Home

rose-des-sablesVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik heb helemaal niks met Halloween, ik vind het een commercieel namaakfeestje waarvan de oorspronkelijke betekenis al lang geleden verloren is gegaan. De ‘naam Halloween’ is afgeleid van Hallow-e’en, oftewel All Hallows Eve (Allerheiligenavond), de avond voor het Keltische Nieuwjaar op 1 november. Volgens de oude Kelten kwamen op Allerheiligenavond de geesten van de doden die het afgelopen jaar gestorven waren, terug om het lichaam van een levende in bezit te nemen. De Kelten vonden dat blijkbaar best, want ze legden voedsel op de stoep voor de goede geesten. Om de boze af te weren, droegen ze maskers. Ergens in de Romeinse tijd vermengde die Keltische traditie zich met de oogstfeesten van de Romeinen. En in de negende eeuw kwam daar nog eens de christelijke gewoonte bij om op 2 november (Allerzielen) in lompen gehuld de deuren langs te gaan en te bedelen om zielencake (brood met krenten). Bij elk brood bad de bedelaar voor het zielenheil van de dode verwanten van de schenker. Daar komt waarschijnlijk het ‘trick or treat’ (in het Frans farce ou friandise) vandaan.
Maar dat was toen. Vanmorgen op het ochtendjournaal zag ik de lange rijen voor de feestwinkels met verhuurverkleedkostuums (vanwege de huidige gruwelclownshype hebben veel winkels het clownspak en -masker trouwens uit het assortiment gehaald), en in de supermarché waren de cassières als heks uitgedost. Zucht.
Thuis zal ik waarschijnlijk weinig tot niks merken van Halloween. We wonen nogal afgelegen en de kans dat een om lekkers bedelend kinderkliekje voor de deur opduikt is vrijwel nihil. Maar mocht er toch zo’n setje snoepsnakkertjes op de stoep staan, dan zal ik niet lullig doen. Per slot hebben ze de moed en het doorzettingsvermogen gehad om langs te klauteren. Ze krijgen alletwee (of drie?) een mooie mandarijn en een zakje chocorotsjes mee voor de moeite. Ook als ze als clown verkleed zijn.

Ingrediënten:
75 gram cornflakes
150 gram chocolade naar keuze

Bereiding:
Doe de cornflakes in een ruime kom.
Smelt de chocolade ‘au bain-marie’ of in een schaaltje in de magnetron.
Giet de gesmolten chocolade bij de cornflakes en spatel alles voorzichtig door elkaar.
Leg een stuk bakpapier op een bakplaat of een grote schaal.
Maak met behulp van twee lepels kleine hoopjes van het chocomengsel en verdeel die op gelijke afstanden over de bakplaat of schaal. Laat een uurtje in de koelkast opstijven.

Warzone!

ma 27 oktober 2014

armeeBeetje rare dag gisteren. Zelfs al heeft de computer zichzelf manmoedig achterwaarts gezet, dan nog wil het begrip wintertijd er bij mij niet in. Niet in het hoofd, en niet in het lijf. Misschien is het wensgedrag, maar beide blijven gewoon vasthouden aan de zomertijd. Bijgevolg zat ik gisterenmorgen om half elf aan het gebruikelijke aperitief van half twaalf. En vroeg m’n maag zich al om twaalf uur af of het niet eens tijd werd voor de lunch die normaliter rond een uur of één gepland staat. Ik keek naar de zomertijd op mijn horloge en gaf ‘m gelijk. Aanpassen aan onzin die door overheden wordt opgelegd onder het mom van zogenaamde energiebesparing is niet m’n sterkste punt. Rebellie is wel het minste verweer, al gaat het maar om een tegendraads horloge of een opspelende maag. Mijn echtgenoot -van de génération Paris ‘68, beroepsdwarsligger en hoe dan ook tegen elke vorm van overheidsbemoeienis- denkt er net zo over. Maar we kregen gasten die wel aan wintertijd doen, onze Britse buren. Die hebben sinds ze hier wonen al genoeg moeite om hun vertrouwde Greenwich-time, waarvan ze altijd wel een uurtje kwijt zijn op het Europese vasteland, in hun tegenwoordige tijdsbesef te integreren.
We wachtten dus nog maar even en schonken een extra glaasje in. Het was een mooie dag, de mistral was gaan liggen en de vallei ver beneden ons lag er vredig bij: een mooi mijmermoment. Gevloek en getier, plus motorische pokkenherrie, maakten daar snel een einde aan. We schreven het in eerste instantie toe aan een slokje teveel op een lege maag; vast een hallucinatie. Maar inmiddels donderde en dreunde het. We besloten polshoogte te gaan nemen. En vervolgens besloten we dat we waarschijnlijk inderdaad te ruimhartig hadden ingeschonken. Bovenaan het paadje van ons huis naar het smalle slingerweggetje dat de verbinding met de buitenwereld mogelijk maakt, stond een pantserwagen van l’armée française. Klemvast in de krappe bocht tussen de oude waterput, de hoogbejaarde eik en het muurtje ‘en pierre sec’ die daar het weggetje tot een absolute ‘piège’ versmallen voor wat ruimer bemeten verkeer. Zo’n gevechtsvoertuig kan er onmogelijk langs. Al was de rood aangelopen commandant dat blijkbaar wel van plan, gezien het woest heen en weer rammen van zijn legermobiel.
“Nooit geweten dat de wintertijd met zoveel geweld moet worden afgedwongen”, grapte ik tegen mijn man. Die blikte bedenkelijk serieus terug.
“Kijk even achter je.”
Daar stond de rest van de colonne die gedacht had deze sluiproute in de legeroefening te moeten opnemen. We waren dit soort divisies al eerder tegengekomen. Ze stonden vorige week onder aan het dorp in het gelid opgesteld terwijl de bemanning op een naastgelegen weiland de benen strekte. Ze denderden een dag of wat daarvoor in het naburige dorp langs het eethuisje waar we met een goede vriend van een rustige lunch meenden te genieten. En nu dit weer.
Goed, we wonen in de buurt van het grootste militaire oefenterrein van Europa. En ja, er moet vast veel geoefend worden nu de Franse troepen worden ingezet in conflicten in Mali, de Centraal Afrikaanse Republiek, Syrië en Irak. Dat er daarom ’s avonds en ’s nachts helikopters door de stilte scheuren, er op ooghoogte straaljagers langs janken en de ruiten regelmatig bijna uit de sponningen rammelen door zwaar mortiergebulder weten we zo langzamerhand wel, al zal het nooit wennen. Maar om nou op een eindelijk eens vredige zondagmiddag godbetert ook nog met je hele militaire circus m’n bergpaadje plat te komen walsen voor een ‘levensechte oefening tussen de burgerbevolking’ gaat me te ver. Voor zover ik weet beschikt het enorme legerterrein in de bergen over diverse dorpjes waar je net zo goed kunt oefenen. Die zijn indertijd geconfisqueerd, en ontruimd door de overheid, ondanks felle dorpsprotesten; de dorpsbewoners leven nu onder meer in de HLM (de sociale woningwijk) onderaan ons dorp.
Ik zou dus eigenlijk niet moeten klagen, in vergelijking woon ik riant, en ik kan me verkneukelen over zo’n legerhoofdman die op mijn bergpaadje vast komt te zitten. Kon, moet ik zeggen. Want het lachen is me vergaan. Het muurtje ‘en pierre sec’ is plat gewalst, de waterput ingestort en de oude eik zwaar beschadigd. De rest van de colonne had vrije doorgang toen het opperhoofd zijn vehikel eindelijk had bevrijd. Er kon geen excuusje af.
En dat gaat me dus te ver. Hoezo kan het leger -de overheid dus- schaamteloos en zonder enige aankondiging de neutrale civiele omgeving rondom een oefenterrein inlijven en er ongegeneerd militaire manoeuvres uitvoeren tussen de van niets wetende burgerbevolking? Wat geeft een overheid het recht om onze leefomgeving te veranderen in een ‘warzone’, inclusief ‘collatoral damage’?
Britse buurman Harry kwam nog net op tijd aangehijgd om met z’n onafscheidelijke iPhone bewijsmateriaal van de verdwijnende colonne te schieten. “Let’s sue them!” sprak hij strijdlustig.
Lijkt me tamelijk kansloos. Waterput, eik en muurtje zijn niet van ons of van de buren, eigenlijk zijn ze van niemand. Ze stonden daar gewoon al eeuwen pittoresk te wezen en het landschap te verfraaien. Tot gisteren dan, toen die houwdegen met bruut geweld een einde maakte aan dat stukje patrimoine.
Ik denk niet dat er op overheidsniveau iemand van wakker ligt. Net zo min als van die aan flarden geschoten oefendorpjes op dat enorme legerterrein in de bergen. Of van hun bewoners.
“Let’s have lunch”, zei ik tegen Harry, “and I’ll tell you a story.”
Die middag viel hij een beetje van z’n romantische Frankrijk-geloof af.

quiche2Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het is winter. Nog voor de wintertijd dit weekeinde definitief ingaat, is de temperatuur gekelderd tot onaanvaardbaar niveau voor een zuiderlijke koukleum zoals ik. De mistral giert om het huis, en de parkeerplaats wordt sinds gisteren in beslag genomen door een slordige negen kuub openhaardhout. Slordig neergeplempt ook; op de krappe berge is amper nog plaats voor de auto. Dat wordt dus alles een ‘verdieping’ lager zeulen en netjes opstapelen, beschut tegen (on)aangekondigde hoosregens. De komende dagen (zou ook wel een ruime week kunnen worden) staan dan ook in het teken van ferme kost, want van al dat gesjouw en gestapel krijg je trek, stevige trek. En omdat je tijdens dat sjouwen niet permanent in de keuken wilt staan, maken we het ons gemakkelijk, met om te beginnen een simpel ovengerecht. Moet ik alleen niet vergeten om de wekker van m’n mobieltje te zetten en dat ding ook nog in m’n zak te steken; de trek vergaat je al snel als de blauwe dampen de keukendeur uit walmen.

Ingrediënten:
1 rol bladerdeeg (of pakje plakjes)
4 eieren
25 cl vloeibare room (geen slagroom)
100 gram Parmaham
1 forse prei
50 gram geraspte kaas (Emmental, gruyère, comté)
50 gram bleu d’Auvergne
25 gram geraspte parmesan
zout, peper, nootmuskaat

Bereiding:
Rol het bladerdeeg uit, of haal de plakjes van elkaar. Beboter een taartvorm en bekleed de bodem en zijkanten met het deeg; snij overstekende randen bij, en zorg (bij plakjes) dat ze goed overlappen; druk even aan. Prik met een vork gaatjes in de hele bodem, en bedek de bodem met bakbonen of met aluminiumfolie die je stevig aandrukt (om teveel rijzen te voorkomen). Verwarm de oven voor op 180 graden en bak de bodem zo’n 15 minuten voor. Laat iets afkoelen en verwijder de bakbonen of de folie.
Snij intussen de Parmaham in ragfijne snippertjes. Haal het buitenste van de prei en snij de onderkant en het donkergroen eraf. Snij de rest in dunne ringetjes.
Scheidt de eieren boven een ruime kom, doe de eierdooiers in een tweede kom. Mix de eiwitten met een snufje zout stijf tot ze in punten blijven staan. Klop in de andere kom de eierdooiers los. Prak de bleu d’Auvergne fijn, doe die bij de eierdooiers en voeg er de geraspte kaas, de parmesan, de room, de Parmaham, de preiringetjes, een snufje nootmuskaat en peper naar smaak aan toe. Meng alles goed door elkaar. Spatel er vervolgens de stijfgeklopte eiwitten door. Giet het mengsel op de voorgebakken bodem in de taartvorm. Bak in 30-35 minuten in de oven (180 graden) af. Laat een beetje afkoelen en snij er punten van. En er mag best een stevig glas rood bij na al dat gesjouw.

Getuige à décharge

wo 22 oktober 2014

voiture-diesel-co2Madame Mahmoud, de vriendin die mij helpt in het huishouden, kwam briesend van verontwaardiging de kamer binnen zeilen. Ik zie haar zelden kwaad, maar nu stonden alle stekels overeind.
“J’ai reçu un PV!” Kan. Iedereen krijgt weleens een prent.
“Pour bruler un feu rouge!!” Kan ook, zelfs met haar pruttelpotje dat je zonder rijbewijs mag besturen kun je door rood rijden.
“À Strasbourg!!!”
Dat leek me minder waarschijnlijk; ik zie haar niet zo gauw in haar ‘pot de yaourt’ (maximum snelheid 45 km/h) over onduidelijke binnenweggetjes de 815 kilometer naar de officiële zetel van het Europese Parlement tuffen om daar een rood stoplicht te negeren.
Dat had ze zelf ook bedacht. “Denken ze soms dat ik met m’n autootje op de TGV ben gestapt?”
Een briljante vondst, maar in de praktijk zou dat betekend hebben dat ze dan toch eerst naar het TGV-station zo’n 40 km verderop gekacheld zou moeten zijn. De actieradius van mevrouw Mahmoud is uiterst beknopt, ze krijgt het al benauwd als een ritje op bekend terrein meer dan 1 à 2 kilometer bedraagt. Of bij het idee dat er op het smalle bergweggetje naar ons huis een tegenligger zou kúnnen opdoemen. Uit voorzorg parkeert ze niet op de krap bemeten ‘berge’ voor de deur, maar bovenaan het steile pad dat naar onze voordeur leidt.
“Ik ga dat niet betalen!, brieste ze verder, “ik laat het voorkomen!”
Vastberaden trok ze de stofzuiger uit de bezemkast en stoof er furieus achteraan het huis door.
Ze had gelijk. Waarschijnlijk was haar kenteken gedupliceerd en op een andere auto geplakt; er zouden beslist nog meer bekeuringen volgen. Maar naar het tribunaal…. Ik had zo m’n bedenkingen. Ik heb eerder meegemaakt hoe zo’n tribunaal hier werkt.
Een jaar of wat geleden gingen mijn man en ik mee met onze vriend Jacob, een beetje rare eenling die al een eeuwigheid geleden de brave Hollandse burgermaatschappij verliet om zich als een soort van stateloze te vestigen waar het hem uitkwam, zolang het hem uitkwam. Ik moet zeggen, in ons dorp houdt hij het al flink lang uit, dus dat rusteloze is er wel een beetje afgesleten in de loop der jaren. En van de licht ontvlambare vechtersbaas van vroeger, die zijn schamele kunstgebit dankt aan een paar rake klappen van de gendarmerie, is ook niet veel meer over. Vroeger -in zijn stoere tijd- voorzag hij in zijn levensonderhoud als bosarbeider. In die periode heeft hij een keer een groot deel van ons departement in het donker gezet, toen een omgezaagde boom de verkeerde kant uitviel en een hoogspanningsleiding velde. Een ongeluk, maar hij werd er voor opgepakt. Met de trein -geboeid, onder begeleiding van de gendarmerie- werd hij het land uitgezet. Met de volgende trein was hij weer terug, en dook de bossen weer in. Bosarbeider is een loodzwaar beroep, en niet alleen omdat het omzagen van mansdikke bomen een enorme aanslag op je fysiek doet. Dat doet de bijbehorende, rijk besproeide omgang met ruige kameraden in niet mindere mate. En Jacob moet oppassen sinds hij in een haarspeldbocht tussen twee dorpen door een tegenligger werd geschampt. Niet zijn schuld, maar híj had die slok op. En híj moest voorkomen.
Jacob was een hamerstuk, niks in te brengen, de gendarme van dienst had gelijk, vond de rechter, omdat hij een gendarme was. Jaartje rijbewijs kwijt, twee jaar proeftijd. Van zijn motto ‘gezag is er om te ondermijnen’ kwam weinig terecht. Sindsdien rijdt Jacob over geheime sluipweggetjes naar de kroeg.
Ik vrees dat Madame Mahmoud niet veel méér in te brengen zal hebben bij het tribunaal: betalen, en verder niet zeuren. Tenzij je onomstotelijk kunt bewijzen dat je op dat tijdstip echt niet in Strasbourg was.
Nou, dat kan ze. Op dat tijdstip was ze namelijk bij mij. Dat zal ik voor het tribunaal met de hand op mijn hart -of twee vingers in de lucht- bewijzen ook, als getuige à décharge. Kan best dat ik me een dagje vergis, maar dat doet er niet toe. Voor zover ik weet is iemand onschuldig tot het tegendeel is bewezen, niet andersom. Dus handen af van ‘mijn’ Madame Mahmoud!

clafoutisprunesVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Pruimentijd. In de supermarché liggen de glanzend gepoetste superpruimen in het gelid in hun kistjes, keurig naar rang en stand geschikt, met het bijbehorende prijskaartje. Ik laat ze allemaal links liggen. Want bij de marché paysan een dorp of wat verderop hebben ze pruimen uit de buurt. Pruimen met een vlekje eraan, of een tikkie uit de hand gelopen vorm. Vruchten die het niet van hun uiterlijk, maar van hun smaak moeten hebben: ‘moche’ heet dat. En dat vind ìk nou superpruimen. Net als de moche-groenten en ander optisch gemankeerd gewas dat je er kunt krijgen. En natuurlijk koop je dan teveel, en dreigt voor de pruimen die al wat langer liggen de vuilnisbak. Dat doen we dus niet; ik ben tegen ‘gaspillage’ dus opmaken die hap. Hoe? Gewoon, een clafoutis. Of twee, of drie, want zo’n pruimentaart kun je prima invriezen.

Ingrediënten :
700 gram rijpe pruimen
2 hele eieren + 2 eierdooiers
100 gram bloem
100 gram cassonade/rietsuiker (of bruine suiker)
¼ liter melk
60 gram boter
2 eetlepels marc de Provence (of armagnac, cognac, rum, etc.)
1 zakje vanillesuiker
snufje zout

Bereiding :
Was de pruimen, snij ze in tweeën en haal de pitten eruit.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Doe de boter in een taartvorm en zet die even in de oven tot de boter gesmolten is (niet bruin laten worden!) en haal uit de oven. Laat de oven verder voorverwarmen.
Klop de eieren los (de hele eieren, plus de extra dooiers) in een ruime kom, doe er een snufje zout en de cassonade bij en klop alles flink met de mixer door elkaar. Voeg de marc de Provence toe en strooi de bloem erbij, mix opnieuw tot een mooie gladde massa.
Voeg al roerend (niet meer mixen) de gesmolten boter uit de taartvorm en de melk toe, en op het laatst de pruimen.
Verdeel het restje achtergebleven boter met behulp van een stukje keukenpapier over de binnenkant van de taartvorm. Giet de pruimenmassa erin, verdeel nog een paar klontjes boter over de bovenkant en laat alles in 45 minuten in de voorverwarmde oven gaar worden. Haal de clafoutis uit de oven en bestrooi meteen met de vanillesuiker. Laat afkoelen, en serveer lauwwarm, rechtstreeks uit de vorm.

Landverraad!

do 16 oktober 2014

01C2000002298104-photo-la-vache-qui-rit-drapeau-france-leblon-delienne-en-resine-hauteur-10-cm-20
Bon. Ik ben dus uitgemaakt voor overloper, landverrader zelfs. Ik heb nooit zo goed begrepen wat ze onder landverraad verstaan, maar je schijnt er een flinke straf voor te kunnen krijgen. Ik begin erover omdat een herfstige landgenoot met camper tamelijk onverwacht mijn erf als perfecte campingplek dacht te kunnen misbruiken. Te overdonderd om ‘nee’ te zeggen schoof ik hem een glas toe terwijl hij zijn benen onder mijn buitentafel strekte. Zijn echtgenote overhandigde me een potje pindakaas en bedankte alvast voor de gastvrijheid. Mijn man en ik keken elkaar aan met een blik van “we doen het netjes, maar dit doen we dus niet”. Even later in de keuken vroegen we elkaar (klassiekertje!) “Ken jij die lui?”
“Nee!” wisten we allebei zeker. Tot mijn man zich herinnerde dat hij in een grijs verleden ooit was schoolgegaan met de bewuste vakantieprofiteur.
“Goed”, besloten we, ze kunnen een lunchhapje krijgen en daarna exit.
Uiteraard werd het een Provençaalse lunch ‘bien arrosé’, zo gaat dat nou eenmaal. De tafelconversatie verliep tamelijk moeizaam en dan wil een glaasje ‘fris’ de tongen weleens een handje helpen. Die van de erfbelaster werd er bovendien een beetje dik van; dat komt ervan als je melk bij je maaltijden drinkt en koffie-verkeerd gewend bent. Maar ja, dat schenk ik niet.
Het campervrouwtje hield het angstvallig bij een glaasje water. En haar mond dicht. Ook toen campermanlief met een voldane boer na het hoofdgerecht besloot dat ik een landverrader was. Hij deed er een knipoog bij, het was niet zo serieus bedoeld. Ik had onder de lunch alleen maar gezegd dat het me niets kan schelen als het Nederlandse Elftal verliest en dat ik juich als Les Bleus winnen. Het ging dus eigenlijk nergens over. Maar het was tamelijk schofferend. Mijn man was in de keuken met de fabricage van een kaasplateau bezig, anders had hij de campergast er waarschijnlijk meteen uitgeknikkerd. Ik besloot beleefd te blijven.
Maar toch. Dat ´landverraad´ liet me niet los. Ben ik naar Frankrijk overgelopen?, vroeg ik me af. “Gelukkig wel”, zei mijn man en hij bracht me in herinnering hoe ik destijds op het dorpspleintje had gedanst en luidkeels ´On a gagné´ had meegezongen toen Frankrijk wereldkampioen voetbal was geworden. Ja, dat waren nog eens mooie tijden, mijmerden we samen, de campertjes even vergetend.
Ik was die nacht pats boem een Franse chauviniste geworden, besef ik nu. Is chauvinisme een bewuste daad of een of andere vage overtuiging? Volgens Van Dale is chauvinisme ´overdreven vaderlandsliefde, blinde ingenomenheid met alles wat tot de eigen kring en omgeving behoort´. Daar heb ik allemaal geen last van. Ik zou niet weten wat mijn vaderland is. Nederland? Omdat ik toevallig in Rotterdam geboren ben? Frankrijk? Omdat ik hier toevallig woon en me er op m’n gemak voel? En ik ben ook niet ´blind ingenomen´ met alles wat naar (Zuid)-Frankrijk zweemt. In de huiselijke kring en in de dorpskroeg zit ik vaak genoeg te kankeren op wat er hier allemaal niet deugt. Ik heb ook geen ´voiture made en France´ -ik rijd in een Jap- en de mooiste dag van de week was eergisteren toen de lokale cave (een dorp verderop) me ineens trakteerde op wijnen uit Portugal die je hier nergens in de supermarché kunt vinden vanwege het Franse chauvinisme.
Wat me wel opvalt is dat ik steeds slechter tegen kritiek op Frankrijk kan. Het lachebekje Rutte dat president Hollande voor de laatste keer waarschuwt? Die EU-lui in Brussel die maar blijven zeuren over ´ons´ begrotingstekort, terwijl echt iedereen nu wel snapt dat harteloos bezuinigen geen werk schept?
Ik ben zijn naam even kwijt, maar er was een jaar of wat geleden een Franse premier die EU-kritiek afdeed als ´commentaar van een of andere commissie in een of ander buitenland´. En dat zal Frankrijk natuurlijk worst wezen. Het idee van ´l´exception Française´ spreekt me wel aan. Misschien juich ik daarom als Frankrijk wint. O ja, nu even oppassen. Met de nationalistische Marine Le Pen die de grenzen dicht wil gooien, heb ik niets te maken. Ik zeg het er voor de zekerheid maar even bij. Geen trek om de Zwarte Piet toegespeeld te krijgen zullen we maar zeggen.
Maar toch. Er is me de laatste jaren een gevoel van ‘handen af van Frankrijk’ overvallen. En de niet alleen geografische afstand tussen Nederland en mijn Provençaalse gehucht neemt steeds verder toe. Op de uitsmijter van de camperklojo “of ik al wist dat ene Verlinde en de burgemeester van Maastricht gingen scheiden” kon ik alleen maar ‘nee’ antwoorden. En ik wilde het ook niet weten. Ik begon over de Franse soldaten in Mali, dat de autoroutes misschien goedkoper worden, dat de oudste kerncentrale van het land Fessenheim wellicht toch open blijft, ondanks alle gebreken. Hij boerde nog eens lodderig.
Bij de kaas ging de beleefdheidsconversatie uitsluitend nog over het weer. Dat het verrassend okay was. De thermometer op het terras gaf 23 graden aan, er was zon. Ik ben niet meer begonnen over het noodweer van de afgelopen dagen. Mijn noodweer bestond eruit de campercrashers vriendelijk te verzoeken het erf te verlaten. Ik had méér verbaal geweld in gedachten maar de hand van mijn man op m’n schouder weerhield me ervan.
Licht wankelend liep de camperman het pad af. We zagen hem moeizaam de cabine inklimmen.
“Kan je vrouw niet beter rijden? Vroeg mijn man vilein.
“Zíj?” schamperde hij, “die heeft al moeite met een supermarktkarretje.”
Hollanders…. Dan toch maar liever landverrader.

Tomates%20Oeufs%20cuits
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Slecht geslapen vannacht, en veel te vroeg wakker vanwege onaangenaam jagersvolk met huilhonden. Mijn mineurhumeur kennende, beloofde dat een regelrechte rampendag te worden. Tijd voor troost-eten dus, in dit geval een hartig smulhapje. Wat zoetigs erbij voor het tegenwicht, glas vers geperste jus, plus een bescheiden glaasje prosecco en een straffe ristretto. En dat dan allemaal lekker oppeuzelen terwijl je op internet de kranten doorbladert met Bach zachtjes op de achtergrond. Had ik gedacht. Binnen de kortste keren kwam er iemand achter zijn neus aan de keuken in: “Ja, als we zó gaan beginnen…” Ja, zo gingen we beginnen. Werd het toch nog een tevreden dag.

Ingrediënten:
4 grote, stevige tomaten
4 eieren
4 volle theelepels geraspte parmesan
1 eetlepel fijngehakte peterselie
gedroogde oregano
zout en peper
geroosterd boerenbrood

Bereiding:
Snij het kapje van de tomaten, haal het binnenwerk eruit, bestrooi de binnenkant met zout en zet ze een minuut of 10 op hun kop op een rooster of keukenpapier, zodat het vocht eruit kan lekken.
Hak intussen de peterselie fijn en verwarm de oven voor op 180 graden.
Zet de tomaten weer overeind en bestrooi de binnenkanten met wat peper en de oregano. Verdeel een theelepel parmesan op de bodem van elke tomaat.
Vet een vuurvaste schaal in waarin de tomaten met z’n vieren netjes rechtop blijven staan, zet de tomaten erin.
Breek een voor een de eieren in een kopje en laat in elke tomaat een ei glijden. Let op: de dooiers moeten wel heel blijven.
Zet de tomatenschotel in het midden van de voorverwarmde oven en laat ze een kwartiertje staan; het eiwit moet vrijwel gestold zijn, de dooier nog een beetje vloeibaar. Bestrooi ze met peterselie en serveer met in reepjes gesneden geroosterd brood om te soppen.
Hou een sneetje of wat geroosterd brood apart en kledder daar een dikke klodder confiture op voor de afdeling zoet van het ontbijt.
Tip: als de oven in gebruik is voor de tomaten, kun je hem niet als grill voor geroosterd brood gebruiken. Heb je ook geen broodrooster, bak de sneden dan droog (dus zonder vettigheid) in een ruime koekenpan. Hou ze warm door ze in een dubbeldikke theedoek te wikkelen (niet in alufolie, dan gaan ze zweten en worden ze zompig).