moet ik weg
Van de week onze burgemeester na tijden weer eens een hand gegeven. Per ongeluk, want ik mag die man niet sinds mijn Tunesische vriendin me verteld heeft hoe ze door het gemeentebestuur behandeld is. Ze verdient haar brood als schoonmaakster, ook van het gemeentehuis. En ze is -weet ik uit ervaring- nooit te beroerd iets extra’s te doen, langer te blijven, zonder er een cent meer voor te vragen. Maar voor de burgemeester en zijn assistente was het nooit genoeg. Bovendien laat je iemand ook niet in de vrieskou, terwijl het sneeuwt, op een laddertje de ramen van het hele gemeentehuis lappen. Illegaal, want een serieus arbeidscontract kreeg ze niet. En toen ze arbeidsongeschikt werd kon ze ophoepelen. Wat nou uitkering?
Die burgemeester dus, stond ineens naast het tafeltje waaraan ik met de restaurantcriticus Raoul Duchemin van het tijdschrift Côte & Provence zat te lunchen. Zakelijk vanzelfsprekend. We bespraken de prijs/kwaliteitsverhouding van dit inmiddels ook door Michelin ontdekte dorpsrestaurantje en waren net bij de conclusie dat de Bandenman er niet zoveel verstand van had, toen de burgemeester opdook.
Hij had een tafeltje verderop nogal besmuikt zitten smoezen met een aannemer en onze vriend de elektricien, die af en toe verontschuldigend onze kant op keek. Je hoorde hem denken: werk, ik moet wel.
Hém geef ik wel een hand, en twee zoenen (aan drie doen we hier niet). Híj was er toen we lang geleden in dit gehucht arriveerden en heg noch steg wisten. Zo´n huis in een nieuw land, als immigrant ben je bevoorrecht als je gewoon in het café de beste adviseurs tegenkomt. Die mazzel heb ik gehad. Als er nu wat elektrisch in mijn huis moet, bel ik zijn zoon. Een langharige Rolling Stone met verstand van zijn vak. Mijn man en hij delen hun liefde voor pastis.
De burgemeester was duidelijk een flesje verder toen hij half over tafel hangend een moppige hand offreerde en zich voorstelde. Ik was te verbouwereerd om niet in een Pavlov-reflex te reageren. Die man ként mij. Al járen. Maakt -uitsluitend in zijn ogen- charmante grapjes over mijn voornaam; hij heet helaas ook zo. Tot ik hem begon te negeren.
Was dat het? Of wilde hij zieltjes winnen voor de gemeenteraadsverkiezingen van volgend jaar? Tja. Niet zo heel veel verderop in dit departement heeft het Front National net een tussentijdse verkiezing gewonnen. ‘Onze’ burgemeester is van de UMP, laten we maar zeggen van Sarkozy. En hoewel hij niet deugt, is een ruk naar ultra-rechts ook hier zó gemaakt.
En dan? Dan verandert er niks natuurlijk. Hooguit krijgen we een nieuwe ‘foute’ burgemeester. Die zich -net als de huidige- handenwrijvend achter minister Valls van Binnenlandse Zaken zal scharen als het om het Franse vreemdelingenbeleid gaat. En die goedkeurend knikt als een meisje als de Kosovaarse Leonarda tijdens een schoolreisje met veel politiegeweld uit de bus wordt geplukt om samen met haar familie het land uitgezet te worden. Ach ja, Roma, tweederangsburgers. En net als mijn Tunesische vriendin, voor eeuwig buitenlander: “Pas de notre, hein.”
Ik ben ook een ´buitenlandse´ die in Frankrijk woont. Maar de kans dat ik uitgezet wordt is nihil: ik werk, draag bij aan de economie. En last but not least: ik ben een blanke Hollandse.
Er speelt hier in Frankrijk iets dat me helemaal niet bevalt. ‘Leven als God in Frankrijk’ is blijkbaar niet bedoeld voor al die ‘anderen’, legaal of illegaal. Frankrijk is xenofoob en homofoob. Daar zouden de VN misschien eens onderzoek naar moeten doen, in plaats van naar Zwarte Piet.
Leonarda ‘mag’ inmiddels terugkomen van president Hollande. Maar dan wel zonder haar familie. Ze heeft volkomen terecht bedankt voor de eer.
En dan moet ik dus nu weer aan mijn man uitleggen waarom ik toch graag hier in mijn Provençaalse dorpje wil blijven wonen. Gaat niet lukken.