Home

Schermafbeelding 2015-10-30 om 17.05.01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Oké, het had een spinnenweb moeten worden (zie foto) maar dat is niet helemaal gelukt; de gesmolten chocola ging met me aan de haal. Eerlijk gezegd ben ik helemaal niet goed in het fraai optutten van allerhande gerechten en gebaksels. Als alles een beetje fatsoenlijk op het bord terecht komt hoor je mij niet klagen. De huiselijke kring ook niet trouwens. Maar de Britse buuf heeft gasten, familie met jong spul dat dit weekeinde voor het eerst een heuse Franse Halloween gaat meemaken. Of ze bij mij voor de deur ‘trick or treat’ mochten komen roepen en of ik ze dan na het zingen van een liedje met wat lekkers wilde belonen. Per slot is het een hele klim in het pikkedonker met alleen een paar lampions en een begeleidende zaklamp van de buuf. Zij zou wel voor de snoeperij zorgen.
Dát was m’n eer te na: “Neu, ik verzin zelf wel wat”, zei ik nonchalant. Alleen geen idee wat. Met kant-en-klaar snoepgoed kwam ik niet weg. Iets bakken dus. Maar de buuf is een prima kok en gespecialiseerd in het betere taartenwerk: ‘heel buurvrouw bakt’, zullen we maar zeggen.
Mijn taart moest daar dus in elk geval smaaktechnisch tegenop kunnen boksen. Da’s gelukt, vind ik zelf, en na een nachtje besterven is ie morgen beslist nog lekkerder. Alleen dat griezelig bedoelde Halloweenspinnenweb hè, dat als decoratie had moeten dienen. Ik denk dat ik maar zeg dat het een echte Franse spin was die ‘m maakte, na het apéro….
Schermafbeelding 2015-10-30 om 11.49.49En nu we het toch over griezelig hebben: de politie waarschuwt nog maar even dat je beter geen al de bedreigend feestpak kunt aantrekken als je de straat op gaat om Halloween te vieren. Militaire- en gangsteroutfits worden afgeraden, het zwaaien met een speelgoedpistooltje kan je op vijf jaar cel komen te staan, een grappig bedoeld belletje naar het alarmnummer levert twee jaar in het cachot op, plus een boete van € 30.000. De Police Nationale uit de Alpes-Maritimes zette zelfs een dreigtweet op Twitter.
Blij dat de buufkids tevreden zijn met hun clownskloffie en een stukje taart.

Ingrediënten:
1 rol kruimeldeeg uit het versvak
1 moot pompoen van zo’n 200 gram (gewicht zonder schil)
1 theelepeltje kaneel
1 sinaasappel
25 cl crème fraîche
2 eieren
100 gram fijne suiker
50 gram pure chocolade
klontje boter

Bereiding:
Pers de sinaasappel uit, snij de pompoen in blokjes.
Doe het sinaasappelsap samen met de pompoenblokjes en 50 gram van de suiker in een pan en voeg water toe tot de pompoen onder staat.
Breng aan de kook en laat alles op laag vuur pruttelen (af en toe omroeren) tot het vocht zo goed als verdampt is en de pompoen begint te karamelliseren.
Laat afkoelen en zet de mixer erin tot er een mooie gladde puree ontstaat.
Verhit de oven voor op 210 graden.
Rol de lap kruimeldeeg uit, vet een bakvorm in met de boter en bekleed ‘m met de deeglap. Snij de overstekende randen weg en prik de bodem in met een vork.
Klop de eieren met de crème fraîche, de rest van de suiker en de kaneel los in een kom. Doe er de pompoenpuree bij, meng alles goed door elkaar en giet de massa over in de met deeg beklede bakvorm.
Zet de vorm in het midden van de voorverwarmde oven en laat 20 – 25 minuten bakken.
Laat de vorm na het bakken iets afkoelen, haal de taart eruit en laat hem verder afkoelen op een rooster.
Smelt intussen de in stukjes gebroken chocolade (au-bain-marie of in de magnetron) en decoreer de bovenkant van de taart ermee met behulp van een lepel, een vork of een spuitzak. En als dat niet helemaal lukt: bel de buuf!

Een kat met stierenballen

wo 28 oktober 2015

Schermafbeelding 2015-10-28 om 11.54.56
Zoals het hoort in deze contreien doen we op zondagen met enige regelmaat een lunch buiten de deur. Geen toestanden, iets lokaals op het dorp. Of een dorp verderop. Doorgaans heb je in het naseizoen ruim de keuze. Maar nu was het herfstvakantie, en druk. Bij de meeste eethuizen wordt dat opgelost door de tafeltjes net iets dichter bij elkaar te schuiven zodat er een reservetafeltje of wat toegevoegd kan worden. Geen punt, men is goedgemutst en graag bereid een stukje in te schikken. Zo ook in het pijpenlaatje bij ons op het dorp waar we voor de zekerheid toch maar gereserveerd hadden. We kwamen tamelijk intiem naast een onmiskenbaar Hollands echtpaar op leeftijd terecht. Zij ging schuil achter veel modieus brilgeweld dat niet echt paste bij het grijze knotje en het vaalroze twinsetje, hij had zich een golvende haardos, veelkleurig streepshirt en rode golfbroek aangemeten. De conversatie was woordelijk te volgen, of je nu wilde of niet. Ik wilde niet, hoewel ik beroepsmatig toch tamelijk nieuwsgierig ben. Ik wilde gewoon een onbekommerd vorkje prikken, geen zure ziekenhuisverhalen, hypotheekperikelen en roddels over buren van wie ik zo te horen blij mocht zijn dat ik ze niet kende. Mevrouw was de vertellende partij, meneer de innemer en dan heb ik het niet uitsluitend over de woordenbrij die hem vanaf de overkant van het tafeltje toestroomde. Zijn onbestemde antwoorden mompelde hij bij voorkeur met zijn neus in het glas gedoken. Nog voor het voorgerecht op tafel stond was hij zo goed als lam. Ik kon hem geen ongelijk geven.
Intussen klapperde de buitendeur vrolijk open en dicht vanwege vers aankomende gasten, een enkele vroege vertrekker en rokers die buiten ‘even een dampertje gingen doen’. Bij één zo’n deurzwaai stapte Mario naar binnen, statig in al zijn corpulente glorie, onverstoorbaar onder al het drukke gedoe en onmiskenbaar niet voor de eerste keer hier; kat aan huis zo te zien. Waardig schreed hij de tafeltjes langs, schatte het eetvolk in op z’n merites, en hield halt naast de stoel van de naburige babbelbox, die net even stil viel om een stukje foie gras in haar mond te stoppen. Je zag het Mario denken: ‘dit gaat ‘m worden’. Waarop de forse wit met zwart gevlekte kater vastberaden zijn dikke staart in de lucht stak en steels langs haar benen streek om de aandacht op zich te vestigen. Even bleef ze als versteend zitten. Toen viel haar vork kletterend op het bord, waarbij het stukje foie gras in een sierlijke bocht naar de grond zeilde, onderweg behendig opgevangen door Mario. Yep, goed gegokt, hier bleef hij zitten.
Dat was overduidelijk niet de bedoeling, mevrouw gruwde van hoofd tot voeten en weer terug, en dwong haar man de ober te dwingen de kat buiten te zetten. Die plukte de kat goedmoedig van de grond en zette hem na een laatste kriebel tussen de oren om het hoekje van de deur.
Bij de volgende deurzwiep was Mario weer binnen, liep linea recta terug naar waar zijn lekkere hapjes wachtten, en posteerde zich ditmaal ónder het tafeltje. Op bevel van zijn wederhelft begon de man nu wat richtingloos naar de kat te schoffelen. Schoppen kon je het niet noemen, daarvoor waren de bewegingen al iets te ongecoördineerd geworden. Mario bleef stoïcijns zitten. Tot hij opnieuw door het personeel werd verwijderd omdat madame bijna krijsend haar ongenoegen bekendmaakte. Mario was even snel weer binnen als hij buiten was gezet. Maar hij pakte het dit keer handiger aan en bleef wat op afstand.
De echtgenoot en ik bespraken intussen de op een groot schoolbord gekalkte menukaart. Er stond een intrigerend stoofpotje op met iets van stierenvlees, maar wat er nou precies inzat was niet goed leesbaar.
“Ik weet het!” zei de echtgenoot, vanuit zijn ooghoeken naar het belendende tafeltje glurend, “stierenballen.”
Ik begreep de schopstoot onder de tafel en riep meteen enthousiast: “Doe ik, lijkt me heerlijk!”
Naast ons werd het bestek op het bord gelegd. Háár bord, hij had het al na het voorgerecht opgegeven en de maaltijd in een ‘repas liquide’ omgezet. Ze keek ontzet opzij, ik keek zogenaamd niet terug. De echtgenoot keek toevallig de verkeerde kant op en lokte Mario intussen met een in het vissausje van de amuse gesopt stukje stokbrood naar ons tafeltje.
Het offensief was dodelijk effectief. “ We gaan nú weg”, siste ze naar haar inmiddels tegen de slaap knipogende wederhelft. “Hier komen we nóóit meer!”
Bij het afrekenen beet ze de ober in het Nederlands toe dat hij ‘zijn rotkat beter moest opsluiten’ en dat ‘stierenballen smerig slachtafval waren’.
“Madame”, bleef de ober – die haar prima had verstaan – beleefd, “dat is de kat van de buren.”
En tegen ons, nadat madame met opgestoken veren was vertrokken, de wederhelft waggelend achter zich aan, “maar wat bedoelde ze nou toch met stierenballen? Die staan helemaal niet op de kaart.”
Zelden zo onschuldig gekeken terwijl ik alvast een tweede fles wijn bestelde.

Schermafbeelding 2015-10-23 om 18.18.17

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Tot mijn grote spijt hanteert de marché paysan een zomeropeningsschema en een wintertijdenvariant. En dit weekeinde wordt het dus wintertijd, wat betekent dat de tent een belangrijk deel van de winterweken gesloten is en dat je moet uitwijken naar de supermarché. Dat vind ik erg, ik ben meer krekel dan mier zullen we maar zeggen. Dus heb ik grote moeite met het omschakelen van het uitbundige seizoen naar de slaapstand van de ‘hivernage’. Nog geruime tijd na het terugzetten van de klok verkeer ik in de ontkenningsfase: het horloge blijft op zomertijd, ook al zegt de Mac elke dag recht in m’n gezicht dat ik er toch echt een uurtje naast zit. Zal best. Maar vandaag was het opnieuw prachtig nazomerweer en konden we gewoon buiten in de tuin lunchen. Intussen is het wel waar dat het aanbod aan groenten en fruit zich aan de seizoenverandering houdt: het zomerspul gaat eruit, de wintervarianten nemen de schappen over. Meer pompoen dan watermeloen, meer kool dan komkommer. Ik keek dus eigenlijk pas in tweede instantie op toen ik spruitjes zag liggen. Spruitjes? Choux Bruxelles? Hier in de Provence? Ah, ze kwamen uit ‘les Pays Bas’. Ik kon ze evengoed niet weerstaan en nam een zakje mee. Ze waren mooi, stevig, ‘vers’, voor zover aanvoergroentes vers kunnen zijn. Maar ze roken naar niks. En de proefkookexemplaren smaakten eigenlijk ook naar niks. Optutten dan maar. Met deze verzuiderlijkte spruitjes als resultaat. Niet verkeerd. En een volgende keer probeer ik het met groene kool van om de hoek, of.…. Nou ja, ik zie wel. Ook deze winter komen we wel weer door.

Ingrediënten:
900 gram spruiten
1 ons baconplakjes
100 gram bleu d’Auvergne
1 grote ui
3 tenen knoflook
30 gram geschaafde amandelen
zwarte peper uit de molen
olijfolie

Bereiding:
Snij de kontjes van de spruiten, haal de lelijke buitenblaadjes eraf en halveer ze.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen en snij ze fijn.
Snij de baconplakjes in reepjes.
Snij de bleu d’Auvergne in blokjes.
Breng een ruime pan met water aan de kook, doe de spruiten erin en laat 5 minuten koken, of zolang tot de beetgaar zijn; we willen geen paptroep. Laat ze uitlekken in een vergiet.
Gooi het amandelschaafsel in een grote droge koekenpan en laat dat op laag vuur onder af en toe omscheppen goudbruin kleuren, niet zwart laten worden want dat smaakt bitter. Zet apart.
Laat een scheutje olijfolie in dezelfde ruime koekenpan (of een wok) heet worden en bak de bacon er kort in uit. Vis de bacon uit de pan en doe de ui ervoor in de plaats. Laat die aanfruiten op laag vuur, voeg de knoflook toe en laat die even meebakken.
Doe de spruiten erbij en laat alles doorwarmen, af en toe omscheppen.
Doe de bacon erbij, geef een paar draaien aan de pepermolen en schep alles nog een keertje door elkaar.
Verdeel over de borden, verdeel de bleu d’Auvergne-blokjes daar overheen en bestrooi met amandelschaafsel.

Verzuiderlijkt

do 22 oktober 2015

manchots_adelie1

“We hebben vanmorgen nog even gezwommen.” Ze zei het zonder blikken of blozen, mijn vers uit Nederland overgekomen vriendin. Haar amant knikte bevestigend, “mooie ochtend, het water was nog 14 graden.”
Bij mij liepen de rillingen van afgrijzen over de rug. Zwemmen! 14 graden!
“Moeten jullie dood?”
Ze keken me niet begrijpend aan van over hun lunchbordje ‘croustillant de crevettes grises’ (garnalenkroketjes in goed Nederlands). We zaten op het terras van een favoriet eethuis een dorp verderop. Zij in een luchtig zomerjurkje en ballerina’s onderaan de blote benen, hij in poloshirt met korte mouwen, de echtgenoot en ik in schipperstrui en spijkerbroek; we vonden dat het nog net kon, buiten lunchen, zij vonden het héérlijk weer. De zon scheen, absoluut. Maar er stond een vilein windje en uit ervaring weet ik dat je dat in dit jaargetijde niet moet onderschatten als je gevrijwaard wilt blijven van verstijfde spieren en onverhoedse griepverschijnselen. Als ‘sudiste’ dan hè.
Kijk, het zal wel waar wezen wat ze zeggen, dat je op een klimaat raakt ingesteld. In elk geval verbaas ik me al jaren niet meer over het Provençaalse gebruik om – zodra de thermometer beneden de +10 komt – het hele scala aan ski-jacks, wollen sjaals, dikke wanten en moonboots uit de kast te halen. Oók als de zon stralend aan de hemel staat. Groot gelijk hebben ze. En ik zal het, net als zij, niet meer in m’n hoofd halen om me tijdens warmere winterdagen in korte broek en hemdsmouwen in het openbaar te vertonen. Ook al omdat je dan meteen als toerist door de mand valt. “Tas vú Renée? Shórts ! Ils sont fou, ces Bataves!”
Gasten die met graagte de wintermaanden bij ons doorbrengen (een uurtje in de auto en je kunt fantastisch skiën, een uurtje de andere kant op en je zont op een terrasje aan zee) leg ik ook altijd omstandig uit dat de mensen hier het echt koud hebben. Dat ze oprecht bezorgd menen dat die in korte broek gestoken melkflessen hun leven op het spel zetten. Als je dan – zoals een stoere kennis onlangs deed – ook nog eens voor de deur van het lokale café een stoel buiten zet, een glas melk bestelt en erbij vertelt dat dat de nationale drank van Nederland is wordt er al bijna een ambulance gebeld.
De eerste keer dat ik, zo’n kwarteeuw geleden, bedacht dat ik best een winterse zonvakantie in m’n nieuwverworven hutje in het zuiden kon doorbrengen ging ik er net zo onbevangen tegenaan als al die andere noorderlingen. In een snijdende zuidwester werd de auto volgestouwd met overtollige huisraad die dáár wel van pas zou komen. Plus een klein koffertje vakantiekleding. T-shirts, een korte broek. De subtropen, nietwaar? Had de makelaar niet gezegd dat ze er met de kerst doodgewoon buiten lunchten?
“Frisjes”, hield ik mezelf voor toen ik na 1400 kilometer eindelijk in het holst van de ochtend mijn sleutel in het slot kon steken. Het huisje was donker, klam en koud, de hoofdschakelaar hield zich verstopt in een klemmend kasje dat zich pas na veel duwen en trekken liet openslopen. Toen was er licht, van een pover peertje aan het plafond in de woonkamer. Ik ging op zoek naar het elektrische kacheltje dat de vorige eigenaar had achtergelaten. Dat deed het precies tien seconden; toen sloegen de stoppen door. Dan eerst maar een paar uur bijslapen in het klamme bed, dat we vonden bij het vlammetje van m’n onafscheidelijke Zippo. Maar met de ochtendzon kwam de warmte. En in T-shirt en korte broek deed ik de boodschappen voor de lunch, daarbij meewarig bekeken door de adequaat winterbestendig ingepakte lokale bevolking.
Bij de ‘quincaillerie’ vond ik na veel zoeken verweerde kartonnen doosjes met stoppen, fusibles. Ik had de keus uit zes stuks, allemaal verschillend van grootte en ampère. Voor de zekerheid kocht is van elke soort een doosje. Ik heb ze geprobeerd en niet één paste. Ze verdronken als het ware in veel te grote gaten, of ze bleken er met geen mogelijkheid in te proppen. En in een wanhopige poging om met grof geweld het laatste zekeringetje op het verkeerde hokje te heroveren, ontwrichtte ik het hele ‘tableau électrique’. Die avond werd het alleen in de woonkamer een beetje warm dankzij de kuchende, nog niet geveegde open haard. Het werd de koudste zonvakantie die ik ooit heb meegemaakt. Pas na een paar dagen wist iemand in de dorpskroeg me te vertellen dat ik gewoon een hoger vast tarief moest aanvragen bij de EDF (de stroomleverancier). Zomerwoninkjes zoals het mijne, worden in de winter zelden bezocht en verbruiken mondjesmaat stroom; ze krijgen dus van de EDF een aantrekkelijk klein vast tariefje. Wie meer wil, moet dat vastrecht verhogen en krijgt meer stroom. Je moet het maar weten.
Intussen heb ik veel bijgeleerd. En af. Daar denk je niet over na, dat gaat vanzelf. Je realiseert je pas echt weer dat je verzuiderlijkt bent als iemand je vertelt dat ie met 14 graden gezwommen heeft.
Mwah, daar kan ik eigenlijk best mee leven.

Schermafbeelding 2015-10-16 om 17.34.07

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vandaag kreeg ik het verwijt naar m’n hoofd geslingerd dat ik een luie kok ben. Nee, niet de echtgenoot, iemand die op m’n blog reageerde. Dat leidde tot enige zelfreflectie.
Ik heb de puntjes van overweging dus maar even op een rijtje gezet.
1. Ik kook graag.
2. Ik heb een pesthekel aan overgecompliceerde knutselrecepten.
3. Ik heb geen zeeën van tijd.
4. Ik probeer creatief te schipperen tussen een smakelijke hap op tafel en werkdeadlines.
5. Ik denk dat ik de enige niet ben.
Intussen staat er een overheerlijke flan in de oven te pruttelen terwijl ik dit stukkie tik. En wordt er aan het aanpalende bureau gevraagd ‘wat de pot eigenlijk schaft?’
“Mwah, snel gemaksdingetje, geen tijd om er serieus werk van te maken.”
Ook creatief, zullen we maar zeggen.

Ingrediënten:
2 blikjes tonijn op olijfolie (320 gram)
1 blikje gepelde tomaten (400 gram)
2 uien
3 tenen knoflook
5 eieren
1 theelepel gedroogde tijm
1 theelepel gedroogde dragon
1 verse tomaat
olijfolie
peper en zout

Bereiding:
Pel en snipper de uien, pel de knoflooktenen.
Giet de gepelde tomaten af en snij ze in stukjes, haal de harde kernen eruit.
Doe de tonijn in een vergiet en laat goed uitlekken.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime koekenpan en laat de uien op laag vuur glazig worden.
Voeg de gepelde tomaten toe, knijp de knoflooktenen er boven uit, doe de tijm erbij en laat alles een minuutje of 10 op laag vuur pruttelen. Prak de tonijn uit elkaar en doe die erbij, roer om en laat nog 5 minuten pruttelen. Proef, en voeg peper en zout naar smaak toe. Draai het vuur uit en laat de prut wat afkoelen.
Verwarm intussen de oven voor op 240 graden.
Klop de eieren los in een kom. Doe de prut erbij en roer alles even door elkaar.
Vet een bakvorm in met wat olijfolie en giet het mengsel erin.
Zet de bakvorm in het midden van de voorverwarmde oven en laat de boel een half uurtje garen.
Snij de verse tomaat in dunne plakjes. Leg die na dat halve uurtje bovenop de prut in de bakvorm, strooi er de dragon overheen (snel doen, anders koelt de oven teveel af) en laat alles nog een kwartiertje afbakken. Haal de flan uit de oven en laat die een beetje afkoelen alvorens er punten van te snijden.
Lekker met wat stokbrood, een salade, gebakken aardappeltjes en een lichtvoetig glaasje rood.

“Désolé madame”

do 15 oktober 2015

telephone

Bijna! Nog heel eventjes volhouden en dan is het echt voorbij. Dan kan ik weer slapen, dan gaan de dagen niet langer verloren aan oeverloos belcomputerindewachthangen, kan ik mijn eigen tijd weer indelen en ben ik eindelijk uit de wurggreep van de Franse bureaucratie ontsnapt. Nou ja, tot het volgende akkefietje dan. Want waar heel Europa snel en efficiënt zijn zaakjes per internet regelt, trapt Frankrijk nog steeds heel efficiënt op de rem.
Bon. Er moest een auto verkocht. Ik zette ‘m in de krant en op leboncoin, de Franse marktplaats. Leek me zo gepiept. Dat klopte wat betreft leboncoin, maar dat is dan ook onderdeel van een groot internationaal netwerk van Noorse origine: Schibsted Media Group. Ik logde in bij leboncoin, rammelde de info uit het toetsenbord, loadde een fotootje up en tikte op ‘valider’. Klaar. Gratis.
Op de site van de krant zocht ik even later tevergeefs naar een emailadres waar ik ‘une petite annonce’ kon opgeven. Dat was er niet, wel een telefoonnummer. Voor de bijbehorende belbare dame lepelde ik vervolgens telefonisch alle adverentiegegevens op, die ze braaf intikte in haar computer. Tot die uitviel. Of ik alles wilde herhalen, ze noteerde verder wel met de hand. En waar de rekening naartoe mocht, wel graag een fysiek adres, ik kreeg de factuur t.z.t. per post toegestuurd. Zucht.
Reactie op de krantenadvertentie: 1. Zonder vervolg.
Reacties op leboncoin: tientallen, en met succes. De voiture is inmiddels verkocht. Al ging dat dan weer niet van een leien dakje, met dank aan de Franse bureaucratie.
Kijk, als je een auto verkoopt wil je wel graag zeker weten dat je het afgesproken bedrag ook inderdaad in handen krijgt. Of liever gezegd op je rekening gestort; niemand loopt nou eenmaal graag met een buikig bundeltje bankbiljetten op zak. Leek de koper geen probleem, hij schreef gewoon een cheque uit, nog steeds zo ongeveer het meest gangbare betaalmiddel voor grotere bedragen in Frankrijk.
Leek mij wèl een probleem, het aantal ongedekte cheques dat hier in dit land jaarlijks wordt uitgeschreven is niet te tellen. Het systeem is antiek en volledig achterhaald, maar lijkt onuitroeibaar. Terwijl intussen overal in winkels en restaurants briefjes naast de kassa hangen waarop de ‘aimabele clientèle’ vriendelijk wordt verzocht op andere wijze te betalen.
“Cheque de banque”, opperde de aankomende koper, een door de bank gegarandeerde cheque, wat inhoudt dat zijn bank het bedrag meteen van zijn rekening afratst en in de bankkluis bewaart. Deponeer ik die cheque vervolgens bij mijn bank, dan maken ze het geld – absoluut, gegarandeerd – naar mijn rekening over.
Goed plan, maar dan moet je wel kunnen verifiëren of je ook echt met zo’n ‘cheque de banque’ te maken hebt. Volgens l’Argus, zeg maar de Franse Bovag, wordt ook hier mee gefraudeerd en vervalst dat het een lieve lust is.
Ik belde met zo’n handig ingekort servicenummer, worstelde me door het veelkeuzenmenu heen en verviel in de eerste lethargische wachtperiode. Die werd afgebroken toen de bankcomputer het op zeker moment en zonder opgaaf van redenen wel welletjes vond. Na veel terugbellen en heel veel huilmuzak werd ik uiteindelijk doorverbonden met het desbetreffende bankfiliaal.
“Désolé madame, we geven per telefoon geen informatie over onze cliënten.”
“Kan ik u die cheque dan mailen, zodat u hem kunt verifiëren?”
“Non madame, zo werkt dat niet. Belt u maar naar uw eigen bank.”
Ik belde m’n eigen bank. Nou ja, via opnieuw een tergend traag computerkeuzeprogramma kwam ik uiteindelijk bij een filiaal in het naburige dorp terecht. “Of ik….?”
“Ah, mais non! U moet bij de bank van de chequehouder zijn!”
“Maar die geeft geen informatie per telefoon.”
“Tja, dan moet u er maar heen.”
“Naar de Vaucluse???”
“Désolé madame.”
Het kwam goed uiteindelijk. In de grote stad was een bankfiliaal bereid mij en de koper te ontvangen. De cheque zou ter plekke op zijn merites worden beoordeeld, de koper eveneens, daarvoor hij moest wel z’n hele doopceel meebrengen, er ging gebeld worden met het bewuste bankfiliaal, maar aan het eind van de procedure zou het bedrag worden overgeboekt. Het werd een lange procedure; het filiaal dat de gegarandeerde bankcheque had uitgeschreven hanteerde krappe openingstijden, de balie was dicht om 16.00 uur. Het was 15.56 uur. Behulpzaam schoof de koper een papiertje met het interne telefoonnummer van de bankmedewerker die de cheque had geregeld naar de baliedame van mijn bank. “Désolé monsieur, maar voor het zelfde geld krijg ik dan een handlanger van u aan de lijn.” Schielijk trok hij zijn papiertje terug.
Na een riante telefonische omweg via hoofd- en bijkantoren kwam er dan uiteindelijk toch de geruststellende mededeling: “Tout est bon.”
“Dus het bedrag staat nu op mijn rekening?” De koper en ik keken elkaar opgelucht aan.
“Désolé madame, dat duurt nog wel een dag of zo.”
Ik heb de koper verder op zijn fraaie bruine ogen geloofd en hem de papieren en de autosleutels overhandigd.
Voor de deur van de bank belde hij zijn verzekeringsmaatschappij, hij wilde niet onverzekerd naar huis rijden. “Mais quesque il vous faut encore?’ hoorde ik hem na een minuutje of tien in de wacht te hebben gehangen tegen een verzekeringsbeambte foeteren. Waarna ik hem het hele kenteken inclusief chassisnummer, geheime codes, data en specificaties hoorde opsommen. Even een mailtje met de gegevens opsturen via zijn mobieltje behoorde niet tot de mogelijkheden.
Nu moest die auto nog uit mijn verzekering gevist worden. Ik stuurde na thuiskomst een mailtje naar de verzekeringsmaatschappij, mèt alle gegevens, een kopie van het ongeldig gemaakte kenteken, de groene kaart en de ‘cession de véhicule’ (de verklaring van afstand/verkoop van de auto). Geen reactie.
Bellen dan maar weer. Mijn verzekeringsmaatschappij heeft een uiterst hinderlijk muzakje voor wachthangenden, de irritatiefactor groeide gaandeweg tot ongekende hoogten.
Ha! Een echte mensch aan de telefoon! Of mijn mailtje was aangekomen en of het zo in orde was?
“Désolé madame, maar we nemen alleen wijzigingen in behandeling die per aangetekende brief zijn toegestuurd. Het adres vindt u op uw groene kaart. Goedemiddag.”
Morgen sta ik in de rij bij het postkantoortje op het dorp. Gelukkig draaien ze daar geen wachtmuzak.

pates-thon-citron-410
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het is weer eens zo ver: haast, werk, loodgieter over de vloer, straks bezoek, geen tijd om serieus een maaltijd in elkaar te draaien, en nog een paar smoezen die het gebrek aan kookzin moeten verdoezelen.
“Uit eten”, opperde de echtgenoot.
“Kan niet, de Britse buren komen borrelen.”
“Pizza laten bezorgen?”, klonk het al minder overtuigend.
“Die hut is vandaag gesloten”, miezerde ik.
“Bon, dan kook ik wel”, besloot hij grootmoedig. Om er meteen aan toe te voegen: “Maar jij doet de borrelhapjes en jij houdt de conversatie op peil.”
“Als het dan maar flink beneden m’n niveau mag zijn”, kon ik niet nalaten te grappen.
Ik kreeg nog net geen koekenpan naar m’n kop. Maar ik kon me intussen wel verheugen op een lekkere tonijnpasta. En als de Britten blijven hangen mogen ze straks gewoon een vorkje meerollen.

Ingrediënten:
1 kleine ui
2 tenen knoflook
2 ansjovisfilets (op zout/olie)
1 blik tonijn op olijfolie (160 gram)
1 blik gepelde pomodori (400 gram)
½ bosje peterselie
handje zwarte olijven (ontpit)
400 gram pasta naar keuze
cayennepeper, of sambal
droge witte wijn
olijfolie

Bereiding:
Pel de ui en snipper hem fijn, pel de knoflook, hak de ansjovis in stukjes. Open het blik tonijn en giet een scheut van de olie in een koekenpan; niet alles, dan wordt het te vet. Verhit de olie en fruit de ui erin aan.
Pers de knoflook er boven uit, doe de ansjovis erbij en laat op laag vuur een paar minuten smelten.
Laat de pomodori uitlekken in een vergiet, snij ze in stukjes en doe ze bij het prutje in de koekenpan. Laat warm worden en inkoken tot het meeste vocht verdampt is.
Hak de peterselie fijn, snij de olijven in plakjes, en voeg ze toe aan het mengsel.
Giet de rest van de tonijnolie af en voeg de tonijn toe, prak los met een vork en meng door de overige de ingrediënten. Voeg een stevige scheut witte wijn toe en laat zo’n tien minuten pruttelen. Doe er flink wat cayennepeper of een stevige lik sambal bij, roer alles goed door elkaar en proef op smaak.
Kook intussen de pasta beetgaar in ruim kokend water, laat even uitlekken in een vergiet (niet afspoelen met koud water!) en doe terug in de pan, met toevoeging van een scheut verse olijfolie. Roer even om.
Verdeel de pasta over de borden en verdeel er de tonijnsaus over. Er kan een mooi glas wit of rosé en een salade bij, of fruit toe. Wees gul met complimenten, en zeur vooral niet over de puinhoop in de keuken! Gewoon stilletjes opruimen na afloop van de maaltijd en wie weet, doet ie het nog een keer.