen helm. Heel Frankrijk rouwde.
Dat was in 1986. Net een jaar eerder had Coluche (eigenlijk Michel Gérard Joseph Colluci,1944 Parijs) ‘Les Restos du Coeur’ opgericht. Een liefdadigheidorganisatie die voedsel, geld en kleding inzamelt voor de armsten in de maatschappij. Hij gaf de aftrap voor die organisatie met een voor zijn doen ingetogen speech op de radiozender Europe 1, beginnend met de inmiddels beroemde woorden (analoog aan Martin Luther Kings’ ‘I had a dream’) “J’ai une petite idée comme ça”. Dat kleine ideetje groeide uit tot het nationale netwerk van vandaag de dag. En inmiddels zijn er ook Restos du Coeur in Duitsland en België.
Waarom Coluche zo’n hulporganisatie op poten wilde zetten laat zich makkelijk raden. Hij werd kort na de bevrijding van Parijs in 1944 geboren, armoe troef. Zijn vader stierf drie jaar later aan polio waardoor zijn moeder er met een baantje als bloemiste en twee kleine kinderen alleen voor stond, geen vetpot. School was voor Coluche geen succes, en na tal van mislukte baantjes ging hij uit arrenmoede maar het leger in. Ook geen succes; hij belandt al snel in de cel wegens insubordinatie. De lange neus naar overheden zat er al vroeg in.
Maar je moet toch wat, als je brood op de plank wilt. Liedjes zingen in café’s dan maar. Lastig, als je een stem als een schorre kraai hebt en meer uitgelachen dan gewaardeerd wordt. En toen ging het lampje aan: willen ze lachen? Dan zullen ze lachen! Een komiek was geboren. Met succes. En al werd dat de jaren daarna regelmatig overschaduwd door de gretigheid waarmee hij het glaasje omarmde, Coluche werd een publiekslieveling. Zozeer zelfs dat, toen hij zich kandidaat stelde voor de presidentverkiezingen in 1981 -het daarbij opnemend tegen François Mitterand- uit de peilingen bleek dat het merendeel van de Franse bevolking op hem zou stemmen. Coluche wist niet hoe gauw hij zich terug moest trekken. Grapje!
Zijn tegendraadse en on-Franse gevoel voor humor brachten hem ook daarna nog vaak in conflict met de overheden die hij in zijn one-man-shows en in de films waarin hij speelde, graag op de hak nam. Daarom doen er nog steeds hardnekkige geruchten de ronde dat Coluche geen motorongeluk had, maar werd vermoord. Zou het? Amper een jaar eerder vestigde hij het wereldsnelheidsrecord 750 cc met maar liefst 252.087 km/uur. Hij hield wel van een uitdaging blijkbaar, maar om nou te zeggen dat hij een bedreiging voor de staatsveiligheid vormde… Een lieveling van de natie is hij in elk geval nog steeds. En met zijn Restos du Coeur heeft hij een indrukwekkende erfenis nagelaten.

Recept van de week: Estouffade

vr 22 november 2013

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Er ligt sneeuw op de bergen tegenover het huis. Voor het eerst dit jaar en da’s tamelijk laat. Hier, op mijn heuvel, is de natte sneeuw overgegaan in een zeurend regengordijn; het is koud, nat, en onaangenaam. Maar de kachel brandt, de neiging om een ijzeren pot vol pruttelspul aan de haak in de openhaard te hangen is groot. Kortom: het is stoofpotjesweer. Estouffade heet dat hier, en het moet minstens drie uur stoven. Zodat het hele huis doortrokken raakt van watertandende wintergeuren. Voor de zekerheid pruttelt de estouffade toch maar op het fornuis, dat is beter te temmen dan een oplaaiend houtvuur. En ik kan intussen wat anders doen. Dit recept optikken bijvoorbeeld.

Ingrediënten:
1 kilo stoofvlees
3 ansjovisfilets (op zout)
1 grote ui
6 tenen knoflook
16 groene olijven, ontpit
2 laurierbladeren
1 bouquet garni
2 grote tomaten
4 eetlepels olijfolie, klontje boter
nootmuskaat, vers gemalen peper, eventueel wat zout
½ liter rode wijn

Bereiding:
Snij het vlees in grote brokken en bestrooi het met peper en wat nootmuskaat. Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Verhit de olijfolie en de boter in een braadpan en schroei het vlees snel dicht, haal het uit de pan en hou apart.
Fruit in hetzelfde braadvet, maar op laag vuur en onder goed roeren, de ui en de knoflook aan tot ze goudbruin van kleur zijn. Voeg de klein gesneden ansjovisfilets toe en laat wegsmelten. Voeg er de in parten gesneden tomaten en de olijven aantoe, plus het vlees. Giet de wijn erbij en doe er de laurier en het bouquet garni bij. Laat op laag vuur minstens 3 uur -maar net zo lang als nodig- stoven, tot het vlees bijna uit elkaar valt. Eventueel wijn bijvoegen als de boel te ver inkookt en dreigt aan te bakken. Regelmatig omscheppen. Op het laatst eventueel nog zout toevoegen, maar doorgaans zijn de ansjovisfilets al zout genoeg om het hele gerecht te zouten. Geef er pasta, rijst of gekookte aardappels bij, iets van groenten, en vanzelfsprekend een mooi glas rood.

De beste rosé?

do 21 november 2013

chateau_desclans_box_Carousel
Werd vandaag gebeld door een vriendin die een stukje verderop woont. In Correns. Ook zo’n mini-gehucht in de Var waar ik op m´n gemak ben. Iets van 800 inwoners, het gaat eigenlijk nergens over. Maar Correns is op een bepaalde manier in heel Frankrijk toch wel een beetje bekend. Want het is zo ongeveer het eerste ´bio-dorp´ van het land. Dat wil zeggen: alle akkerbouwers werken strikt biologisch verantwoord. En dat heeft, natuurlijk, zal ik maar zeggen, wel wat.
Een tijdje terug heb ik zelfs overwogen om er te gaan wonen. Een huis net buiten dat dorp, mijn honden zouden er vast wel uit de poten kunnen. En de sfeer in het dorpje, het rook goed. Maar als een soort ervaringsdeskundige besloot ik eerst maar eens in de enige kroeg van het dorp wat echte informatie te scoren. Ik bedoel: makelaars vertellen niet altijd alles en als je écht wilt weten waar je misschien terechtkomt, ga je een paar keer naar het plaatselijk café. Voor je je handtekening onder een koopcontract zet.
Ik werd er bijgepraat over het andere ´geheim´ van Correns. Dat van ´bio´ wist ik al, maar toen nog niet dat het belangrijkste wijnchâteau door filmtypes uit Hollywood was gekocht.
Het ging om Angelina Jolie en Brad Pitt, die het plaatselijk Château de Miraval in 2008 voor €44 miljoen hebben gekocht. Iets van 400 hectares en 35 kamers.
Ik begreep eerst niet precies of men in het café nou blij of juist ongerust was. Correns wereldberoemd, dat was maar één aspect. Want er werd ook en vooral geklaagd over de familie Pitt & Jolie die zich bij voorkeur per helikopter (inclusief de herrie) zou verplaatsen.
Ik ben niet zo van de internationale filmsterren die bij ons in Zuid-Frankrijk de boel zo´n beetje opkopen. Ook mensen uit China schijnen steeds vaker wijnchâteaux over te nemen, overigens nog niet bij mij in de buurt. Het heeft er hier eigenlijk niks mee te maken, maar de voetbalclub AS Monaco is door iemand uit Rusland gekocht. Qatar heeft de voetbalclub PSG in Parijs in handen en onder meer ook mijn favoriete ´auberge´: Le Carlton in Cannes.
En wij Fransen in Frankrijk dan?
Ik besloot af te zien van wonen in Correns. Een raar soort Hollywood in de Provence? Laat het ´stardom´ zich vooral tot de kust beperken, vind ik.
En toen belde mijn vriendin uit Correns dus. Feest! De ´erkende´ Amerikaanse gids Wine Spectator had de rosé van mevrouw Jolie en de heer Pitt kennelijk uit geroepen tot de beste rosé ter wereld. Zou het?
Met die wijngidsen weet je het maar nooit. Hoe ´meet´ je de beste wijn? Als het over het kwaliteit gaat, telt volgens mij vooral ´lekker´. En wie bepaalt ´smaak´?
Ik heb een tijdje terug de rosé van Château de Miraval geproefd. Niks mis mee. Maar de beste van de wereld? Ik vind van niet. Want ik heb ook de rosé van Château d´Esclans bij mij om de hoek ontmoet, en ik heb nooit lekkerder rosé gedronken.
Die gids Wine Spectator heeft zich vergist. Geen idee van rosé, vind ik.
En ja, Château d´Esclans is in Russische handen.
Vanmiddag tijdens de lunch kon me dat even niks schelen. We aten en dronken naar genoegen, zal ik maar zeggen, onder het genot van een fles rosé van dat Château d´Esclans, die ik een paar dagen eerder had gescoord. Niet eens de vrijwel onbetaalbare Garrus (€ 79,50) maar gewoon het instappertje Whispering Angel. Terwijl het regende, en we gruwden van het uitzicht op de besneeuwde bergen, oordeelden we stiekem dat die Russen betere Franse wijn maken dan die Hollywood-types uit Amerika. Waar blijft de Provençaalse wijnboer die de uitdaging aan gaat?

brouillade
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Geen gewas zo onberekenbaar en lastig als de truffel. En hoewel het steeds opnieuw wordt geprobeerd, is de ‘rabasse’, zoals de zwarte diamant in de Provence wordt genoemd, niet erg geschikt voor een succesvolle teelt. Van half november tot half maart is daarom de truffeljacht geopend in de Provence. Ook voor amateurs, al is succes niet verzekerd. Maar de markten, de truffelfeesten, proeverijen, zelfs een heuse truffelmis, en de truffelmenu’s in restaurants, zijn ook niet te versmaden. Dit, en nog veel meer over truffels -en truffeladresjes- in de komende Côte & Provence, die begin december verschijnt.
Onderstaan recept is afkomstig van Bruno Clément, photo-restaurant-chez-bruno-359-288-1de onbetwiste truffelkoning van de Provence, wiens restaurant ‘Chez Bruno’ in Lorgues tot ver over de landsgrenzen befaamd is. Want echt álles is daar truffel, zelfs de nagerechten. Ik ben er een paar keer geweest. Vroeger, toen Bruno nog kon lopen, ging hij de gasten langs, leunde zwaarwichtig op het tafeltje en zei op een toon die geen tegenspraak duldde: “Dit is lekker.” En niemand die dat wilde of durfde ontkennen. Sinds een paar jaar kan hij zijn overgewicht niet meer torsen en troont Bruno als een soort Boeddha op een speciaal verstevigde stoel aan een tafeltje met overzicht op de hele eetzaal.

Ingrediënten:
12 eieren
½ à 1 dl room (op kamertemperatuur)
½ dl olijfolie
1 kleine zwarte truffel
zout en peper

Bereiding:
Borstel de truffel voorzichtig af, spoel eventueel achtergebleven aarderestjes snel af onder de koude kraan.
Rasp de truffel grof, bijvoorbeeld op een kaasrasp, maar snij er eerst een paar mooie plakjes af voor de garnering.
Laat de olijfolie, samen met de geraspte truffel, langzaam lauwwarm worden (niet heet!) in een pan met dikke bodem.
Breek de eieren in een ruime kom en klop ze even los zodat eiwit en dooiers zich met elkaar vermengen, meer niet. Meng er wat peper en zout door.
Giet het eiermengsel bij de truffelrasp in de pan en roer alles met een houten lepel voorzichtig door elkaar. Laat het mengsel onder voortdurend omroeren langzaam op een heel laag pitje stollen.
Zodra er een crèmige massa ontstaat, de room er beetje bij beetje bijgieten. Intussen blijven roeren en nog een minuutje of wat laten sudderen, tot er een mooie zompige massa ontstaat. Eventueel nog wat peper en zout er doorheen roeren en meteen opdienen, met de apart gehouden plakjes truffel als garnering.
Een stukje stokbrood om te soppen en een mooi glas rood horen er vanzelfsprekend bij.

Verse truffels kun je in Zuid-Frankrijk scoren op tal van markten en marktjes. De bekendste:
Richerenches (84), zaterdag van 9 tot 13 uur
Carpentras (84), vrijdag van 8 tot 12.30 uur
Aups (83), donderdag van 9 tot 13 uur
Tavernes (83), vrijdag van 8 tot 12 uur

In Nederland gaan verse truffels bij de speciaalzaak over de toonbank, maar ze zijn ook hier te bestellen.

Te paard!

wo 13 november 2013

rappqr13q102_pha_bonnets rouges.JPGHier in de buurt zijn maneges. En ga even niet uit van de perfect geoutilleerde paardrijcentra waar de beter bedeelden proberen in het zadel te blijven. Tegen supertarieven uiteraard. Nee, op het simpele platteland waar ik woon, is er hier en daar bij een boerderij een weitje en een stal te vinden waar liefhebbers de beginselen van het opzadelen, de draf, de galop, en vooral het netjes behandelen en verzorgen van zo’n viervoeter onder de knie kunnen krijgen. Geen luxe-paardjes, gewoon een ‘huisknol’ of twee, drie. Dan staat er soms een bordje naast de brievenbus: manege. En dan valt er vervolgens een belastingaanslag in diezelfde brievenbus, wegens btw-verschuldigd. Geen probleem, dat hoort erbij. Maar nu is ineens die btw verhoogd van 7 naar 20%. En dat is wél een probleem.
Want zo’n bedoeninkje kan dat niet opbrengen, het was maar een beetje hobby in de marge. En ja, natuurlijk ben je btw-plichtig als je een bedrijf(je) runt. Maar zo ’n btw-verhoging helpt al dit soort kleine bedrijfjes subiet om zeep. Dus sluit de boel. En staan ineens al die kleine paardenmeisjes (het zijn zelden jongetjes) beteuterd voor een gesloten deur.
Is dat erg? Niet, als je het vergelijkt met rampen die elders in de wereld gebeuren, natuurlijk niet. Maar mini-rampjes mogen ook best benoemd worden.
Bovendien is die btw-verhoging maar één aspect van de aansluipende revolte die er onder het regime van ‘monsieur normale’ Hollande plaatsvindt. In Bretagne is er oproer. Les ‘bonnets rouges’ pikken het niet dat ze door de staat nogal onder druk worden gezet door de eco-tax, die onder meer een extra heffing op de ´rode´ diesel voor landbouwtractoren inhoudt.
Die rode mutsen verwijzen naar de Bretonse belastingopstand in 1675. Ook toen droegen de demonstranten zo´n muts.
In Bretagne zou er heden ten dage al voor miljoenen euro´s schade zijn aangericht.
In onze Provence, regio PACA, zie je nu ook ineens mensen met rode mutsen over straat lopen. Die Bretonse opstand lijkt naar het zonnige zuiden te zijn overgeslagen. Dat moet op z’n minst verontrustend zijn in overheidskringen. Ook de hele Franse Revolutie van 1789 begon simpelweg gewoon als belastingopstand.
In Bretagne is de oproerpolitie (CRS) al een paar keer ingezet. Met waterkanonnen en tamelijk brute arrestaties die vanzelfsprekend nieuwe incidenten uitlokten. Die nogal doen denken aan de Parijse (studenten)opstand van 1968.
Straks hier in het zuiden ook? Er is in elk geval woede, en solidariteit met ‘het noorden’. Dat op zich is al bijzonder; doorgaans is de tegenstelling tussen noord en zuid groot.
Het zal toch niet?

Daar zijn we weer!

za 9 november 2013

RCOLTE~1Heb me hier de laatste tijd een beetje gedeisd gehouden wegens wat ze noemen ‘een drukte van belang’. Bestaat die uitdrukking eigenlijk nog? Dus wel een vrijdags receptje (noblesse oblige), maar geen grootse en meeslepende, doorwrochte levensbeschouwingen. Denk hier vooral een knipogende ‘smiley’ bij.
Maar goed. Wat speelde, was dat ik te maken kreeg met de overname van ´mijn´ tijdschrift Côte & Provence door een andere uitgever. Ik was -en ben- er nog zeer bij betrokken (ja ja, mijn kindje) en moest dus tegen van alles ‘ja’ of ‘nee’ zeggen. En dan krijg je te maken met vrijwel onleesbare contractteksten van advocaten en amper te doorgronden berekeningen van accountants. Wordt het niet eens tijd dat advocaten leren in normaal Nederlands een brief of een overeenkomst op te stellen? Mijn advocaat, mr. Pieter Nabben, meent dat ik een punt heb. Ik heb aangeboden college te geven.
Nou ja, het gedoe is achter de rug, Côte & Provence heeft een nieuwe uitgever, wordt riant gepresenteerd op de Franse Vakantiebeurs, en ik ben ineens weer hoofdredacteur. Mooi zo, mijn handen jeuken. We gaan twitteren, er is al een facebookpagina, het tijdschrift dat ik ooit op het terras van de dorpskroeg bedacht, wordt nog beter dan ooit. En ik mag mee gaan werken aan twee andere tijdschriften over Frankrijk: Maison en France en En Route. Heerlijk!
Zo. Genoeg propaganda gemaakt. Ik lijk wel zo´n gelikt (nee, niet geliked) reclamebureau. Maar ik moest het even kwijt.
Viel er ondertussen nog wat te beleven bij ons in de buurt? Nou…..
In het café ging het vooral over de staking waarmee de profvoetballers dreigen. Die Hollande-belasting van 75 procent op zeer hoge inkomens. Het zal erop neerkomen dat de clubs moeten dokken, de spelers hebben goudgerande contracten. En dan zijn ´onze´ clubs OCG Nice en Olympique Marseille de pineut, terwijl AS Monaco de dans ontspringt. De Monegasken spelen in de Franse competitie, maar Franse belastingregels doen er in het prinsdom niet toe. ´Competitievervalsing!´, vonden mijn companen aan de toog. Heeft AS Monaco straks nóg meer geld om de beste spelers aan te trekken. Ze hebben gelijk.
Ik las in Nice Matin een mooi verhaal met l´autre chef de ´l État français, Bernard Vaussion, de chef-kok van het Élysée. Hij is 60 geworden en gaat dus met pensioen. In Brussel zullen ze wel weer woedend zijn dat ambtenaren bij ons in Frankrijk nog steeds op relatief jonge leeftijd van Drees mogen trekken (bestaat ook deze uitdrukking nog?), maar dat doet er hier niet toe. Vaussion heeft zes presidenten te eten gegeven en hij ging ook mee als er bij ons vakantie gevierd werd op Fort Bregançon. Tussen haakjes: we mogen er in 2014 in! Heeft een van mijn vorige blogs toch geholpen! Grapje.
Vaussion bevestigt trouwens dat Frankrijk wel degelijk bezuinigt. Geen kreeft en geen truffels meer in het Élysée. De duurste wijnen uit de cave waren al op een veiling verkocht. Hij mag niet onthullen wat die presidenten zoal lekker vonden, maar iedereen weet dat Jacques Chirac iets met kalfskop had. Hollande schijnt echt alles te lusten; sinds hij president is, zou hij weer aangekomen zijn. Lijkt me een compliment voor de chef en ik vrees dat Hollande’s ex (Ségolène Royal) niet zo´n heel royale keukenprinses was.
Bernadette Chirac, de vrouw van, was de enige echtgenote die zelf in de keuken kwam. Niet om te koken, maar om te controleren of er daar geen andere vrouwen waren. Haar oekaze was: geen vrouwen in de keuken van het Élysée. Ouderwets? Ach, haar man stond in bepaalde kringen bekend als ´Monsieur trois minutes, douche comprise´.
Ga ik nu dringend naar de olijven kijken. Ik maak me zorgen om de oogst. ´t Ziet er allemaal prima uit, de oliemolen in het dorp gaat volgende week alweer open. Die dingen moeten dringend van de bomen af. Vriend Francis maar weer bellen dat hij een dag of drie aan de stammen komt schudden, en aan de takken komt plukken? Ik zou graag weer gretig mee-schudden en -plukken. Alles met de hand, zoals het hoort, en zoals ik het altijd deed toen ik hier nog maar kort woonde. Maar of ik de tijd krijg? Misschien de nieuwe uitgever maar eens een werkvakantie aanbieden. Scheelt vast wel een deadline. Of twee, drie.