Le Haut de Cagnes: het Montmartre van de Côte d’ Azur

ma 29 november 2021

Categorieën: , ,

Door Maria Edelman

 Het is bijna alsof Renoir hoogstpersoonlijk de pittoreske huisjes van Le Haut de Cagnes tegen de heuvel heeft aangeplakt. Het middeleeuwse dorpje, officieel de oudste wijk van de mondaine badplaats Cagnes-sur-Mer (Alpes-Martimes), was in de laatste elf jaar van zijn leven de thuishaven van de meester-impressionist. In zijn kielzog volgden diverse kunstenaars, onder wie ook opvallend veel Nederlanders. Wist ik niet, maar ik kreeg min of meer per ongeluk het boekje’ Waar de mimosa bloeit’ in handen van de journalist Paul Arnoldussen(1949) dat juist over die Nederlandse kunstenaarsenclave gaat.

Het zijn niet echt grote namen die zich, na de dood van Renoir, vestigden in het steile bergdorpje. Het nabijgelegen Saint Paul-de-Vence is een stuk bekender als ‘kunstenaarsdorp’ dan Cagnes.

Thrillerauteur Havank was er ook
Toch werd het stadje ‘het Montmartre van de Côte d’Azur’ genoemd en trok Cagnes tot in de jaren 60 beroemdheden uit de wereld van de kunst en de show. Onder hen ook diverse Nederlanders. Het zijn namen die het grote publiek niet zoveel zullen zeggen, met hier en daar een uitzondering, zoals bijvoorbeeld de schrijver Havank, die in werkelijkheid Hans van der Kallen (1904-1964) heette. Hoogst succesvolle thrillerauteur, schepper van ‘De Schaduw’.

Maar al in 1934 werd door schrijver Du Perron ‘vastgesteld’ dat het eigenlijk maar klungels waren, daar in Cagnes”, aldus Arnoldussen opgewekt. “Na Renoir en Chaim Soutine zijn er weinig namen van betekenis opgedoken in het Provençaalse dorp.”

Voor zover ik weet, schreef niemand ooit een boekje over de Nederlandse kunstenaarskolonie in Le Haut de Cagnes. Arnoldussen kreeg het spoor te pakken dankzij gesprekken met de zoon van de schrijver Kees Kelk, in wiens boekje ‘Ik keek alleen’ ook over Cagnes verteld wordt. En Arnoldussen (Franse moeder) was er vaak geweest.

De wijn kostte niets
Cagnes kreeg zijn stempel als kunstenaarsdorp vooral dankzij Pierre Auguste Renoir (1841-1919) die door reuma werd geplaagd en in het warme zuiden ging wonen om de pijn te verlichten. Hij stuitte in Cagnes op een eeuwenoude olijfboomgaard waar hij z’n hart aan verloor. Om te voorkomen dat de boomgaard zou verdwijnen, kocht de oude schilder in 1908 het bijbehorende landgoed en laat hier een nieuw huis neerzetten: Domaine des Collettes. Hij woont hier tot aan zijn dood in 1919. Zijn aanwezigheid trok weer andere schilders aan, van wie Chaim Soutine de bekendste was. En vanaf de jaren twintig volgden de Nederlanders. Zuid-Frankrijk gold echt als het summum van zuidelijkheid. Kunstenaars kwamen af op de kleuren, de rust, de natuur en de romantiek van het avontuur. Het leven was er betaalbaar dankzij harde Nederlandse guldens. Ze konden zich dus vrij veel permitteren en de wijn kostte niets. De ene kunstenaar trekt de ander aan. Renoir kwam en anderen volgden.

Het verhaal van Yves Klein
In zijn zoektocht naar ‘kleine verhaaltjes’ voor zijn boekje over Cagnes kwam Arnoldussen veel moois tegen. Bijvoorbeeld over Yves Klein (1928-1962), de beroemde Franse kunstschilder en ‘monochromist’, wiens artistieke ouders ook in Cagnes neerstreken.

De vader van Yves was een Nederlander, Frits Klein. In Frankrijk liet hij zich Fred noemen, omdat Frits te Duits klonk. Frits Klein was een schilder met enig succes. Toen dat tanende was, begon zijn Franse vrouw Marie Raymond te schilderen en ook zij had succes. Vervolgens nam ook de belangstelling voor haar werk af en toen ging zoon Yves aan de gang. De stijl van zoon Yves was opzienbarend en avant-gardistisch. Vader Frits zei later in een interview: “Als het niet mijn zoon was geweest, had ik het gewoon een leuke grap gevonden, maar het was mijn zoon en dus probeerde ik zijn werk te begrijpen. Ik ben er nog niet achter.” In Cagnes is sinds 2012 een bordje met zijn naam aangebracht op La Goulette, waar hij gewoond heeft.

Amper contact met de Fransen
In de documentatie die Arnoldussen vond, was er weinig tot geen sprake van integratie tussen de Nederlandse kunstenaarskolonie en de Franse bewoners. “Er was gewoon geen contact”, aldus de auteur. Dat las hij ook in een boekje van een Fransman over zijn jeugd in Cagnes. Volgens Arnoldussen zijn Nederlanders nooit zo goed geweest in integreren, maar de Fransen hadden toch ook wel een soort wantrouwen jegens de buitenlanders.

In het tamelijk middeleeuwse Le Haut de Cagnes ben ik weleens geweest. Om daar hun even beroemde als idiote jeux-de-boules toernooi met vierkante ballen bij te wonen. Ik bleef niet lang. Ik had toch meer belangstelling voor het gemeentelijke Musée Renoir, Chemin de Collette, en daarna een lekkere lunch in bistro Fleur de Sel, 85 Montée de la Bourgade, in dat oude kunstenaarswijkje.

 

 

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top