Pindasaus in een kloosterkeuken

Hoewel ik afgelegen woon, kost het me dankzij de moderne techniek niet de minste moeite het grote nieuws, ook uit Nederland, op de voet te volgen. Ik heb twee ‘schotels’ op mijn dak staan; eentje vanwege de elektronische snelweg en eentje in verband met de televisie. Zoals vrijwel alle Nederlanders en Vlamingen in mijn omgeving kijken we elke dag naar de tv uit ons vaderland, wat mij betreft óók omdat ik vind dat de Nederlandse zenders veel betere programma’s in de aanbieding hebben. Men heeft mij wel uitgelegd dat het in zekere zin ‘illegaal’ zou wezen in Zuid- Frankrijk naar ‘Hilversum’ te kijken en te luisteren, maar dat heb ik dan maar even niet zo goed begrepen. Natuurlijk houden de maatschappelijke ontwikkelingen in Nederland mij nog altijd bezig. Al was het maar omdat mijn kinderen er wonen. Maar toch heeft het ‘grote’ nieuws uit Nederland een andere perceptie sinds ik hier woon. Het oeverloze geformeer, de nietszeggende troonrede, het gezeur over ‘de hoedjes’, al die praatprogramma’s met alweer allemaal ‘talking heads’ die zo langzamerhand ook niks nieuws meer weten te verzinnen… Dan kijk ik liever naar VI op RTL7. Ook geleuter, maar dan over voetbal en met de onovertroffen René van de Gijp als über-dijenkletser. Maar ja, dat is maar twee keer in de week.
Hier op het dorp moet je je dus maar vermaken met een andere dan de voetbalcompetitie. Nou, dat kan.
Met het invallen van de herfst is het weer volop ‘concours’, en dat heeft niks met sport te maken. De jongste exercitie op topniveau betrof een kookwedstrijd. Burgemeester José Chataignier en restaurateur Charles du Bois (van ons enige restaurant) zouden ons dorpje weleens even op de kaart zetten. Of ik -als buitenlandse- ook met een leuk gerechtje zou willen meedingen. Toevallig kook ik een aardig potje Indisch bij elkaar, maar om op voet van gelijkheid met Provençaalse keukenprinsessen te strijden om de eer van het dorp, leek me te hoog gegrepen: als allochtoon ben je hoe dan ook al halverwege de voorrondes uitgeschakeld. Ik zei dus beleefd: “Nee, dank u wel. Teveel eer”. Waarna ik meteen werd benoemd tot ‘présidente d’honneur’; erevoorzitter van de jury! Wat je vindt, doet er dan niet toe. Als je er maar bent. Zo’n kans liet ik dan ook niet lopen. ‘Présidente d’honneur’! Ha! Ik ben het geweest! En wie kan het me nazeggen? Ik heb er de krant mee gehaald. Er stond een foto van me in Le Var Matin. Als ere-president! Daar kon meneer Sarkozy nog een puntje aan zuigen. Maar het ging dus fout. Ik wist dat mijn vriend, de dorpspastoor Père Gervais, aan de competitie meedeed en ik wilde dat hij -hoe dan ook- zou winnen. En na zoveel jaar Zuid-Frankrijk ben ik behoorlijk corrupt. Ik dacht -de deelnemerslijst in de kroeg te vluchtig gelezen- dat zijn recept nummer 7 was. Tegen de overige juryleden zei ik dus: we laten nummer 7 winnen. Dan regel ik een mooie Indonesische maaltijd bij mij thuis. Dat genereerde stemmen. Maar Père Gervais bleek onder nummer 8 ingeschreven. Hij verloor met zijn vijgentaart van een matige quiche. Hij heeft het me niet kwalijk genomen, hij was een beetje een flamboyante dwarsligger met een eigenwijze interpretatie van het kerkelijk gezag en hoe je met je parochie omgaat. Zou tegenwoordig menige wenkbrauw doen fronsen trouwens, maar hier kun je als priester nog zonder bijbedoelingen aan iets leuks meedoen. En hij was wel zo sportief om die rijsttafel te komen proeven. Het recept van mijn sublieme pindasaus ligt nu ergens in een Zuid-Franse kloosterkeuken.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: