Biza, Buza en de thuisterrorist

do 8 oktober 2020

Door Renée Vonk-Hagtingius

“Je wordt gezocht door Buitenlandse Zaken”, zei ik zo nonchalant mogelijk tegen de echtgenoot terwijl ik uit het keukenraam naar de pizza-oven keek die aan de rand van het terras troont. Nee nee, er staan geen stoeltjes naast, ik ben geen thuisrestaurantje begonnen, dat ding stond al verwaarloosd te wezen toen we hier introkken en ik heb nooit de behoefte gevoeld om ‘m op te stoken. Tuurlijk, heerlijk romantisch, een huisgefabriekte pizza uit zo’n stenen houtoven, maar een korte inspectie was voldoen om te zien dat het onding nooit aan het ideaal zou voldoen: gebrokkelde bakplaat, foute ombouw, te kort rookkanaal, geen trek, dat werd niks. Hetgeen overigens later door de buurman van een eind verderop werd bevestigd: “amateuroventje, niet aan beginnen”. Bovendien voldoet mijn ‘binnenoven’ uitstekend, dus…
Maar daar ging het niet om, het ging om Buitenlandse Zaken, Buza, zoals we ‘m zijn gaan noemen. Dit ter onderscheiding van Binnenlandse Zaken, Biza vanzelfsprekend, om ze uit elkaar te kunnen houden.
Ik snap dat dit enige uitleg vergt, ik zal het proberen.
We hebben een eigen kat, een schat van een rotzak die in voortdurende staat van oorlog leeft met de buurkat van een eind verderop, die hier graag ook z’n eigen draai ambieert. Plus een bak voer uiteraard. Geen probleem, de buurman is er vaker niet dan wel en die vindt het allang best dat dat beestje tegen ons aanschurkt en min of meer onder de pannen is zodat hij er geen omkijken naar heeft. Vonden wij prima, maar de thuisterrorist vond het maar niks. Zíjn terrein, zíjn domein, oprotten.
Na een jaartje zijn we nu zover dat de buurkat wordt getolereerd, maar ook niet meer dan dat. Buiten, allà, maar dan wel daar bij die verwaarloosde pizza-oven! Waarvan het stookplateau trouwens een uitstekende plek is om veilig een hapje te smikkelen, met ruim zicht over de omgeving en een prima vluchtroute aan beide zijden van de schoorsteen voor als je toch nog opgejaagd wordt. De thuisterrorist heeft zich er redelijk bij neergelegd, de buurkat vond het een aanvaardbare oplossing. Bovendien heeft hij inmiddels de gewoonte aangenomen om met enige regelmaat volstrekt onverwacht een duik door het kattenluikje in de keukendeur te nemen, parmantig door de woonkamer te paraderen waar twee honden op de bank liggen te suffen en slechts een lodderig oog opslaan (‘o, hij weer’), waarna hij de trap naar kantoor neemt, even boven je hoofd rondbanjert, afdaalt en majestueus door het keukenkattenluik de nacht in verdwijnt.
We zijn er inmiddels aan gewend dat ie ’s ochtends op z’n plateautje zit te wachten op het ontbijt, ’s middags op de lunch en ’s avonds op het souper. Een kat van de klok, als je aan de late kant bent tikt ie bij wijze van spreken op z’n horloge: “waar blíjf je nou?”
Op het veronderstelde uur kijk je dus volautomatisch door het keukenraam naar buiten. Deed de echtgenoot ook, een paar weken geleden, en kreet de onvergetelijke woorden: “Het ís zo ver, ik heb delirium tremens, ik zie ze dubbel. Kom in godsnaam kijken!”
Ik keek. En dacht: ‘nou, dan heb ik het ook’. Naast de pizza-oven zaten twee volstrekt identieke katten. De thuisterrorist is een tijgerkat, die kon het dus niet zijn, maar deze twee zwart/witte exemplaren waren zelfs niet uit elkaar te houden. Eén moest de buurkat zijn, die zat vertrouwd op z’n plateautje en mauwde zodra hij zag dat er (eindelijk!) iemand kwam om z’n bakje te vullen. De andere bleek een snelle schicht, die er als een haas vandoor ging toen de klink van de keukendeur naar beneden werd gedrukt. Ongetwijfeld een zwerver die op het spoor van het huiselijk kattengespuis gestuit was en dacht: ‘ha, hebbes!’
Klopt. Als je hier als losloper aanklopt ben je welkom. Dat begint ie inmiddels te beseffen; hij wordt langzaam maar zeker minder schichtig, durft beetje bij beetje dichterbij te komen. “Komt goed”, meent de echtgenoot handenwrijvend. Leek me ook. Ik kan ze intussen uit elkaar houden. De een heeft groenere ogen dan de ander, een vlekje net op een ander plekje, en het gedrag verschilt. En omdat de buurkat min of meer bij het huishouden hoort, hebben we die dus maar Binnenlandse Zaken genoemd. De schichtige nieuweling heet vanzelfsprekend Buitenlandse Zaken. Dus roep ik tegen de echtgenoot dat Buza of Biza zich aandient, al naar gelang; hij gaat over de bakjes.
En toen kwam ik vanmorgen de buurvrouw van een eind verderop tegen. “Ah, die zwerfkat? Geven jullie die te eten?? Zou het niet doen, voor hetzelfde geld is het een zwangere poes en zit je straks met een nestje…” Dat kan, natuurlijk, daar had ik nog niet over nagedacht.
Nu wel. En eerlijk gezegd denk ik, dat vangen we dan ook wel weer op. We zijn de EU niet. Maar stiekem hoop ik toch ook wel een beetje dat het een kater is.
Intussen iemand geïnteresseerd in een (mogelijke) kitten. Of zes?

6 reacties op “Biza, Buza en de thuisterrorist”

  1. Heerlijk! Heel het verhaaltje, maar vooral de nonchalante tik op de EU vingers. Echt fantastisch. Ik kijk altijd uit naar je verhaaltjes. Continuez!

  2. Abraham van Heusden

    Het is, wat anders geformuleerd, al eens vaker gezegd: Hadden al die EU bobo’s maar n’s af en toe een kat op schoot…

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top