Longread: Eenmaal in het beloofde roséland, er is geen weg meer terug

zo 15 augustus 2021

Door Margôt van Slooten-Preng

(klik op de foto’s om ze te vergroten)

Een glas Provençaalse rosé erbij is een inkoppertje bij het herlezen van het boek “Op zoek naar de mooiste rosé” van de Engelse auteur Jamie Ivey. Zo’n bleekroze rosé uit de Provence, om het goede gevoel erbij te krijgen. Een glas weemoed en een glas voorpret. Ik herinner me niet meer exact waar ik het boek voor het eerst las. Was het in de schaduw van een machtige plataan in de Hérault, Minervois of Luberon? Met mijn voeten bungelend in het zacht ruisende rivierwater van Gardon, Aigues of Durance? Of in een calanque, achter een kalkstenen rots om uit de klauwen van pestkop mistral te blijven? Helaas, het boek verraadt zijn reisverleden niet. Er rollen geen zandkorrels uit wanneer ik het uit zijn standplaats op de wijnboekenplank haal. Geen verdwaalde frêle vleugel van een cigale. Geen platanenblad als boekenlegger en zelfs geen schaamteloze wijnkring die zich als hard bewijsmateriaal heeft binnengedrongen in de vezels van het papier.

Een vineuze voyage, op jacht naar de lichtste rosé
De originele titel is ‘Extremely pale rosé (1e druk 2006), waarin de auteur na een toevallige ontmoeting met een Provençaalse wijnboer op jacht gaat naar de lichtste rosé van Frankrijk. Een zalig vloeibaar en maagkietelend relaas. Een vineuze voyage langs de mooiste wijngebieden van Frankrijk, waarbij gerenommeerde wijnmakers een kijkje geven in hun roséwijnkeuken, gezien door een humoristische Engelse bril. Jamie Ivey was na zijn Frans avontuur zo gegrepen door het rosévirus dat hij geëmigreerd is naar de Provence en nóg twee boeken schreef over rosé. Lijkt me logisch, eenmaal in het beloofde roséland en er is geen weg meer terug. Het boek is overigens nog (tweedehands) te koop: klik hier.

Ooit ‘het slapzoete roze vrouwendrankje’
Zijn boek is een pleidooi voor rosé in de tijd dat ‘het slapzoete roze vrouwendrankje’ net een beetje serieus genomen werd in Europa. De gemiddelde Franse wijnboer maakte óf rode óf witte wijn. Rosé bungelde er maar wat bij. Behalve in de Provence dan, waar rosé al jaren het wijngezicht bepaalt en er zelfs een heus onderzoekscentrum is (Centre du Rosé in Vidauban) dat louter onderzoek doet naar rosé. Rosé uit de Provence bepaalt met zijn imago van het bleke gezichtje intussen de grote rosémarkt.

Er zijn 13 kleuren rosé: het geheim van druiven en schillen
Rosé kom je tegen in de meest uiteenlopende kleurschakeringen, niet alleen ‘extremely pale’. Het Centre du Rosé noemt als 13 meest voorkomende kleuren: sable, nacre, litchi, pomelo, framboise, pêche, saumon, abricot, mangue, corail, groseille, cerise, grenat. De juiste kleur geven aan rosé luistert overigens nauw, de wijnmaker moet zijn kop erbij houden. Alleen de schil van de blauwe druif bevat kleurstoffen, het vruchtvlees is wit. De roze kleur wordt verkregen door het witte sap van de druiven op de schillen te laten rusten. Het geheim van de kleur is om zorgvuldig in de gaten te houden hoe lang de druiven in aanraking blijven met de schillen. Ook het druivenras speelt een rol: er zijn druiven die van nature meer kleurstoffen in de schil bevatten en daarnaast is de techniek van het persen belangrijk.

De methode ‘pressurage direct’
In de Provence gebruikt de wijnmaker meestal de methode pressurage direct (directe persing). De druiven worden langzaam geperst en de blijven soms enkele uren in de pers. Hierdoor kunnen de kleurstoffen uit de schil in het sap oplossen en krijgt het sap een lichtroze tint. Een andere manier is dat de druiven na het kneuzen en ontstelen naar de gistingstank gaan. Deze is gekoeld, zodat de alcoholische gisting nog niet van start gaat. De druiven weken als het ware, meestal zo’n 24 uur. De kleurstoffen lossen op en het sap kleurt van roze naar rood, hoe langer het sap in de tank blijft. Door een deel van het ingeweekte sap af te laten lopen in een andere tank, kan van dit sap rosé worden gemaakt. De rest van het sap met schillen en pitten laat de wijnmaker vergisten tot rode wijn. Deze wijze van rosé maken heet de saignée-methode en wordt veelal toepast in wijnstreken waar de nadruk op het maken van rode wijn ligt en rosé een ‘bijproduct’ is of in koelere wijnstreken waar blauwe druiven een langere inwekingstijd nodig hebben om hun kleur af te staan.

De MIP van de Sainte-Victoire
Tijd om ogen, neus en mond aan het werk te zetten bij het proeven een bleke rosé met een veel belovende en verleidelijke naam: Domaine des Diables Rosé Bonbon Côtes de Provence 2020. Het wijngoed wordt gerund door Guillaume en Virginie Philip. In 2007 maakten zij hun eerste wijn, de inmiddels beroemde rosé MIP (Made In Provence). De wijngaarden zijn gelegen aan de voet van het Montagne Sainte-Victoire in de Provençaalse gemeente Puyloubier (Bouches-du-Rhône). De druiven voor de BonBon rosé (50% cinsault, 30% syrah en 20% grenache) zijn voor het grootste deel afkomstig van de oudste percelen (1914) van de vallei aan de voet van het Montagne St. Victoire. De wijnmaker kiest er hier voor om, voorafgaand aan de gisting, de schillen niet langer dan 3 uur te laten weken. Net lang genoeg voor enige kleur. Ze worden geperst zonder dat er zuurstof bijkomt en de most rijpt langzaam op fijne droesem gedurende 6 maanden.

“Alsof je aan de schelp van een mossel likt”
Dat levert een bleekroze (litchi) kleur op. De rosé geurt fijn naar rood fruit en perzik. De geur is iets geparfumeerd en doet even denken aan een zak Engelse drop die net geopend is. Daarmee houdt ook elke verwachting naar de smaak van snoep op. De lichte kleur zit hier de smaak totaal niet in de weg en is interessanter en verrassender dan de eerste indruk: citrusfruit en fluweelzachte perzik, met een minerale pittigheid en diepgang die je in eerste instantie niet zou verwachten. Wijnschrijfster Jancis Robinson weet in haar proefnotitie van deze wijn, de minerale afdronk nogal plastisch te omschrijven: “alsof je aan de schelp van een mossel likt”.

Speurneuzen naar de subtiele verschillen in geur
Nergens anders ter wereld is het aanbod van rosé groter dan in Provence. Het is de hoogste tijd om de weemoed om te zetten in voorpret, want rosé drink ik natuurlijk het allerliefst ter plaatse. Ik kan haast niet wachten om te verdwalen in het rijke roséaanbod op de wijnkaart. Mijn ogen te trainen in het nuanceren van de kleur van rosé, van sable tot grenat. Speurneuzen en snuffelen naar de subtiele verschillen in geur én wat inspiratie opdoen in het vocabulaire van de afdronk. Ik zie mij daar al bijna zitten, aan de Méditerranée, een mooi glas met een schaal zilte mosselen erbij, waarvan niet elke lege mosselschelp achteloos in de poubelle zal verdwijnen…
Wat eten we erbij: Domaine des Diables Rosé Bonbon is ideaal bij de Provençaalse keuken: Salade Niçoise, bouillabaisse of pasta pesto. En mosselen natuurlijk.

Waar te koop: Domaine des Diables, Puyloubier: klik hier.
In Nederland geïmporteerd door Kwast Wijnkopers: klik hier.

Muziek erbij : Les Bonbons – Jacques Brel: klik hier.

2 reacties op “Longread: Eenmaal in het beloofde roséland, er is geen weg meer terug”

  1. Wat een heerlijk (zeg maar, goddelijke) verhaal. Straks even de rosé in de koelkast naast de waaier leggen. Eentje uit les Landes (Tursan). Zal denk ik vloeken in de kerk zijn ??

    1. Alle rosé telt mee, Ine! Vooral zoveel mogelijk proeven en goed kijken naar de kleur. Dan zul je zien dat deze wijn een andere, veel donkerder kleur heeft dan de Provençaalse rosé. Helemaal niet erg. De roséwijnen uit Tursan worden gemaakt van andere druivenrassen dan die in de Provence staan aangeplant: cabernet franc, cabernet sauvignon, tannat en fer servadou. Deze rassen bevatten van nature meer kleurstoffen in de schil. Kijk, dat is nou zo leuk aan wijn: er is nog zoveel te ontdekken!

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top