Home

ChampagneCorksTeveel gegeten, teveel gedronken, iets te uitbundig 2014 in 2015 overgegoten. En morgen dreigt nieuwjaarsbezoek, of drenzen de koters, of allebei. Geen kans om de roes uit te slapen of de hele dag katterig voor de tv op de bank te hangen.
Dat vraagt om een stevige katerremedie. Liefst nog dezelfde avond/nacht, dan blijft de schade de volgende dag beperkt, en valt er wellicht zelfs aan een katerontbijt te denken.
Er zijn legio huismiddeltjes en remedies die allemaal ‘gegarandeerd’ werken. Maar die van mij werkt ècht vanzelfsprekend. Hoezo weet ik dat? Eh…..
Dus op de valreep: bonne année, bonne santé, bien arrosée, et à la prochaine!

Recepten zijn dit keer per persoon.

Stap 1: ‘s avonds laat:

Ingrediënten:
2 eieren
scheutje olijfolie
scheut wijnazijn

Bereiding:
Verhit een scheutje olijfolie in een kleine koekenpan. Breek de eieren erin, dooiers -als het lukt- heel laten. Bakken tot het wit gestold is en de dooiers nog nauwelijks. Uit de pan op een bord laten glijden (neem een groot bord, dan glijdt het er minder snel naast). Zet de pan met de overgebleven olie terug op een laag pitje, giet er een scheut wijnazijn bij, roer even door terwijl het pruttelt, en giet de pan dan leeg over de eieren. Meteen opeten. Lukt dat niet, dan de volgende dag stap 2 toepassen. Lukt het wel, maar wordt het kotsen: wees blij. Scheelt de volgende dag een hoop ellende en maakt stap 2 een stuk aantrekkelijker.

Stap 2: ergens in de volgende ochtend:

Drink iets! Het liefst hetzelfde drankje waarmee de vorige avond werd besloten; vergif moet je met vergif bestrijden. Al misselijk bij het idee? Probeer een ijskoud biertje. Niet naar binnen gieten, slokje voor slokje. Lukt niet? Neem dan een half borrelglaasje pastis (Ricard, Pernod o.i.d.). Puur! In één klap achterover slaan! ’t Is even doorbijten, maar na een kwartiertje creperen wordt het leven weer een stuk aantrekkelijker en kan het ontbijt door. Neem bij dat ontbijt een groot glas vruchtensap of frisdrank; de suikers erin helpen. Slik pas na het ontbijt (eventueel) pijnstillers, met veel water en blijf dat (erbij) drinken, ook als er weer drank op tafel komt.

Maar eerst ontbijten! Niet teveel gedoe, wel effectief.

Ingrediënten:
1 zacht gekookt ei
tabasco (of zout en peper)

croissants (of een paar sneden brood)
salami
pittige kaas (oude Goudse, rijpe Comté)

Bereiding:
De openingszet: kook het ei zacht, sla het dopje eraf en lepel het leeg, maar druppel op elk hapje wat tabasco, of bestrooi met peper en zout.
Het vervolg: verhit de grill. Snij de croissants doormidden en beleg beide helften dik, met eerst salami, en daar overheen kaas. Of doe hetzelfde met twee sneden brood. Leg de croissants of sneden brood met de kaaskant naar boven net zo lang onder de grill tot de kaas gesmolten is en begint te bubbelen. Zo heet mogelijk opeten.
O ja, de koffie. Alleen loeisterke espresso komt in aanmerking (van een slap Hollands bakkie met melk en suiker word je stikmisselijk) met een groot glas water erbij. Prikwater, of een glaasje echte bubbels. Dat boert tenminste lekker weg.
Onnodig uit te leggen dat zo’n katerontbijt het beste in zeer beperkte familiekring kan worden genuttigd.

DSC02701

Ik moest een nieuw toetsenbord. Blijkbaar had ik het vorige zó gemaltraiteerd dat de helft van de letters van de toetsjes was afgesleten. Altijd gedacht dat ik blind kon typen, maar blijkbaar gluur je toch een beetje mee met wat de vingertjes doen en naarmate er meer letters verdwenen en het aantal tikfouten toenam, daagde het besef dat m’n clavier toch echt aan vervanging toe was. Zeker toen de eindcorrector van Côte & Provence me er fijntjes op attendeerde dat een nieuwe bril wellicht een optie was? Alleen, m’n Facebookpagina en de kranten kon ik nog uitstekend lezen, dus….
“Ga je toch even naar het ‘Espace culturel’ naast LeClerc”, (m)opperde de echtegenoot, die elke aanschaf die niet direct met sigaren, hondenvoer of de locale cave te maken heeft maar onzingeboodschap vindt, “daar gooien ze je dood met die dingen.”
Ik besloot niet te ontploffen.
Tuurlijk, daar bij LeClerc is er een riant aanbod van mobieltjes, games, hipstergear en o ja, 1.0 randdebielenapparatuur voor de achtergebleven onder ons, zoals ik. Ik kon er tal van keyboards krijgen, al dan niet vastgekit aan een peperdure/spotgoedkope iPad of schootcomputer. En allemaal AZERTY. A-wat? Juist, dat! Een Frans toetsenbord, waarop de indeling nogal afwijkt van de Amerikaanse versie waarmee ik blindelings (nou ja, bijna dan) uit de voeten kan: QWERTY. Dat klinkt lullig, en dat is het ook. Maar na een eeuw of wat, staan mijn vingers en mijn hoofd nou eenmaal naar zo’n toetsenbord. En stronteigenwijs als ik ben, wil ik ook niet veranderen. Zo. Dus. Wat nu?
Internet uiteraard. Dat werd een memorabele zoektocht. Qwerty? Uiteraard. Wordt overal aangeboden, ook op Franse sites. Door schade en schade wijs geworden ram ik dan niet meteen de yes-juichknop in. Want de Franse qwerty-versie is afwijkend van de Amerikaanse. Net als de Britse versie trouwens. Dat schiet niet op. Dus voerde mijn queeste me de grote plas over. Amazon was welwillend, de toeleverancier die het gewenste toetsenbord kon leveren iets minder; ‘we bezorgen niet in Europa’. Maar dat hoor je dan pas een week of wat nadat je de bestelling hebt geplaatst. Uiteindelijk was een Canadese firma bereid de oversteek te wagen. En dat ging zo:

Wed 12/3/2014
Pre-Shipment Info Sent to USPS
ISC LOS ANGELES CA (USPS)

Mon 12/8/2014 2:03 am
Arrived at Sort Facility
ISC LOS ANGELES CA (USPS)

Mon 12/8/2014 10:58 am
Processed Through Sort Facility
Los Angeles, UNITED STATES
Los Angeles, UNITED STATES
Tue 12/9/2014 1:18 am
Arrived

Los Angeles, UNITED STATES
Tue 12/9/2014 6:44 am
Departed

FRANCE
Thu 12/11/2014 11:48 am
Processed Through Sort Facility

Paris, FRANCE
Wed 12/10/2014 11:51 am
Departed

FRANCE
Thu 12/18/2014 2:18 pm
Delivered

En ineens zaten er acht dagen tussen de aankomst van dat pakketje in Parijs, en de aflevering ervan bij mij in de Var. Via track & trace kon ik zien waar dat pakketje uithing, ergens in de buurt hier. En inmiddels weet ik ook waar: in de auto van de posteuze! In ons dorpscafé, nog steeds de beste bron als het om lokale kwesties gaat, werd ik bijgepraat. Mevrouw heeft een amant opgedaan, ergens langs het traject op weg naar mijn afgelegen berghut. Dat betekent dat ze de post nog maar mondjesmaat bezorgt, en helemaal niet, als een amourette een beetje uitloopt. Voor zo’n pakketje uit het overzeese is een handtekening nodig. En -ja zeg!- daar moet je voor aanleggen bij de geadresseerde en dat betekent nog meer tijdsverlies op je route terwijl je toch al niet op tijd kunt inklokken vanwege je amoureuze oponthoud.
Ik ben uiteindelijk gered door de kalender. Het jaarlijkse monstrum waarmee zowel de posterijen als de brandweer ook dit jaar weer verplicht langs de deuren leuren om wat extra fondsen te verwerven. Ik heb gul gegeven. En kreeg er -eindelijk- m’n gedroomde toetsenbord voor terug.
Zodat ik iedereen tot in lengten van dagen (mwhah…) om de oren kan rammen met Zuid-Franse belevenissen en recepten.
Heb een sprankelende jaarwisseling allemaal, een prachtig 2015!

oesters Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Bon, het is nog tweede kerstdag (al doen we daar hier niet aan) maar het is ook vrijdag en daar hoort een Recept van de week bij. Dat wordt er vast eentje voor oudejaarsavond, want die komt al langs vóór de volgende vrijdag-receptendag. Sylvestre vier je in de Provence normaal gesproken in een restaurant. En bij voorkeur in een heus sterrenrestaurant, al moet je er een jaar voor sparen. Ruim tevoren reserveren is dan ook een ‘must’. En iedereen komt -opgedoft in glitters en glimmers- keurig op tijd, zo ongeveer de enige keer in het jaar dat dat gebeurt. De maaltijd heeft veel weg van het kerstmaal, met één uitzondering: met oud en nieuw eet je oesters. Die staan dus overal op het menu. Voorts werkt de staf van elk restaurant naar het hoogtepunt van twaalf uur. Exact op dat tijdstip dient het dessert op tafel te staan, vergezeld van een glaasje champagne. Daarna barst de gekte los: iedereen wenst elkaar een gelukkig nieuwjaar en dat kan in uitbundigheid nogal variëren. In de sjieke restaurants geven alle aanwezigen elkaar een keurig handje en toost men op het nieuwe jaar. In het eethuisje om de hoek zijn tegen middernacht ruimhartig de hoedjes, de toetertjes, de serpentines en de spuitbussen met akelige plak-guirlandes uitgedeeld om het feestgedruis luister bij te zetten. De eerste keer dat ik het meemaakte (inburgeren!) vond ik het al helemaal niks. Zeker niet, toen er vervolgens ook nog een dansje moet worden gedaan en uitgerekend die gladjanus uit het dorpcafé lippenlikkend op me afkwam; weigeren is op zo’n pril nieuwjaarsmoment geen optie. Ik heb daarna oprecht nog een paar keer geprobeerd om het leuk te vinden. Dat is niet gelukt. Oud-en-nieuw vier ik uitsluitend nog thuis. Mèt oesters, dat wel. Al lust ik ze alleen als ze op onderstaande manier zijn ‘opgedoft’. Voor mij is dat inburgering genoeg. En verder wens ik iedereen Bonne année, bonne santé, bien arrosée! Ingrediënten: 24 oesters 200 gram spinazie 1 dl champagne (brut) 2 dl slagroom 2 eierdooiers 2 eetlepels boter Witte peper uit de molen een paar ons grof zeezout Bereiding: Was de spinazie en kook die met aanhangend water in een kleine tien minuten gaar. Doe over in een vergiet om te laten uitlekken, druk met een bolle lepel (soeplepel bijvoorbeeld) het teveel aan vocht eruit. Maak de oesters open. Ja ja, dat is makkelijker gezegd dan gedaan, maar op deze manier zou het moeten lukken: wikkel uit voorzorg een dikke handdoek rond de pols van de hand die de oester vast gaat houden. Daarmee voorkom je slagaderlijke bloedingen. Leg de oester op een stevige houten plank (zodat ie niet weg kan glijden) met de bolle kant naar onderen en de scharnierpunt naar voren. Wrik de punt van een oestermes (een stevig exemplaar, met ferme stootrand rond het heft) de schalen bij het scharnier uit elkaar. Dus niet ergens halverwege de schelprand proberen. Is dat gelukt, beweeg het oestermes dan langs de binnen/bovenkant van de schelp heen en weer, om de sluitspier door te snijden waarmee het diertje zijn schaalhelften bij elkaar houdt. Dat klinkt als moord, en dat is het ook, maar het is moord op een lijk: die oester is al zo goed als overleden, die spierklem is een stuip. Laat de oesters met vocht en al in een zeef boven een pannetje uitlekken, bewaar het vocht. En bewaar de bolle kant van de schelpen. Zit er nog gruis in de oesters, haal dat dan voorzichtig weg, hou de oesters apart in een bord met koud water (worden ze steviger van). Doe 1 dl champagne brut (of crémant, of proscecco) bij het oestervocht in het pannetje, plus wat versgemalen peper. Breng aan de kook en laat inkoken tot er zo’n vier eetlepels vocht over zijn. Bedek de bodem van een ruime ovenschaal met grof zeezout en druk er de bolle schelphelften in, zodat ze niet kunnen omkieperen. Zet de schaal even in het midden van een lauwwarme oven om de schelpen te drogen. Klop de slagroom los tot ie ongeveer zo dik is als yoghurt, en roer (niet kloppen) de eierdooiers erdoor. Giet het mengsel bij het ingekookte oestervocht en laat onder voortdurend roeren warm worden, maar laat het vooral niet koken! Haal de pan meteen van het vuur als de saus dik begint te worden. Breng eventueel nog op smaak met wat peper (geen zout, het oestervocht is al zout genoeg). Verwarm de grill voor. Verwarm ook de spinazie, met een eetlepel boter en wat peper, en verdeel de spinazieprut over de oesterschelpen. Leg op elke schelp een oester en giet er een scheutje champagnesaus overheen. Zet de ovenschaal onder de grill en laat staan tot er een goudbruin vliesje op de gevulde schelpen te zien is. Verdeel het zeezout (tegen het om kieperen) over de borden, en leg er de oesters op. Serveren met de rest van de bubbels, in de glazen natuurlijk.

Gezellig, de familiejacht

december 21, 2014

gilet-fluo-danger-chasseur-aveugle91389767
Vanmiddag uit eten geweest. Zo’n zondagslunch in de beste Provençaalse traditie, dus langdurig, gul en rijkelijk besproeid. Ik koester lang niet alle tradities bij mij in de buurt, maar deze toevallig wel. Een huiskamerrestaurant, vrijwel altijd hele generaties van een omvangrijke familie aan tafel, een heel speciale sfeer, ik prik er graag een vorkje mee.
Het was vandaag ook de laatste kans van het jaar en eigenlijk ook van deze winter, want behalve met Noël en Sylvestre -wanneer je een veel te duur en van de ganzenlever vergeven standaardmenu door de strot geduwd krijgt- gaat alles hier tot maart in diepe winterslaap. Om voor de hand liggende redenen eet ik geen ganzenlever. En ik wil ook geen in beton gegoten ‘feestmenu’s’, ik wil voor m’n goeie geld wel wat te kiezen hebben.
Hoe dan ook, voorlopig onze laatste buitenshuise zondaglunch. We kozen voor ons favoriete adres en er viel toevallig meer te vieren. Ik had me dus netjes in mantelpak gehesen en zelfs iets van ‘talons’ aan de voeten geschoven. Dat was ik dan weer even vergeten toen de echtgenoot riep dat de honden voor vertrek nog een rondje moesten doen. Ik heb de bagger er weer redelijk af weten te boenen.
Het werd een memorabele lunch. Mijn man en ik hadden ondanks 34 jaar uit eten gaan meer dan genoeg te bespreken, maar met een half oor luisterde ik -heel onbeschaafd- een gesprek aan de naastgelegen tafel mee. Een rijk uitgedoste bling-madame van een jaar of 60 eiste van haar vader of haar buurman van zo te zien tegen de 80 en nogal een Parkinson-patiënt, dat hij moest ‘opruimen’.
Wat, dat werd niet helemaal duidelijk. Maar in elk geval wilde ze de gendarmerie niet meer aan de deur.
Ik werd afgeleid door de overhaaste ober die de wijn vanaf de overkant van de tafel spetterend het glas in plempte, op een haar na mijn brood wegkaapte en om de haverklap kwam kijken of de volgende gang al door kon. In deze zaak word je normaal gesproken superieur bediend. Door mevrouw zelf, haar man runt de keuken. Nu was er een soort stagiair ingezet. Een eigentijdse Tinus Plotseling die sneller dan het geluid de aftocht wenste te blazen. Hij had bij wijze van spreken zijn ski’s al ondergebonden om ruimschoots voor de eerste sneeuwval zijn favoriete pistes te kunnen bereiken.
Bij zoveel haast kan ik ineens tergend langzaam eten. We rekten het tot ver voorbij drieën, zo ongeveer de normale tijd om een lunch buiten de deur hier in de Provence af te sluiten.
We hadden het overdreven keurig bij één flesje met z’n tweeën gehouden, (nou ja, even afgezien van de ‘petites salopperies’ bij koffie). Dus toen ik op de terugweg langs de départementale een gezellig gezinnetje in feloranje hesjes ontwaarde dacht ik niet meteen aan een delirium tremens. Wel aan absolute gekte. Daar stonden ze echt! Vader, moeder, zoontje van een jaar of zes/zeven. Geweer over de arm, klaar voor de jacht, aan de rand van de steile, smalle strook armetierig kreupelhout tussen ons semi-snelweggetje en de gruwelijke suikertaartennieuwbouw onderaan het talud. Eén stapje achteruit en het kind was ongetwijfeld door een langs racende auto gegrepen. Eén stapje vooruit en het was het talud afgedonderd in de vuurlinie van pa of ma, of op z’n eigen donderbus geklapt.
Jagen? Er valt in dat deel van de overbevolkte plaine geen wild te bekennen. Everzwijnen hebben al lang geleden besloten dat de vuilnisbakken van de stille dorpjes in de heuvels een prima voedselbank vormen, herten zijn daar beneden alleen in de kerstvertoning van Walt Disney’s nagesynchroniseerde Bambi te bewonderen, en ook konijnen hebben allang het hazenpad gekozen.
De conclusie was duidelijk: stadse fratsen van grootstedelingen op vakantie in hun peperdure tweede huis, die bij de ‘chasse-et-pêche-de-luxe’ een ‘authentieke’ jachtoutfit hadden aangeschaft om ook eens het eigen kerstwild af te knallen op het ‘ongerepte’ platteland. En zo en passant aan junior te leren hoe ‘oer’ ze eigenlijk in wezen gebleven zijn. Als ICT-medewerker en deeltijd-marketingassistente. De familiejacht als hoeksteen van de samenbeleving.
Ik werd er niet alleen een beetje misselijk van, maar eigenlijk ook heel erg boos. Alsof we hier al niet genoeg te stellen hebben met jagersonbenul uit de directe omgeving. En je kunt er op wachten hè, ‘un accident cherchant à se produire’.
Ik kijk voorlopig maar even niet in de kranten.

Watering-the-Christmas-Tree-624x423
Gisteren dus die borrel, bij de Britse buren (lees hier de voorgeschiedenis). Ik vond dat Harry er nogal ‘smug’ uitzag, hij leek behoorlijk met zichzelf in zijn nopjes. En toen Janet in de keuken aan het redderen was met de borrelhapjes praatte hij ons bij. Jawel, hij vertrok overmorgen naar Engeland, medische check up, familiebezoek, zonder Janet, allemaal waar. Alleen, Janet zou helemaal niet alleen zijn met de kerst. Janet ging de feestdagen vieren bij goede vrienden die een dorp verderop wonen en zogenaamd in Engeland zijn. Maar intussen maken ze de slaapkamers klaar voor Janet’s kinderen die speciaal voor de kerst overkomen. Janet en Harry hebben een samengesteld gezin, goed voor zes stuks volwassen nageslacht, vier van hem, twee van haar. En die van haar maken de komende week -met kleinkinderen en al- de oversteek naar het vasteland.
“Surprise!” wreef Harry zich vergenoegd in de handen, “je dacht toch niet dat ik haar met de kerst in haar uppie zou laten zitten?”
Nou….., dat lieten we maar even in het midden.
Quasi-opgewekt zette Janet de borrelhapjes op tafel, ze hield zich goed.
Harry schonk de glazen nog eens vol en ik seinde hem ‘vertel het nou maar, ze lijdt’. Maar Harry begon stoïcijns over zijn voorgenomen trip, wie hij allemaal zou zien, en hoe lang hij weg zou blijven.
Op weg naar huis in het pikkedonker, zag ik de zaklamp naast me een verdacht huppeltje maken.
“Dan vragen we haar gewoon voor tweede kerstdag hoor.”
“Kan niet”, zei mijn man iets te vrolijk, “boxing day, cadeautjes uitpakken onder de kerstboom.”
Bij de voordeur hoorden we de telefoon al overgaan. Janet. Duizend excuses enzo, maar of het héél erg was als ze toch maar niet….. Nadat we naar huis waren vertrokken had ze een beetje moeten huilen “Just a little”, en toen had Harry het haar toch maar verteld.
“Tuurlijk niet meid. En een hele fijne kerst straks!”
Tevreden schonk mijn man nog een glaasje voor ons in: “Mooi, opgelost, klaar.”
“Nou…..”, aarzelde ik, “ze komt nu met oud-en-nieuw.”
Ik had nog net voor er een denkbeeldig glas door de kamer zeilde de tijd om te roepen: “Geintje! Maar je mag wel met de kerst op de hondjes passen.”
Wordt vast een hele leuke kerst, ik wens iedereen hetzelfde!

buche de noel (2)
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Tradities zijn zo’n beetje heilig in de Provence en zeker met de kerst moeten die in ere gehouden worden. Zo ben je verplicht een extra bordje op tafel te zetten tijdens het kerstdiner, voor die eenzame vreemdeling die doorgaans nooit komt. Bij mij uitgerekend weer wel, maar dat is een ander verhaal (klik hier maar).
Met kerst hoor je ook ter afsluiting van dat diner 13 (!) desserts te serveren. Dat klinkt erger dan het is, het gaat vooral om fruit en noten, noga, gekonfijte vruchtjes, de pompe à huile (een olijfoliebrood) en wat patisserie.
Ik kies wat dat laatste betreft voor weer een andere traditie, die van lou cacho fue, of fio, al naar gelang het lokale dialect. Ontstaan toen echt iedereen hier nog een broodnodige openhaard had. Het oude gebruik begint op kerstavond zelf, en er is een groot houtblok en familie voor nodig. Het oudste en het jongste gezinslid leggen dat blok op het vuur in de openhaard, die vanzelfsprekend al sinds eind september gezellig knappert, want zuiderlingen zijn allergisch voor temperaturen beneden de achttien graden. Het gezinshoofd zegent het blok door -onder het uitspreken van de juiste formules- er drie scheuten ‘vin cuit’ (letterlijk: gekookte wijn, heerlijk als aperitiefje trouwens) overheen te gieten. De kunst is om dat ene speciale houtblok tot en met oud-en-nieuw door te laten smeulen, anders is onheil in het nieuwe jaar gegarandeerd. Die speciale ‘bûche’ kan dus niet zomaar middenin een laaiend vuur geflikkerd worden; die moet een beetje aan de zijkant mee-smeulen wil ie tot 1 januari overleven. Dat gaat vaak mis. Bovendien beschikt niet iedereen in deze moderne tijden over een adequate openhaard, of voldoende tijd en zin om permanent op zo’n vuurtje te letten.
Dus is er een alternatief bedacht voor deze ‘bûche de Noël’: de eetbare. Bij vrijwel elke supermarché en patissier verkrijgbaar. Zelfs in Nederland en België kun je gewoon een ‘boomstammetje’ kopen. Maar ‘m zelf maken heeft in elk geval nog iets ambachtelijks en symbolisch.

Ingrediënten:

Voor het biscuitdeeg:
100 gram bloem
100 gram suiker
4 eieren
snufje kaneel
snufje zout

Voor de mousse:
350 gram bittere chocolade (liefst 70-80%)
75 gram koude boter
4 eieren
2 eetlepels sterke espresso (of loeisterke koffie)

Bereiding:

Het biscuitdeeg:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Scheidt vier eieren in twee kommen.
Klop de eierdooiers, de kaneel, het zout en de suiker door elkaar tot de suiker is opgelost en de massa lichter van kleur wordt. Doe er de bloem bij en klop alles goed door elkaar tot een egaal mengsel.
Klop de eiwitten in de andere kom stijf tot het eiwit in punten blijft staan. Schep het eiwit door het dooiermengsel.
Leg een lap bakpapier op een bakblik (circa 30×40 cm) en verdeel het biscuitdeeg er gelijkmatig over. Laat in de voorverwarmde oven in zo’n 10-12 minuten goudbruin worden.
Haal het bakblik uit de oven, laat tot lauwwarm afkoelen.
Maak een theedoek nat (goed uitwringen!) en spreidt die over het bakblik uit.
Houdt de zijkanten goed vast, en keer de hele handel om op het aanrecht. Verwijder het bakpapier. Rol de theedoek -met biscuitkoek en al- op tot een niet al te stijve rol. Laat helemaal afkoelen.

De mousse:
Scheidt opnieuw vier eieren in twee kommen.
Breek de chocolade in stukjes. Doe ze -samen met twee eetlepels koffie- in een kom, die mooi in een pan met een laag water past. Laat de chocolade op die manier (au bain-marie) smelten. In de magnetron kan het ook, maar dan op een lage stand en onder regelmatig omroeren.
Haal de kom uit de pan, roer de chocolademassa nog een keer goed door en doe er de eierdooiers bij, plus de in blokjes gesneden koude boter. Mix alles goed door elkaar tot een gladde massa.
Maak de mixer schoon en klop vervolgens de eiwitten stijf (zoals bij het biscuitdeeg) en schep het eiwit gelijkmatig door de chocolademassa.
Laat de mousse 2 uur in de koelkast opstijven.
Rol het biscuitdeeg -met de theedoek aan de onderkant- weer uit op het aanrecht.
Verdeel de chocolademousse er gelijkmatig overheen, maar hou ongeveer een kwart apart.
Rol het deeg met de chocolademousse weer op tot een dikke rol. Niet te stijf, anders spuit de mousse er aan de zijkanten uit. Leg de rol op een fors stuk aluminiumfolie en pak hem in. Laat minstens 2 uur opstijven in de koelkast.
Zet ook de overgebleven mousse gedurende die tijd in de koelkast.
Haal na die twee uur de rol weer tevoorschijn, pulk de alufolie eraf, en verdeel de apart gehouden mousse over de buitenkant. Versier eventueel door er met een vork figuurtjes in te trekken, strooi er cacao, chocoladesnippers, poedersuiker, amandelschaafsel, fijngehakte nootjes, geconfijte vruchtjes of ander versiersel over. Of steek er kant-en-klare kerstfiguurtjes in, te koop bij de bakafdeling van de supermarkt.
Bewaar de Bûche de Noël in de koelkast.

Clipboard01
Het telefoontje gisteren was geen zomaar-telefoontje maar een verkapte wanhoopskreet. Tuurlijk, Janet deed heel onderkoeld Brits toen ze informeerde of het vrijdag schikte om een afscheidsborreltje te drinken voordat Harry naar Engeland vertrok voor de kerstdagen. De bal lag op de stip, ik kon hem onmogelijk ontwijken en het doel gaapte me ongegeneerd aan. Inkoppen was onvermijdelijk.
“Vrijdag een borreltje…” aarzelde ik nog, en zag mijn man wanhopig ‘nee!’ gebaren. Op vrijdagavonden wil ie niks, na een hele week hard werken. Gewoon voor de buis hangen met een simpel bordje op schoot.
“Tuurlijk”, hoorde ik mezelf zeggen, en ontweek het denkbeeldige glas dat naar m’n hoofd werd geslingerd.
Dus de buuv was alleen met de kerst begreep ik, en legde het maar alvast even in de week. Terwijl Harry -met zijn volwassen kinderen, die tweede echtgenote Janet nog steeds als een indringer zien- Xmas in good old Britannia ging vieren. “Familieverplichtingen”, noemde Janet het eufemistisch. Huwelijkscrisis, dacht ik meteen. Het nieuwe Franse leven beviel Harry blijkbaar toch minder goed dan gedroomd, na de zeiknatte vorige winter en de recente verregende zomer. Bovendien was hij een maandje geleden van een ladder gedonderd toen hij de luiken wilde schilderen, dus werd tevens een medische check up bij een vertrouwde thuisarts als excuus opgevoerd. “Second opinion, je weet wel, Franseslagdokters”.
“En jij blijft hier?” vroeg ik volkomen overbodig.
“I guess” aarzelde ze, “no love lost there…”
Ik krijg dan meteen last van een opborrelend ‘wat-zielig-gevoel’, zoals bij verzopen katjes en verdwaalde hondjes. De echtgenoot weet dat en probeert doorgaans erger te voorkomen. Maar het was al te laat.
“Dan kom je toch gezellig bij ons!” Er vloog een tweede denkbeeldig glas naar mijn hoofd.
Mijn man is een en al begrip als het om de noodopvang voor behoeftige beestjes gaat, maar minder makkelijk bij ongemakkelijk buurvrouwenleed.
De donderwolk boven zijn hoofd werd de afgelopen dagen zichtbaar minder virtueel; je kon het bijna zien bliksemen. Maar er is een lichtpuntje. De buuv heeft drie ontzettend leuke honden, mijn man is dol op ze. Die heb ik mee-uitgenodigd. Wordt het vast toch nog heel gezellig met de buuv.
Een inkoppertje.