Als ík aan Holland denk…

zo 26 juli 2020

Door Caspar Visser ‘t Hooft

Er is die beroemde dichtregel van Hendrik Marsman: Denkend aan Holland zie ik breede rivieren door oneindig laagland gaan”.
Moest ik even aan denken toen laatst iemand me vroeg hoe ik, die al dertig jaar in het buitenland woon, tegen Nederland aankijk. Beter dan Nederlanders die in het land zijn gebleven, kan ik het verschil zien tussen het Nederland van voor mijn vertrek en het Nederland van nu. Dat is omdat bij mij geen geleidelijke gewenning heeft plaatsgevonden die maakt je de veranderingen nauwelijks meer opmerkt. Wanneer ik na lange of zelfs minder lange afwezigheid even terug in het land kom, ervaar ik deze veranderingen telkens weer als een kleine schok, ik blijf de dingen vergelijken met die van toen ik het land verliet.
Goed, maar wat valt me dan zo op?
Twee dingen: je krijgt niet meer als vanzelfsprekend gewoon Hollands eten voorgeschoteld, en de gesproken taal verloedert.

Boerenkool met Gelderse rookworst
Wanneer ik in Nederland kom, dan wil ik van de gelegenheid gebruik maken om weer eens gewoon Hollands te eten: boerenkool met Gelderse rookworst, hutspot met klapstuk, erwtensoep, een uitsmijter, andijvie, rijstebrij met zure bessensaus. Niet dat ik dit nu zo verschrikkelijk lekker vind (ook niet vies), wel omdat mij dit aan mijn jonge jaren herinnert. Dit kregen we thuis te eten. Mijn moeder kwam nog uit de tijd dat macaroni en spaghetti bijzonder waren en dat niemand van pizza’s had gehoord. Ga nu naar de winkel: bakken, schappen, vol uitheems voedsel, van carambola’s, litchis en pepino’s tot hoemoes, couscous, taugé salade met feta en balsamico. Om maar wat te noemen.
Ga naar een restaurant – de laatste keer dat ik in Zeeland was, zat er een ‘r’ in de maand. Ik vraag om mosselen. Hadden ze niet. Wel gerechten met Italiaanse, Mexicaanse, Taiwanese, Bhutaanse namen. Als het dan exotisch moet, dan val ik het liefste terug op de Indische rijsttafel, nasi of bami, want ook dat ken ik nog van vroeger. Als we naar een restaurant gingen – en dat was zelden – dan was het steevast om Indisch te eten, een feest!

Beetje begrip voor een teleurstelling?
Goed, maar laat ik nu even duidelijk zijn, ik heb geen enkel bezwaar tegen al dat nieuw geïmporteerde exotische voedsel. Mensen maken verre reizen, thuis, aan tafel, willen ze zich nog even in Thailand of Mexico kunnen wanen. Begrijpelijk. Toch vraag ik om ook een beetje begrip voor de teleurstelling van expats zoals ik, wanneer het voor hen zo moeilijk blijkt gewoon Hollands voedsel te krijgen. Ik overdrijf natuurlijk: zo moeilijk is het nu ook weer niet. Laten we maar zeggen dat het niet meer vanzelfsprekend is.
En dat valt mij op, en dat was de vraag.

Het brutale ge-jij en -jou
Waar ik geen begrip voor heb, waar ik weiger begrip voor op te brengen, waar ik me zelfs ten hoogste aan erger, dat is de slordige omgang met de taal. In alle opzichten, of het nu gaat om het vocabulaire, of om de uitspraak. Tegenwoordig kun je via internet overal op de wereld naar de Nederlandse radio luisteren of naar het Nederlandse journaal op de televisie kijken. Ik doe het niet, want ervaring heeft mij geleerd dat mijn tenen dan telkens weer krommen van de ellende. Wat een gewauwel! Met dat brutale ge-jij en -jou erbij. Als je dan nog tenminste wat grappige provinciale accenten (Zeeuws, Twents, Fries, Limburgs) te horen kreeg, naast dat blobberige alles-oké Goois. Nee, alles is standaard geworden, een woordenarm anglo-dutch. Kleinste gemene deler. Wanneer een taal standaard wordt, kun je er ook minder mee zeggen.

Ik ‘woon’ nog in Nederland
Geef mij maar de Vlamingen, die geven nog om onze mooie taal – taal van Vondel en Multatuli, en van hun Stijn Streuvels. In Nederland alles even plat, en iedereen zinkt mee de modder in (zelfs zij die beter zouden moeten weten): alleen nog maar vette bubbels komen boven drijven: blop, blop. De ‘r’ is geen ‘r’ meer, maar een soort weeïge ‘hjh’. De ‘e’ is een luie ‘ei’ – en je zal de ‘o’ maar eens ‘ooo’ uitspreken! Nee, ’t is ‘au’. Ik hou op, al schrijvende krijg ik last van mijn gal.
Ja, dit valt me telkens weer op wanneer ik in Nederland kom. Vinden jullie dit vervelend om te horen? Tja…
Gerrit Komrij zei eens: “De taal is het enige land waar ik woon”. Ik hou van Nederland, en waar op de wereld ik ook mag zijn, zolang ik Nederlands lees en schrijf ‘woon’ ik nog in Nederland.
Is het gek dat ik me stoor aan mensen die mijn woning bevuilen?

Caspar Visser ’t Hooft is schrijver, columnist en bedenker van de veelgelezen site www.schrijverinfrankrijk.nl met bijdragen van tal van geroemde auteurs. Zijn jongste boek ‘Een hof tot ons gerief’ vertelt de geschiedenis van zeven buitenplaatsen.

10 reacties op “Als ík aan Holland denk…”

  1. Marja Coevert

    U heeft helemaal gelijk. De taal verloedert, zelfs in de 2e kamer.
    Toevallig laatst nog twitter bericht gestuurd aan NS, die reclame maakt met je en jou. Ik vroeg of dit alleen voor de jeugd bedoeld was. Nee zei men, twitter is nu eenmaal een forum waar wat minder formeel met elkaar wordt omgegaan. Ik gruwel hiervan.

  2. Truus rijnders

    Heb hetzelfde gevoel….enthousiast er heen en dan toch na twee dagen een kleine kater….
    Was met 5 Franse dorpsbewoners Nederland bezoeken…de afspraak was oa…een echte Nederlandse maaltijd in een restaurant …ergens in het centrum van Amsterdam……..de ober was Portugees de Nederlandse maaltijd kende hij niet…we zijn aan de pannenkoeken gegaan…die ze crèpes noemden…slap van de lach naar het hotel…moet het nog vaak horen ..

  3. Geheel mee eens. Dit vis een van de redenen waarom ik niet meer zo graag naar Nederland ga en denk ” laat Nederland maar naar mij komen ” .

  4. De voor-laatste keer dat ik in Nederland was, in de winter, hebben we in drie dagen vier keer erwtensoep gegeten : in een restaurant in Amsterdam, in het Rijksmuseum, bij een vriendin en in een dorpskroeg in Gelderland. Erwtensoep is één van de weinige historische gerechten van voor de import van aardappelen en rijst dat nog steeds een standaard is, en ik maak het graag als voorbeeld van Nederlandse keuken-tradities. De ingrediënten zijn gemakkelijk te vinden in Frankrijk. Misschien niet zo geschikt tijdens een hittegolf, maar die duurt toch niet het hele jaar.

  5. Peter van Velthoven

    U wordt oud, mijns inziens, en zuur over wat ooit was en niet meer is.
    Nederland leeft, dus verandert.
    Als 63-jarige geniet ik daar bijna iedere dag van.

  6. U hebt gelijk, alleen al de uitspraak van de “s” op het journaal is een constante irritatie. En ik kom er niet vrij van en herhaal de verbetering luidruchtig maar zinloos.
    Er wordt op andere gronden geselecteerd, denk ik.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top