Een gegeven paard

paardVoor m’n werk kom ik nog weleens ergens. Zo meldde ik me onlangs in de stromende regen aan de poort van een gerenommeerd wijnchâteau voor een lezing van een bekwame vinooloog. De man ging ergens over, ik wilde hem graag zien, horen en spreken. En hem eventueel strikken voor een rubriekje in m’n tijdschrift Côte & Provence (www.coteprovence.nl).
Bon, ik was een beetje aan de late kant. Om in een hoosbui over slingerende binnenweggetjes met onverwacht vrachtverkeer een afgelegen wijndomein te bereiken vergt tijd. Maar in eigen waarneming was ik riant op tijd; nog nooit een Franse bijeenkomst meegemaakt die ‘la petite quart d’heure de courtoisie’ (het beleefdheidskwartiertje, dus minstens een half uur te laat beginnen) niet respecteert.
Het toegangshek van het château was hermetisch gesloten, wegens buiten bezoekuren. Kan. Ik zou ook niet willen dat iedereen constant in en uit liep en zonder supervisie over m’n terrein ging dwalen. Maar als je nou bezoekers voor een lezing aan de poort kunt verwachten….
Er was een intercom op de zuil naast het toegangshek. Die werkte niet. Ik belde het mobiele nummer van de organisator van de lezing. Dat stond uit. Ik ging op zoek naar een eventuele tweede ingang. Die was er niet. De eerst volgende omkeermogelijkheid langs de smalle, bochtige bergweg bevond zich zo’n twaalf kilometer verderop. Ik hou van fraaie vergezichten maar niet als die beperkt worden door straffe hoosregens en kamikaze camions.
Bij terugkeer bleek het châteauhek nog steeds genadeloos gesloten. Via mobiel geGoogle vond ik uiteindelijk een châteautelefoonnummer dat wèl werd opgenomen. Het hek zwaaide open. En ging meteen weer onverbiddelijk achter me dicht.
De lezing was al flink gevorderd en de pauze in aantocht. Het regende niet meer en in afwachting van -en om de boel niet te verstoren- dwaalde ik een beetje rond over het terrein. Ik zag paarden, een aantal in een verderop gelegen weide, eentje op een afgebakend stukje modder naast het pad. We raakten aan de praat. Geen beter luisterend oor dan dat van een welgezinde hengst van wie je de fluweelzachte neus mag strelen. Als blijk van waardering graaide ik uit een perkje aan de overkant van het pad -daar waar hij uitzicht op had en dus niet bij kon- handenvol mals beregend gras. Hij hinnikte me na terwijl ik terug liep naar het wijndomein. Geen idee of het dankbaarheid of frustratie was.
De pauze had een aanvang genomen. De druivendeskundige was in drukke discussies verwikkeld, die sprak ik later nog wel. Ik liep naar de bar van het proeflokaal waar de lezing plaatsvond en vroeg om een glas rosé. “Niet in de pauze”, werd me toegeblaft, “u kunt kiezen uit koffie of water.” Het duurde even voor het tot me doordrong. Ik zat opgesloten op een wijnchâteau en kreeg geen druppel druivennat te drinken. Terwijl er iemand speciaal was uitgenodigd om uitvoerig de geneugten van die godenrank te bezingen.
Het kwam goed. Na afloop van de lezing vond de druivenman dat er van alles geproefd moest worden. Dat mocht. Maar pas toen de meeste bezoekers weg waren.
Ja ja, ik weet het, een gegeven paard en zo. Ik heb als tegenprestatie dus netjes een paar flesjes aangeschaft. Want aan gegeven paarden doe ik niet. Tenzij het om een hengst met fluistergevoelige luisteroren zou gaan. Maar ja….

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

3 gedachten over “Een gegeven paard

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: