Home

Bij ons in Frankrijk mogen vanaf vandaag geen huurders meer uit hun huis worden gezet die met betalingsachterstand kampen.
Een oude wet verbiedt huisuitzettingen tussen 1 november en 15 maart, de zogeheten ‘trêve hivernal’. In de winter zet je geen mensen op straat, is het ‘beschaafde’ idee achter deze regel.
Het is maandag pas 1 november. Maar omdat het nu een weekeinde is en Allerheiligen (Toussaint, 1 november, vrije dag!) dit keer op maandag valt, is besloten dat er vanaf vandaag al geen huisuitzettingen meer getolereerd worden. Dus is iedereen met een huurprobleempje er maar alvast bij voorbaat uitgeflikkerd.
Want op Allerheiligen kun je dat natuurlijk niet maken; dan leg je bloemen op het graf van je dode dierbaren. Dat er levende arme sloebers deze winter zelfs geen grafsteen hebben om onder te kruipen, doet er blijkbaar minder toe.
Toussaint is mooi hoor, al ben ik na een kwart eeuw Zuid-Europa nog steeds niet gewend aan Allerheiligen. Ik vind het ontroerend dat de mensen in mijn dorp dan massaal naar het kerkhofje gaan om hun geliefden met bloemen te gedenken. Maar ja, die huisbaas die vandaag nog even snel dat gezinnetje van Noord-Afrikaanse immigranten de deur heeft gewezen, loopt er maandag ook devoot tussen.
En het enige waar ik me dit weekeinde druk over hoef te maken is die gruwelijke wintertijd. Ik lees net dat de PVV (allerminst mijn favoriete club) de wintertijd wil afschaffen. Heel goed! En het idee wordt gesteund door onder meer Brits onderzoek waaruit blijkt dat die troosteloze wintertijd ongezond is. “Door een extra uurtje daglicht nemen mensen ’s avonds vaker deel aan activiteiten buitenshuis”. En: “De overheid wil ons aanzetten tot meer bewegen, dus moeten we de hoeveelheid daglicht maximaliseren”.
Ja, dat klopt. Maar ook om een andere reden haat ik die wintertijd. Zeker sinds ik hier woon, ben ik ervan overtuigd dat zon- en daglicht hét medicijn vormt tegen depressies, somberte en andere ellende. Het staat vast dat we gelukkiger, energieker en minder vatbaar voor ziektes zijn als er licht en zon is.
Ik pleit daarom voor een Europees burgerinitiatief om ons van die flauwekul te verlossen. Ik weet het, ik ben bevoorrecht als dat mijn enige (nou ja…) zorg is. Ik heb een dak boven mijn hoofd. Daarom steun ik ook van harte de organisatie Droitaulogement die zich inzet voor álle daklozen. Onder het kopje ‘faire un don’ kunt u uw bijdrage storten.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.

Ingrediënten:
540 gram broodmeel (bruin, meergranen enz.)
1 zakje droge instantgist of 11 gram dubbelkoolzure soda (natriumbicarbonaat, verkrijgbaar bij de betere bakker, de toko en reformwinkels)
100 gram geraspte geitenkaas (of andere smaakvolle kaas zoals Emmental of Gruyère)
150 gram grof gehakte walnoten
4 eetlepels rozijnen (of 4 eetlepels ontpitte en grof gehakte olijven)
1 klein teentje knoflook (uit de knijper)
30 cc water of bier (scheutje extra bijvoegen als de deegbal te droog blijft)
klein scheutje olijfolie

Bereiding:
Doe alle ingrediënten in een ruime kom en kneed alles goed door elkaar tot er een mooie stevige bal ontstaat. De kom afdekken met een theedoek en op een koele plaats anderhalf uur laten rusten. Nogmaals alles goed door elkaar kneden en weer anderhalf uur laten rusten. Het deeg op een ingevette bakplaat leggen, of overdoen in een bakvorm (eventueel de bovenkant insnijden met een scherp mes, voor het effect) en in de voorverwarmde oven op 220 graden in ongeveer een half uur afbakken. Het brood is gaar als het hol klinkt als je erop klopt. Omgekeerd op een rooster laten afkoelen.
Bij gebruik van de broodbakmachine uitsluitend de droge ingrediënten in een kom door elkaar mengen. Het water of bier plus de olijfolie eerst in de broodbakmachinevorm gieten en pas daarna het meelmengsel toevoegen. Volg verder de gebruiksaanwijzing.
Gebruikt u broodmix in plaats van gewoon meel, volg dan de aanwijzingen op de verpakking.

Ga toch fietsen?!

oktober 27, 2010

Toen ik een kwart eeuw geleden naar Zuid-Frankrijk emigreerde, nam ik mijn fiets mee. Wel een racefiets hè, geen opoefiets: ik was een redelijk getrainde amateurrenner. Ik schat dat ik in die beginperiode een keer of vier op dat rijwiel naar het dorp ben geweest. De jacht op vers stokbrood, dauwtrappen tegen de heuvels op; het was al snel afgelopen. Ik weet sindsdien beter dan wie ook wat ‘vals plat’ in de praktijk betekent, en ik ben van huis uit al niet zo matineus.
Ik bak intussen al jaren naar tevredenheid mijn eigen brood en die fiets is ruimschoots afgeragd door de jonkies van de lokale ‘cercle’ waar aanstormend talent zich in de beginselen van het echte wielrennen mag bekwamen.
Vanwege familiegedoe was ik drie maanden geleden heel even in Nederland (KLM-vlucht ’s ochtends heen, ’s avonds terug) en mijn neef daagde me uit de fiets te nemen toen het bier op was en de slijter om de hoek bezocht moest worden.
Mooi niet! Decennia niet gefietst, ik moest er niet aan denken. Ik mis op TV nooit de Vlaamse klassiekers, Parijs-Roubaix, de Tour-etappes: passief fanatisme kun je me niet ontzeggen. Ondanks het -zo lijkt het- vaak door een glaasje extra ingegeven gekwaak van Monsieur Smeets, die steevast later ziet wie er in de kopgroep zit dan ik. Terwijl ik de beelden in mijn satellietverbonden boerderijtje in een niet op te sporen Zuid-Frans gehucht toch echt later binnen krijg dan hij…
Toen ik in een grijs verleden sportverslaggever was, reed ik mee in het peloton. In de auto. En voor zo’n ‘teefje’ vergde dat speciale toestemming van hoge heren als Tourbaas Levitain, die “geen wijven in de Tour” als adagium had. De Smeets-achtigen zitten echter aan de ‘meet’ en aan de Chablis, en herkenden renners pas als de hele wielerwereld al gezien heeft dat Andy Schleck voorop is gegaan.
Het parcours van de Tour 2011 is inmiddels bekend. Komt bij mij in de buurt. Ik sta langs de route en moedig aan, reken maar. Maakt me niet uit dat ik van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laar de deur niet uitkan omdat alle wegen in de wijde omtrek zijn afgezet voor normaal verkeer. Prima! De veiligheid van de renners gaat voor.
En dan lees ik -bijvoorbeeld bij Telegraaf-columnist Rob Hoogland- dat fietsers in Nederland een groter gevaar op de weg vormen dan alcomobilisten. Dat gaat dus niet over professionele wielrenners, neem ik aan, maar over dagelijks fietsverkeer.
Ook hier in Zuid-Frankrijk is fietsen inmiddels in de mode geraakt: de stadsfiets maakt deel uit van het urbane mobiliteitsmodel, zullen we maar zeggen. Het ‘wittefietsenplan’ van de Provo’s (jaren zestig vorige eeuw) is in Nice (maar ook in Parijs) vertaald in de ‘vélolib’, een huurfiets die je ophaalt bij een uitleenpunt en een stukje verderop weer inlevert.
Natuurlijk worden ze op grote schaal gejat; dat was voorzien en is verrekend in de huurprijs. De grote ergernis zit ‘m in het feit dat de fietsers in Nice zich aan god noch gebod iets gelegen laten liggen. Levensgevaarlijke capriolen van ongetrainde amateurs die vaak wel een auto-rijbewijs hebben, maar nog nooit op een fiets hebben gezeten. En zich van verkeersregels al helemaal niets aantrekken.
Op de Keizersgracht word je volgens Hoogland door een al dan niet gehelmde fietser van de sokken gereden. Op de Promenade des Anglais mag je ook nog eens je handjes dichtknijpen als zo’n wankel huurfietsje na een frontale confrontatie adequaat verzekerd blijkt te zijn.
Fietsen: óók een vak.

Toen ik vanmorgen opstond regende het, en niet zo’n beetje ook. Ik liet mijn honden uit en zag dat er op de bergtoppen een pak sneeuw lag. Ik woon op 450 meter hoogte, ik heb zo’n -volgens makelaars- ‘panoramisch’ uitzicht op een gebergte tussen mijn departement Le Var (83) en het naburige Alpes-Maritimes (06). Ik schat dat de sneeuw op 800 meter hoogte lag, en is blijven liggen.
Ik ben tegen kou en al helemaal tegen sneeuw. Vooral ook om die reden emigreerde ik een kwart eeuw geleden naar de subtropen. Maar ik werd er vijftien jaar geleden voor het eerst door sneeuw en ijspegels aan de dakrand overvallen, ik wist niet wat me overkwam. Ik reed toen in een Eend, waarvoor gelukkig ook het beijzelde steile paadje naar de ‘chemin de village’ geen probleem bleek. Buren met ‘echte’ auto’s konden het dorp niet bereiken, ik was even een Albert Heijn-James avant la lettre en heb ze allemaal braaf bevoorraad. Dankzij de briljante Deux Chevaux, die ik uiteindelijk helemaal heb ‘opgereden’. Driehonderdduizend kilometer met een tweecilinder, wie doet het me na? Ik kom uit Rotterdam; André Citroen (die zich later in Frankrijk pas Citroën ging noemen) werd geboren in Parijs, maar zijn voorouders kwamen uit Amsterdam. Opgestroopte mouwen kennen ze daar ook, dat schept een (auto)band. Dóórdouwen, nooit opgeven. Ik weet wel zeker dat André Citroen zich gisteren in zijn graf heeft omgedraaid nadat Feyenoord zich met 10-0 heeft laten inmaken door een paar spaarlampen uit Eindhoven. Want opgeven? Nooit!
Nu is het pas oktober en ik zie alweer sneeuw. Ik heb mijn gewatteerde legerjekkie alvast tevoorschijn gehaald, ik ben op het ergste voorbereid. Dat jasje heb ik dertig jaar geleden bij de dump gekocht. Nooit weggedaan en maar goed ook; ook vorige winter heb ik hier door sneeuw moeten ploeteren. Een week of drie. Tot verbijstering van mij en mijn Portugese importhondje Porta, die het fenomeen van dat rare witte goedje nog nooit had beleefd.
Ik geloof dus niet in global warming. Maar dit jaar zijn we wel erg vroeg overvallen. ’t Is pas oktober en er is al sneeuw. Global warming? De nieuwe ijstijd is een overtuigender verhaal. Wegwezen dan maar? Ja zeg: ook de mouwen van zo’n legerjekkie kun je opstropen (bbrrrr). En Mario loopt toch ook niet weg?

Voor Marseille is het genoeg geweest. Na 14 dagen staking van de vuilnismannen, ligt het stinkende afval torenhoog in de straten van Frankrijks eerste havenstad, en vormt het gevaar van enge ziektes en epidemieën een reële bedreiging voor de volksgezondheid. Hoewel de ergste bergen rotzooi de afgelopen dagen door inzet van het leger zijn weggeruimd, valt er tegen de afvalproductie van deze tweede grootste stad van het land niet op te ‘bezemen’.
Burgemeester Jean-Claude Gaudin (van de rechtse partij UMP): “Na 14 dagen is het wel mooi geweest. We hebben als gemeente goede connecties met de vakbond (FO), dus we willen nu echt dat men weer aan het werk gaat, als is het maar een beetje. Je kunt de volksgezondheid niet op deze manier in gevaar brengen.” Hij krijgt bijval van Renaud Muselier (ook UMP) die Eugène Caselli, voorzitter van de linkse PS (Partie Socialiste) oproept om de onderhandelingen met de vakbonden zo snel mogelijk tot een goed einde te brengen, zodat Marseille eindelijk weer opgelucht kan ademhalen. De stank in de straten is intussen niet om te harden en enge ziektes liggen op de loer: door de regen van de afgelopen dagen spoelt de vuiligheid ruimhartig door de straten, en ratten -verspreiders bij uitstek van besmettelijke ellende- tieren welig.
“Het gaat hier niet om een simpele staking van de vuilnisophaaldienst in Marseille. Dit gaat tegen de landelijke hervormingen van de overheid, met name die voor de pensioenleeftijd”, meent Christophe Masse van de PS. “Maar de overheid is doof.” En dus staken de vuilnismannen door. En dus wordt er straks ongetwijfeld met harde hand ingegrepen door de overheid; vanwege de volksgezondheid. Je kunt er op wachten; zie de stakingen bij de raffinaderijen. En dan? Niks. Want het volk mort, het volk staakt, maar een nieuwe revolutie? Mwah. Volgende keer misschien? Intussen gaan in Frankrijk wel 136 arbeidsdagen per 1000 werknemers per jaar verloren door die stakingen. De recente economische schade beloopt tussen de 200-300 miljoen per dag.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ook heel geschikt om van de voorraad vijgen af te komen. Let op: kooktijd van minstens anderhalf uur voor de prut klaar is! Dag tevoren bereiden is een optie.

Ingrediënten:
4 vol au vent (pasteibakjes) kant-en-klaar
2 stevige stoofperen (of 16 grote vijgen)
400 gram blauwe kaas (Roquefort, bleu d’Auvergne, St. Aigur)
¼ liter rode wijn
bindmiddel (Maïzena, Sauceline, o.i.d.)
suiker, kaneel, takje/snufje rozemarijn

Bereiding:
Schil de peren en snij ze in vieren, haal de klokhuizen eruit. Gebruikt u vijgen: was ze en verwijder het steeltje. Doe de peren (of de vijgen) in een pan -ze moeten comfortabel de bodem bedekken- en voeg rode wijn bij tot ze bijna onder staan. Doe er ruimhartig kaneel en suiker bij en breng alles aan de kook. Proef of het zoet genoeg is, voeg eventueel meer suiker bij. Laat de vruchten minstens anderhalf uur op zeer laag vuur tot bijna pulp koken; er mogen stukjes in drijven, maar alles moet boterzacht zijn. Laat het laatste kwartiertje een takje rozemarijn (of gedroogd, maar dan een beetje!) meesudderen. Vis het takje rozemarijn eruit. Voeg bindmiddel toe tot het vocht lobbig is, maar maak er geen ‘blok beton’ van! Laat afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Snij de kapjes uit de pasteibakjes en verwijder het binnenste bladerdeeg. Vul de ruimte op met eerst een laag vruchtenpulp, dan een laag verbrokkelde blauwe kaas en dek af met een laagje vruchtenpulp. Leg het pasteikapje er weer bovenop en laat de bakjes een kwartiertje in de oven opwarmen. Lekker als voorgerecht, als nagerecht en als lunchhapje.

Leuk verzoekje vanmorgen: of ik mee wil met de nieuwe, ‘post-Sovjet-‘ Oriënt-express van Nice naar Moskou. Tja. Dat lijkt me een fantastisch avontuur, maar drie dagen en twee nachten in een trein die niet harder gaat dan 100 km/uur? Vliegen van Nice naar de Russische hoofdstad duurt nog geen drie uur. Maar ’t is wel verleidelijk natuurlijk. De nieuwe Oriënt (€ 1.200 voor een enkele reis in de luxe klasse) tuft via Genua, Milaan, Wenen, Breslau, Warschau en Minsk naar Moskou. Slaapcomfort en goed eten & drinken onderweg zijn gegarandeerd, zegt de ijverige PR-meneer van de SNCF, de Franse vertegenwoordiger van de Russische uitbater RDZ.
Voor zover ik een romantica ben, spreekt het idee me zeer aan. Via een ‘terug in de tijd’-rit van de Place Massena naar de Place Rouge, dat heeft wel wat. Maar je moet ook weer naar huis. En graag per vliegtuig terug: ook romantiek heeft zijn grenzen, want de deadlines wachten niet. Alleen, uitgerekend nu staakt het grondpersoneel van Air France op het vliegveld van Nice. Ander keertje dus maar.