Hé, vergis je niet in Cannes!

wo 15 december 2021

Door Denise Baudet, m.m.v. Raoul Duchemin –

Of het er nog van komt tijdens de pandemie, even naar Cannes, wie zal het zeggen. Zou onder normale omstandigheden best de moeite waard zijn, al vind ik dat het imago van die legendarische stad niet klopt. Dat filmfestival, de beroemde Boulevard de la Croisette, sterrenrestaurants en onbetaalbare logementen voor de internationale well-to-do-jetset, dat weten we nu wel. Maar een paar minuten lopen van de zeereep en je komt in een heel andere wereld terecht. Niks sjiek en elitair.

Tuurlijk was ik er eerder geweest. De eerste keer om een kijkje te nemen bij dat filmfestival. Ik verdronk in een mensenmassa die een glimp van, ja, van wie eigenlijk?, wilde opvangen. Handtekeningen jagen was toen nog geen ‘beroep’. Ik heb geen filmster gezien. Of niet herkend. De tweede keer was ik er in de winter. Geloof het of niet, maar het vervaarlijke duo Middellandse Zee & storm halen met enige regelmaat zonder erbarmen naar Cannes en omgeving uit. Het kan wel degelijk koud en nat zijn in de zelfbenoemde hoofdstad van de ‘septième art’, de film. Op de Croisette was het vrijwel uitgestorven. Ik ontmoette alleen een paar moedige, paars gepermanente oude vrouwtjes die hun luxe mini-hondjes ondanks het trieste weer uitlieten.

Pootjebaders bij 18 graden

Toen was ik er voor de derde keer. Mij was verteld: vergeet die Croisette en tippel even door naar Le Suquet. Mij best. De immer gevreesde file op de Boulevard Carnot, dé toegangsweg vanaf de autoroute A8, viel mee en ik kon mijn auto kwijt in de etages hoge parkeergarage bij het (recent verbouwde) station. Vandaar af een paar winkelstraatjes doorsteken en je bent aan zee. De weergoden hadden op hun knopje ‘goed weer’ gedrukt, er waren al pootjebaders. Er was zon, ik vermoedde een graadje of achttien. En afgezien van een paar affiches nog niks in verband met dat filmfestival.

Overigens: Cannes (70.000 inwoners) verdient niet alleen aan dat feest. Want heel vaak zijn er andere festivals, congressen en commerciële beurzen. De muziekindustrie, tv-producenten, de driedelig verpakte heren van het onroerendgoed, ict-ers en computerspelletjes-bedenkers ‘vergaderen’ elk jaar in hun favoriete Cannes. Maar nooit in de winter natuurlijk. En dan zijn de hotels dus een stuk voordeliger.

Le Suquet

De Romeinen hadden ’t al gezien

Ik deed gehoorzaam wat me geadviseerd was en begaf me naar Le Suquet, inderdaad vrijwel ‘om de hoek’ van het Festivalpaleis. In omvang uitgedrukt een quartier van niks, maar onmiskenbaar de favoriete wijk van de Cannois zelf. Het authentieke, springlevende hart van de stad. In klassiek-militaire zin een strategisch plekje. Geen wonder dat de Romeinen zich er in 154 voor Christus al vestigden. Smalle, steile straatjes, uitzicht over de baai. Hier woonden vroeger de vissers binnen muren die uit de tiende eeuw dateren. ’t Is amper voor te stellen als je over de Croisette flaneert, maar Cannes was ooit een armzalig vissersdorpje. Saint-Tropez heeft dezelfde achtergrond, maar kwam pas veel later tot ‘bloei’, voor zover je dat kunt zeggen. In Le Suguet flaneer je niet, je moet oppassen dat je niet struikelt in de minstens 400 jaar oude straatjes waarvan het plaveisel door minder ambachtelijk geschoolde stratenmakers is aangelegd. De verlichting is er ook niet ‘up-to-date’.

Uitzicht op de Îles de Lérins

Le Suquet (de naam is Niçois voor ‘top’) staat voor sfeer en historie. Het Cannes van ooit. En je loopt er zo even door naar de Notre Dame d’Espérance uit 1627, de Tour Carré (vierkante toren uit de 14e eeuw) en het niet te onderschatten Musée de la Castre met kunst en archeologische vondsten uit de hele wereld. Als je naar de zee kijkt, zie je in de verte les Îles de Lérins liggen, een kwartiertje varen.

De klassieke Marché Forville

Oók vrijwel ‘om de hoek’ bij Le Suquet de fameuze markt Marché Forville. Moet je wel ’s ochtends komen. Een markt die precies beantwoordt aan het romantische idee van een typisch Zuid-Franse versie van een rijk voorziene supermarkt in de (min of meer) open lucht. Uiteraard is letterlijk alle leeftocht van de beste, verse kwaliteit ruim voor handen. Groenten, vis, kaas, brood, noem maar op. En iets verderop de Rue Meynadier, volgens sommige francofielen ’s werelds lekkerste boodschappenstraatje. Daar zit misschien wel wat in. Een hele reeks voortreffelijke specialiteitenzaken. In dat straatje heb ik een keer gegeten bij Aux Bons Enfants, sinds 1935, 3 generaties aan het fornuis. Te midden van de marktkooplui van de Marché Forville. Simpel, Provençaals, hun ‘vaste’ adres. En dus prima, maar heel anders dan de sterrenrestaurants aan de Croisette, maar so what?  Dit keer koos ik voor een lunch bij ‘Table 22 par Noël Mantel’, op nummer 22 in de Rue St. Antoine, met de Rue du Suquet een van die straatjes met aanbevolen (en betaalbare) restaurantjes in het quartier. Ook zo eentje: Da Bouttau, in de Rue St. Antoine. Iets daarvoor had ik op weg naar het wijkje gewoon op straat al twee oesters verslurpt bij Astoux et Brun, vis en schelpdieren sinds 1953, op de hoek van de Rue Félix Faure.

Je hebt in Cannes de lange winkelstraat Rue d’Antibes, ongeveer achter die Bld. de la Croisette. Waar je terecht kunt in 2 sterren-restaurant La Palme d’Or en nog een paar van (bijna) dergelijke adressen. Maar die vertellen het verhaal van Cannes niet.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top