Een Provençaaltje in Parijs

Vlak voor kerst even naar Parijs geweest. Nee, niks shoppen, strikt zakelijk. Bovendien heb ik een hekel aan shoppen. En al helemaal pal voor feestgedoe. Ik ben niet goed in mensenmassa’s, nog minder als ze op jacht zijn voor de ‘heb’. Dus mijd ik afgeladen warenhuizen en volgepakte (super)markten. De broodnoodzakelijke leeftocht kan ook wel een dagje eerder of later worden ingeslagen.
Maar goed, Parijs. De avond ervoor nog even naar het nieuws gekeken en onthutsende taferelen gezien van door de sneeuw gestrande reizigers, met name op Roissy. Maar wij vlogen van Nice naar Orly, en daar kwam geen enkele informatie over. Dicht? Potdicht? Of gewoon open? We besloten het erop te wagen. Slechts een half uurtje vertraging! Taxi van de luchthaven naar hartje Parijs: geen probleem. Wandelingetje door de stad met sneeuwval en een snijdende noord-ooster, best te doen. Glaasje en sigaartje op een verwarmd terras: ronduit aangenaam. Zakelijke afspraak: perfect op tijd en verheugend voorspoedig verlopen. Zó voorspoedig, dat we die avond voor het diner werden uitgenodigd in het oudste restaurant van Parijs, La Tour d’Argent (1 Michelinster). Het werd een ongekend spektakel waarvan ik met volle teugen genoten heb, en dat begon al bij de voordeur. Ik was nog verwikkeld in de afrekenprocedure, toen het portier van de taxi met een ferme ruk werd opengezwaaid door een als palfrenier vermomde deurbediende, waardoor de sneeuwjacht vrij spel had en ik onbedoeld in het wit de entree bereikte. In de hal wachtte een tweetal livreiers met een plateau met bekertjes troostrijke warme bouillon; blijkbaar had de palfrenier er een handje van zijn gasten als verse diepvrieswaar naar binnen te wippen. Met een liftje, bediend door een heuse piccolo, stegen we op naar het restaurant op de eerste etage, alwaar we werden verwelkomd door een maître in rokkostuum die ons naar ons tafeltje geleidde, meteen gevolgd door een tweede pandjesjas die ons aperitiefje noteerde, dat door een derde ‘rok’ werd uitgereikt. Een vierde kraai bracht de menukaart, een vijfde de wijnkaart. Pas daarna had ik de tijd om even rond te kijken. Niet verkeerd. Een oer-klassieke ambiance met veel velours en draperieën en een schitterend uitzicht over de Seine. De kleine zaal was goed gevuld, maar zeker niet vol. En toch telde ik in de gauwigheid zo’n achttien stuks bedienend personeel! Tel er de ontvangst- en de keukenbrigade bij op en je zit toch al snel aan een mannetje of dertig. Pand, locatie en reputatie meegerekend kom je dan inderdaad uit op de torenhoge prijzen die hier voor een hapje en een drankje moeten worden neergeteld. Overigens heb ik dat niet van mezelf: ik kreeg ouderwets een ‘dameskaart’ toebedeeld, een menukaart zonder prijzen. Nou ja, er stond er eentje op. Bij de kaviaar: € 190 per voorafje. Waarschijnlijk om ‘meneer’ straks bij het afrekenen geen hartverzakking te bezorgen als ‘mevrouw’ zonder voorkennis zou hebben gekozen. Ik lust het spul niet, dus dat kwam goed uit.
Het werd het verrassingsmenu, met een vaste prijs. En het werd een komen en gaan van jacquets met gerechtjes bij ons tafeltje. Vissige dingen, vlezigheden, het kwam allemaal in straf tempo langs en elke keer weer prevelde de hoofdlivreier van onze wijk een uitgebreide toelichting bij elk bordje. Helaas net buiten gehoorbereik, zodat ik hem na schoteltje drie vroeg het asjeblieft te herhalen. Heeft ie tot en met het laatste hapje gedaan; eerst aan de overkant van het tafeltje, daarna kwam hij het mijn oor in fluisteren. Dus gaf ik hem al snel de bijnaam ‘hapjesfluisteraar’.
Ik weet niet (mocht het natuurlijk ook niet weten wegens uitgenodigd) hoe hoog de rekening uitpakte. Maar volgens mijn echtgenoot heb ik wijn gedronken die voor 150 euro per fles op de kaart stond. Ik heb niet echt heel veel verschil geproefd met de wijn van mijn buurman Martel. Hij rekent 16 euri per vijf liter, maar bij hem hoeft de wijn dan ook niet minstens vijf keer ‘over de kop’.
Misschien is het mondaine Parijs wel niks voor iemand als ik, die een kwart eeuw geleden voor een bestaan in een Provençaals gehucht heeft gekozen. Maar een ervaring was het wel. En het heeft een mooi nieuw woord opgeleverd: hapjesfluisteraar. Het zingt nog na in mijn oor.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

8 gedachten over “Een Provençaaltje in Parijs

  • do 30 december 2010 om 22:22
    Permalink

    …het water loopt me uit de (lekker) bek maar gelukkig hoefde ik niet af te rekenen.Wat is het leven waard zonder een mooie drup en hapje ?

    Gelukkig 2011

    Beantwoorden
  • vr 31 december 2010 om 08:38
    Permalink

    Heerlijk! Heb genoten en bijna meegegeten…Leve het platteland!

    Beantwoorden
  • vr 31 december 2010 om 10:52
    Permalink

    Ha die Renée,

    KOSTELIJK. Dat is het woord wat ik in je oor zou willen fluisteren. Gelijk de hapjesfluisteraar bij jou aan tafel. Ik zie het er niet van komen dat we hier ook met zoveel man om, bij, rond, onder en boven de tafel onze gasten het 4-gangen diner gaan serveren, maar het lijkt me inderdaad geweldig dat een keer mee te maken. Bij het woord “livrijer” moest ik even glimlachend denken Toon Hermans en z’n balgehakt-act.

    Zal die hapjesfluisteraar ook slechte hapjes toe willen spreken? Lijkt me wel wat voor die kaviaar :-)

    Beantwoorden
    • vr 31 december 2010 om 11:35
      Permalink

      Dag Ambiance,
      Kostelijk, dat was het zeker. En je hebt gelijk dat je aan Toon denkt bij ‘livrijer’; dat woord heeft hij ooit bedacht. Toen hij aan zat áán dat banket, vermoed ik. ;-) Mooie taalverrijking en het memoreren meer dan waard. Benieuwd hoe het de hapjesfluisteraar zal vergaan.
      Heel veel plezier en smakelijk genoegen bij je 4-gangendiner (wat een moed zeg!) en alvast een geweldige jaarwisseling en alle goeds voor 2011.

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: