Home

Vandaag kwam mijn goede vriend Joseph terug uit de bergen. Joseph is een beetje een rare eenling die al een eeuwigheid geleden de brave Hollandse burgermaatschappij verliet om zich als een soort van stateloze te vestigen waar het hem uitkwam, zolang het hem uitkwam. Ik moet zeggen, in ons dorp houdt hij het al flink lang uit, dus dat rusteloze is er wel een beetje afgesleten in de loop der jaren. En van de licht ontvlambare vechtersbaas van vroeger, die zijn schamele kunstgebit dankt aan een paar rake klappen van de gendarmerie, is ook niet veel meer over. Vroeger -in zijn stoere tijd- voorzag hij in zijn levensonderhoud als bosarbeider; een loodzwaar beroep, en niet alleen omdat het omzagen van mansdikke bomen een enorme aanslag op je fysiek doet. Dat doet de bijbehorende, rijk besproeide omgang met ruige kameraden in niet mindere mate. Er was een tijd dat Joseph dacht dat hij de veertig niet zou halen, tegenwoordig denkt hij (soms) aan z’n oude dag. Vandaag de dag doet hij in tuinonderhoud, hetgeen voornamelijk bestaat uit snoeiwerk en grasmaaien, maar onderschat dat laatste niet: een tuin maaien betekent hier vaak een hectare of wat ondoordringbaar opgeschoten wildgroei tot aanvaardbare proporties terugdringen met een ‘debroussailleuse’ (bosmaaier), waarbij je uur na uur dezelfde rugverziekende zwaaibeweging maakt met een roterende maaier aan de ene kant van een stang, en een zware benzinemotor -half op je rug- aan het andere uiteinde.
Joseph huist in een veredelde cabanon waar hij tot aan z’n dood mag blijven wonen van de boer op wiens land die staat, in ruil voor wat hand- en spandiensten. Een stenen kot zonder toilet, maar met een serieus te nemen houtfornuis dat tevens als verwarming dienst doet, met tv en -sinds ik een nieuwe moest om bij de tijd te blijven- een pc met Windows 95. Hij schrijft er een dagboek op, en anarchistische pamfletten. Maar sinds de printer het begeven heeft komen die niet verder dan het beeldscherm. Ik heb nog geen vervangend afdrukapparaat kunnen vinden dat met de klassieke computer wil samenwerken en waarvoor ook nog eens inktpatronen te vinden zijn.
Maar goed, Joseph kwam vandaag terug uit de bergen. Hij heeft er een vriend, die schapen houdt en die ze samen tijdens de transhumance aan het begin van de zomer vanuit het dal naar boven brengen, en aan het eind van de zomer weer naar beneden. Gewoon te voet, zoals het vroeger ging, en niet met vrachtwagens zoals het tegenwoordig gaat; dat is te duur. Wel dragen ze felkleurige hesjes en is het oude bestelbusje dat de proviand vervoert en waar ze onderweg in slapen als het regent, voorzien van een oranje zwaailicht. Dat moet, van de lokale overheid, voor de veiligheid. Evengoed worden ze regelmatig bijna van de sokken gereden door ongeduldige toeristen die zo’n langzaam voortsjokkende troupeau allesbehalve pittoresk vinden en die die wandelende wolbalen het liefst zonder jas op hun bord zouden willen vinden in het prijzige sterrenrestaurant waarvan de reservering door hun verlate aankomst dreigt te verlopen.
Joseph houdt van de bergen in de zomer. Het is er rustiger en koeler, er heerst nog de sfeer van hoe het was vóór alle authenticiteit uit het Provençaalse plattelandsleven werd weggemoderniseerd.
Maar erger nog dan die ‘wolven van de weg’ vinden Joseph en zijn vriend -en met hen tal van andere schaapherders- de echte wolven die hun schapen en lammeren afslachten. Sinds de eerste wolven hun intrede deden in het Parc du Mercantour in 1992 is hun populatie razendsnel gestegen. Ze breidden hun territorium navenant uit en worden nu gesignaleerd in minstens negen departementen, waaronder in de regio PACA de Alpes-de-Haute-Provence, de Hautes-Alpes, de Alpes-Maritimes en de Var. Dat kan, omdat de wolven tot beschermde diersoort zijn verklaard. Bovendien hebben ze geen natuurlijke vijanden. En ze zijn hondsbrutaal: ook op klaarlichte dag, terwijl er schaapherders en herdershonden bij zijn, aarzelen ze niet om een kudde aan te vallen. Zo lieten al duizenden schapen het leven sinds de herintroductie van de wolf, die volgens natuurgroeperingen ‘in het Franse landschap thuishoort’. Alleen al in de laatste twee weken zijn er meer dan honderd schapen en lammeren afgeslacht. De herders staan machteloos, want afschieten mag niet, hoewel de minister van Milieu Nathalie Kosciusko-Morizet, na vele smeekbeden eindelijk overstag lijkt te gaan en ‘het beschermen van kuddes’ in een versoepelde regelgeving denkt te gaan opnemen. Herders zullen dan niet meer in de bak belanden als ze een wolf die hun kudde aanvalt, zonder pardon neerknallen.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben tegen het neerknallen van dieren. Maar ik kan me goed voorstellen dat je als herder ook niet met de armen over elkaar blijft staan toekijken hoe een stel wolven je schapen te grazen neemt. Voor wie wil zien hoe dat gaat: kijk hier. “Neuh”, zegt Joseph, terwijl ik een limonadeglas wijn voor hem neerzet (aan lullige wijnglaasjes doet hij niet), “maar daar hebben we zo’n ministersvrouwtje ook niet voor nodig. Je denkt toch niet echt dat zo’n wolf dat overleeft?” In de Hautes-Alpes lopen er in elk geval al twee minder rond…

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Warm weer op komst! Dus niet te lang in de keuken, maar wel een lekker fris toetje in de aanbieding. Succes verzekerd.

Ingrediënten:
150 gram geconfijte vruchtjes
60 gram suiker
30 gram glucose/druivensuiker (desnoods poedersuiker)
25 gram geschaafde amandelen
40 gram gepelde pistachenootjes, fijngehakt
2 eiwitten
25 cl slagroom
50 gram honing
2 perziken
aardbeien- of frambozensaus (of -siroop)

Bereiding:
Grilleer de amandelen lichtbruin in een droge koekenpan. Hak de pistaches en de geconfijte vruchtjes fijn. Klop de eiwitten stijf in een kom. Breng de honing met de suiker en de glucose aan de kook en spatel het mengsel meteen door de eiwitten. Goed blijven roeren tot de massa is afgekoeld. Roer de slagroom, de geschaafde amandelen en de fijngehakte pistaches en geconfijte vruchtjes erdoor. Doe alles over in een vorm en laat minstens 3 uur in de vriezer opstijven. Verdeel over de borden, versier met stukjes verse perzik (zonder vel) en giet er een klein plasje siroop omheen.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.

Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Als het weer niet wil zomeren, dan moet het fornuis maar bijspringen om de stemming erin te houden. Met zonnig vakantievoedsel, zoals deze zomerse gamba’s. Klaar in een handomdraai, of twee.

Ingrediënten:
16 grote gamba’s (gekookt)
400 gram groene tagliatelle
2 rode paprika’s
2 theelepels gedroogde dragon
1 theelepel gemberpoeder
2 tenen knoflook
zout, peper uit de molen
olijfolie

Bereiding:
Verwijder de koppen en pel de gamba’s, snij de rug in de lengte open en haal het zwarte darmkanaal eruit. Doe de gamba’s samen met een scheut olijfolie, de gember, wat zout en een paar draaien uit de pepermolen, in een schaal; roer alles goed door elkaar en laat staan, zodat de smaken in de gamba’s trekken.
Haal de zaadlijsten uit de paprika’s, snij het kontje en de steel ruim weg, snij het vruchtvlees in blokjes. Pel de tenen knoflook.
Doe een scheut olijfolie in een ruime koekenpan (of een wok), laat heet worden en roerbak de paprikablokjes snel enkele minuten. Doe de knoflook (uit de knijper) erbij en laat nog zo’n 5 minuten op laag vuur sudderen, met het deksel op de pan (of wok).
Kook intussen de tagliatelle beetgaar in een ruime pan met water, waaraan een flinke scheut olijfolie, plus een kruidenbouillontablet (herbes de provence, ail et persil o.i.d.) is toegevoegd. Eerst het water met de olie en de tablet aan de kook brengen, dan pas de tagliatelle erbij. De pasta is beetgaar als de buitenkant zacht is en het binnenste nog een beetje stevig.
Doe de gamba’s, plus de dragon, bij de paprikablokjes en laat alles zonder deksel even goed doorwarmen op hoog vuur. Zet uit.
Stort de tagliatelle in een vergiet (niet koud afspoelen!), laat even uitlekken en doe terug in de pan met nog een scheut olijfolie erbij, roer goed om en verdeel over de borden. Verdeel vervolgens het gamba/paprikamengsel over de pasta. Meteen opdienen.

Dorpsfeest

juli 19, 2011

Verjaardagen vier ik niet en nooit. Ongetwijfeld is dat afwijkend gedrag, maar het bevalt uitstekend. Ik ben nou eenmaal niet van de ‘knusse gezelligheid’, zal ik maar zeggen. Ik voel me al snel een beetje opgezet wild, als visite verplicht wordt. Doe mij maar mensen die spontaan langs komen -liefst met een mooie fles in de aanslag- waarmee het nog lang onrustig blijft in mijn woonkeuken, waar het goed aanschuiven is, als ik volstrekt partijdige (dat spreekt) getuigen mag geloven. Maar ja, soms moet je eraan geloven. Zeker als je dochter uit NL is ingevlogen die op Quatorze Juillet (de nationale Franse feestdag) jarig is en er beslist het hoogtepunt van het jaar van wil maken. ’t Is haar van harte gegund, al is ook zij niet op vroege visite gesteld. Dus we doen een mooie lunch aan het strand, ondanks de files op de heen- en terugweg. We drinken een apertiefje in het lokale café dat je, ondanks de nieuwe gerant, als klant nog steeds het gevoel geeft aan onverantwoorde stervensbegeleiding te doen, terwijl euthanasie meer op z’n plaats zou zijn. ’t Heeft niet echt sfeer, zullen we maar zeggen. Maar je treft er op zo’n feestdag vrienden en bekenden, soms van jaren geleden en dan komt die sfeer vanzelf wel.
Diner bovenin het dorp, dat staat vast. Op het pittoreske pleintje met aan weerszijden van de rustieke fontein een aantrekkelijk restaurantje. Het ene heeft de vriendelijkste uitbater, maar een matige keuken. Het andere heeft een bitch als restaurateur (ze haalde landelijke bekendheid in de kook-tvserie ‘Oui chef’) en wint het ruimschoots qua menukaart. We kennen ze allebei, al jaren. En ze gunnen elkaar het licht in de ogen niet. Schuif je bij de een aan, dan schoffeer je de ander. Als je vanaf de parkeerplaats naar het pleintje loopt, wordt er vanaf beide terrassen uitbundig naar je gezwaaid: hier! Kom dan hierheen! ’t Is crisis; iederéén kan de omzet goed gebruiken. We lieten -lafhartig- het Salomonsoordeel aan onze dochter over. Ze ging voor de mooie menukaart.
Bij het dessert werd ze onrustig; het vuurwerk zou zo beginnen en daarna was het bal! We verslikten ons bijna in de koffie om maar op tijd op de een ‘berge’ hoger gelegen jeu-de-boulesbaan te arriveren, vanwaar we een riant uitzicht op het ‘feu artifice’ zouden hebben. De dorpslantaarns werden gedoofd, de kermiskraampjes met antiek vermaak als ‘eendje-hengelen-uit-een-bak-met-water’, ‘ballen-gooien-tegen-een-ei’ en ‘touwtje-trekken-voor-een-prul’ vielen stil. Alleen het meisje achter de suikerspinmachine draaide op volle toeren door. Ze had gelijk. Pas een minuut of twintig later ging het eerste miezerige vuurpijltje de ongelijke strijd aan met de schitterende volle maan die het feestterrein verlichtte. Maar daarna kwam het helemaal goed met een spetterend vuurwerk dat tot in de wijde omgeving voor kruitdampen heeft gezorgd.
En toen was het bal.
Een sixties-bandje verzorgde -niet onverdienstelijk- oude hits van de Stones, de Beatles, Boney M, The Frogs. Er werd gedanst, gehopst, geschuifeld. Oma’s met kleinkinderen, vaders met tienerdochters, toeristische stelletjes met een slok teveel op: veel onschuldiger kun je het niet krijgen. Terwijl ik stond te kijken, werd naast me een forse kale man door een viertal gendarmes ingesloten en in de polsmofjes afgevoerd. Geen idee waarom, maar het gaf meteen iets grimmigs aan wat een gemoedelijk dorpsfeestje was. “Zullen we naar huis?” vroeg m’n dochter. “Ja”, zei ik, “the party is over. Que la fête commence”. Dus thuis hebben we nog een lekker flesje opengetrokken. Want als je jarig bent op Quatorze Juillet heb je recht op je feestje. Ook al wordt het dorp nooit meer hetzelfde.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Met net de nationale feestdag achter de kiezen, houden we het dit weekeinde wat rustiger. Quatorze juillet viel op donderdag, dus ‘on fait le pont’ (= we maken een bruggetje): met één extra vrije (vrij)dag heb je meteen een lekker lang weekeinde. Beetje hangen in de tuin, rond de barbecue, beetje makkelijk eten. Dan wordt het al snel aïoli; een complete maaltijd met een pittige knoflookmayonaise als middelpunt.

Aïoli – basisrecept

Ingrediënten:
2 eierdooiers
1 theelepel mosterd
6 teentjes knoflook
citroensap van een halve citroen
zout en peper
olijfolie (veel)

Aïoli aux herbes

Extra:
½ bosje platte peterselie
½ bosje basilicum
2 takjes dragon
4 takjes citroentijm

Bereiding:
Pel de knoflooktenen en pers ze (knoflookknijper) uit boven een vijzel. Stamp ze met wat zout (gaat makkelijker) tot pulp en voeg wat scheutjes olijfolie toe tot het een smeuïge puree is.
Doe de puree, de mosterd en de eierdooiers in een ruime kom en meng alles goed door elkaar. Voeg dan onder goed kloppen scheutje voor scheutje steeds meer olijfolie toe, tot een heel dikke, stevige mayonaise ontstaat. Hoe meer olijfolie, des te stijver de mayonaise. Pak gerust de mixer; dat je alleen een vork zou mogen gebruiken en altijd in dezelfde richting moet klutsen, is onzin. Pers de halve citroen uit en voeg druppelsgewijs toe, maar laat de mayonaise niet te dun worden. Breng op smaak met zout, eventueel wat peper, maar de knoflook is al flink sterk dus niet teveel.
Voor de aïoli aux herbes:
Gebruik van de peterselie en de basilicum alleen de blaadjes, verwijder de stelen. Strip de blaadjes/naaldjes van de dragon en de tijm. Hak alles zo fijn mogelijk en kneus het haksel verder fijn in de vijzel, waaruit je de knoflookpulp hebt geschept (niet afwassen: een spoortje pulp helpt bij het fijnwrijven). Doe de kruidenprut pas op het laatst bij de aïoli en roer alles goed door elkaar. Zet een half uurtje in de koelkast zodat de smaken in elkaar kunnen trekken. Voor gebruik even op kamertemperatuur laten komen, maar haal niet méér uit de koelkast dan je denkt te gebruiken; er zit rauw ei in. De in de koelkast bewaarde aïoli is ongeveer een week houdbaar. Wel goed controleren: zodra het er anders gaat uitzien, of ruiken (al is het maar een klein beetje) meteen weggooien! Een voedselvergiftiging heb je zo.

Aïoli wordt hier (Provence) gegeten met hardgekookt ei, rauwe selderijstengels, kort gekookte wortels en haricots verts, gekookte aardappelen (rattes, roseval, maar krieltjes kunnen ook heel goed) en stokvis, maar eigenlijk kun je net zoveel variëren als je wilt. Ik vind broccoli, gekookte bietjes, komkommer, kabeljauw, zalm, of gamba’s, of (lams/varkens)koteletjes er ook goed bij passen, om maar wat te noemen. Ook met patat vormt aïoli een prima combinatie. En je kunt wat aïoli -beetje verdund met bijvoorbeeld wijnazijn- ook prima gebruiken als sladressing. Vergeet het stokbrood en een koel glas rosé niet!

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboek.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ingrediënten:
800 gram vastkokende aardappelen (krieltjes, rattes, roseval)
12 zongedroogde tomaatjes (op olie)
150 gram stevige geitenkaas
1 kleine ui
1bosje platte peterselie
1bosje bieslook
½ bosje basilicum

Voor de vinaigrette:
1theelepel mosterd
3 eetlepels dragonazijn
6 eetlepels olijfolie
zout, peper uit de molen

Bereiding:
Boen de aardappels schoon en kook ze in de schil (geen pap laten worden). Laat ze afkoelen tot lauwwarm, snij ze in blokjes van zo’n 2 cm. Schil en snipper het uitje, snij de zontomaatjes in stukjes, hak de kruiden fijn. Snij de geitenkaas in kleine blokjes.
Maar de vinaigrette door in een ruime kom de mosterd los te roeren met de olijfolie, dan de dragonazijn er stevig doorheen klutsen tot een mooie emulsie. Voeg zout en versgemalen peper naar smaak toe. Meng alle ingrediënten er doorheen; voorzichtig omscheppen tot alles goed gemengd is. Zet een poosje weg (niet in de koelkast), zodat de smaken goed in elkaar trekken. Lekker voor de lunch, maar ook bij vlees of vis van de grill/barbecue.

Over dat dieptreurige zakenhuwelijk in Monaco hebben we het nu wel genoeg gehad. Dacht ik. Na alle juichende tabloidlyriek over hemelse verbintenissen en uitgekomen sprookjes knalde de Nice Matin vanmorgen maar even de keiharde cijfers van dit tot in de details geprefabriceerde superfeestje op de elektronische deurmat: 9,8 miljoen. Waarin verdisconteerd: een lichtconcert van laserlegende Jean Michel Jarre, een geriatrisch herenigingsconcert van The Eagles, een copieus diner van de hand van topchef Alain Ducasse, het optutten van de lokale kathedraal en het prinselijk paleis, het aperitiefje dat de authentieke Monegasken (32.000) kregen aangeboden aan de haven, vanzelfsprekend de beveiliging, en het in goede banen leiden van de ruim 200.000 bezoekers die op het evenement afkwamen, plus nog zo het een en ander. En o ja, de pallet peperdure champagne (zo’n 200 flesjes à € 100) die ergens tussen de leverancier in Avignon en Monaco verdween.
En dat allemaal om een troonopvolger te kweken middels een ‘runaway bride’ die al drie keer de benen zou hebben genomen (1 keer toen ze haar bruidsjurk moest passen in Parijs, 1 keer tijdens de Grand Prix van Monaco, en 1 keer pal voor het huwelijk, na verse geruchten van een derde buitenechtelijk kind van haar aanstaande) als ze niet door de ‘geheime dienstigen’ van het prinsdomme(r)tje aan de haren was teruggesleept. Aldus de door de ‘yellow press’ verklaarde achterkant van het Monegaskische sprookje.
Intussen is er ook in Monaco sprake van crisis: de begroting sluit niet, de baten verliezen het van de kosten. En de al of niet eerlijk verdiende miljoenen -die in het mini-vorstendommetje altijd een veilige vluchthaven vonden maar die zich er sinds recente ‘hervormingen’ niet meer zo thuis voelen – wijken uit naar elders.
The party is over.