Home

Clipboard01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De Britse buuf van een eindje verderop kwam zonet zenuwachtig aan de deur kloppen. Ze had vanmiddag op de tennisbaan (jawel, zij tennist) gehoord dat het vandaag ‘fête des voisins’ was.
“Klopt”, zei ik monter, “maar die hebben we toch helemaal niet? Jij bent mijn naaste buur en tussen jou en mij zit toch al gauw zowat een kilometer. De rest van de mensheid woont nog veel verder weg, bergop en bergaf.” Voor het gemak telde ik de Zwitsers die een jaartje geleden een suikertaart aan het ondereind van onze hectare terrein hadden neer geplempt, niet mee: onaangenaam patservolk, geen buren met wie je wat te maken wilt hebben. “Bovendien hebben wij toch geen bedacht feestje nodig om het met elkaar te kunnen vinden?”
Ze keek me weifelend aan: “Maar je moet toch iets doen, een soort van buffet organiseren? Voor iedereen die langskomt?” Buuf wil er graag bijhoren op het dorp.
Ik heb haar uitgelegd dat het gezellig bedoelde buurtfeestje dat een of ander marketingtype in 1999 bedacht om wijkgenoten ‘nader tot elkaar’ te brengen, meer iets voor de grote stad is. Voor (probleem)wijken waar buren straal langs elkaar heen leven en conflicten op de loer liggen. Ik liet haar op m’n computer de lijst zien van steden die meedoen: zelfs middelgrote steden hier in de buurt staan er niet tussen, laat staan ons gehuchtje van niks. Wel 150 echt grote steden in Europa, Canada, Turkije en Azerbaïdjan, om maar wat te noemen. In totaal 36 landen, waar 20 miljoen mensen ineens gezellig bij de buren gaan buurten. Gesteund en gestimuleerd door het Europees Parlement. Ik heb het niet zo op van overheidswege opgelegde buurtknuffelfeestjes, dus dat doen we maar niet.
“Maar ik heb al een salade klaarstaan”, keek de buuf vertwijfeld, “zal ik toch maar niet gewoon naar het dorp?”
In gedachten zag ik haar staan met haar salade, onder de plataan voor het café, terwijl de kroegbaas de grille sloot en de laatste glazen spoelde.
“Weet je wat? Ga kijken. En als het niks is kom je gewoon weer hier. Doen we jouw salade, de tonijnspaghetti van de echtgenoot, en mijn toetje.”
Opgetogen toog ze op pad. En als een haas draaide ik onderstaande Corsicaans/Italiaanse (ook buren tenslotte, ik middel het recept) fiadone-muffins in elkaar. Voor straks, als er opnieuw op de deur wordt geklopt.

Ingrediënten:
500 gram brocciu (brousse, of jonge schapenkaas)
5 eieren
180 gram poedersuiker
4 eetlepels limoncello
1 citroen
boter

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 150 graden.
Boen de citroen schoon, rasp de schil er dunnetjes af (zonder het wit dus).
Breek de eieren in een ruime kom en klopt ze los met de mixer. Doe er de suiker, de citroenrasp en de limoncello bij, en meng alles door elkaar. Doe de brocciu erbij en prak die even los met een vork, meng alles met de mixer op de laagste stand door elkaar tot een egale massa.
Beboter net zoveel muffinvormpjes als nodig zijn om het deeg op te maken; een anti-aanbak muffinbakplaat met voorgevormde kuiltjes kan natuurlijk ook.
Zet de vorm(pjes) in het midden van de voorverwarmde oven en laat ze in zo’n 45 minuten gaar en goudbruin worden. Laat afkoelen en haal ze voorzichtig uit de vorm. Feest!

Pas de notre

do 28 mei 2015

Knipsel1
Nee, ik heb er godlof niks mee te maken, maar vermakelijk is het wel. Een heel eind verderop op de berg huizen Nederlanders (waar niet?) en die hebben ruzie. Met de Franse buurman. Ik kom langs hun toegangsweg als ik de berg afkachel naar de bewoonde wereld, ze wonen in dat deel van de municipalité waar het dorp zich nog net naar uitstrekt, de post gewoon bezorgd wordt en de wegkanten gemaaid worden als het de gemeente behaagt.
Op zeker moment hebben de Hollanders hun toegangspaadje opgewaardeerd tot oprijlaan in de ruimste zin van het woord. Daar was de Franse buurman niet blij mee, hij dacht nog zo ongeveer aan de rafelranden van het dorp te wonen. Daar waar de avond gewoon valt en de sterren van de nacht de verlichting overnemen als het duistert. Hij zat er dus allerminst op te wachten, een glamour-allée met helder stralende EDF-gevoede flambouwen waartussen bij wijze van spreken alleen nog de rode loper uitgerold hoefde te worden. En misschien ook wel wordt, als de regen van de afgelopen dagen de blingbling oprijlaan tot zo’n reguliere baggerbaan degradeert die we hier gewend zijn. Ook glittervolk op trippelhakjes dat luidkeels gezellig komt aanwaaien zakt gewoon weg in de modder.
Maar de buurman is dus boos. Bij de verkoop van het perceel aan die ‘Hollandais’ zat een recht van overpad inbegrepen, een ‘droit de passage’, wat inhoudt dat de buurman ook van die oprijlaan gebruik mag maken. Moet ook wel, anders komt ie niet meer met zijn trekker bij zijn landbouwschuur en zijn kluitje schapen een stukje verderop op de berg. En komt hij de berg ook niet meer af, met zijn reutelende tracteur. En zijn plukjes wol, die hij elders moet verweiden, want het graslandje waar ze wonen is nogal beperkt geworden door die landverkoop.
Dat er een riant pand verscheen op wat ooit ‘zône agricole’ was vond de buurboer niet zo’n probleem, als hij zijn gangetje maar kon gaan. Pad op, pad af. Dag in, dag uit. Tot die Nederlanders het wel gehad hadden met hem en zijn onthaastte Provençaalse routine: hún pad, niks overpad. Er kwam een bordje: ‘proprieté privée’ dat al snel verdwenen was. Er werd een rood/witte plastic ketting dwars over het weggetje gespannen. Die lag een dag later in gruzels in de berm. Er kwam een nieuwe ketting, van metaal dit keer. Die verdween geheel. Waarschijnlijk kon de buurboer zo’n mooie stevige ketting wel ergens goed voor gebruiken. Daarna kwamen er graafmachines en betonstorters en ineens stond er een heuse slagboom aan het ondereind van het glamourpad. Op afstand bedienbaar vanuit het herenhuis.
De boer heeft het een tijdje aangezien, hoe zijn schaapjes verkommerden en zijn landje verschrompelde. Hij ging naar de mairie. Om het recht waarin hij immers stond, af te dwingen. Dat viel slecht bij de burgemeester, die er alles aan doet om het toerisme, het tweede-huizenbezit en zijn eigen herverkiezing te bevorderen. Dan moet je niet gaan lopen dwarsliggen als keuterboertje van niks. Je had je land toch verkocht? Nou dan. Zo”n recht van overpad was ook maar een erfenis uit de antieke tijd.
Tot op het bot geschoffeerd stond de buurboer even later weer buiten, pet nog steeds verloren in de hand, afgezet vanwege het respect dat je hier als kleine knoeier nu eenmaal hebt voor het gezag. Maar hij werd boos. En gaandeweg de afdaling langs de smalle kronkelige dorpsstraatjes vanaf de mairie naar de kroeg, steeds bozer. Hij bestelde een café serré en een rouge -het was per slot pas ochtend dus nog te vroeg voor l‘heure de l’apéro en een serieuze pastis- en deelde zijn gram met de vaste clan werk- en tandenlozen van het dorp. Tuurlijk, tal van adviezen, tal van glaasjes en niks opgelost. Toen is er waarschijnlijk iets misgegaan met de buurboer. Wat ik er van weet, is dat er thans geen slagboom meer is die de toegang tot het hooggelegen boerenlandje verspert. En dat er geen Hollander is die er iets van durft te zeggen.
Als ik een andere buurman van een kilometertje verderop mag geloven kwamen er schoten hagel aan te pas, en de vervaarlijke herdershond van de buurboer. Maar die hoogbejaarde sloombo ken ik, dus ik twijfel aan het waarheidsgehalte van dat verslagje. Maar die slagboom is ontegenzeglijk weg. En er staat een ruim bemeten bord met ‘à vendre’ naast de oprijlaan.
“Pas de notre hein”, grijnst de ouwe hap in de kroeg. En neemt er nog eentje.

osso bucco 2
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vraag me niet waarom, maar met Pentecôte eet Frankrijk kalfsvlees. Nou ja, eigenlijk weet ik wel waarom, en de reden is een stuk prozaïscher dan de religieuze betekenis van Pinksteren (uitstorting van de Heilige Geest) zoals verankerd in de christelijke traditie. Heel Frankrijk eet kalfsvlees omdat de slager dat wil. Of liever gezegd La Confédération française de la boucherie. En dat heeft niks met religie of spijswetten te maken. En al helemaal niks met een eeuwenoude traditie, want deze dateert uit 1990, toen er tegen Pinksteren een enorm overschot aan kalfsvlees dreigde, de prijzen kelderden en de slagers toch iets moesten verzinnen om van hun voorraden af te komen. Voilà, een kersverse traditie zag het licht en is inmiddels zo ingeburgerd dat heel Frankrijk denkt dat het erbij hoort als een eitje bij Pasen.
Dus dit weekeinde doen we maar eens lekker nieuwbakken traditioneel. Op z’n Italiaans, want hier over de grens weten ze ook wel raad met een mals kalfslapje.

Ingrediënten:
4 dunne kalfsschenkels (bij elkaar circa 1 kilo)
1 middelgrote ui
1 grote wortel
1 selderijstengel
3 tenen knoflook
2 grote tomaten
1 miniblikje tomatenpuree
½ bouillontablet
1 laurierblad
½ theelepel tijm
½ theelepel salie
2 eetlepels fijngehakte peterselie
2 eetlepels citroenrasp
10 cl droge witte wijn
bloem
olijfolie
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen. Snij de tomaten in parten, haal de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Was (of schil) de wortel, snij ‘m in plakjes. Snij de selerijstengel in dunne schijfjes.
Bestrooi de kalfsschenkels aan beide kanten met bloem, schudt de overtollige bloem eraf.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime braadpan en bak op hoog vuur de kalfsschenkels snel aan beide kanten aan. Reken op zo’n 2 minuten per kant. Leg ze op een bord en zet weg.
Draai het vuur laag, doe nog een scheutje olijfolie in de pan en doe de ui, de wortel en de selderij erbij, knijp 2 van de knoflooktenen er boven uit. Laat alles zo’n vijf minuten sudderen met het deksel op de pan.
Doe de kalfsschenkels er weer bij, plus de witte wijn, en laat nog een minuut of tien sudderen. Doe er net zoveel water bij tot de kalfsschenkels bijna onder staan. Voeg de tomatenblokjes, de tomatenpuree, de tijm, de salie en het laurierblad toe en verkruimel de ½ bouillontablet erbij. Roer de boel een beetje om, doe het deksel op de pan en laat alles zo’n 2 uur zachtjes stoven tot het vlees botermals van de botten valt. Eventueel wat water toevoegen als er teveel vocht verdampt. Proef op smaak en voeg eventueel wat zout bij. Geef een paar flinke draaien aan de pepermolen.
Hak tegen het einde van de stooftijd de peterselie fijn, snij de laatste knoflookteen ragfijn en rasp 2 eetlepels citroenschil van een goed schoongeboende citroen. Meng dit door elkaar en strooi het over de (over de borden verdeelde) ossobuco.
Geef er pasta, rijst of gekookte aardappel bij. Dat laatste is minder traditioneel, maar wel heel lekker.

Tanken op het dorp

do 21 mei 2015

Car-mechanic
Er moest een lullig tankje benzine voor de debrousailleuse. Dat haal je op het dorp, bij de dorpspomp die sinds een jaartje bestaat uit een diesel- en een 95 sans plomb-betaalautomaat. Omdat Patrick, de garagist, de boel in zijn eentje moet runnen sinds zijn vrouw -die voorheen de kassa bediende- na de geboorte van hun eersteling besloten heeft full time moederkloek te moeten wezen. Eerst nog met zo’n knusse larvenbak achter haar kantoorstoel in het glazen hokje naast de werkplaats. Maar al snel vond zij dat ze het wurm de garagegeuren niet meer kon aandoen en sindsdien huist ze thuis. Dat afscheid van haar arbeidzame leven ging gepaard met nogal wat publiek verbaal geweld. Ik was er een keer getuige van, de garagist schrompelde bij elke uithaal verder ineen. Mijn vriend de kleine aannemer, die mede-getuige was, mompelde net iets te luid: “Truie” (zeug), en ik zag de garagist nog verder inklinken. Hij werkt zich te pletter, voor haar, voor zijn versgebakken gezinnetje, en het resultaat is dat hij zich tot aan zijn nekharen in de schulden heeft moeten steken voor zo’n automatische betaalpomp. Omdat ie dan kan doorsleutelen en niet voor elk minitankje debrousailleusebenzine onder een motorkap vandaan hoeft te klauteren. Zodat er nog wat te verdienen valt. Maar wat hij verdient gaat merendeels naar de bank, vanwege de lening die hij moest afsluiten om zo’n zelftankpomp te financieren. En die is -net als straks waarschijnlijk de hele garage- van de bank. We doen in het dorp met z’n allen ons best om dat te voorkomen. We tanken bij Patrick, we laten onze auto bij hem repareren als het niet te ingewikkeld is, en er geen gespecialiseerde dealer met hoogwaardige computergestuurde meet- en regelapparatuur voor de modernste technieken aan te pas hoeft te komen. Die heeft Patrick niet. Wel een hulpje, Marie. Een welgevuld ouwelijk meisje dat in morsigheid wedijvert met haar ooit als ‘bleu de travail’ begonnen werkkleding. Maar ze heeft talent voor het vak en de middenklassertjes van een jaar of tien, twintig, dertig jaar oud (de meeste hier) kun je rustig voor een ‘vidange’ of een simpele ingreep aan haar overlaten. Je moet haar alleen niet opzadelen met klanten, daar zijn haar sociale vaardigheden niet op afgestemd. En je moet haar al helemaal niet ergens halverwege de rug aantikken als ze boven haar hoofd onder de brug staat te sleutelen. Dan kan zo’n Engelse sleutel weleens heel onverwachts naar beneden suizen.
Aan de tegenovergelegen pomp waarbij ik m’n plastic tankje vulde, was een prachtige donkergroene Jaquar XJR gestopt, een klassieker met nog zo’n springend jachtluipaard op de neus. De bestuurder -onmiskenbaar een Nederlander- in veel te vroege korte broek en vakantiepolo, leek me óf een kersverse tweedehuisbezitter met teveel geld, óf een verdwaalde vakantieganger met dezelfde makke. Maar hij moest wel tanken. En die betaalautomaat die voor het dorp en mij geen geheimen meer heeft, is niet de makkelijkste. Je moet van alles intikken in het Frans, je moet de juiste brandstof kiezen, de juiste van de twee pompen aanwijzen, opgeven hoe je gaat betalen, of je wel of geen bonnetje wilt en nog zo het een en ander. Pas dan gaat het ding tot actie over en kun je met een gerust hart de slang loshaken en je tank vullen. Dat wilde de Nederlandse buitenlander niet echt lukken. En terwijl ik het dopje op m’n tankje schroefde zag ik hem vanuit een ooghoek de garage in lopen op zoek naar assistentie. Het zijn ruime deuren, die van de garage, je hebt goed zicht op het interieur. Ik zag de Jaguarman even aarzelen op de dorpel en toen naar de brug lopen waaronder Marie verwoed aan een Peugeootje 205 stond te sleutelen. Toen hij zijn hand naar haar uitstak wilde ik nog waarschuwen, heus wel. Maar het was al te laat. Met een voor haar volumineuze omvang katachtige draaisprong dook ze onder de brug vandaan en liet de Engelse sleutel rakelings langs de Hollandse bleekneus suizen. Het duurde even voordat beiden zich hadden hersteld, Marie weer onder haar Peugeootje dook en de tweedehuistoerist weer naar buiten wankelde om aarzelend aan een nieuwe poging tot betaalpompkraken te beginnen. Ik kon het niet langer aanzien hoe hij met z’n premium creditcard probeerde brandstof aan het apparaat te ontfutselen.
“Je had het natuurlijk ook gewoon aan mij kunnen vragen” zei ik nonchalant terwijl ik het debrousailleusetankje in m’n doorleefde 4×4 parkeerde.
Oké, ik moet toegeven dat ik er in m’n dagelijkse werkkloffie niet echt uitzie alsof ik net van de rode loper in Cannes kom, maar de blik waarmee deze ‘heer’ me van hoofd tot voeten opnam was ronduit vernederend. En voldoende.
In een poging zich te herstellen en te redden wat er te redden viel probeerde hij nog een charme-offensief. Maar ik was al ingestapt. “Fijne dag nog”, wuifde ik vanuit m’n open dak. Tot aan de bocht in de weg zag ik hem staan in mijn achteruitkijkspiegel, naast zijn peperdure blitsmobiel zonder benzine. Toch benieuwd of hij en Marie er nog uitgekomen zijn.

haricots
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik zit de laatste weken een beetje in de sperziebonen. Dat heeft alles te maken met het verrassend succesvolle dieet (klik hier) waaraan mijn mollige honden zich meer dan gretig hebben ‘onderworpen’. En ja, als zij smullen van malse groene bonen, waarom de rest van de huiselijke kring dan ook niet? Maar dan wel graag een beetje opgetut. En eigenlijk liever haricorts verts. Ook Napoléon, die dit jaar precies twee eeuwen geleden na zijn ballingschap op Elba voet aan wal zette in Vallauris (Alpes-Maritimes) om aan zijn opmars naar Parijs te beginnen, was trouwens dol op de slanke groene boontjes. Bij voorkeur met een flinke scheut olijfolie erover. Voila, de basis voor een malse haricotsalade. Zoals deze, die vast al eens in de een of andere vorm op m’n blog is langsgekomen. Maar je kunt er dan ook eindeloos mee variëren.

Ingrediënten:
400 gram verse (!) haricots verts (of sperziebonen)
80 gram amandelschaafsel
16 kerstomaatjes of 4 grote tomaten
1/3 groentenbouillontablet
sap van een halve citroen
1 afgestreken eetlepel suiker
2 tenen knoflook
witte wijn
notenolie of olijfolie
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Haal de bonen af, snij ze in drieën en kook ze beetgaar. Gooi ze in een vergiet en laat ze uitlekken. Laat de pan op z’n kop uitlekken.
Laat intussen in een grote droge koekenpan met anti-aanbaklaag, het amandelschaafsel op laag vuur goudbruin kleuren. Niet laten aanbranden, anders smaakt het bitter. Doe het schaafsel in een kommetje en zet weg.
Snij de kerstomaatjes in plakjes, of snij de grote tomaten in vieren, haal het binnenwerk eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Pers de citroen uit, pel de knoflooktenen.
Doe een scheut olie in de pan waarin de bonen zijn gekookt en laat warm worden (niet heet!). Knijp er de knoflooktenen boven uit en laat even op laag vuur sudderen. Giet er een scheut witte wijn bij, verkruimel de 1/3 bouillontablet er overheen en roer door elkaar. Doe er de suiker en het citroensap bij en roer om tot de suiker gesmolten is. Gooi de bonen erbij, plus het amandelschaafsel en geef een paar draaien aan de pepermolen. Roer alles nog eens om en laat doorwarmen. Draai het vuur uit en schep er vlak voor het opdienen voorzichtig de tomaat doorheen, zodat die nog net even warm wordt maar niet verprut. Serveer lauwwarm en geef er een glas mooie rosé bij. Jawel, kan best.

Sperziehonden

vr 15 mei 2015

11110233_10153282467657937_6189588798982146077_n
“Te dik.”
“Wat nou?”
“Ze zijn gewoon te dik.”
Met een geroutineerde kennersblik declasseerde Marcel mijn twee welgedane vuilnisbakken tot welgevulde vuilniszakken.
“Maar ze krijgen echt niet teveel te eten hoor. Eigenlijk staan ze gewoon permanent op dieet.”
Ik zag hem denken: “Maak dat de kat wijs.”
Marcel is -behalve een toffe gozert, een geweldige collega en veruit de beste vormgever die mijn tijdschrift Côte & Provence ooit heeft gehad- hondenfluisteraar. Hij heeft een zwart T-shirt met gele opdruk om dat laatste te bewijzen. Niet dat dat nodig is, honden geloven hem zo ook wel.
“Ze moeten aan de sperziebonen”, sprak hij beslist, “die ene van mij werd ook te mollig, is binnen een paar weken 1,3 kilo afgevallen.”
Ik keek naar zijn topfitte, prachtig slanke bordercollies en vroeg weifelend: En hoe zie je dat dan voor je?”
“Je geeft ze de helft van wat ze normaal aan brokken krijgen en vult dat aan met sperziebonen uit blik. Wel eerst goed afspoelen om het zout eruit te krijgen. Je zult zien, ze vallen er geheid van af. Zonder honger, die bonen zitten stampvol vezels en dat geeft ze een voldaan gevoel. En ze vinden het heerlijk!”
“Maar ze krijgen ook wel hondenblik, en vers vlees, en kluifjes, en van die gevulde rolletjeskoekjes….”
“En jij vind het gek dat ze te dik zijn?” schamperde hij.
“Eh…, jíj vindt ze te dik”, sputterde ik verontwaardigd tegen.
Maar ik moest toegeven dat hij gelijk had, het viervoetig gespuis wàs te dik. Gevolg van een moeilijke jeugd, zullen we maar zeggen. Als graatmagere afdankertjes in huis gehaald, bijgespijkerd en misschien wat te uitbundig verwend met extra lekkers. Dat was eigenlijk niet veranderd in de loop der jaren, realiseerde ik me. Marcel had gelijk. Er mocht wel wat af. Maar spérziebonen? Dat vrat toch geen hond?
“Probeer het nou maar”, zei Marcel bij het afscheid, “Ze vinden het echt heerlijk.”
Die avond keken de echtgenoot en ik toe terwijl twee dolenthousiaste honden de laatste restjes sperziebonen uit de bakken likten. We keken elkaar aan en zeiden bijna gelijktijdig hetzelfde: “Komt vast omdat ze nog steeds sterven van de honger.” De echtgenoot reikte al naar het keukenkastje waar de hondenkoekjes stonden.
“Nog een dagje volhouden?” opperde ik voorzichtig, “zonde om het nu al op te geven.”
Het werd een volgend dagje, en nog een, en tenslotte een hele week. De honden bléven smullen van de sperziebonen en taalden niet naar aanvullende snacks en ander voedsel. Nog steeds niet trouwens, want we gaan gewoon door tot ze weer op een prettig gewicht zijn. En ook daarna krijgen ze hier en daar een sperzieboontje, gewoon, omdat ze het zo lekker vinden. Inmiddels staat dit speciale dieet in de huiselijke kring bekend als het Mirakel van Marcel. Omdat het werkt.
“Wat eten we vanavond?” vroeg de bezwete echtgenoot deze middag toen hij na een paar uur zwaar zwoegen door hoge ondergroei de debroussailleuse naast de keukendeur parkeerde.
“Sperziebonen”, antwoordde ik gedachteloos, terwijl ik het boodschappenlijstje afstreepte tegen wat ik in het echt aan voorraad ingeslagen had, waaronder zes blikken sperziebonen.
Als door een wesp gestoken keerde hij zich om. “Wat??? Denk je dat ik niet genoeg afval van al dat gemaai en gesnoei? (Het gaat hier om een paar hectares.) Moet ik ook nog op hondendieet?”
“Nee nee nee!”, schrok ik op, “ik bedoel die salade van haricots verts, met verse tomatenblokjes, knoflook, notenolie, sinaasappelsaus en geroosterd amandelschaafsel waar je zo dol op bent.”
Met een zucht van opluchting zeeg hij neer aan de keukentafel. “Doe me dan maar een glaasje rosé”, grinnikte hij, “ik kan het hebben.”
Ben benieuwd of het Mirakel van Marcel ook opgaat voor een salade met haricots verts.

aardbei2
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Wat moet je met overheerlijke, volzoete, blozendrijpe aardbeien anders doen dan opeten? Gewoon zo, puur natuur? Zoals die drie hele kilo’s die ik vandaag mee terugsleepte uit Velleron? Want daar was het -en is het nog wel denk ik- de hele dag Fête de la fraise. Ik scoorde ongehoord mooie grote rooie, echte AOC Carpentras. Jawel, ook aardbeien hebben hier een eigen Appellation d’Origine Controlée. In Velleron had ik bij de beste pâtissier van het stadje, Guillaume Rouget, al een aardbeiensorbet geproefd die ik niet gauw meer zal vergeten en nooit zou kunnen overtreffen. Hij was namelijk bereid door een ‘meilleur ouvrier de France’, Jean-Christophe Vitte. Een absolute topper die terecht die eretitel kreeg als het gaat om desserts. En hoe dan ook een topgozert, zoals we in Rotterdam zeggen. Hij stond daar sorbets te maken om geld in te zamelen voor de bestrijding van mucoviscidose, een rotaandoening die in Nederland wel taaislijmziekte wordt genoemd. Het was dit jaar het goede doel waaraan Velleron zijn aardbeienfeest verbond. Dan neem je toch een kilootje extra mee…. Nu nog op zien te krijgen.
Voor vandaag houd ik het simpel: kroontjes eraf, in vieren, in schaaltjes doen en een heel klein scheutje van Madame Mahmoud’s onovertroffen ‘fleur d’oranger’ eroverheen.
Morgen echt aan de slag, al houd ik het toch graag wel zo simpel mogelijk om die verrukkelijke aardbeiensmaak in ere te houden. Dat recept staat hieronder.
En daarna, tja, dat zal wel aardbeienconfiture worden. Maar dan wel zo puurnatuur mogelijk. Aan mooie smaken moet je niet knoeien.

Ingrediënten:
500 gram aardbeien
6 velletjes feuilletée-deeg
40 cl (slag)room
3 eetlepels suiker
1 zakje vanillesuiker
poedersuiker

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden. Trek de blaadjes feuilletée-deeg voorzichtig van elkaar, snij ze in tweeën en leg ze (zonder papier) op een ingevette bakplaat. Laat ze in circa 15 minuten knapperig worden. Laat ze afkoelen.
Maak intussen de aardbeien schoon en halveer ze.
Klop de slagroom zo stijf mogelijk met de suiker en de vanillesuiker. Doe de massa in een spuitzak (of gebruik anders een vork of lepel) en verdeel een dikke laag slagroom over de eerste vier halfjes feuilletée-deeg. Druk er een laagje aardbeienhalfjes in (pas op dat de slagroom niet over de zijkant blubbert) en leg er een tweede halfje feuilelletée-deeg op. Herhaal de procedure, met een derde feuilletéeflapje als toplaag. Bestrooi rijkelijk met poedersuiker en versier met wat achtergehouden aardbeien. Bewaar tot het serveren in de koelkast.
Gaat prima samen met een glaasje zoete witte.