Home

sales
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zoals vorige week beloofd, vandaag het recept van hartige boterbiesjes: sablés salés, zoute zandkoekjes. Ideaal voor bij het apéro, snel en gemakkelijk te maken, al moet je wel op tijd beginnen want het deeg moet een uurtje opstijven in de koeling. Ik maak ze met parmesan en pesto, maar je kunt er van alles aan toevoegen. Fijngesnipperde zongedroogde tomaatjes op olie bijvoorbeeld, kleingesneden olijven, gehakte pistachenootjes… En tal van kruiden natuurlijk, basilicum, oregano, herbes de provence; mag allemaal gedroogd zijn. Maar niet overdrijven qua hoeveelheden, en vooral niet alles tegelijk. Neem de hoeveelheid pesto als uitgangspunt voor zompige ingrediënten als zontomaatjes en olijven: 30 gram pesto eraf, 30 gram van één van die twee erbij. Hierbij mijn basisrecept.

Ingrediënten:
150 gram bloem
50 gram fijngeraspte parmesan
50 gram boter
7 cl olijfolie
30 gram rode pesto (groen mag ook)
1 ei

Bereiding:
Doe de bloem en de parmesan in een kom en roer ze even door elkaar.
Zorg dat de boter boterzacht is (niet gesmolten!) en doe die samen met de olijfolie en de pesto bij de bloem/parmesan. Kneed alles goed door elkaar. Voeg het ei toe en kneed nogmaals, tot een soepel deegje. Blijft het deeg te droog, dan wat water toevoegen. Te nat, een beetje bloem erbij.
Laat het deeg een uurtje opstijven in de koelkast.
Verwarm de oven voor op 180 graden, haal eerst de bakplaat eruit.
Leg een vel bakpapier op de bakplaat (of vet ‘m in).
Haal het deeg uit de koelkast en uit de kom, en draai er balletjes van; kleiner dan die voor de boterbiesjes van vorige week.
Leg ze op de bakplaat en druk ze plat. Je kunt er eventueel nog met een vork een patroontje in drukken. Garneer met een snufje gedroogd kruid.
Laat de salés in het midden van de voorverwarmde oven in zo’n 10-12 minuten goudbruin garen. Hoe dikker de koekjes, des te langer ze moeten bakken. Maar blijf wel in de buurt: ze zijn in een mum van tijd verbrand. Haal ze na het bakken meteen van de bakplaat en laat ze op een rooster afkoelen.

ob_bb6e61_humour
De eerste ronde vandaag, van die gemeenteraadsverkiezingen. Zoals ik al eerder schreef, ik stem niet mee. Dit werd me niet door iedereen in dank afgenomen. Iets met burgerplicht enzo. Ik voel me nog steeds niet aangesproken. Al helemaal niet, sinds ik even met m’n vriend de kleine aannemer heb gesproken.
Gisteren begon het (alweer) ongenadig te regenen. Noodweer. We werden onder ‘vigilance jaune’ geplaatst, maar het had net zo goed ‘orange’ kunnen zijn. Vluchten van en naar Nice geannuleerd, op de bergen waarop ik uitkijk, sneeuwde het. En op de mezzanine in huis kletterde het hemelwater ongegeneerd in de batterij emmers die ik in allerijl onder het lekkende dakraam had gezet. Het had vaker gelekt, maar nu was er blijkbaar een stormvloedkering doorgebroken. Er moest iets, en snel ook. En ik belde de kleine aannemer van het dorp, met wie ik al talloos veel jaren bevriend ben. Hij kwam meteen en drapeerde een ´bâche´ over het dak. Dwars tegen de stromende regen en de zwiepende mistral in. Dat die vandaag weer is weggewaaid, soit. Gisteren en vannacht scheelde het een hele slok op een borrel. En vandaag is het droog….
Geloof me: het leven in een gehucht als het mijne is pas echt goed te doen als je via het café vrienden hebt gemaakt. Natuurlijk dronken we gisteren wat nadat mijn kleine vriend op aarde was teruggekeerd. Ik droogde zijn jas met de föhn.
En ik schonk nog eens in, we proefden een paar olijven, een stukje geitenkaas, en babbelden wat. Ik vroeg of hij ging stemmen, vanwege die gemeenteraadsverkiezingen. Tot mijn verbijstering zei hij “Mais oui! Biensûr!”
Hoezo? Als iemand niets met politiek te maken wilde hebben, was hij het wel. We hadden het er al jaren over gehad, over het regime in ons dorp. En over Parijs, Brussel, de wetgevende bureaucraten die van geen kant deugden.
“Jij stemt?”, vroeg ik.
“Ik zal wel moeten,” was het antwoord.
“ Hoezo dan?”
“Als je gestemd hebt, zet je je handtekening. Verplicht. Dat papiertje wordt bewaard, op de mairie. En als je dan een tijdje later wat geregeld wilt hebben, een bouwvergunning of zo, dan kijken ze of je gestemd hebt. Niet speciaal op wie, maar óf je gestemd hebt. Zo niet, dan komt je aanvraag voor een bouwvergunning onderop de stapel. Zo werkt dat.”
Zelfs na een kwart eeuw in mijn dorpje wist ik dat niet.
Niet stemmen is niet meedoen, en dan zoek je het maar uit met je bouwvergunning. Maar niet stemmen is toch ook een democratisch verworven recht?
Blijkbaar niet in kleine ‘communes’ zoals de mijne, waar iedereen iedereen kent en controleert. De stembus is nog niet gesloten als ik dit optik. Maar ik weet allang wie in ons dorp de burgemeester blijft.
“Non, non”, zei mijn kleine vriend, “gaat je niks aan op wie ik stem.” Keurig natuurlijk. Maar op wie hij zou stemmen was wel duidelijk: de zittende burgemeester. Met wie hij het vaak niet eens is, bijvoorbeeld als het over de ´immigrés´ in de HLM gaat, en nog zo het een en ander.
“Jij een bezorgde democrate?”, lachte mijn man toen ik hem verslag deed. Hij had de visite van de aannemer net gemist. Regen, files, vertraging.
“Nou….”, zei ik over mijn schouder terwijl ik -eind maart nota bene- de open haard probeerde aan te wapperen, “in beginsel wel. Maar de uitvoering hè.”
Mijn man zapte naar het Nederlandse tv-journaal. Het ging het over Wilders.
En dus misschien ook wel over democratie, of daaromtrent.
“Dat bedoel ik.”

boterbiesjes
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Soms heb je gewoon trek in iets van heel vroeger, waar mooie jeugdherinneringen aan kleven. De boterbiesjes van m’n oma bijvoorbeeld. Het heeft lang geduurd voordat de mijne een beetje in de buurt van de hare kwamen. Het heeft nog langer geduurd voor ik erachter was dat die boterbiesjes hier in Frankrijk biscuits sablés heten: zandkoekjes dus. Klopt allebei trouwens, in zandkoekjes gaat een flinke kwak boter. Maar bij heimwee-lekkers moet je daar niet over zeuren. En je hoeft de hele berg natuurlijk niet in één keer op te eten. Alhoewel….
Sinds kort maak ik ook een hartige versie, voor bij het aperitief. Met parmesan. En wat oregano, herbes de provence, rode pesto. Volgende week het recept.
Vandaag de boterbiesjes van oma.

Ingrediënten:
125 gram suiker
250 gram boter
250 gram bloem
2 theelepels maïzena
1 theelepel bakpoeder
amandelen/rozijnen/chocolade

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Zorg dat de boter op kamertemperatuur is en roer die in een grote kom samen met de suiker tot een romige massa. Zeef de bloem boven een andere kom, doe er de bakpoeder en de maïzena bij en roer alles goed door elkaar. Voeg dat mengsel beetje bij beetje bij de boter/suikermix en blijf roeren tot er een egaal deeg ontstaat. Kneed het deeg door met koele handen (hou ze -als ze te warm zijn- even onder de koude kraan) en draai kleine balletjes van het deeg. Het deeg moet zacht aanvoelen. Beboter een bakblik, of leg er een stuk bakpapier op, leg de balletjes met wat tussenruimte op de bakplaat en druk ze plat. Niet té!
Voor de avontuurlijken onder ons: leg op elk plat balletje een amandel (of een rozijn, of wat brokjes chocolade) en druk die even aan.
Bak de koekjes in het midden van de voorverwarmde oven in 5 à 10 minuten goudbruin. Hoe dikker de koekjes, des te langer ze moeten bakken. Maar blijf wel in de buurt: ze zijn in een mum van tijd verbrand. Haal ze na het bakken meteen van de bakplaat en laat ze op een rooster afkoelen.

Afwijkend stemgedrag

wo 19 maart 2014

1437492194Vandaag gemeenteraads-verkiezingen in het oude vaderland. Iets van 29% opkomst op dit moment. En net als die weggebleven kiezers voel ik me niet betrokken, bij tv-debatten zap ik weg. Na een kwart eeuw in het zuiden is Nederland nogal uit beeld geraakt. Al vind ik het wel mooi dat de boekhandel in ´mijn´ Rotterdam straks weer gewoon Donner heet. Zo hoort dat, gewoon een mooie, goed lopende winkel en geen keten die zich hoogdravend Polare noemt, de tent leegzuigt en de boel vervolgens failliet laat gaan.
Komende zondag zijn er raadsverkiezingen in mijn dorpje. En nee, ik doe weer niet mee. Ik weet heus wel dat ik als immigrée mijn stem zou mogen uitbrengen, maar dat vergt dan eerst allerlei ingewikkeld administratief gedoe via een heel leger aan bureaukramptenaren en ook daar heb ik geen belangstelling en geen tijd voor.
Misschien ben ik ook niet zo´n idealistische gelovige als het over democratie gaat. In elk geval niet in de huiselijke kring. En in mijn gehucht maakt het maar weinig uit wie er aan de macht is. In een extreem centralistisch bestuurd land als Frankrijk maakt Parijs de dienst uit, zelfs als het om een simpele bouwvergunning voor een dakkapel gaat. Tuurlijk, er wordt genoeg gerommeld en er is altijd wel een ‘mannetje’ te vinden dat hem zwart aan je dak plakt. Maar als er per ongeluk een champêtre met een rothumeur langs komt, kun je ‘m er meteen weer afslopen.
En dan hebben we nu tegenwoordig ook nog Brussel. Waarschijnlijk doordat ik al zo lang onder gelijkgestemden verblijf, ben ik zelf ook graag tot overdrijven geneigd geraakt. Ik vind dus dat zelfs de parlementsverkiezingen eigenlijk niet veel meer dan provinciale verkiezingen voorstellen.
Wanneer we in de dorpskroeg zo´n beetje bespreken hoe we het leven hier aantrekkelijk kunnen houden, dan stellen we steeds ontmoedigd vast: Parijs, Brussel, we gaan er niet over, maar ze horen eigenlijk ook niet over ons te gaan. En dan nemen we er nog één. Of twee. En dan denk ik dat ik er eigenlijk wel vóór ben: een onafhankelijke Provence. Wat kan het ons schelen wat ze in Parijs, Brussel, in Normandië, dan wel ter hoogte van Bretagne of het trieste Lille vinden?
Ander volk. Frankrijk bestaat niet. ’t Is een kluitje aan elkaar geklitte departementen waar de mentaliteit en de opvattingen zo’n beetje per vierkante kilometer verschillen. En per inwoner.
Ik kwam onlangs onze burgemeester in het café tegen. Hij komt er zelden, maar ja, verkiezingstijd; hij wil herkozen worden. Ik mag die man niet. Hij mij ook niet trouwens. Omdat hij weet dat ik weet dat hij -laten we zeggen- ´flexibel´ met zwartwerkerij omgaat als het hem uitkomt, al of niet in functie. Net zoals hij weet dat ik weet dat hij een Tunesische schoonmaakster op grond van ´werkweigering´ ontsloeg omdat ze vroeg of ze de buitenkant van de ramen van de ´mairie´ een dagje of wat later mocht lappen toen het min 3 was en het sneeuwde. Die Tunesische mevrouw is namelijk mijn vriendin.
Ik geef die burgemeester al een tijd geen hand meer, dus ik wendde me in het café tot Sjaak de Boskabouter, zo zijn we hem nou eenmaal gaan noemen. Want hij ziet er zo uit. Ooit was hij uitbater van een extreem slechte poging tot pizzeria waar het wonderbaarlijk genoeg altijd even extreem gezellig druk was. Zijn resto is al lang geleden in andere handen over gegaan. Sindsdien is hij raadslid, zelfs zo ongeveer wethouder. Hij kent die burgemeester dus van nogal nabij en vertelde over een heel andere ervaring. Toen twee van onze dorpsgenoten een paar jaar terug op weg naar vakantie in Portugal, in Spanje dodelijk verongelukten, regelde diezelfde burgemeester binnen twee dagen alle internationale gedoe met betrekking tot de begrafenissen. Dat dan weer wel.
“Mwah, on est là pour tout le village hein”, zei de boskabouter. Ook hij moet nog herkozen worden.
Nee, ik ga niet stemmen. Zoals bijna niemand van mijn vrienden in het dorp. En het zou me meer dan verbazen als ik maandag hoor dat er bij ons meer dan 29 komma zoveel mensen naar het stembureau zijn gekacheld.
Want zondag zeggen we tijdens het apéro al knipogend tegen elkaar: we regelen het zelf wel. Comme d’habitude.

parisniceGoed, ik geef het toe, de Tour du Haut Var is mijn tour. Maar het is ook niet verkeerd om Paris-Nice bijna over je tenen te krijgen. Wat dat betreft (en ook wat veel andere dingen aangaat) woon ik tamelijk bevoorrecht. Ik hoef alleen m’n berg maar af te kachelen om volledige wielerklassiekers langs te zien zoeven. Om -zoals gisteren- Voeckler net op kop voorbij te zien flitsen over de départementale, die bij wijze van spreken vlak onderlangs m’n voordeur loopt. Dat is leuk. Ouderwets genieten, ik was niet voor niets ooit sportredacteur.
Dat ik de halfvolle zakjes krachtgel (zie afbeelding) dan ook van de ‘stoep’ moet rapen, soit.
Maar dat gefiets trekt ook wielertoeristen aan. Gisteren, tijdens de passage van de koers: niks mis mee. We hebben allemaal uitbundig geklapt voor de helden van de weg, die er van zo dichtbij zoveel dunner en breekbaarder uitzagen dan op de tv: papier maché. En je houdt je hart vast als er even verderop een dorpeling gewoon pal voor de kopgroep de weg over kuiert. En als Keldermans in de laatste scherpe bocht knalhard onderuit gaat. Maar het liep allemaal goed af. En het hele circus is al weer verder getrokken. Om morgen de laatste etappe Nice-Nice af te werken op weg naar de volgende koers.
Wat blijft zijn de recreatiefiesters. Zeker vlak na zo’n indrukwekkende koers halen tal van tanige, dan wel dikbuikige, wielerfanaten hun karretje van stal. Ha! Zij kunnen dat ook! Misschien niet helemaal in overeenstemming met de realiteit wanen zij zich een Betancur. Of beter nog, zij laten even zien hoe hij die 6e etappe van Saint-Saturin-lès-Avignon naar hier echt -en heus veel beter, ook al heeft hij gewonnen- had moeten rijden!
Dat resulteerde vanmorgen ongeveer in de dood van één van hen. En ik had hem bijna op mijn geweten gehad.
Ik ging gewoon even een aperitiefje scoren in het dorpscafé, dat er sinds kort weer een beetje toe doet. De nieuwe (Engelse!) uitbater heeft er zin in en biedt zelfs een ‘snack’ aan.
Halverwege tussen m’n berg en het dorp, een eenzame fietser, stoempend op weg om het kluitje kompanen een honderdtal meters voor hem bij te halen. Hij zag ze al in de rug, ik ook, terwijl ik me opmaakte om hem voorzichtig voorbij te steken. Op het moment dat ik bijna naast hem reed, maakte hij een onverklaarbare uitwijkmanoeuvre naar links. Godlof kon ik nog vol in de remmen. Boos gooide ik het raampje open: “Vous êtes fou?” Hijgend stapte hij af. Dat zag er niet best uit. Ik zette de auto in de kant. “Ça va?” Het middelbare kopje boven het ‘embonpiont’ schudde van nee.
“Crise?” vroeg ik, “112?”
“Hhhhe……” vond ik geen bevredigend antwoord. Ik laadde hem in de auto en parkeerde hem even later op het caféterras, waar zijn maten een kwartiertje nadien eveneens neerploften. Embonpoint was inmiddels weer helemaal bij de les en kakelde over een “mooie beklimming”. Ja, dacht ik pissig, maar dan wel in mijn auto! Zonder een bedankje, zonder zelfs maar een knikje mijn richting, reed hij als een van de eersten stoer weg. Ongetwijfeld op pad naar een volgend débacle. Un accident cherchant a se produire, een ongeluk op zoek naar een plekje….

forelVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vorige week is het forellenseizoen geopend. En gaf ik alvast het recept voor de ratatouille (klik hier) bij de vis van vandaag, want die laatste moest nog even gevangen worden. Da’s gelukt: mooie spartelverse forel die de lokale visboer om de hoek met trots op het ijs heeft uitgestald. Nog een beetje duur, dat wel, zo’n krappe 13 euri per kilo, maar dan heb je ook wat. En met een mooi visje moet je niet teveel knoeien, dus we houden het simpel. Traditioneel ook, op z’n Provençaals. Als nou ook het weer nog een beetje meewerkt, kan de lunch op het terras niet meer stuk.

Ingrediënten:

4 forellen
1 kleine ui
8 teentjes knoflook
2eetlepels fijngehakte verse bieslook
2 eetlepels fijngehakte verse peterselie
1 afgestreken eetlepel gedroogde herbes de provence
1 afgestreken eetlepel gedroogde dragon
2 tomaten
1 citroen
zout, peper
olijfolie, boter
naald en draad

Bereiding:

Vraag de visboer om de forellen schoon te maken, of doe het zelf (over de hele buikzijde in de lengte opensnijden, ingewanden eruit halen, kop en staart laten zitten). Was ze af onder de koude kraan en spoel ook de binnenkanten goed schoon. Dep ze droog met keukenpapier, zowel van binnen als van buiten.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen en snij ze in dunne plakjes.
Hak de bieslook en de peterselie fijn. Doe ze samen met de herbes de provence en de dragon in een kom en meng ze door elkaar.
Snij de tomaten in vieren, haal de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in blokjes.
Doe een scheutje olijfolie in een koekenpan, fruit de ui erin aan, doe de knoflook erbij en laat even pruttelen. Zet uit, en zet weg.
Leg de forellen opengeklapt -met het vel naar onderen- op het aanrecht. Bestrooi de binnenkanten met peper en zout. Verdeel er het uien/knoflookmengsel over, daarna de kruidenmix, en daar overheen de blokjes tomaat.
Klap de vissen dicht en naai de buikzijde met een paar steken vast, zodat de vulling er niet uit kan blubberen tijdens het bakken.
Verhit een flinke scheut olijfolie samen met een klont boter in een ruime koekenpan. Bak de vissen eerst aan de ene en dan aan de andere kant een minuut of vijf op hoog vuur. Draai daarna het vuur laag en laat de vissen net zo lang nagaren tot je er een vork zonder mankeren tot aan de onderkant in kunt steken.
Haal pas als de vissen helemaal gaar zijn, de koppen en staarten eraf, trek het garen eruit, verdeel ze over de borden en geef wat schijfjes citroen, rijst of aardappels, en de ratatouille van vorige week bij. Plus een frisse witte wijn natuurlijk.

Saint-Trop’: c’est trop!

di 11 maart 2014

brasserie-restaurant-vecchio-porto-saint-tropez-13835991920Ik had het natuurlijk kunnen weten. Maar ja, wat doe je als het na een hele lange en extreem natte winter eindelijk een dagje mooi is? Inderdaad, je gaat eens kijken hoe het strand erbij ligt. Het ‘seizoen’ begint pas over een paar weken, met Pasen, dus het zou geen rondje over de hoofden lopen worden. ’s Zomers ga ik nooit naar de kust, ik heb het niet zo op meutegedrang en voor je Le Grand Bleu zelfs maar ziet, heb je hinderlijk lang in een file gebivakkeerd. Mij niet gezien.
Onderweg naar zee was het opmerkelijk rustig. Een slenterwandeling door en langs Saint-Aygulf bevestigde dat we nog ‘onder ons’ waren. Geen strandtent open, her en der wat picknickers op het strand en verder bijna serene stilte.
“Nou”, zei de echtgenoot, “dan wil ik eigenlijk ook wel even in Saint-Tropez kijken.” Zonnig gestemd reden we naar Sainte-Maxime en kochten een kaartje voor de pont naar de ultieme touristtrap van de Côte. Geen rij voor het loket, geen rij op de kade, dat zag er veelbelovend uit. Al blijf ik 13 euro pp voor een kwartiertje varen pure oplichting vinden.
Het was fris op zee, maar prettig fris. En bij aankomst in het voormalige vissersdorpje kon de trui meteen weer uit. “Een terrasje in de zon,” opperde ik, “misschien een vorkje prikken?” Het leek er rustig genoeg voor. De keus viel op Senequier, de roodbeluifelde sterrenhotspot waar ook ex-president Chirac graag zijn tomate (pastis met grenadine) drinkt. Maar die was er niet, en gelukkig was er ook geen ster te bekennen. Plek zat, ook in de zon. We maakten ons verlangen kenbaar aan de langs sloffende ober. Uit ervaring weet ik dat je nooit zomaar zelf ergens moet neerploffen, de kans dat je bediend wordt is dan nul. Hij wapperde naar een tafeltje in de schaduw. “Maar wel willen graag in de zon.” Hij schudde ‘nee’ en verdween. We dropen af, op zoek naar iets anders.
Het werd een Italiaan een stuk verderop aan de kade, met veel zonnige, merendeels bezette tafeltjes, waar we met een hartelijk “maar natuurlijk” werden ontvangen en naast een tamelijk luidruchtig gezelschap werden geparkeerd. In de zon, dat wel. De wijn kwam, de kaart kwam, we maakten een keuze en het leven was goed. Voor zijn doen redelijk tevreden stak mijn man een sigaartje op. Daarna ging het snel bergafwaarts met het geluksgevoel van de lente. Het gesnerp vanaf de naastgelegen tafel was niet te missen: “Meneer! Wilt u daarmee ophouden?! Wij verdragen geen rook!”
Verbouwereerd dumpte mijn man zijn sigaartje in de asbak; hij houdt niet van ophef en gedoe, en dat zat er duidelijk aan te komen. Ik wees erop dat we op een terras zaten, dat er gerookt mocht worden, dat er een asbak op ons tafeltje stond. ‘Laat maar’ zei mijn echtgenoot. Hij concentreerde zich op de kaart en koos als altijd voor de marmite pêcheur. Voedsel uit zee.
Het gezelschap aan de aanpalende tafel was ruimschoots een slokje verder, met uitzondering misschien van de peuter, die opstandig krijsend zijn ongenoegen over aan tafel zitten kenbaar maakte. En die zich ook niet meer door het hoogblond gekwaste moederdier liet afkopen met ongewenste hapjes en drankjes. Mijn man nam de uitbundig gebeeldhouwde dame iets nader op en vonniste: “ Kogelstootster uit de DDR”. Dit was niet zo, het gebouw sprak goed Frans.
De te jeugdige vader er tegenover had er geen oog voor, hij kletste in rap Italiaans tegen de pulpversie van John Travolta op leeftijd naast hem. Die -op zijn beurt- nogal in beslag werd genomen door de wanhopig jong acterende oma tegenover hem, die voortdurend ‘chéri’ tegen hem kirde en die boven de tafel zijn zwoele blikken en onder de tafel zijn dwalende handen probeerde te vangen.
De geheel in het zwart geklede imitatie filmster kreeg het er warm van, knoopte het hemd rond zijn behaarde borstkas met luidruchtige tatouages nog maar eens een knoopje verder open en goot kennelijk doelbewust de pittige peperolie niet over zijn kaaspizza maar over de lap vlees met friet die hij ernaast had besteld. Ernaast had besteld? Ja. Ook ik kon mijn ogen niet geloven. Bij wijze van lunch één plus één = twéé hoofdgerechten? Nee, hij had het als voorafje bedoeld; dat hoofdgerecht kwam later pas. Je hoort natuurlijk niet naar andermans tafeltje te loeren. Een kwestie van honger? Volgens mijn dochter kun je in ons deel van de wereld geen honger hebben. Hooguit trek.
Ons hapje kwam: die marmite pêcheur en voor mij zes (!) ‘moules farcies’ die in levertraan bleken te zijn gedrenkt.
We besloten tot koffie, geen dessert, wél de rekening. Die bedroeg € 85. Leergeld, besloten we, we hadden beter moeten weten. Touristtrap, dat Saint-Tropez, zelfs buiten het ´seizoen´. Voor de zekerheid vroeg ik toch nog even aan de ober: “Mochten we roken? Er stond een asbak op tafel….”
“Madame, vous êtes dehors, vous avez le dróit!”
Maar recht hebben en recht krijgen zijn twee verschillende dingen.
Heel even dacht ik: ik zeg dat toch even, tegen die buurtafel. Maar mijn man voerde me met zachte hand weg.
“Kom, we gaan een stukje varen. Kun je afkoelen.”
“Dat zouden meer mensen moeten doen”, dacht ik.
’s Avonds, met een ‘salade niçoise à ma façon’ op schoot, zag ik Feyenoord in de Euroborg winnen van Groningen. Was het toch nog een mooie dag geworden.
En St. Trop dus voorlopig niet meer. Of misschien wel nooit meer.