Home

cvfhs10_061
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Ik voel eigenlijk wel voor slow food”, zei mijn man, opkijkend uit de krant waarin hij er blijkbaar net iets over gelezen had.
“Is goed”, grapte ik terug, “eten we vanavond rond een uurtje of half twaalf.” Hij keek gekwetst en dook de krant weer in. Mijn man kan heel gekwetst kijken, ik kan daar slecht tegen.
“Goed goed, slow food. Maar dat wordt dan wel morgen, als ik er vandaag aan begin.” Ik hoorde een grinnik vanachter de krant.
Slow Food werd in 2009 ‘uitgevonden’ door de Italiaan Carlo Petrini als tegenhanger van fastfood. Dus geen industriële rommel, maar eerlijk voedsel, liefst lokale producten, en graag ambachtelijk bereid. Inmiddels telt de beweging zo’n 100.000 leden in circa 150 landen, is er een jongerennetwerk en in Piemonte een Universiteit van Gastronomische Wetenschappen.
Wat een flauwekul, denk ik dan. Hier in de Provence is slow food de gewoonste zaak van de wereld, alleen noemen we het anders: koken. Gewoon de keuken in met verse producten van de plaatselijke marché, slager, vis-, kaas- of groentenboer. Rondje door de tuin voor de kruiden en aan de slag.
Ik weet het, niet iedereen woont zo plattelandelijk als ik, maar met een beetje moeite zijn er ook in de grote stad producten te vinden die aan de norm voldoen.
En ja, het kost tijd om serieus te koken, maar dan heb je ook wat. Een tevreden man bijvoorbeeld, en een heel voldaan gevoel. Plus een maaltijd waar geen fastfood aan kan tippen. Dus morgen eten we ‘petits farcis’, typisch Provençaalse gevulde groentes.

Ingrediënten:
4 stevige tomaten
4 ronde courgettes
4 kleine uien
4 mini- paprika’s (2 rode, 2 groene)
400 gram rundergehakt
1 ons rauwe ham
4 ansjovisfitels (op zout)
2 ons champignons
2 eieren
100 gram geraspte parmesan
½ bosje basilicum
½ bosje peterselie
1 afgestreken eetlepen herbes de provence
3 tenen knoflook
olijfolie
paneermeel
peper uit de molen
zout

Bereiding:
Pel de uien, snij er aan de onderkant een bescheiden kontje af en aan de bovenkant een ferme kap, en haal het binnenste eruit (bewaren). Zorg dat er een bol met zo’n drie ‘rokken’ overblijft en laat die 5 minuten garen in kokend, licht gezouten water. Laat daarna de paprika’s 5, en de courgettes 3 minuten in het hete water garen. Snij de een flinke kap van de tomaten, de courgettes en de paprika’s af (bewaren), lepel de tomaten en de courgettes leeg (bewaar de inhoud!) en verwijder de zaadlijsten uit de paprika’s. Ze de groenten met de open kant naar boven in een met olijfolie ingevette ovenschaal, zodat ze mooi tegen elkaar klem staan.
Hak de achtergehouden ui fijn en fruit even aan in een ruime pan met wat olijfolie. Doe er de ansjovisfilets bij en laat smelten. Voeg de klein gesneden rauwe ham toe, bak even mee en doe er dan het gehakt bij (uit elkaar prakken met een vork) en hussel alles goed door elkaar, laat nog een paar minuten sudderen met het deksel op de pan.
Snij de achtergehouden groenten fijn, plus de champignons, de basilicum en de peterselie, en doe alles bij het prutje in de pan. Strooi de herbes de provence erbij. Pel de knoflooktenen en knijp ze erboven uit. Laat alles nog een minuut of wat pruttelen met het deksel van de pan om het meeste vocht te laten verdampen.
Haal de pan van het vuur, laat afkoelen tot lauwwarm en meng de eieren en de parmesan door de prut, plus flink wat versgemalen peper. Roer alles goed door elkaar. Vul de groentes ermee, bestrooi de bovenkanten met paneermeel en besprenkel met wat olijfolie. Zet de kapjes er weer op.
Laat in een op 180 graden voorverwarmde oven 30-45 minuten gaar worden. Als de tomaten beginnen te rimpelen is het zo ver.
Er kan rijst of aardappels bij, maar het is zo ook al een hele maaltijd. En zorg voor scherp bestek, anders spat de boel alle kanten uit.
Wie liever vegetarisch eet laat het gehakt, de ham en de ansjovis weg en vervangt die door gekookte rijst en een halve verkruimelde groentenbouillontablet.

Gevederde vrienden

do 26 februari 2015

kerstmis14
Het zal wel weekhartige onzin zijn, maar gedurende de wintermaanden voer ik de vogeltjes een beetje bij. Dat viel in het begin nog niet mee. Omdat er hier met regelmaat een paar weldoorvoede buurtkatten rondsluipen die zo’n vederdosje -gewoon voor de lol- best een kopje kleiner willen maken, hing ik vetbollen in de jasmijn die zich rond de balken van het overkapte terras heeft geslingerd. Beschut tegen de vele stortregens en lekker hoog, daar waar er geen lustmoordenaar bij kon. En nog net zichtbaar; je wilt ook lol hebben van je moeite tenslotte. Dat ging een tijdje goed. Tot die vetbollen ineens wel heel erg snel op waren, in één nacht foetsie. Dat kon niet kloppen. Voor zover ik weet slapen huis-tuin-en-keukenvogeltjes ’s nachts. Bovendien waren de plastic netjes rond die bollen in een rechte lijn finaal doormidden geratst. Knaagdieren dus, waarschijnlijk de losbandige bende ‘loirs’ (relmuizen, zevenslapers) die op zolder woont en tegen alle natuurwetten in geen zeven maanden winterslaapt, maar gewoon doorgaat met pokkenherrie maken zodat ik ook geen oog dicht doe. Prachtige beestjes om te zien, daar niet van, maar het ging met toch wat ver om die nachtrustterroristen ook nog eens vet te mesten.
Een tafeltje met een bolletjesbakje erop in de tuin was na één nacht hoosregen geheel disfunctioneel, ik ging op zoek naar een vogelhuisje. En werd bij de Gamm Vert, de enige winkel in de wijde omgeving waar ze die dingen verkopen, door een verveelde blondine met teveel vrije tijd in de baas z’n tijd, bejegend als een hoogbejaard pluispermanentje dat even vanachter de geraniums was ontsnapt om nota bene háár lastig te komen vallen.
“Madame cherchez?”, geeuwde ze.
“Une mangeoire pour oiseaux sur pied”, zei ik standvastig.
Na een langgerekt “Aaaahhhmm” dat net zo goed had kunnen eindigen in ‘achgutteguttegut’ wees ze met een slap handgebaar naar ergens achterin de enorme loods waarin de Gamm Vert gevestigd is. Om vervolgens weer in haar vegetatieve toestand terug te glijden.
Achterin de loods vond ik inderdaad een aantal vogelhuisjes, van rustiek tot hoogst modern, en flink aan de prijs. Ik koos voor een knoestig geval van ruwe boomstammetjes en mocht € 39,99 aftikken bij de kassa.
“Uitverkoopje zeker?” bromde mijn man toen hij het gedrocht in de tuin zag staan.
Ik gaf geen krimp en vulde een solide bak met vetbollen en een andere met pelpinda’s.
De volgende dag lag het geval op z’n zij. Ik raapte de vetbollen uit het gras, graaide de pinda’s bij elkaar, zette de boel weer overeind en trapte de poten wat beter de grond in; het had hard gewaaid die nacht en de mistral was nog niet gaan liggen, dat deed ie tegen de avond pas.
Toch lag de ochtend erop het ding opnieuw op zijn kant, ditmaal in een wolk van veertjes. Dat kon maar één ding betekenen, moordkatten! Blijkbaar klommen ze in de vroege uurtjes als het vogelspitsuur was, langs het stammetjesding omhoog, sloegen een klauw uit en hadden beet. Waarna het voederhuisje omdonderde, maar dat kon die katten niet schelen. Er was vast wel weer een mens die het voor ze overeind zette.
Er staat nu een uit de opslag afkomstig spekglad metalen tafeltje op drie wijd uiteen lopende poten onder de overkapping van het terras. Met daarop de voederbakken. Niet bereikbaar voor knaagloires vanaf de balken, niet om te trekken door moordkatten en beschut tegen storm en regen.
Al weken zien we vinkjes, roodborstjes, koolmeesjes, musjes en hoe ze allemaal ook mogen heten, komen fourageren. Hapje vetbol en dan een pinda mee voor thuis. Er is maar één probleem: in de supermarkten is er zo langzamerhand geen vetbol of pinda meer te krijgen. Hoog tijd dat het lente wordt.

Clipboard01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Jawel, er is heel veel verbeterd aan de broodvoorziening op het Franse platteland sinds ik hier ben komen wonen, zo’n kwart eeuw geleden. Toen we het moesten doen met de baguette van de dag (die hier vaak van gisteren bleek) en de pain de campagne die al tot beton verstijfd was voor je thuis was gearriveerd. Er is inmiddels prima brood te krijgen in alle soorten en maten. Maar wat ik nog steeds mis is degelijk donkerbruin brood. En da’s nou precies wat ik lekker vind onder een plak pittige kaas bijvoorbeeld. Bon, maken we dat brood gewoon zelf. Fluitje van een cent, dus ik geef het recept graag door. Maar! Denk er wel aan dat wat ik hier -op circa 400 meter hoogte, tijdens een winterdepressie- in elkaar kneed, ergens aan de kust bij min 4 of plus 25 anders kan uitpakken. Een puik brood is niet alleen afhankelijk van de ingrediënten, maar ook van de (weers)omstandigheden, niet alleen temperatuur maar ook luchtdruk en zo. Experimenteren dus maar.

Ingrediënten:
450 gram broodmeel (bruin, meergranen enz.)
1 zakje droge instantgistkorreltjes
100 gram geraspte geitenkaas (of Emmental of Gruyère)
150 gram grof gehakte walnoten
4 eetlepels rozijnen (of 4 eetlepels ontpitte en grof gehakte olijven)
1 klein teentje knoflook (uit de knijper)
1 eetlepel suiker
2½ eetlepel olijfolie
30 cc bier

Bereiding:
Doe alle ingrediënten in een ruime kom en kneed alles goed door elkaar tot er een mooie stevige bal ontstaat. Blijft het deeg te plakkerig, dan wat bloem toevoegen, blijft het te droog, dan een beetje bier (of water) erbij. De kom afdekken met een theedoek en op een koele plaats anderhalf uur laten rusten. Nogmaals alles goed door elkaar kneden en weer anderhalf uur laten rusten. Het deeg op een ingevette bakplaat leggen, of overdoen in een bakvorm (eventueel de bovenkant insnijden met een scherp mes, voor het effect) en in de voorverwarmde oven op 220 graden in ongeveer een half uur afbakken. Het brood is gaar als het hol klinkt als je erop klopt. Omgekeerd op een rooster laten afkoelen.
Bij gebruik van de broodbakmachine uitsluitend de droge ingrediënten in een kom door elkaar mengen. Het water of bier plus de olijfolie eerst in de broodbakmachinevorm gieten en pas daarna het meelmengsel toevoegen. Volg verder de gebruiksaanwijzing van de machine.
Gebruik je broodmix in plaats van gewoon meel, volg dan de aanwijzingen op de verpakking.

Zeg dan maar eens nee

vr 20 februari 2015

carte_vitale_nvo_6Hou je net een hele verhandeling over ‘nee’ zeggen (klik hier), ga je meteen bij de eerstvolgende gelegenheid alweer in de fout. Tja.
Ik moest gisteren even op de afdeling urbanisme zijn, administratief dingetje. De bureaucratische openingstijden zijn krap dus ik haastte me langs de kronkels van de smalle be-kinderkopte ‘grand’rue’ omhoog naar het gemeentehuis. En struikelde na de laatste kronkel bijna over een geheel in het zwart gestoken dame op leeftijd, die als een snikkend hoopje schokschouderende ellende voor de deur van de aanpalende ‘permanence de securité sociale’ ineen gezegen was. Uit de kleine wachtkamer kwam een moslima aangesneld met een bekertje water, terwijl ik de dame van papieren zakdoekjes voorzag en probeerde er iets zinnigs uit te krijgen. “Ça va madame? On peut vous aider?”
“Nee”, snikte ze in onvervalst Nederlands, “ik ben niet meer te helpen.”
De moslima keek me betekenisvol aan en schudde het kunstig in een foulard gewikkelde hoofd: “C’est une étrangère.”
Met vereende krachten hielpen we de dame overeind en posteerden haar op het lage stenen muurtje tegenover de ‘securité’.
“Vertel het maar”, zei ik in het Nederlands terwijl ik naast haar ging zitten. Ze keek me verrast aan, de tranenstroom leek zowaar even te minderen. Er kwam een verhaal waaraan ik geen touw kon vastknopen, en dat eindigde in een hernieuwde sniksessie. Vanuit de deuropening van de ‘securité’ wenkte een kortdate dame van het type ‘niet lullen maar poetsen’: of mevrouw haar sessie nog wilde afmaken, er waren meer klanten. Ze wees met een dwingend gebaar naar het propvolle wachtkamertje achter zich.
“Kunt u niet even met me mee?” smeekte de mevrouw in het zwart, “dan kunt u het misschien uitleggen.”
Ik had geen idee wat, maar zeg dan maar eens nee.
In de sjofele ambiance van de ‘securité werd me door de door het jarenlang aanhoren van kommer en kwel geharde ambtenaresse uitgelegd waar het om ging. Het Hollandse echtpaar had jaren geleden een bescheiden tweede huisje gekocht in de Provence, na het pensioen van meneer waren ze hier permanent komen wonen om samen te genieten van hun nog niet zo heel oude dag. Het huis in Nederland zou verkocht, maar dat lukte niet door de crisis, het verviel aan de bank. Met het eigen bedrijf was het al mis gegaan toen meneer zich terugtrok en de zakenpartner toch niet zo zakelijk bleek. Ze moesten het doen met een staatspensioen. Van die aow konden ze redelijk rondkomen. En ze hadden een ‘carte vitale’ voor de ziektekosten, zeg maar een basisziekenfondsverzekering. Maar hij werd echt ziek, er was geen aanvullende verzekering, de ziekenhuiskosten liepen torenhoog op. En toen ging ie ook nog dood en stond de weduwe er alleen voor. Geen in de zaak opgebouwd pensioen, geen aow -ze was van na 1950 en dan krijg je niks namens je man, maar nog niet zelf pensioengerechtigd. En geen ‘carte vitale’ meer want zij stond bijgeschreven op die van haar man. En die was dood, dus vervielen ook haar rechten. En dat huisje hier in de Provence zou ook wel moeten worden verkocht, want daar lag een loodzware hypotheek op dus dat wàs eigenlijk al van de bank.
“Ja, en nu?” vroeg ik aan de securamtenaresse, terwijl ik een schuin oogje hield op de weduwe, die het allemaal niet meer leek aan te gaan.
“Nu niks”, klonk het droogjes. “Madame kan proberen in Nederland een wao-uitkering aan te vragen. Of ze kan een baantje gaan zoeken.” Waarna ze opstond om de deur van het gehorige spreekkamertje voor ons open te houden. In de wachtkamer draaiden hoofden zich gegeneerd de andere kant uit.
In het café onderaan het dorp heb ik bij een glaasje rosé geprobeerd de weduwe uit te leggen hoe het er voor stond. Ze knikte moedeloos, ze had het al wel vermoed.
Had ze familie in Nederland, kinderen, vrienden hier, die haar konden helpen? Een afwezig schouderophalen. Ik gebaarde tamelijk wanhopig naar de barman dat ie de glazen nog maar eens moest volschenken terwijl ik een oplossing voor deze onmogelijke situatie probeerde te bedenken, toen de deur van het café met een ferme ram werd opengeduwd.
“Mam!” Een blozende buitenman, onmiskenbaar Hollander, struinde recht op ons tafeltje af. “Daar ben je!”
Hij hees haar zonder veel omhaal van haar stoeltje en wilde haar afvoeren naar de Volvo break die buiten met draaiende motor stond te wachten. “Ho even”, protesteerde ik, en legde uit wat me zojuist was overkomen.
“A ja,” zei hij met een gemelijke grijns, “die sociale dienst. Altijd de moeite waard om te proberen.” Daarom had ie moeder alleen gestuurd en was zelf op de parkeerplaats onderaan het dorp blijven wachten. Jammer dat het niks werd blijkbaar. Nou ja, dan dat huisje maar weg. En een leuk plekje voor moeder in een of ander bejaardentehuis. Terwijl ze in de auto werd geduwd keek de weduwe nog één keer met betraande ogen om. Een beverige hand met mijn papieren zakdoekje erin wuifde een woordeloos ‘merci, laat maar’.
Nu begreep ik pas echt wat ze bedoelde met ‘ik ben niet meer te helpen’.

Gewoon nee zeggen

wo 18 februari 2015

non
Ik heb een probleem waar elke willekeurige psychiater ongetwijfeld een prachtig jeugdtrauma aan vast kan plakken. Of zoiets. Ik kan geen ‘nee’ zeggen.
Toen gisteren dus aan het begin van de middag de telefoon ging had ik gewoon niet moeten opnemen. Doe ik doorgaans ook nooit meteen. Eerst een keertje of vijf laten bellen. Houdt het daarna op, dan weet je vrijwel zeker dat je ontsnapt bent aan de zoveelste pertelefoonverkoper die je ondanks pacitel.fr (de Franse bel-me-niet-lijst) lastig meende te moeten vallen. Maar het ding blééf rinkelen en dan slaat de ongerustheid toe: er zal toch niks….. Maar nee, de Britse buuf, ik voelde meteen nattigheid. En ja hoor, die kwam in ruime mate mijn kant op klotsen.
“Hi Rennie, ehhhrm….” Het kwam er op neer dat de Franse familie van wie ze het ontbrekende stukje land dat aan hun twee jaar geleden verworven Franse territoir ontbrak en dat ze graag wilden verwerven, ineens voor de deur stond. Blijkbaar was er een oude familievete beslecht en kon het ‘parcelle’ dat door verkaveling aan een neef was toebedeeld, thans voor een vriendenprijsje worden overgedaan.
“But we want to get de details right, and they don’t speak a word of English, so….”
Zoek het uit! Was mijn eerste gedachte, gevolgd door ‘ga eens op Franse les’, maar dat zei ik niet: “Sure, I’ll be over in a minute.”
Dat werden er twee, drie, misschien wel vijf, want als ik net lekker een stukje zit te tikken wil ik eerst die ene zin nog afkrijgen voor ik ‘m vergeet. Plus die daarna natuurlijk, en de daaropvolgende. En dan krijg ik er acuut de pest in als er ongeduldig op de voordeur wordt geklopt. “What the f**k?!”
Ik heb het netjes gehouden, ik ben keurig meegegaan naar twee Franse dames die me op het paadje voor het Britse buurhuis vreugdevol ontvingen, ze konden hun ei en hun stukje land kwijt nu er iemand was die de bedoelingen kon vertalen van Frans naar Engels en omgekeerd. Ze zien elkaar straks dolgelukkig terug bij de notaris, alles naar tevredenheid geregeld.
Ik tijgerde terug naar huis (’t is bergop) en zette me weer aan het schrijven van het artikel waar ik net lekker in gevorderd was. Het mocht niet duren, na een uurtje of zo kwam de nieuwe klop op de deur. Alweer de buuf, ditmaal met een ‘litlle thank-you-present’. Lief, vast wel. Maar ze bleef twee uur hangen, drankje erbij, huiselijke verhalen en levensdetails die ik eigenlijk helemaal niet wil weten wegens genant als je ook de buurman weer eens tegenkomt. Elke hint in de richting van ‘werk’ werd luchtig weggewuifd: “welnee, ze had alle tijd”. Pas toen mijn man me met een zogenaamd dringend kantoorklusje kwam redden, kon ik haar de deur uit werken. Maar daarna was het ‘foutu’, een stukkie schrijven lukte voor geen meter meer.
Ik heb dus nu besloten om overal gewoon botweg ‘nee’ op te zeggen. Standvastig en definitief. Tot de volgende keer natuurlijk.

117_0
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Jawel, het is vandaag vrijdag de 13e en daar kun je van alles van vinden. Maar het is vandaag toevallig ook wel mooi de openingsdag van het Carnaval van Nice. Dit jaar gevierd onder ‘vigilance attentat’ dus met extreme beveiligingsmaatregelen vanwege mogelijke terreuraanslagen. Er is moed voor nodig, om dan op vrijdag de 13e te beginnen. Maar met een beetje mazzel wordt het gewoon een leuk feestje dat van vandaag tot en met zondag 1 maart duurt. Het thema: le Roi de la Musique, dus er zal veel muziek zijn. En tal van parades (minstens 20 praalwagens) waarbij ook ‘les grosses têtes’ niet zullen ontbreken: Hollande, Merkel, Poutine, ministers Fabius en Valls, evenals de exen van Hollande Mme Trierweiler en Ségolène Royal, alsmede wagens met Charlie Hebdo-cartoons. Plus op de 27ste ‘Lou Queernaval’, het allereerste gay carnaval van Frankrijk en -volgens de organisatoren- van de hele wereld. En er is een carnavalsrun, een carnavalsduik, een carnavals-’bataille des fleurs’ (bloemencorso), het ene bal na het andere, kindervertier tot je erbij neervalt en nog veel meer.
Van al dat gedoe krijg je ongetwijfeld trek. Dus trek ik een stevige snack uit de kast die eigenlijk bij het carnaval van Venetië hoort (dat al op 7 februari is begonnen) maar da’s hier om de hoek. Moet kunnen. En nee, het zijn geen oliebollen, het zijn frittelle.

Ingrediënten:
500 gram bloem
150 gram kristalsuiker
2 hele grote of 3 kleine eieren
75 gram rozijnen
2 kleine appels
¼ liter melk
1 klein borrelglaasje grappa (of marc, of cognac, of calvados, of rum, of zo)
1 zakje levure chimique (bakpoeder)
1 citroen
1 sinaasappel
olie om te frituren
poedersuiker

Bereiding:
Wel de rozijnen in lauwwarm water, giet ze af en dep ze droog.
Schil de appels, snij ze in vieren, haal de klokhuizen eruit en snij ze in flinterdunne plakjes, of rasp ze grof.
Boen de citroen en de sinaasappel schoon en rasp van beide de helft van de schil af (geen wit meeraspen).
Mix de eieren samen met de kristalsuiker los in een grote kom en meng er daarna beetje bij beetje de bloem door, daarna de melk en de grappa, vervolgens de citroen/sinaasappelrasp, de rozijnen en de appelschilfers, en tot slot de levure.
Meng alles goed door elkaar, leg een theedoek over de kom en laat het deeg op een koele plek een uurtje rijzen.
Verhit de olie in een frituurpan of een andere ruime pan (ik gebruik de wok, scheelt een hele hoop olie), en giet ook wat koude olie in een wijd schaaltje. Haal twee eetlepels door de koude olie en vorm daarmee ballen van het deeg, die je meteen in de hete olie laat plonzen. Bak ze -niet meer dan een paar tegelijk- tot ze goudbruin zijn. Normaal gesproken draaien ze zichzelf om halverwege, maar als ze dat niet doen gewoon een zetje geven. Inderdaad, net als bij oliebollen.
Vis ze uit het vet en laat ze afkoelen op keukenpapier. Stapel ze op een schaal, verdeel bordjes en servetjes onder de aanwezigen, en geef er poedersuiker en een glaasje bubbels bij. Daarna kan iedereen de straat weer op.

Adieu monsieur le commissaire

do 12 februari 2015

Roger-HANIN_portrait_w858
Roger Hanin is dood. Gisteren gestorven op 89-jarige leeftijd in het hôpital Georges Pompidou in Parijs. Groot acteur, ik heb mooi herinneringen aan hem, hij was degene die me dat ‘andere’ Frans leerde.
Hanin was in 2009 al eens per ongeluk dood verklaard nadat hij tijdens de maaltijd onwel was geworden in restaurant L’Escale in Saint-Tropez. Maar de volgende dag trof een verslaggever van Var Matin hem alweer achter een bord paella in zijn favoriete strandtent Les Sablettes in Fréjus: niks aan de hand.
Helaas, dit keer was het dan toch echt raak. Ademhalingsproblemen, kort ziekbed, geen lijdensweg, hij had er vrede mee, zoals hij in 2009 al verklaarde: “Ik heb een mooi en vol leven gehad, ik heb er geen moeite mee het stokje door te geven. Ik ben niet bang voor de dood, als het maar geen martelgang wordt.”
Die had ie eigenlijk al gehad na de dood van zijn grote liefde, achtervolgd door affaires en financiële problemen, ruzie met de familie Mitterrand (ja, die) een geheime zoon en een dreigende onder curatelestelling door zijn dochter.
Hanin stond in Frankrijk bekend als ‘le beau-frère’ en als ‘le commissaire’.
Die eerste bijnaam had hij te danken aan zijn huwelijk in 1959 met Christine Gouze-Rénal (in 2002 gestorven), wier zusje Daniëlle trouwde met François Mitterrand, die later president van Frankrijk werd.
De tweede bijnaam dankte hij aan de mateloos populaire tv-serie Navarro, waarin hij van 1989-2007 de hoofdrol vertolkte. Of liever gezegd, hij wàs commissaris Navarro, een soort realistischere versie van Maigret. En zo hem ik hem ook leren kennen. Hanin/Navarro was mijn introductie tot Frankrijk toen ik hier net kwam wonen en ineens via een harkje op het dak Franse televisie had. Keuze uit drie netten, France 1, France 2 en France 3: respectievelijk de commerciëlen, de staatsomroep en de regiozender. Navarro zat op 1, werd niet onderbroken door irritante reclames -dat deden ze toen nog niet- maar ook niet ondertiteld. Dat was wennen. In het begin moest ik het echt van de plaatjes hebben, maar beetje bij beetje vlotte m’n spreektaal-Frans (woorden als bagnole, mec, balancer en nog wat andere slangwoorden heb ik aan Navarro te danken) met name door de mooie dictie en duidelijke uitspraak van Hanin, zodat ik later ook de beschaafd gesproken reguliere nieuwsuitzendingen beter begon te begrijpen. Maar Navarro was ook gewoon een goed in elkaar gezette policier met mooie karakters en een spannend plot.
Hanin was een liefhebber van Zuid-Frankrijk en was regelmatig aan de Côte te vinden. Hij was een graag geziene gast op Fort Bregançon, het presidentiële vakantieverblijf bij Bormes-les-Mimosas (Var), waar hij regelmatig zijn zwager Mitterrand gezelschap hield. Hij vierde ook graag vakantie in het huis van zijn vriend en de bedenker van Navarro, Pierre Grimblat, in Ramatuelle. En in Sanary-sur-Mer draaide hij in 2006 zijn laatste speelfilm ‘La femme et le pantin’ omdat hij het wel mooi geweest vond en geen ambitie had in het harnas te sterven. Hij was ook vrijwel jaarlijks op het Filmfestival in Cannes.
We liepen elkaar een keer letterlijk tegen het lijf bij de ingang van Les Sablettes in Fréjus. Hij zei netjes pardon, ik was te verbluft om wat terug te zeggen. Navarro! En toen was het momentum voorbij.
Pas later kwam ik erachter dat die beetje plompe man met de boksersneus veel meer op zijn palmares had dan die langlopende tv-serie waar heel Frankrijk hem mee identificeerde. Hij speelde in bijna 100 films en regisseerde er een aantal, stond op het grote toneel met stukken van Shakespeare, Beckett, Molière en van zichzelf. Hij schreef boeken -ik heb er een paar van in de kast staan- en hij was politiek actief. Hij was al socialist, maar onder invloed van Mitterrand deed hij in 1968 mee aan de parlementsverkiezingen en verloor. Na de dood van zijn zwager in 1996 keerde hij uit onvrede met het ‘rechtse’ beleid de socialisten de rug toe en sloot hij zich aan bij de communistische partij. Intussen had hij het in 1990 al aan de stok gehad met de leider van het Front National Jean-Marie Le Pen, die hem voor de rechter daagde omdat Hanin hem een “echte nazi” had genoemd. De zaak werd geseponeerd. In 2007 besloot hij op Sarkozy te stemmen “omdat dat eigenlijk een linkse jongen is en omdat ik het leuk vind de kleinzoon van Hongaarse immigranten als president van Frankrijk te zien”.
Immigrant zijn betekende voor Hanin je constant te moeten bewijzen, wat ie dan ook zijn hele leven lang deed. Hijzelf was een immigré uit Algerije, een ‘pied-noir’, zoon van joodse ouders. Hij heette eigenlijk Lévy, (Ben)Hanin(e) is de naam van zijn moeder, en groeide op in de casbah van Algiers. En ook al leefde hij zijn hele verdere leven in Frankrijk, de band met zijn geboorteland Algerije was onverbrekelijk, en daar wilde hij begraven worden. Vandaar dat president Abdelaziz Bouteflika vandaag zijn regeringsvliegtuig naar Frankrijk heeft gestuurd om “de zoon naar huis te halen”. Adieu monsieur le commissaire. Et merci.