La Candelouso-crêpes

vr 5 februari 2021

Door Renée Vonk-Hagtingius

Een wat langer verhaal dit keer, maar ik wil het toch graag een beetje behoorlijk duidelijk maken. Afgelopen dinsdag was het La Candelouso, en dan moet je pannenkoeken bakken. Maar druk, dus echt geen tijd om uitgebreid luchtige crêpes te gaan staan bakken ter ere van Maria Lichtmis. Bovendien ben ik geen overtuigde aanhanger van welk geloof dan ook, dus volgens mij kan het best: La Candelouso dit weekeinde vieren, of als het je zo uitkomt. Want een leuk feestje is het natuurlijk wel, dat pannenkoekenfeestje ter afsluiting van de Kerstperiode.

Hou je kaarsje aan!
Ik leg het even uit. Candelouso is Provençaals voor kandelaar, het feest van het licht en de kaarsen. La Chandeleur in het Frans en wat algemener bekend als Maria Lichtmis, en één van hoogtepunten van de Provençaalse Kersttraditie. Inderdaad, Kersttraditie. Want La Candelouso vindt officieel precies 40 dagen na Kerstmis plaats. Volgens de Provençaalse (en joods/christelijke) traditie moest iedere vrouw na een bevalling die periode binnenshuis blijven, dus ook Maria. Pas daarna mocht de kers(t)verse moeder de deur weer uit en aan het normale leven deelnemen. Dat werd en wordt in de Provence gevierd met La Candelouso: een processie met brandende kaarsen, waarbij het vuur de ‘zuivering van de Maagd’ symboliseert. Die kaarsen worden gezegend voor ze worden aangestoken, en ze worden geacht gedurende het hele jaar huis en haard tegen onweer te beschermen. Maar pas op als je brandende kaars tijdens die processie uitwappert door de mistral of dooft door de regen: “Quand plòu sus la candèlo, plòu sus la misèrio” (regent het op de kaars, dan regent het ellende), zegt het gezegde.

Flippen met een munt in je hand
Van oorsprong was La Candelouso een Romeins feest, waarbij met fakkels en toortsen de doden werden herdacht. Toen de paus van dienst in de 5e eeuw besloot het feest te annexeren, trokken duizenden enthousiaste pelgrims naar Rome. Uitgehongerd kwamen ze daar aan. Om die menigte te voeden was goedkoop en simpel te bereiden voedsel nodig: meel, melk, eieren. Even door elkaar klutsen en bakken: de pannenkoek! Crespèu in het Provençaals.
In die Romeinse tijd zullen dat best van die dikke (Hollandse!) plakken zijn geweest, maar dat werden hier in het zuiden in de loop van de tijd knisperig dunne crêpes belegd met allerhande lekkers, zowel hartig als zoet.
Rond die ‘crespèu’ bestaan tal van mythes; zo zou een goede graanoogst gegarandeerd zijn, als je met de pan in je rechterhand de eerste pannenkoek in de lucht liet flippen, terwijl je een gouden muntstuk in je linker hield. In de Provence bestond ook nog het gebruik die munt daarna in de pannenkoek te wikkelen en ‘m bovenop de kast in de woonkamer te leggen. Met een beetje mazzel vond je daar de ingedroogde restanten van het vorige jaar met ook zo’n munt erin. Met nog meer mazzel trouwens alléén de munt; over de pannenkoek hadden de ratten en muizen zich inmiddels ontfermd, dus die had daar niet weg liggen rotten. Deugde je, dan gaf je de munt aan de eerste de beste bedelaar die langs kwam. Geluk en gezondheid waren dan voor het komende jaar verzekerd! Zat je een beetje krap bij kas, dan nam je de gok en hield dat goudstuk lekker zelf. Maar ja, die bedelaars waren natuurlijk ook niet gek en behalve die geurende pannenkoeken roken ze ook hun kans: “Siéu carga d’argen coumo un grapaou de plumo”, riepen ze dan onder het keukenraam: ik heb net zoveel geld als een pad veren heeft. Zeg dan maar eens ‘nee’.

Beter rotweer dan mooi weer
La Candelouso luidt hier in het zuiden ook min of meer het einde van de winter in, en het – aarzelende – begin van het voorjaar. Al kan het maar beter rotweer zijn op die dag zelf, een mooie Maria Lichtmis is een slecht voorteken: “A la Candelouso lou loup sort sa paio, se fai seren l’estremo, e sort plus de quaranto jour.” (Op 2 februari gooit de wolf zijn stro naar buiten, als de zon schijnt haalt hij het weer binnen, en komt 40 dagen niet meer tevoorschijn). Oftewel, dan blijft het nog wel een tijdje rotweer.
Bon, à table! Ik geef je het basisrecept voor een prettig crêpedeeg, plus een zoete en een hartige beleggingsvariant.
Glaasje rosé erbij, misschien een frisse salade, en iedereen aanraden het aantal crêpes een béétje binnen de perken houden: ‘t is een hele hap. En een hoop werk ook trouwens. Ruim tevoren beginnen: het beslag heeft tijd nodig om te rijzen.

Ingrediënten:
165 gram bloem (gezeefd)
33 cl bier (= 1 blikje)
2 eieren
een stevige snuf zout
plantaardige olie om te bakken

Bereiding:
Meng in een ruime kom de bloem en het zout. Klop de eieren los in een andere kom.
Maak een kuiltje in de bloem en giet de eieren erbij.
Meng alles goed door elkaar en giet er al roerend scheutje voor scheutje het bier bij tot je een mooi glad en stevig beslag krijgt.
Leg een theedoek over de kom en laat het beslag op kamertemperatuur een uurtje of twee rusten. Wordt het beslag te dik, doe er dan wat water bij en roer opnieuw door. Te dun, beetje bloem erbij zeven.
Verhit een scheutje plantaardige olie in een ruime koekenpan.
Laat een pollepel beslag goed over de bodem van de pan uitlopen en bak de crêpe eerst aan de ene (pas omkeren als het beslag geheel gestold is) en dan aan de andere kant goudbruin.
Omkeren door ‘m in de lucht te gooien hoeft niet: leg een grote platte deksel (of bord) op de koekenpan, keer alles ondersteboven en laat de omgekeerde crêpe van het deksel af terug de pan in glijden.

Beleg:
Wat je maar lekker vindt, maar mijn favorieten zijn:
Hartig: schijfjes rijpe peer, brokkeltjes bleu de Auvergne, scheutje sirop d’érable, snufje vers gemalen peper.
Zoet: vijgenconfiture, in marc de Provence gewelde rozijnen, scheutje volle room.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top