Huiselijke herrie

do 16 juli 2020

Door Renée Vonk-Hagtingius

Het was al geen beste, die dag. Zit je rustig op je thuiskantoor te werken, word je ineens opgeschrikt door een donderend geraas ergens vanuit de catacomben van het huis. Niet logisch, de honden lagen naast m’n bureau, de kat op de stoel er tegenover. Dan ga je toch even kijken wat er aan de hand is. Niks, zo te zien. Keurige woonkamer, slaapkamers op orde, keuken ogenschijnlijk zonder schade. De echtgenoot keek in de koelkast, maar dat doet ie anders ook wel, en ik keek in keukenkasten vanwege ‘je weet maar nooit’. En jawel, in een van die kasten was een complete plank met hondenvoer en –bakken naar beneden gedonderd. Bijzonder, want omdat die plank altijd al een beetje wankel was, ligt er tegen de achterwand een stevige kei als contragewicht. Ter verduidelijking, we wonen in een oud huis met atypische hoogbejaarde keukenkasten, dus dan neem je afwijkende maatregelen. Bleef de vraag, waaróm? Tot ik keuteltjes zag, veel keuteltjes. De loirs waren wakker geworden. Feestbeesten die in staat zijn een heel huis te slopen, je auto en je nachtrust erbij. Ze zien er schattig uit, die loirs (ook wel zevenslapers genoemd, omdat ze zo’n 7 maanden per jaar pitten), maar het zijn ware terroristen en blijkbaar waren ze weer uit hun winterslaap ontwaakt. Beetje laat, zo half juli, maar dat zal met het warme weer te maken hebben dat ook maar traag op gang kwam. In elk geval maken die beestjes een ongehoorde pokkenherrie als ze eenmaal wakker zijn. Lees maar wat ik er eerder over schreef: klik hier.
En nu we het toch over pokkenherrie hebben, midden in de nacht werden we ruw uit de slaap gerukt door een stampend ‘boem boem boem’ met schelle fluitmuziek er doorheen. De echtgenoot stootte me aan, iets dat je eigenlijk beter niet kunt doen als ik stevig onder zeil ben: “ben ik nou gek, of doet ze het weer?!”, fluisterde hij.
“Mwafff”, blafte ik slaapdronken terug, om me even later te realiseren dat er wel degelijk van geluidsoverlast sprake was. Waar kwam die herrie vandáán hier in het holst van ‘quatre fois rien’? De meest voor de hand liggende verdachte was de buurvrouw van een eind verderop. Die had een tijdje terug een dwarsfluit en een nieuwe hobby aangeschaft; beetje esoterisch zweeffluiten. Ze beheerst zelfs de basistechniek niet, kan geen noot lezen, maar blijkbaar is het genoeg als er maar voldoende ongearticuleerde klanken uit het apparaat komen. Je kunt precies volgen hoe ze zich naar een extase werkt, het geluid draagt hier ver, zeker ’s nachts.
Ik had de kalashnikov al zo’n beetje klaargezet, toen het tot me doordrong dat deze klanken toch iets professioneler klonken. En van een andere kant kwamen.
Even later stonden we in blote badjas buiten met een zaklamp de vallei in te schijnen. Niks te zien natuurlijk, maar het was wel duidelijk: ergens een heel eind verderop, in de buurt van het buurdorp waarschijnlijk, werd een alternatief 14 Juillet-feestje gevierd, alle officiële feestelijkheden waren afgelast. En zoals gezegd, geluid klinkt hier ver ’s nachts. Van slapen zou wel niet veel meer komen. We namen ons verlies, plus een glaasje op het terras. Tegen het ochtendgloren lukte het toch nog om een paar uurtjes te pitten. Deze feestbeesten waren uitgefeest.
En dan hadden we van de week ook nog de everzwijnen op bezoek. Nou ja wij… een stukkie verderop ligt de toch al veelgeplaagde moestuin van de fluitende buuf. Ze wil zo graag, maar ook moestuinieren is haar helaas niet gegeven, geen groene vingers. Elk voorjaar opnieuw plant ze zaadjes, begiet ze plantjes en is het resultaat een zielig hoopje verdorde dan wel verlepte sprietjes en vruchtjes die liever doodvallen dan tot volle wasdom te komen. Maar dit jaar leek er zowaar een buurvrouw-resistente courgetteplant te overleven, er lagen al een paar fraaie gele bloemen de belofte van sappig groene vruchten te voorspellen. Tot we op een ochtend vanaf het pad zagen dat de hele moestuin was omgespit: everzwijnen.
“Dat hoorden we dus gisterenavond vanaf het terras,” verklaarde ik het geknor en gewroet tegenover de echtgenoot.
“Ik zou ze er niet voor afschieten”, gaf de echtgenoot terug met een grijns, die fluit zit hem nogal dwars.
Er wordt inderdaad weer volop gejaagd, vanwege de schade die het wild aan de landbouw zou toebrengen. Maar de sangliers zijn slim, ze weten dat ze op ons terrein redelijk veilig zijn, komen hier schuilen en zwemmen en drenken bij de rivier, mét hun marcassins (kleintjes). Boeren en jagers ongetwijfeld boos, maar je zou het eens moeten zien, dan knor je wel anders.

4 reacties op “Huiselijke herrie”

  1. Ik heb weer genoten van de verhalen. Ik hoop zo dat we in september naar frankrijk kunnen gaan om daar zonder mondkapjes te genieten van het franse leven.

  2. Wat een heerlijk verhaal heb je weer geschreven.
    In gedachten zie ik de zwijntjes met jongen.
    Wat een heerlijke woonplek!
    Ik heb zoveel mooie herinneringen aan de Provence,
    daarom is het zo fijn jouw geweldige sappige verhalen te lezen.
    Hopelijk kunnen we er nog lang van genieten.
    Dank je en veel succes met dit alles!
    Hartelijke groet, Antje

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top