Home

kul_hessel_11-04-20_534316aGistermorgen zag ik op de ontbijttelevisie het overlijdensbericht van de 95-jarige Stéphane Hessel. Die naam zegt u waarschijnlijk niks, maar ik was tamelijk ontdaan dat hij is gaan hemelen. Voor mij was Hessel een held.
Samen met miljoenen anderen had ik indertijd zijn opruiende pamflet ´Indignez-vous!´ (vrij vertaald: Wordt woedend!) uit 2010 gelezen. Ha! Eindelijk iemand die het gewoon eens zei. En geen herrieschoppend piepkuiken, maar een keurige meneer op leeftijd.
Hessel heeft dan al een buitengewoon spannend leven achter de rug. Tijdens WO II aangesloten bij De Gaulle in Londen, daarna verzetsstrijder in bezet Frankrijk, opgepakt en terechtgekomen in Duitse concentratiekampen.
Na de oorlog namens Frankrijk een topdiplomaat in Vietnam, Algerije, China, Zwitserland en de VS. Maar zijn bijdrage aan de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens beschouwde hij als zijn belangrijkste missie. “Nee, hij schreef niet mee, verklaarde hij later bescheiden, “hij gaf advies.”
Zijn pamflet ´Indignez-vous!´ was maar een dun boekje van 32 pagina’s dat je voor € 3 kon kopen bij een mini-uitgever in Montpellier. Eerste oplage 8.000 stuks. Het werden er miljoenen, over heel de wereld verspreid.
Wat mij echter vooral aansprak was Hessel zelf. Hij was 93 toen hij zijn boze schotschrift schreef en opriep tot verzet. Een keurige diplomaat in ruste. Maar eentje die zich niet kon verenigen met de huidige maatschappij, met de steeds groter wordende kloof tussen arm en rijk, met het ongegeneerde graaien, met de macht van het grote geld, met de schandalige behandeling van illegalen, van zigeuners, van verschoppelingen van de maatschappij. Een hoogbejaarde die opriep tot verzet, die ons engagement bijna eiste. En die oprecht vond dat ‘wij’ er iets aan moesten doen: “De toestand waarin we leven, is nooit gemakkelijk. Er zijn altijd minderheden die zich roeren en hun nek uitsteken. Dat is altijd zo geweest: overal in Europa zijn er kleine groepen die iets willen veranderen. Als al die bewegingen zouden samenwerken, kan er echt iets veranderen. En daartoe wil ik mijn medeburgers oproepen, want dat kan het verschil maken”.
Hessel stond in feite aan de basis van de Occupy-beweging die in Spanje begon, naar Wall Street oversloeg en daarna wereldwijd de aandacht trok.
Ik weet ook wel dat je vanuit een tentenkampje op het Beursplein in Amsterdam de wereld niet verandert. Ik zag ook wel dat er nogal wat warhoofden in die partytentjes zaten. Maar ik had toch sympathie voor hun ideeën. Want ik denk óók dat de uitwassen van het kapitalisme de grenzen van het betamelijke meer dan overschrijden. Ook wat dit betreft was en ben ik een bewonderaar van Hessel.
Onverschilligheid is volgens Hessel de grootste bedreiging voor deze wereld.
Ik heb lang gedacht dat een stevige revolutie op z’n tijd de boel weer eens flink de goede kant zou kunnen opschudden. Hier in Frankrijk om te beginnen. Daaraan worden we toch niet voor niks elke quatorze juillet herinnerd? Maar de laatste decennia is het geestdriftige vuur van de ´exception Française´ uitgedoofd tot een nasmeulend strofikkie.
Niet dat Hessel ‘van de barricaden’ was; hij predikte vooral geweldloos verzet.
De laatste zin uit zijn pamflet: “Créer c’est résister. Résister c’est créer.” (vrije vertaald: doordenken is verzet, verzet is doordenken).
Misschien moesten we daar maar eens over doordenken.

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het sneeuwregent uit een loodgrijze lucht en daar word je druilerig van. Zeker als de vrolijke zon- en sneeuwberichten je van heinde en verre worden toegetwittert en -gefacebookt.
Troosteten dus. Iets warms, uit de oven. Altijd goed. En omdat iemand om spinazie vroeg maar niks flauwigs met zalm wilde, werd het deze tourte Milanaise. Voor straks, bij de openhaard, en de platte kroeglol van Voetbal International op de treurbuis. Fijn, weekend.

Ingrediënten:
2 vellen (of 8 plakjes) bladerdeeg
3 eieren
600 gram grof gehakte verse spinazie (of 300 gram diepvries)
6 plakken ham
200 gram geraspte gruyère
1 blikje/potje rode paprika’s (400 gram, uitlekgewicht 240 gram)
½ bosje bieslook
2 tenen knoflook
olijfolie
zout en vers gemalen peper

Bereiding:
Ontdooi het bladerdeeg als het niet uit het koelvak maar uit de diepvries komt. Ontdooi ook de (diepvries)spinazie in een pan op laag vuur, onder af en toe doorroeren. Niet heet laten worden. Gebruikt u verse spinazie, dan goed wassen, droog slaan in de slacentrifuge, de dikste steeltjes verwijderen en de rest grof hakken.
Doe de paprika’s in een vergiet, bestrooi met zout, zet er een bord op dat in het vergiet past, en zet daar weer iets zwaars op, zodat er zoveel mogelijk vocht uit de paprika’s wordt geperst.
Pel de tenen knoflook.
Snij de ham in dunne reepjes.
Snipper de bieslook.
Breek de eieren in een kom, doe er wat zout bij en klop ze flink los met een vork, garde of mixer. Doe de bieslook erbij en knijp de knoflooktenen er boven uit en roer alles door elkaar. Verhit een scheut olijfolie in een koekenpan die ongeveer dezelfde diameter heeft als de bakvorm die u straks gaat gebruiken. Giet het eieremengsel erin en bak een omelet. Laat afkoelen in de pan.
Verhit de oven voor op 210 graden.
Snij de uitgeperste paprika’s in reepjes, snij eventuele harde stukjes weg.
Vet een springvorm in met olijfolie en bekleed de bodem en de zijkanten met het eerste vel (of vier plakjes) bladerdeeg. Prik met een vork rijkelijk gaatjes in de bodem. Leg de omelet op de bodem. Verdeel daar de helft van de spinazie over, vervolgens de helft van de hamreepjes, en daarna de helft van de gruyère. Bedek alles met de paprikareepjes, en geef er een stevige draai met de pepermolen overheen. Bestrooi alles met de rest van de gruyère, daaroverheen weer de rest van de ham, en tot slot de rest van de spinazie. Leg het tweede vel bladerdeeg (of de resterende vier lapjes) over de bovenste spinazielaag en druk de randen stevig aan, zodat het onderste en de bovenste bladerdeegvel goed aan elkaar plakken. Maak met een scherp mes een gaatje in het midden zodat straks hete stoom kan ontsnappen en de taart niet uit elkaar ploft.
Zet de taart in het midden van de oven en laat in circa 45 minuten gaar en goudbruin worden. Laat iets afkoelen en snij er punten van. Warm opdienen, met een mooi glas rood erbij.

Nooit meer pijnboompitjes

do 21 februari 2013

pomme-de-pinVandaag maakte ik onderaan de heuvel op ons terrein nogal hardhandig kennis met een stelletje stropers. Nee, geen dierenstropers, maar lui die het hebben voorzien op dennenappels. Pardon? Jawel, dennenappels. Daar blijkt handel in te zitten. En het gaat niet om individuele ‘goudzoekers’, maar om hele bendes.
En het gaat niet alleen om dennenappels, maar om eigenlijk zo’n beetje alles dat de Provence te bieden heeft: eucalyptus, hulst, tijm, rozemarijn, mimosa, paddenstoelen….
Ik mag niet discrimineren, maar volgens Michel Fourmillier, president van het Syndicat horticole du Var, worden de bossen hier zo’n beetje compleet kaalgestroopt door georganiseerde bendes uit met name Marokko en Tunesië. Hij waarschuwde dat de bijzondere biodiversiteit van de Var -het op Les Landes na bosrijkste gebied van Frankrijk, met 335.000 hectaren uniek bosgebied- groot gevaar loopt door die ongehoorde plunderingen.
Ik las dat krantenbericht in de Var Matin een maandje geleden, schouderophalend. Zal best, zal zo’n vaart niet lopen. Bovendien, er staan dikke boetes op bosplundering: tot wel 1000 euro, en/of drie jaar de bak in.
Maar navraag bij de commandant van de brandweer van Draguignan (die hier ook de bosbewaking in portefeuille heeft) Stéphane Bonmarchand maakte duidelijk dat het wel degelijk om een ernstig probleem gaat. “Mensen doen er lacherig over maar wij vinden het een verontrustende ontwikkeling. Nu het crisis is zien onverlaten overal handel in. Dus plukken ze onze bossen kaal, geen rekening houdend met de schade die ze daarmee aanrichten en die misschien wel onherstelbaar is. Je kunt niet zomaar paddenstoelen, planten, struiken en jonge bomen uit de grond ratsen, en zeker niet op de grote schaal waarop dat nu gebeurt, zonder een bos behoorlijk te beschadigen. En we moeten maar zien hoe en of dat zich herstelt!” Bonmarchand is boos. En gefrustreerd. Terecht. Want hem ontbreekt het aan de mankracht en de middelen om er ook maar iets tegen te doen.
Dus stonden er bij mij vanmorgen enkele ‘individuele bendeleden’ in een uithoek van mijn terrein met lange stokken tegen mijn ‘pins’ te rammen. Ik liep een rondje met de hondjes, en zei er wat van: “Vous êtes sur propriété privée.” Ik kreeg nog net geen stok in m’n nek, maar de boodschap was duidelijk: wegwezen!
Ik wàs weg. Had mijn onopvolgbare herdershond Rex nog maar geleefd…
En de lokale champêtre bellen had geen zin; als ie niet slaapt, suft ie wel.
De pijnbomen zijn intussen volledig leeggeschud, dus het stroperstuig zal wel niet snel terugkomen. Maar één ding is zeker. Ik doe nooit meer iets met pijnboompitjes, zelfs niet in een slaatje.

Clipboard03
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het klinkt oorverdovend saai, broodbeignets. Maar het is een hartverwarmend hartig hapje. Zeker als je al een beetje hoopte op het voorjaar en je ’s ochtends toch weer ijskristallen staat te schrapen. Dan denk je: warme lunch! En vlug een beetje. Kan. En best kans dat je er alles al voor in huis hebt. Anders ff snel shoppen!

Ingrediënten:
250 gram oud brood
½ rode paprika
1 kleine ui
2 teentjes knoflook
½ bosje platte peterselie
½ liter melk
2 eieren
2 eetlepels bloem
1 ons rauwe ham of salami, naar keuze
1 eetlepel herbes de provence
1 volle theelepel sambal
eventueel zout, maar wees er bescheiden mee
olie om te bakken/frituren

Bereiding:
Snij de paprika in tweeën, verwijder de zaadlijsten en snij het vruchtvlees van een helft in kleine stukjes. Pel en hak de ui fijn, pel de knoflook, snij de peterselie fijn, zonder de steeltjes, en de ham of salami in stukjes. Giet de melk in een kom en doe er het brood -in stukjes- bij; laat even weken. Giet af en pers het brood zoveel mogelijk uit. Doe het brood met alle fijngesneden ingrediënten, de ‘herbes’ en de sambal in een kom, pers de knoflook er boven uit. Doe er de eieren en de bloem bij en meng alles goed door elkaar tot een dikke massa. Verdeel de massa in porties ter grootte van een platte oliebol.
Verhit de olie in een braadpan (ik gebruik liever een wok) en bak/frituur de beignets tot ze goudbruin zien. Ze horen vanzelf om te draaien, maar als dat niet lukt, even een handje helpen. Laat uitlekken op keukenpapier.
De beignets kunnen warm of koud gegeten worden.

Bezuinigingen

do 14 februari 2013

Clipboard02
Er moest iets met de fosse septique. Sinds een paar jaar gelden er nieuwe normen, en daaraan voldoet onze oude beerput niet. Er plofte een brief in de bus die een inspectie aankondigde. En net als iedere rechtgeaarde zuiderling wachtten we eerst maar eens op die controle. Die kwam niet.
Twee jaar lang niet. Maar vorige maand dus wel. “Ouwe troep”, concludeerde de inspecteur, “moet helemaal vervangen.”
“Maar hij doet het nog prima hoor”, wierp ik tegen, “en ik gooi er elke week Eparcil (een zakje met strontvretende bacteriën) in.”
Dat was heel verstandig, en milieubewust, en verantwoord. Maar regels zijn regels: vervangen die ouwe meuk, wegens ‘hors normes’.
Daar moet een graafmachine aan te pas komen. En omdat de fosse op een onhandige plek een paar berges (terrassen) lager dan het huis ligt, moeten er een paar bomen om, anders kan die graafmachine er niet door. Ik ben daar zwaar tegen, maar verzet komt ons te staan op een torenhoge boete. Met ernstige tegenzin toog ik dus naar de mairie om de benodigde vergunning (demande d’autorisation de défrichement) op te halen.
Dat ging zó maar niet. Ik ‘mocht’ terugkomen met m’n hele doopceel, waaronder paspoort, geboortebewijs, bewijs van bestaan, van woonadres, van kredietwaardigheid, van braaf burgerschap en nog zo het een en ander, waaronder het bewijs van mijn al dan niet huwelijkse staat. ‘Dat gaat je geen donder aan’, had ik de ambtenaar van dienst graag toegevoegd. Maar ja, die boete hè.
Na overhandiging van het hele zwikkie kreeg ik een formulier toegestopt: “Invullen en ondertekenen.”
Ik keek er naar. En gaf het terug. “Da’s een oud formulier.”
Vol ongeloof keek de baliekluiver me aan: “Pardon?”
“Hier staat bij ‘civilité’ dat ik kan kiezen uit Madame, Mademoiselle, of Monsieur. Dat Mademoiselle is vorig jaar februari door premier Fillon per ministerieel besluit afgeschaft. Wegens discriminerend voor vrouwen. Dus dat formulier is niet meer rechtsgeldig. Dus in geval van verzekeringen en zo….”
Daar moest hij even over nadenken. Om met een even simpele als briljante oplossing te komen.
“U stuurt gewoon uw man! Die kan Monsieur aankruisen.”
Ik overwoog nog even om uit te leggen dat dat formulier ook dan nog steeds verouderd was. Ik heb het maar gewoon ingevuld. En om een extra stempeltje plus de handtekening van de loketbediende gevraagd. Dat deed zijn status zichtbaar goed, er brak een blije glimlach door.
“Weet u”, vertrouwde hij me bij het afscheid toe, “Ik wist het natuurlijk wel. Maar die oude formulieren moeten op. Bezuinigingen.”
“Hoeveel heeft u er nog?” vroeg ik meevoelend.
“Een kleine duizend”, schatte hij.
Ons dorp telt nog geen vijfhonderd zielen, zo’n autorisation wordt een tiental keren per jaar aangevraagd. Er zullen dus nog tot in lengten van dagen ongeldige vergunningen worden uitgegeven.
“Blijven stempelen”, zwaaide ik ten afscheid.
Verheugd knikkend zwaaide hij terug.

IMG_3294
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Mijn visboer is een beetje rare vogel. Hij schept er een eer in om zo’n beetje alles te hebben dat de hypermarché een stukje verderop niet heeft. En wat die wel heeft, verkoopt hij principieel niet. Noblesse oblige. Ik ben het zeer met hem eens, want bulkzalm en plofmosselen hoef ik ook niet. En niet alleen omdat het nergens naar smaakt. Gisteren had de visman forel. “Forel? Het seizoen begint toch pas eind maart?” “Oui madame, maar dit is kweekforel, uit Kroatië, biologisch!” Raar verhaal, dacht ik. Maar thuis heb ik het nagekeken, en het klopt. Klik hier maar: keurig biologisch gekweekte forel uit Kroatië. En het smaakt. Mijn visboer is een blijvertje, ondanks -of misschien juist wel vanwege- die kiloknallende hypermarché om de hoek.

Ingrediënten:
1½ kilo forel (hele vis(sen))
peper en zout
2 eetlepels olijfolie

Voor de vulling:
1 grote ui
½ bosje platte peterselie
100 gram champignons
1 citroen
4 eetlepels amandelschaafsel
250 gram langkorrelige rijst
450 ml droge witte wijn
peper en zout
olijfolie

Voor de saus:
3 tenen knoflook uit de knijper
1 eetlepel olijfolie
1 eetlepel wijnazijn
stukje verse gember (ca. 3 cm) geraspt
2 eetlepels suiker
300 ml water

Bereiding:
Vraag de visboer de vis schoon te maken, maar de kop te laten zitten. Spoel hem (nee, niet de visboer, maar de vis) thuis onder de koude kraan af en dep droog met keukenpapier. Leg de vis opengeklapt op een schaal, bestrooi met peper en zout, en zet weg in de koelkast.
Voor de vulling:
Hak de peterselie fijn. Maak de champignons schoon en snij ze in dunne plakjes. Boen de citroen schoon en snij ook die in dunne plakjes, gooi kop en kont weg. Pel en snipper de ui.
Doe een scheut olijfolie in een braadpan en fruit de ui goudbruin. Doe de champignons en de peterselie erbij en laat een paar minuten meebakken. Voeg het amandelschaafsel toe en laat licht verkleuren. Voeg de rijst en de wijn toe, roer goed door en laat circa 15 minuten met het deksel erop stoven, tot de rijst gaar is. Af en toe doorroeren, eventueel nog wat wijn toevoegen als het mengsel te droog dreigt te worden.
Verwarm intussen de oven op 200 graden. Haal de vis uit de koelkast.
Voor de saus:
Schil de gember en rasp fijn. Pel de knoflooktenen, knijp fijn boven een koekenpan met wat olijfolie erin en laat op laag vuur lichtbruin fruiten. Voeg de wijnazijn toe, plus het water, de gember en de suiker. Laat enkele minuten onder goed doorroeren stoven.
Leg de vis opengeklapt op een groot stuk met olijfolie ingevet aluminiumfolie (hij moet er helemaal in ingepakt kunnen worden) en bestrijk hem aan de binnenkant met de warme saus. Verdeel vervolgens de vulling erover. Klap de vis dicht en giet nog wat saus over de buitenkant. Leg er de citroenplakjes op. Vouw het aluminiumfolie dicht tot een ruimzittend pakketje. Laat in 30 minuten gaar worden in de voorverwarmde oven. Snij de vis in moten en verdeel over de borden. Giet er de resterende (warme) saus overheen. Geef er een mooi glas wit bij.

Recept van de week: Kibbeling!

vr 1 februari 2013

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Mijn man is de makkelijkste man van het westelijk halfrond, vindt ie zelf. En ook nog eens de gemakkelijkste eter. Alleen: liever geen vlees. En graag af en toe iets héél Hollands. Heimwee? Welnee! Maar ja….
Goed, vandaag dus kibbeling: kabeljauwstukjes in een gefrituurd jasje. Oorspronkelijk waren dat kabeljauwwangetjes trouwens, de term kibbeling is daar een verbastering van, maar bij de Hollandse snackbar werd al gauw voor veel goedkoper afsnijsel gekozen. En voor goedkopere vis, zoals heek, wijting of koolvis. Geeft niks, het is toch vooral de saus die er de smaak aan geeft. Nee, geen knoflooksaus, ik kies voor remouladesaus. Maar dan wel de mijne!

Ingrediënten:

Voor de kibbeling:
500 gram kabeljauwrug (of andere witwis zonder graat)
2 eieren
2 tenen knoflook
bloem
witte peper en zout
olie om in te frituren (arachide, zonnebloem, colza o.i.d.)

Voor de saus:
2 eierdooiers
2 theelepels mosterd
olijfolie
zout en witte peper

40 gram augurkjes
20 gram kappertjes
2 eetlepels platte peterselie (fijngehakt)
1 eetlepel gedroogde kervel
1 eetlepel gedroogde dragon
2 ansjovisfilets (op zout)
2 tenen knoflook
sap van een halve citroen

Bereiding:
Begin met de saus, dan kunnen de smaken lekker in elkaar trekken.
Hak/snij de augurken in heel kleine stukjes, hak de kappertjes fijn. Versnipper de peterselie. Snij de ansjovisfilets in piepkleine stukjes, pel de knoflooktenen.
Doe de eierdooiers samen met de mosterd in een kom (niet te groot) en laat er voorzichtig de mixer op los; de boel moet alleen maar even los geroerd worden.
Giet er een scheutje olijfolie bij en mix verder (op de laagste stand) tot de olie in het eiermengsel is opgenomen. Ga scheutje voor scheutje verder, net zo lang tot er een molligdikke mayonaise ontstaat. Doe het citroensap erbij, plus peper en zout. Proef, en pas eventueel aan tot het naar smaak is, want de basis is belangrijk. Knijp de knoflooktenen er boven uit, doe de kruiden, de augurken, de kappertjes en de ansjovis erbij, en roer alles door elkaar. Zet weg.

Snij de vis in ferme dobbelstenen, controleer op graatjes, en leg alles op een dubbele laag keukenpapier. Leg net zo’n laag er bovenop en druk aan, zodat het meeste vocht uit de vis verdwijnt.
Breek twee eieren in een ruime kom, doe er peper en zout naar smaak bij, knijp de knoflooktenen er boven uit en klop alles los met een vork. Voeg er beetje bij beetje bloem bij (blijven kloppen) tot er een mooie dikke pap ontstaat die traag van de vork af druipt. Doe de visblokjes erbij en schep om totdat alle visblokjes rondom met het mengsel bedekt zijn.
Giet een flinke laag olie in een braadpan of een wok (ik gebruik zelf liever een wok = minder olie en makkelijker omscheppen) en laat heet worden tot de eerste damp van de olie afkomt, maar zeker niet heter! Controleer met een stukje brood of de olie heet genoeg is: komt het broodstukje meteen boven bruisen, dan is de olie heet genoeg.
Doe een eerste portie kibbeling in de braadpan/wok (ga uit van vier porties, anders koelt de olie teveel af) en schep de visblokjes af en toe om met een schuimspaan, tot ze rondom goudbruin zijn gefrituurd. Schep ze eruit en laat ze uitlekken op keukenpapier. Herhaal de procedure met de rest van de visporties.
Verdeel over de borden en geef de remouladesaus er los bij. Plus -voor het gezondheidseffect- een lichte salade.