Home



Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik overdrijf misschien, maar ik geloof dat er in heel Zuid-Frankrijk geen gezin en ook geen restaurant te vinden is waar géén eigen variant van ‘bourride’ met enige regelmaat op tafel komt. Volgens mij zijn er van die soep in de in de Provence net zoveel varianten als zonuren, en dat zijn er nogal wat: tegen de 3000 op jaarbasis. En nu het eindelijk een beetje lijkt te gaan zomeren vind ik een mooi-weer-soep wel op z’n plaats. ’t Is een licht verteerbare soep ook, geen dikke winterbrij waarbij je volautomatisch visioenen krijgt van Friese doorlopers en Noorse kabeltruien. Nee, deze soep is vrolijk zomers en toch voedzaam genoeg om voor een hele maaltijd door te kunnen gaan. Volgens de overlevering stamt de bourride nog uit de tijd van de Feniciërs; antieke Grieken die in 600 voor Christus naar de Provence kwamen en er de havenplaats Massalia stichtten, het huidige Marseille. Die Grieken brachten trouwens ook de eerste wijnstokken mee waardoor Frankrijk het wijnland werd dat het nu is. Er ging dan ook logischerwijs een ferme plas wijn in de bourride, maar het waren eeuwen later de vissers van Marseille die er ook een glaasje pastis in kieperden. Dat doen de Marseillais nog steeds, en dat moet dan ook nog eens per se een glaasje Pastis de Marseille zijn, maar dat vind ik onzin; alle pastis (Ricard, Pernod, 51, of een van al die andere lokale merken) is goed. Probeer het maar eens. Maar geef er wel een mooi glas Provençaalse rosé naast.

Ingrediënten:
1 kilo filets van verse witvis (baars, brasem, zeeduivel, wijting, heilbot, zonnevis, tarbot, kabeljauw enz.)
koppen en graten voor de bouillon, of een kant-en-klare visfond
12 grote garnalen of rivierkreeftjes
1 grote ui
2 preitjes
1 winterwortel, of vier ‘gewone’
8 tenen knoflook
½ l droge witte wijn
½ l water
1 grote schoongeboende sinaasappelschil
3 takjes tijm
half bosje peterselie
2 laurierbladeren
1 borrelglaasje pastis
peper en zout
3 eierdooiers
olijfolie

Bereiding:
Vraag aan de visboer om de vissen te ontschubben en te fileren als dat nog nodig is. Vraag hem meteen om voldoende graten en vissenkoppen om een liter bouillon van te trekken.
Breng wijn en water in een ruime pan aan de kook. Doe de koppen en graten, plus de sinaasappelschil erbij en laat een uurtje op laag vuur trekken. Giet daarna de bouillon door een zeef in een kom en doe ‘m terug in de pan. Gooi graten en koppen weg.
Bij gebruik van een visfond, de wijn met de fond vermengen (eventueel met water erbij; zie de aanwijzingen op de verpakking) en even door laten koken.
Pel en snipper intussen de ui. Haal het donkere groen, plus het kontje en het buitenblad van de preitjes en snij ze in ringetjes. Pel de knoflooktenen. Schil de wortel en snij in plakjes. Hak de peterselie grof op een paar takjes na.
Voeg alle ingrediënten toe aan de bouillon, behalve het glaasje pastis, de vis en schaaldieren, en hou een paar takjes peterselie en 4 tenen knoflook apart. De andere 4 tenen boven de bouillon uitknijpen.
Laat de bouillon nog circa 20 minuten doorpruttelen, voeg dan de vis en de garnalen of rivierkreeftjes toe en laat alles nog een minuut of tien mee pruttelen. Draai het vuur uit, schep de vis en de schaaldieren uit de pan, doe ze over in een vuurvaste schaal en hou ze warm in de oven op de laagste stand. Breng de bouillon op smaak met peper en zout en laat afkoelen tot matig warm.
Scheidt de eieren. Pers de achtergehouden tenen knoflook uit boven een kom en voeg de eierdooiers plus wat peper en zout toe. Klop of mix de dooiers los, en giet er beetje bij beetje kleine scheutjes olijfolie bij, tot er een dikke mayonaise ontstaat. Voeg daarna net zo lang een soeplepel van de warme bouillon toe tot de mayonaise een soepele crème geworden is. Giet deze al roerend, scheutje voor scheutje, terug in de pan met bouillon zodat de soep mooi gebonden wordt. Verwarm de soep weer tegen de kook aan, en draai het vuur uit. Roer er dan pas het glaasje pastis door.
Verdeel de vis over vier borden en giet er een flinke plas soep omheen. Bestrooi met fijngehakte peterselie. Geef er stokbrood bij, en dat mooie glas Provençaalse rosé.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Avocado’s in de aanbieding dus ik dacht, inslaan. Hier op de marché kun je ze krijgen in diverse gradaties van rijpheid, maar ik vond mûr (rijp) wel een logische keuze want uit ervaring weet ik dat niet-zo-rijp doorgaans resulteert in een bordje hardgroen ongenoegen, en als je ze even laat liggen in een hoopje bruine rottigheid. Goed gegokt dit keer, want het supergezonde fruit (barstenvol vitaminen in alle soorten en maten, eiwitten, proteïnen, mineralen, vetten en god mag weten wat nog meer) waren perfect eetrijp en lieten zich voorbeeldig manipuleren tot een smakelijk voorgerecht dat ook nog eens appetijtelijk oogde. Maar ja, dat was gisteren. En intussen liggen de overgebleven avocado’s razendsnel verder te rijpen. Misschien moet ik er maar niet zo Provençaalse guacamole (avocado, citroensap, peper, zout) van maken. Maar ja, dat Mexicaanse mixje vind ik eigenlijk niet zo lekker. Daar denken we dus nog even over na. Intussen doen we dit voorgerecht. Kan ook als lunchhapje trouwens, en past perfect in de afvalaanloop naar het komende bikinitijdperk.

Ingrediënten:
2 rijpe avocado’s
1 blikje zalm (100 gram uitlekgewicht)
2 rijpe tomaten
1 handje stevige sla (roquette, ijsberg, o.i.d.)
1 eetlepel kappetjes
1 citroen

Voor de mayonaise:
2 eierdooiers
1 eetlepel mosterd
6 eetlepels olijfolie
1 eetlepel ciderazijn (maar andere mag ook hoor)
1 eetlepel cognac
1 eetlepel ketchup
zout en peper uit de molen

Bereiding:
Doe de eierdooiers, de mosterd en de azijn in een kom, voeg wat zout en een draai of twee uit de pepermolen toe en meng alles even door elkaar. Zet de mixer erop en giet beetje bij beetje de olijfolie erbij tot er een stevige mayonaise ontstaat. Giet er meer olijfolie bij als de saus niet dik genoeg wordt: hoe meer olijfolie, des te dikker de mayonaise, maar maak het niet te gek.
Doe er de cognac en de ketchup bij en roer die erdoor, niet meer mixen.
Snij de avocado’s in de lengte doormidden tot je op de pit stuit, draai de twee helften even in tegengestelde richting zodat ze los van elkaar komen; zet een vork in de pit en wip ‘m eruit.
Pers een helft van de citroen uit, snij de andere helft in 4 partjes en bewaar die.
Bedruppel de avocado-helften met citroensap.
Was de sla en snij die in reepjes.
Snij de tomaten in vieren, haal het kroontje en de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Laat de zalm uitlekken in een zeef of vergiet. Prak de vis los met een vork.
Meng de zalm, de sla, de tomaat en de kappertjes door de saus, doe er eventueel nog wat zout of peper bij.
Verdeel de halve avocado’s over de borden, vul ze ruimhartig op met de zalmsaus – een kop erop mag best. Leg er een partje citroen naast en geef er stokbrood en een glaasje rosé bij.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Bevrijdingsdag in Nederland, maar vanmorgen op het caféterras leek het wel of Holland dat massaal hier is komen vieren. Tikje uitbundig ook, met nogal veel blote bloesjes, korte broeken en teenslippers die niet echt door de temperatuur werden gerechtvaardigd; zowel de kroegbazin als ik gingen in warme wol gekleed. “Landgenoten?” vroeg ze. Hollanders zijn net zo herkenbaar op een Zuid-Frans terras als hun Volvo stationcar naast de boulesbaan. Ik knikte bedremmeld en dook in m’n glas rosé. “Hm, zou je niet zeggen”, lachte ze met een knipoog. Ik besloot het als een compliment op te vatten. En vroeg me intussen af wat die Nederlanders vanavond zouden doen, als in het vaderland het feestgedruis losbarst, en er maar liefst 14 (!) bevrijdingsfestivals plaatsgrijpen waarvan er zoveel mogelijk door bevrijdingsambassadeurs (ik begrijp dat dat dit jaar De Jeugd van Tegenwoordig en De Staat zijn) per helikopter worden langsgevlogen voor een flitsoptreden. En dat het Metropole Orkest is uitverkoren voor het officiële 5-meiconcert op de Amstel. Dat ken ik. Althans Bas van Otterloo, de muziekregisseur van het orkest, en diens echtgenote Katelijne, een prettige jazz-zangeres. Ook ontmoet op een terras, in m’n vorige dorp, aardige mensen, haar CD Cat’s Tale die ze me toen gaf draai ik nog steeds: zij zingt, Bas speelt er bas bij. Hij is de zoon van de helaas veel te jong overleden componist/dirigent Rogier van Otterloo die van 1980-1987 het Metropole Orkest dirigeerde; inderdaad, die van de muziek van Soldaat van Oranje, die vanavond op dat 5-meiconcert wordt uitgevoerd. En zo is het kringetje rond, bedacht ik. Ga ik beslist op tv bekijken, vanavond. Maar ja, dat concert begint al om half negen, dus amper tijd om fatsoenlijk te koken. Bon, bordje pasta op schoot dan maar. Snel klaar, en daarom ook heel bevrijdend.

Ingrediënten:
250 gram penne (of andere pasta)
1 kuipje verse geitenkaas (chavroux bijv.)
1 blikje gepelde tomaten (200 gram uitlekgewicht)
2 verse tomaten
½ bosje verse basilicum
2 teentjes knoflook
sap van ½ citroen
olijfolie
peper uit de molen

Bereiding:
Pel de knoflooktenen.
Snij de basilicumblaadjes in reepjes.
Snij de verse tomaten in vieren, haal de harde kern en de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet (druk ze even lichtjes aan om het overtollige vocht eruit te krijgen) en snij ze in stukjes.
Pers de halve citroen uit.
Kook de pasta beetgaar, laat uitlekken in een vergiet (niet afspoelen), doe terug in de pan en zet die op heel laag vuur. Knijp de knoflookteentjes er boven uit, giet er een flinke scheut olijfolie overheen en meng alles door elkaar.
Roer er de gepelde tomaten doorheen en de verse geitenkaas. Laat alles goed doorwarmen maar pas op dat het niet aanbrandt.
Doe er de verse tomatenblokjes, de basilicum, het citroensap en een paar draaien uit de pepermolen bij, schep nog even om en serveer meteen.
Natúúrlijk hoort daar een mooi glas rosé bij.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vandaag is na een lange winterslaap het kleine marktje op het dorp weer min of meer tot leven gekomen. Behalve de winterharde Vietnamees met taaie springrolls en nems, en de minstens zo taaie retro-hippie met artisanale sieraden ‘made in China’ en onduidelijke floddervodden uit India, zijn nu ook ineens de peperdure groentejuwelier en de verse visverkoper er weer komen opdagen. Da’s nog niet de volledige sterkte, de kaasboer, de olijfboer en de verbouwde camper met poulet rôti ontbreken nog, maar het begint zowaar weer op lente te lijken. Al blijft het weer balsturig. Zo zit je op het terras in de zon, zo keldert de temperatuur weer tot winterwaarden.
Toch vind ik het een mijlpaal, weer een beetje markt op het dorp. Net op tijd voor de meivakantie, als de eerste toeristen de boel komen verkennen en je dus zeker weet dat het onder-ons-gevoel van de voorbije winter de komende maanden de kast in kan. Geeft niks, goed voor de middenstand, en op het caféterras wordt altijd wel een plekje voor de vriendenklanten vrijgehouden.
Ik struinde dus tevreden over het mini-marktpleintje, kocht voor veel teveel euri verse aardbeien uit Carros en liet me verleiden tot ‘dagverse’ gamba’s die hoogstwaarschijnlijk tijdens de rit naar het dorp uit hun diepvriesstaat waren ontdooid. Maar ja, je wílt zo graag. En ze smaakten niet verkeerd, mals gesudderd in kruidige kokosmelk. Oké, niet zo heel Provençaals, qua recept. Zal wel aan de oriëntaalse invloeden op de dorpsmarché gelegen hebben. Maar ik ben in elk geval niet met een India’s flodderjurkje thuisgekomen.

Ingrediënten:
16 grote rauwe gamba’s
3 tomaten
1 grote ui
3 tenen knoflook
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel komijn
1 theelepel koriander
1 eetlepel kerrie
20 cl kokosmelk
1 citroen
½ bosje peterselie
scheutje sesamolie (facultatief)
olijfolie
zout, peper

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Haal de harde kern uit de tomaten en snij ze in blokjes.
Hak de peterselie grof.
Pel de gamba’s (laat de koppen zitten voor het aroma), snij het ruggetje open en haal daar de zwarte sliert uit; dat is het darmkanaal en smaakt niet prettig.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime pan en bak de gamba’s er aan beide kanten snel in aan, tot ze net rood kleuren. Vis ze uit de pan en hou ze apart.
Fruit de ui glazig in hetzelfde bakvet, knijp er de knoflooktenen boven uit en laat die even meebakken.
Doe de tomatenblokjes erbij, laat even mee sudderen en voeg dan de gember, komijn, koriander en kerrie toe. Doe er eventueel een scheutje sesamolie bij voor het extra-lekker-effect.
Voeg de kokosmelk toe, plus zout en peper naar smaak, en laat alles nog een paar minuutjes door sudderen.
Verdeel de gamba’s over de borden, schep de saus er overheen en bestrooi met de gehakte peterselie. Snij de citroen in vieren en versier elk bord met een partje, naar eigen initiatief uit te knijpen. Geef er rijst bij, en een glas wit of rosé.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Dit weekeinde sluiten zo’n beetje alle skistations hier in de Alpes-du-Sud, maar dat betekent niet dat het er echt warmer op wordt. Jawel, we hebben een tijdje lekker weer gehad, maar deze week sloeg de kou ineens weer genadeloos toe en was het afgelopen met de buitenlunch. Nachtvorst, ijzige mistral, dat werk. En als verzuiderlijkte noorderling trok ik meteen m’n schippestrui, dikke duffel en dubbele wintersokken weer uit de kast. Evengoed loop ik te rillen, en heb ik meteen geen trek meer in zonnige zomerslaatjes en lichte hapjesniemendalletjes. Ferme kost moet het zijn, troosteten voor gevorderden. Maar ook weer geen stugge winterstoemp, ik ben al depri genoeg. Een tartifle dus. Klinkt fleurig, smaakt smeuïg en kan het sombere gemoed weer een ‘boost’ geven. Een ovenschotel met aardappel, kaas, en uien waarvan de Savoyars zeggen dat ze ‘m hebben uitgevonden, maar hier de Provence weten we wel beter; het waren de Romeinen, die hebben ook hier flink lang rondgehangen en aardig wat recepten rondgestrooid. In de Savoie noemen ze het een tartiflette (aardappel in het arpitan-dialect dat ze daar spraken), en stoppen ze er de plaatselijke reblochon in. Wij noemen ‘m tartifle (naar tartiflâ, uit het arpitan dat ze hier in de Provence spraken) en maken hem liever met Italiaanse gorgonzola. En niks geen spekjes: kipreepjes. Maar wie liever vegetarisch wil laat ze er gewoon helemaal uit. En champignons, en peterselie, en knoflook. En vanzelfsprekend komt er geen boter aan te pas, maar olijfolie. Als je daar niet warm van wordt …

Ingrediënten:
2 grote kipfilets
250 gram (kastanje)champignons
½ bosje platte peterselie
4 aardappelen
2 uien
2 tenen knoflook
200 gram gorgonzola
1 dl room
1 dl witte wijn
olijfolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Schil de aardappels en kook ze halfgaar in ruim water met wat zout. Laat ze afkoelen en snij ze in plakken.
Snij intussen de kipfilet in reepjes.
Snij de champignons in plakjes.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Hak de peterselie grof.
Snij de gorgonzola in blokjes.
Verwarm de oven voor op 180°C.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime koekenpan en bak de kipreepjes er snel in aan, af en toe omroeren zodat ze aan alle kanten bruin worden.
Doe de ui erbij en bak die nog een paar minuten mee, voeg de champignons toe.
Knijp de knoflooktenen er over uit, roer door, laat alles nog even sudderen en draai het vuur uit.
Vet een ovenvaste schaal in en verdeel de helft van de aardappelschijfjes over de bodem. Bestrooi ze met wat peper en zout.
Verdeel de kip/ui/champignonmassa over de aardappellaag, bestrooi met peterselie en leg de resterende aardappelschijfjes daar weer bovenop.
Verdeel de stukjes gorgonzola over de aardappels, meng de wijn en room in een kommetje door elkaar en giet dat gelijkmatig over alles heen.
Laat de schotel in zo’n 30-35 minuten in het midden van de voorverwarmde oven gaar worden.
Stokbroodje erbij, iets van een salade voor de frissigheid, en een lekker glaasje fruitig rood.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Tja, dat gaat dus niet meer hè, een lamsbout in de oven schuiven voor Pasen. Niet als dat lammetje net nog aan je vingers heeft gelikt in je eigen achtertuin (lees hier) om daarna in totale onwetendheid van het hele Paasgebeuren dartel weg te huppelen naar nog zo’n stelletje wolbalen in wording. Je zou er vegetarisch van worden. In elk geval voor mij geen Paasbout dit weekeinde. En dus ook geen bijbehorend recept. In plaats daarvan wordt het een brioche, ook heel Pasig en heel smakelijk om de dag mee te beginnen. Een soort van zoet broodje met een gekookt ei in het midden, je zou het een alternatief eierdopje kunnen noemen dat je samen met je ochtendeitje opeet. In de oorspronkelijke versie uit Nice – Lou Chaudèu – die stamt uit de Middeleeuwen, worden die eieren gekookt in water met diverse kleur-gevers (spinazie voor groen, bieten voor rood, uien met saffraan voor geel enz.) en gaan ze mee de oven in. Tegenwoordig wordt er voedselverf voor gebruikt. Vind ik helemaal niks. Ik bak liever de broches zònder, en kook de eieren apart (hard of zacht, naar ieders wens) en zonder kleurtje, dat doorgaans niet tot de schaal beperkt blijft maar ook het eiwit mee ‘verft’ en afgeeft op het briochebrood.

Ingrediënten:
600 gram bloem
100 gram suiker
75 gram boter op kamertemperatuur
1 zakje korrelgist
20 cl lauwe melk
3 eetlepels eau de fleur d’oranger (oranjebloesemwater)
2 losgeklopte eieren
1 snufje zout
1 ei, losgeklopt met 1 eetlepel water
6 eieren
ahornsiroop (of andere siroop)
gekleurde hagelslag o.i.d.
olijfolie

Bereiding:
Meng in een ruime kom de bloem, de gist, de lauwe melk, het oranjebloesemwater, de boter, de 2 losgeklopte eieren, de suiker en een snufje zout door elkaar. Kneed het mengsel tot een stevige deegbal die niet meer aan de vingers blijft plakken.
Vet en tweede kom in met wat olijfolie, leg het deeg erin, dek de kom af met een theedoek en laat het een uur rusten.
Kneed het deeg opnieuw en verdeel het in 12 gelijke stukken, rol die uit tot ‘knakworstjes’dikte, en vlecht ze twee aan twee aan elkaar. Plak de uiteinden aan elkaar vast, zodat je een rondje krijgt; zeg maar, een gevlochten doughnut met zo’n gat in het midden.
Vet een bakblik in, of bedek het met bakpapier.
Leg de deegrondjes erop, bedek ze met de theedoek en laat ze nog een uurtje rijzen.
Verhit de oven voor op 180 graden.
Bestrijk de deegrondjes met losgeklopt ei, zet de bakplaat in het midden van de voorverwarmde oven en laat de brioches in 20-25 minuten goudbruin en gaar worden.
Haal ze uit de oven, leg ze op een rooster, bestrijk ze met wat siroop en strooi er wat gekleurde hagelslag, amandelschaafsel, of andere decoratie over en laat ze verder afkoelen.
Kook intussen de eieren op de gewenste gaarte, leg in het midden van elk van de brioches een ei en serveer meteen.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vanmorgen op weg naar de rivier gestruikeld over een mannetje. Een heel klein mannetje, in een groen jasje, met een groen petje op en een tenen mandje bij zich. Hij zat half tegen de ‘berge’ aan in de berm, verstopt achter het struikgewas waaruit alleen zijn onderbeentjes het hoge gras in staken. En die had ik dus niet gezien. De honden trouwens ook niet, die begonnen pas te blaffen toen ik terug- en hij opsprong, zakmes in de hand. We keken elkaar verschrikt aan. Hij niet onvriendelijk – zo’n gezicht had hij niet – ik wel, maar dat is m’n normale ochtendgezicht. Wat of hij hier deed op ‘terrain privé’.
“Je cherche des asperges sauvages madame”, hij nam er beleefd zijn petje bij af. Ik voelde me meteen een feodale hufter en zocht naar een goedmakertje: “Ah, wilde asperges, maar is dat niet wat laat in het seizoen?” Eigenlijk wel, gaf hij toe, maar hier in de buurt wilde er nog wel wat staan. Hij toonde me z’n tenen mandje waarin inderdaad wat sprieterige groene stengeltjes lagen. Wat hij ermee ging doen? Ja, aan zijn (ongetwijfeld kleine) vrouwtje geven, maar wat ging dié ermee doen? En toen volgde het receptje hieronder, waarbij zijn oogjes gingen glimmen van de voorpret. Ik bedankte hem hartelijk en wenste hem een goede oogst en een bon appétit. En haalde even later een bosje groene asperges bij de biocoop, want om ‘m te vragen zijn magere oogst met me te delen ging me echt te ver. Je bent landlady of je bent het niet.

Ingrediënten:
16 groene asperges
4 plakjes bacon
4 dunne preitjes
4 ansjovisfilets
tijm
rozemarijn
½ citroen
olijfolie
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Verhit de oven voor op 180 graden.
Haal de onderkant van de asperges (ze hoeven niet geschild), haal het groen, het buitenste blad en de kontjes van de preitjes en snij het ovegebleven wit in de lengte doormidden.
Spoel de ansjovisfilets af onder de kraan om ze te ontzouten.
Leg de plakjes bacon op een plank en leg in het midden van elk plakje 4 asperges, 2 preihelftjes en 1 ansjovisfilet. Bestrooi met wat tijm en rozemarijn. Rol de baconplakjes er omheen en bindt de rolletjes vast met keukentouw zodat ze niet uit elkaar vallen. Leg ze in een met wat olijfolie ingevette ovenschaal. Sprenkel er nog wat olijfolie over, knijp de halve citroen er boven uit en geef een paar draaien aan de pepermolen. Laat de rolletjes in het midden van de voorverwarmde oven zo’n 15-20 minuten garen, tot de bacon knapperig is geworden en de asperges en preitjes beetgaar zijn (dus geen pap). Kan als voorafje of als bijgerecht worden gegeten, met een glaasje droge witte.