Home

Clipboard01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zeg nooit tegen een Rotterdammer “lievere koekjes worden niet gebakken” want dan worden de mouwen opgestroopt en dan bakt ie ze zelf. Zo gaat dat in 010.
‘t Zit erin gebakken, zullen we maar zeggen. En dat krijg je er ook na een kwart eeuw Zuid-Frankrijk, niet meer uit. Vandaar vandaag een recept voor lievere koekjes, door Google vrolijk vertaald als ‘biscuits gentils’. Dat heeft wel wat, dus zo noemen we dat voortaan: biscuits gentils. Met honing, olijfolie en chocolade. En ze smaken net zo aaibaar als dat ze klinken.

Ingrediënten:
250 gram bloem
1 groot ei
10 cl olijfolie
2 volle eetlepels vloeibare honing
4 eetlepels kristalsuiker
½ zakje korrelgist
snufje zout
100 gram pure chocolade (in korrels, of geraspt tot snippers)

Bereiding:
Doe de bloem, de suiker en het snufje zout in een ruime kom.
Klop het ei los in een ander kommetje, en voeg dat samen met de olijfolie, de honing en de gist toe. Kneed alles goed door elkaar tot een stevige deegbal. Blijft het deeg te klef, doe er dan wat extra bloem bij.
Laat de deegbal in z’n kom een uurtje opstijven in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Bestuif een grote snijplank, of het aanrecht, met bloem en rol het deeg uit tot een lap van zo’n krappe centimeter dik. Strooi er de chocoladekorrels/snippers overheen.
Snij de plak met een scherp mes in hapklare stukjes, of steek er met bijvoorbeeld een glas of een vormpje, serieuze koekjes van.
Vet een bakblik in en verdeel de koekjes erover; met wat tussenruimte, want ze lopen wat uit en gaan dan aan elkaar kleven. Teveel voor één bakblik? Dan in twee sessies bakken. Liever niet twee bakblikken boven elkaar, dan blijft de helft te bleek terwijl de rest verzonnebankt.
Na een minuutje of twaalf -als ze goudbruin zijn- kunnen de ‘lievere koekjes’ de oven uit. Laten afkoelen, en bewaren in zo’n ouderwets koektrommeltje van oma, of een modern hermetisch plastic ding zonder nostalgie. ’t Gaat om de kraakverse kraak tenslotte: taaie koekjes zijn niet ‘gentil’, dat zijn gebitbrekers.

De computerexpert

april 25, 2013

Clipboard01
En jawel hoor. Je waant je veilig achter een bloedserieuze virusscanner en een uit digitale bakstenen opgetrokken firewall, en dan blijk je ineens middenin een botnet te wonen. Een wat? Ja dus. Gehackt, gevirusdeeld en nog wat andere ongemakken. Dat merk je dus pas als je pc op een willekeurige ochtend een lange neus trekt als je ‘m voorzichtig bij de les probeert te krijgen. Starten? Mwah, vooruit. Email ophalen? Ja zeg…. Internet? Who the **** do you think you are?
Goed. Een expert dus. Natúúrlijk had die geen tijd.
“Madame! Il y a des urgences!”
“Mais c’est mói, l’urgence!”
Hij kwam.
En hij ging meteen ook niet meer weg. Mopperend en pruttelend foeterde hij de ochtend door. En de middag. En de volgende ochtend. En middag.
Bij elke nieuwe ‘oh, putain’ voelde ik de betrouwbaar geachte bodem uit m’n pc-bestaan een stukje verder afbrokkelen. En de rekening oplopen.
Behalve het peperdure -zelf aangeschafte en auto-geïnstalleerde- Bitdefender (“daar staat een knopje fout”) kreeg ik -behalve een preek waar zelfs Calvijn geen brood van zou lusten- CD Cleaner en Spybot Search & Destroi voor de kiezen. Leek me prima. Alles leek me op zeker moment prima. Doe vooral, zorg dat de hele handel weer werkt. En ga weg! Blijf weg! Kom nooit, maar dan ook nooit meer terug! Deze expert was dodelijker dan alle virussen die je in je ergste nachtmerries kunt bedenken.
Hij lulde niet, hij ratelde, aan één stuk door. En niets deugde hè, absoluut niets. Windows nummertje zoveel? Belachelijk. Word? Kulprogramma. Adobe versie huppeldepup? Pure armoe. En hoezo had ik eigenlijk een pc als ik ook een Mac had kunnen hebben? En waarom was er zoveel ‘logiciel’ in het Nederlands? Shitzooi! “Wat staat hier nou weer?” En ik maar vertalen. Weglopen was geen optie.
Weleens achter iemand gestaan en de bijna onbedwingbare neiging gevoeld om je handen om diens kakelende strot te leggen?
Het kwam uiteindelijk goed. Maar als ik de rekening bekijk, had ik beter meteen een nieuwe computer kunnen kopen. Virusschoon, helemaal up to date, en echt compleet computerexpertvrij!
Het zal nog wel even duren voor ik de holle lach van mijn man uit het geheugen heb gewist. Hij is niet zo van de moderne machinerie, meer van de postduif en hamer en beitel. Ik ben bijna geneigd om hem gelijk te geven.

merlu
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten?
Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Heek!” Riep een twittervriend: “ik ben dol op heek.”
Prima vis, absoluut. Maar je moet er toch een beetje mee uitkijken. Heek is ernstig overbevist geraakt, en de visstand is nog lang niet overal hersteld. Dat heeft vooral te maken met het feit dat heek langzaam groeit en vrij laat geslachtsrijp wordt (duurt 2-8 jaar), dus als je de vis vóór die tijd uit het water slaat, kan ie zich niet voortplanten en sterft hij uit. Maar laat je het beestje met rust, dan kan hij wel 20 jaar worden en voor veel nageslacht zorgen.
Niet eten dus? Nou…. Heek uit de buurt van Spanje en Portugal kunnen we maar beter laten zwemmen, daar gaat het nog lang niet goed mee. Ter hoogte van Frankrijk treedt het herstel in, en die heek staat dan ook op de viswijzer als ‘tweede keus’ genoteerd. Maar met de Kaapse heek gaat het goed. Door strikte beheersmaatregelen heeft het bestand zich hersteld. Er worden jaarlijkse quota vastgesteld, er zijn gesloten gebieden waar gevist mag worden, en een limiet op het aantal vissersschepen. Kaapse heek staat daarom op de viswijzer te boek als ‘prima keus’.
Hè, gelukkig.

Ingrediënten:
4 heekfilets (merlu, in het Frans)
4 grote tomaten
40 gram geraspte parmesan
4 cl witte wijn
4 eetlepels olijfolie
tijm (gedroogd)
zout en peper

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Snij de tomaten in plakken (vijf plakken per tomaat)
Bedek de bodem van een ovenvaste schaal met de helft van de tomatenplakken.
Bestrooi de heekfilets aan twee kanten met zout en peper (niet teveel!) en leg ze op de tomatenplakken. Leg daar de rest van de tomatenplakken bovenop en bestrooi ze rijkelijk (maar niet overdrijven) met tijm. Giet er de witte wijn overheen, vervolgens de olijfolie, en verdeel de parmesan erover.
Zet de schotel in het midden van de voorverwarmde oven en laat alles een kwartier garen tot de parmesan een licht gebruind(!) krokant korstje begint te vormen. Meteen opdienen, met de rest van de witte wijn in het glas.

Clipboard01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

En eindelijk, daar was ie dan: de zon! Het is een lange, natte, koude winter geweest. Te lang, nat en koud, als je bedenkt dat je in de subtropen bent gaan wonen om de kleumende reumabotten zo’n beetje het hele jaar rond in een warm zonnetje te drogen te kunnen hangen. Maar goed, de koperen ploert is zowaar uit z’n winterslaap gekropen, en de omslag lijkt er. Kijk maar!
Dat vraag om een vrolijk slaatje. Met nog een restje wintergroente, want die is nog steeds volop overal verkrijgbaar. Maar ook met de zon in je bordje. Aan de buitentafel, met een mooi glas erbij. Jottum! Nou vooruit: jottum 3.0.

Ingrediënten:
2 grote winterwortels, of 8 dikke gewone wortels
½ wit kooltje
1 klein uitje
2 eetlepels rozijnen
1 eierdooier
15 cl arachide- of zonnebloemolie
1 eetlepel ciderazijn
1 theelepel suiker
zout en peper

Bereiding:
Snij het witte kooltje in de lengte doormidden, pak een helft in in folie en bewaar voor een volgend/ander gerecht. Haal de buitenbladeren van de andere helft af, snij hem nog een keer doormidden en snij het harde binnenwerk eruit, zodat er alleen maar bladeren overblijven. Snij die in ragfijne reepjes.
Schil en rasp de wortelen grof.
Pel en hak het uitje fijn.
Doe kool, de wortelen, het uitje en de rozijnen in een ruime kom en meng ze door elkaar.
Maak de saus:
Doe de eierdooier (het eiwit kun je een paar dagen in de koelkast bewaren voor iets anders, of invriezen) in een kommetje en klop even los. Doe er de azijn, en zout en peper bij. Zet de mixer erop en giet er scheutje voor scheutje de olie bij tot er een mooie mayonaise ontstaat. Doe er pas op het laatst de suiker bij en klop nog even door.
Giet de saus over de groenten en meng alles goed door elkaar. Laat een half uurtje koel staan, zodat de smaken mooi kunnen intrekken. Hussel voor het opdienen nog even dooreen.
Omdat er een rauwe eierdooier in gaat, liever geen restjes bewaren. En wie een rauwe eierdooier niet aandurft, kan die vervangen door gepasteuriseerd eigeel.

Clipboard01Zit je nietsvermoedend naar Pauw & Witteman te kijken, krijg je ineens een koningslied voor je kiezen waarvan het kippenvel over je rug rolt. Nee, niet omdat ik de vertolking van ‘Malaika’ door Giovanca Ostiana en Lavinia Meijer bloedstollend mooi vind. Maar omdat dit oer-liefdeslied van Miriam Makeba, míjn oer-liefdeslied is. En omdat ik het héél slecht kan hebben dat iemand anders er nu mee aan de haal gaat.
Malaika zit diep, bij mij. Ik vond de vinylversie -een live-album van een spetterend concert in Conakry- ergens begin jaren zeventig in een achterafplatenwinkeltje in Parijs, waar ik voor het eerst samen met mijn echte grote liefde een onbesuisd weekeinde beleefde. De vele keren daarna dat we in Afrika waren, was Malaika er altijd, van Tanzania tot en met Kenia, en van Côte Ivoire tot in Guinée. Malaika werd ons motto, een herkeningsmelodie.
Het lievelingslied van Máxima? Rot op! Zoek lekker een ander liedje uit. Iets waarbij je ongegeneerd kunt meebrullen of zo, of waarop je de tango kunt dansen.
Maar blijf met je tengels af van dit onwaarschijnlijk mooie, ingetogen, alleszeggende liefdeslied, dat niet voor niets het motto van mijn boek ‘Opgestroopte mouwen’ vormt.
Er is er maar één die dit kon en mag zingen: Mama Afrika zelf. Luister maar.

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik ben niet zo van de ansjovis. Dat wil zeggen, die bremzoute ingemaakte flubbers uit een blikje of een potje: dat vind ik meer ansjovies. Maar soms kan een enkel ansjovisfileetje wel degelijk een aangename toevoeging zijn. Bij deze ‘fagiolini alla genovese’ bijvoorbeeld. Het geheim zit ‘m in de dosering: bescheiden.

Ingrediënten:
500 gram haricots verts (sperziebonen mag ook)
2 tenen knoflook
½ bosje krulpeterselie
4 kleine of 2 grote ansjovisfilets
olijfolie
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Haal de boontjes af en was ze. Pel de knoflook, snij het peterselieloof fijn (bewaar de steeltjes!), spoel de ansjovisfileetjes even af onder de kraan en hak ze zo fijn mogelijk.
Bindt de peterseliesteeltjes met een stukje draad tot een bosje bijeen. Kook de boontjes (met het peterseliebosje erbij) in ruim water ‘al dente’ (beetgaar). Laat ze uitlekken in een vergiet. Gooi het peterseliebosje weg.
Doe ondertussen een scheut olijfolie in een koekenpan en laat warm (niet heet) worden. Doe er de ansjovis, het peterselieloof en de knoflook (uit de knijper) bij en laat alles een paar minuutjes op laag vuur bakken; regelmatig omroeren. Als de knoflook aankleurt en de peterselie zacht wordt, de pan van het vuur halen, en de lege bonenpan er voor in de plaats zetten.
Doe het mengsel in de lege bonenpan en doe de bonen erbij, geef een paar draaien aan de pepermolen. Schep alles op laag vuur voorzichtig door elkaar. Klaar.

Yech! Opgepimpte pastis!

april 4, 2013

Clipboard01Bezorgdheid in de huiselijke kring: in 2045 zou er geen markt meer zijn voor de Franse klassiekers Pernod, Ricard en Pastis 51. En volgens de regels van het kapitalisme zou het spul dan dus niet meer geproduceerd worden. Vertelde een woordvoerder van Ricard (tevens eigenaar van Pernod en Pastis 51) in de krant.
“Man! 2045! Waar hebben we het over?!”
“Nou ja…., ’t is toch een onprettig idee.”
Hoewel de kans te verwaarlozen is dat mijn man (of ik) 2045 haalt, beviel het bericht hem niet. Weer een bewijs dat Frankrijk en de Fransen ophouden te bestaan, bromde hij. Voorafgaand aan elke maaltijd drinkt hij een glaasje Ricard en in de dorpskroeg bestelt hij nooit iets anders. Het bier uit de pomp voldoet niet aan de Hertog Jan-normen die hij zich van jaren geleden uit Nederland herinnert.
Wijn is geen optie: de kroegse huiswijn kan gerust worden afgeserveerd als afbijtmiddel, en de minstens zes maal over de kop geflikkerde ‘serieuze’ wijn (overgegoten ramsjrotzooi in een zorgvuldig gekoesterde fles-met-etiket uit de lokale supermarkt) is ook niet te zuipen. Maar als je kiest voor de zogenaamd exclusieve rosé van het plaatselijk château (€ 1 duurder dan een glaasje ‘normaal’) is het best te doen; de wijnboer is vaste klant en ook zelf wel te pruimen.
Met anisettes wil ik niks te maken hebben. Wat mij betreft strikt medicinaal spul. Alleen als ik last van mijn maag heb, meestal na alweer zo´n copieuze Provençaalse maaltijd die uren duurt en waarna hooguit langdurig uitbuiken enige kans op herstel lijkt, drink ik een klein kelkje van dat spul. Puur. Een geheimtip van mijn hoogbejaarde buurman die toevallig een keer langskwam toen ik me net zo opgeblazen als het Michelinbandenmannetje Bibendum voelde. En het werkt!
“Ça marche, hein”, constateerde hij tevreden, nadat ik gruwend een borrelglaasje achterover had geslagen en bijna in coma neerviel, terwijl er een soort guerilla-oorlog in m’n ingewanden woedde. Maar na een kwartiertje moest ik hem gelijk geven. Zelfs tegen een volgende lunch zag ik ineens niet meer op.
“Iets met geneeskrachtige kruiden”, zei hij nog. Zal best. En stiekem dacht ik er achteraan: iets met 45 % alcohol. Maagzuurbevorderend, vetafbrekend. Prima spul dus.
Maar naar nu blijkt zijn steeds minder Fransen van anisettes gecharmeerd. Veranderde eetgewoontes, de waterdrinkcultuur: ‘l’apéro à 45 degré’ bestaat nog slechts bij de gratie van de oude garde, de verstokte plattelandsdrinkers.
Dat doet pijn, bij Ricard/Pernod/51. Verlies van ´marktaandeel´.
Dan gaan we er volgens marketingprincipes maar eens goed mee knoeien.
En jawel hoor. De firma Ricard lanceert aan de vooravond van het zomerseizoen het aperitief ´51 rosé (€ 13 per fles): een rare mix van rosé en anisette, met ‘maar’ 35% alcohol. Behalve naar anijs zou het goedje ook naar rood fruit (aardbeien, frambozen) smaken. Helemaal te hip/zomers/musthave.
Wat een geleuter zeg. ’t Is alsof je kreeft met sardines prakt. En bij de firma Ricard zijn ze blijkbaar vergeten hoe ze in (ik geloof 2005) de mist zijn ingegaan met hun ´51 citron´. Ook al een legendarisch fiasco. Anijs met citroen aangelengd! De ‘wow’-factor deed voornamelijk het glazuur van je kiezen springen.
En dan denk ik: àls het dan moet, doe dan maar een nieuw dingetje puur. Kijk naar absint. De Franse arts Ordinaire bedacht ooit een drankje op basis van halicogene plantjes. Dat bleek tamelijk heftig, maar werd in afgezwakte vorm toch in 1805 in productie gebracht door Henri-Louis Pernod. Van het oorspronkelijke drankje absint, in artistieke kringen vereerd als de ´Groene Fee´, werd je kennelijk dol, al kun je je ook afvragen of types als Vincent van Gogh, Beaudelaire, De Maupassant, Hemingway, Monet, Oscar Wilde en Paul Verlaine zonder absint-doping even geïnspireerd te werk waren gegaan.
Absint mag nu weer (sinds 2005 ook in Nederland), maar dan in ‘ontgifte’ vorm. Er zit 25 keer minder ‘neurogif thujon’ in dan destijds. Ik heb die legale variant onlangs geproefd in Antibes. Onder de olijfoliewinkel Balade en Provence die in de kelder een absintbar huisvest. Een bedompte, vreemd aangeklede cave: oude hoeden, affiches, glazen, het leek wel een rommelmarkt. Er speelde een trieste pianist. “Maximaal 3 glaasjes” gaf uitbater Monsieur Rosenfelder me te verstaan. Al na twee ervan leek het me voor iedereen het beste spoorloos en -slags in de donkere nacht te verdwijnen.
Maar natuurlijk ga ik binnenkort die ´51 rosé even nippen. En wel meteen even lekker lunchen. Noblesse oblige.