Home

Schermafbeelding 2015-07-31 om 12.52.24
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het was even spannend de afgelopen dagen, met zo’n grote bosbrand op de berg tegenover de onze. Nu de brand na twee dagen onder controle is kan de balans worden opgemaakt: 120 hectaren in de as, gelukkig geen doden of gewonden maar wel veel materiële schade. Of het een ongelukje was, of opzet moet onderzoek nog uitwijzen. Maar heftig was het wel, je slaapt slecht als je weet dat de wind elk moment kan draaien en die vuurzee ineens zomaar jouw kant op kan komen. Ik had vandaag dus eigenlijk helemaal geen trek meer in de geflambeerde gamba’s die ik voor op het menu had bedacht. Doen we dus maar niet. Het wordt een simpel en ook wel zomers gerechtje dat niet in de fik hoeft. Al blussen we het evengoed wel af met een mooi glas rosé natuurlijk.

Ingrediënten:
12 grote gamba’s, rauw
4 tenen knoflook
16 kerstmaatjes
½ bosje basilicum
½ gevogeltebouillontablet
½ citroen
droge witte wijn
olijfolie
zout en peper uit de molen
pasta naar keuze

Bereiding:
Pel de knoflooktenen, halveer de kerstomaatjes, rasp het geel van de ½ citroen en pers ‘m uit. Snij de basilicum fijn, hou een paar blaadjes achter voor de garnering.
Breng in een ruime pan het water voor de pasta aan de kook met een flinke scheut olijfolie.
Pel intussen de gamba’s, snij de rugkant in de lengte open en haal het zwarte darmkanaal eruit, want dat verpest de smaak.
Verhit een scheut olijfolie in de koekenpan en bak de gamba’s snel aan, niet meer dan een minuut of 2-3 aan elke kant. Vis ze uit de pan en zet ze weg. Draai het vuur laag.
Gooi de pasta in de pan met kokend water en kook die beetgaar.
Pers de knoflooktenen uit boven de olie en laat de knoflook licht kleuren (niet te donker laten worden, dan gaat het bitter smaken), voeg een flinke scheut witte wijn toe, plus de ½ gevogeltebouillontablet, het citroensap en de citroenrasp, laat even pruttelen. Voeg zout en peper naar smaak toe, doe de gamba’ s erbij en laat ze even doorwarmen. Doe pas op het laatst de fijngesneden basilicum erbij, plus de kerstomaatjes.
De pasta zal nu wel gaar zijn, doe die over in een vergiet (niet afspoelen!), schudt het kookvocht eruit en verdeel over de borden. Verdeel de gamba’s met de saus er overheen. Garneer met een blaadje basilicum.

Tenue correcte exigée

juli 29, 2015

Schermafbeelding 2015-07-29 om 10.08.10 “We gaan naar Monaco”, zei de echtgenoot vanmorgen opgewekt.
“Monaco?” Ik moest er niet aan denken. Nog even afgezien van de gegarandeerd verstopte fileroutes naar het vorstendommetje, zag ik mezelf nou niet meteen langs het prinselijk paleis of de peperdure merkboetiekjes van de apenrots paraderen.
“Nee”, verduidelijkte de echtgenoot, “jij neemt me mee, naar je grote liefde Johnny Hallyday.”
Ah, er daagde wat. De ouwe rocker zou optreden op het Monte-Carlo Sporting Summer Festival, hèt zomerevenement van het zuiden, met een line up waar de rest van Frankrijk, Europa en de wereld misschien wel, alleen maar van kan dromen. Alle grote namen komen er langs. Dus Hallyday vanzelfsprekend ook.
“Dus als jij nou even de kaartjes regelt op internet…”
Ik ben fan van Hallyday, absoluut. Hoewel ik eigenlijk vind dat ie een rotkop heeft, met hele enge vaalblauwe ogen. Maar als ie z’n strot opentrekt ben je dat meteen vergeten. Het begon zo’n kwart eeuw geleden, toen ik min of meer emigreerde naar Zuid-Frankrijk en er een tv moest komen. Een heel gedoe. Eerst helemaal naar zo’n enorme supermarché om een beeldbuis te scoren, die deinend op de achterbank van de Eend naar huis werd vervoerd, daarna ergens een harkje voor op het dak regelen, kabeltjes, plugjes en uiteindelijk televisie! Ik kon er geen genoeg van krijgen die eerste avond. Het was al bijna middernacht toen er een live-concert van Johnny Hallyday werd aangekondigd. Natuurlijk bleef ik kijken! Nee, fan of zo was ik nog nooit geweest. De ´namaak-Elvis´, noemden ze hem in Holland. En eigenlijk ben ik meer van Bach dan van pop. Maar dit was fantastisch! Die man heeft een stem om ´cokes mee te kloppen´ zeggen ze in Rotterdam, en hij heeft superbe chansons te bieden die hij doorleefd brengt, in een flitsende show. Helemaal (over the) top! Sindsdien standaard repertoire in de auto – oké, naast de Brandenburgse van Bach – waardoor mijn kinderen in elk geval weten dat Jean-Philippe Smet (tja, zo heet ie in het echt, is nog Belg ook eigenlijk) die wereldwijd meer dan 100 miljoen platen verkocht, niet van de straat is. En nu zou ie life langskomen in Monaco….
Normaal gesproken ben ik niet zo van uitgaan. De dorpskroeg, uit eten in de buurt, prima. En dit seizoen een paar keer klassieke muziek in de openlucht in de nabije omgeving, dat vind ik mooi genoeg. Bovendien, zoveel tijd heb ik niet. Ik woon en wérk hier, met deadlines, en propvolle werkweken. En zoals al veel vaker verteld, dat valt gewoon niet aan vakantievisite uit te leggen. Even mee naar de Gorges du Verdon? Naar St. Trop? Nee, geen tijd en ik ben er al zo vaak geweest. Met zo’n ‘non’ boet je in aan populariteit, niks aan te doen. En de echtgenoot opgelucht; geen fan van bezoek, tenzij ’t om honden, katten en sangliers gaat. Geiten en schapen zijn ook altijd welkom. En nu ineens dat woeste Johnny Hallyday-plan? Het leek me in elk geval de moeite van een googletje waard, misschien waren er nog kaartjes waarmee ik hem schaakmat zou kunnen zetten.
Kijk aan, de rocklegende trad op in de Salle des Etoiles, tijdens een ‘diner spectacle’, aanvang 20.00 uur. Okay, het was een heel eind rijden, maar het zou te doen zijn. Ik keek wat beter, en las: entree € 320,50 per persoon, drankjes niet inbegrepen. Ik knipperde even en zag de kleine lettertjes: ‘tenue correcte exigée’, passende kledij verplicht. Jasje/dasje, jurkje/panty! Ik schrok me kapot. Zou ik me in zo’n bloedwarme beenworst moeten hijsen om een optreden van een ruige rockstar uit sixties bij te mogen wonen? Er zijn grenzen.
De echtgenoot begreep het, al keek hij toch even in z’n kast of hij geen ‘tenue correcte exigée’ ergens op een knaapje had hangen: “Ik heb niet eens een pak”, klonk het enigszins teleurgesteld.
“Maar 641 euri heb je wel gewoon ergens op een plankje liggen?”
Het werd een tussendemiddagtroostpizza een paar dorpen verderop, onderweg het autodak open en de cd van dat allereerste liveconcert van Hallyday tikkie te hard op de speakerboxjes. We zongen nostalgisch mee.
“Nog mooi dat we geen fan van Sting zijn,” zei ik toen we op het beschaduwde terras van het bescheiden eethuisje van een koel glas rosé nipten, “die kaartjes deden duizend euro.”
Het was daar en toen dat ik de echtgenoot voor het eerst van z’n leven een ras-Rotterdamse uitdrukking van me hoorde lenen: “Ken je bek nog verder open?”

Schermafbeelding 2015-07-24 om 12.30.02

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Komt ‘Oom Jan’ op de immateriële erfgoedlijst van de Unesco? Zou zomaar kunnen, want de Monegasken doen er alles aan om hun Barbagiuan (Monegasks voor ‘Oncle Jean’) erkend te krijgen. Opmerkelijk is wel dat het initiatief om dit uiterst traditionele hapje op de wereldefgoedkaart te zetten, uitgaat van een stel jongeren, verenigd in ‘A Roca’, eveneens verantwoordelijk voor het Fête du Barbagiuan dat onlangs gehouden werd. Doorgaans is het de ‘oude hap’ die zich voor dergelijke zaken inspant. Maar blijkbaar was het initiatief overtuigend genoeg om het Conseil économique et social de Monaco, en l’Education nationale voor de goede zaak te winnen, want het verzoek om erkenning is inmiddels officieel bij de Unesco ingediend.
Maar wat is het nou eigenlijk, Barbagiuan? Een borrelhapje. Een deegkussentje gevuld met snijbiet en nog zo het een en ander; iedere Monegask heeft wel een eigen recept. En bij vrijwel alle (ook officiële) borrelgelegenheden wordt het geserveerd. Ook bij het befaamde sterrenrestaurant Alain Ducasse à l’ Hôtel de Paris in Monaco staat het op de kaart, en in het prinselijk paleis weten ze ‘Oom Jan’ eveneens te waarderen. Dan kunnen wij natuurlijk niet achterblijven. Dus: à nous!

Ingrediënten:

Voor het deeg:
250 gram bloem
1 eetlepel olijfolie
10 cl water
snufje zout

Voor de vulling:
50 gram gekookte rijst
1 bosje blettes (snijbiet) of 300 gram verse spinazie
1 kleine ui
2 tenen knoflook
2 eieren
½ bosje peterselie
½ theelepel herbes de provence
geraspte parmesan
olijfolie
peper uit de molen

Bereiding:

Van het deeg:
Doe de bloem, het water, de olijfolie en een snufje zout in een ruime kom en kneedt er een stevig deeg van; het moet straks goed uit te rollen zijn.

Van de vulling:
Kook de rijst gaar en zet weg.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen, hak de peterselie fijn.
Blancheer het blad van de blettes/snijbiet (of de spinazie) even in heet water, laat goed uitlekken en snij heel fijn.
Verhit een scheutje olijfolie in een koekenpan en smoor er de ui in aan. Pers er de knoflook boven uit, roe even door en draai het vuur uit.
Meng in een ruime kom de rijst, de snijbiet (of spinazie), de peterselie, het ui/knoflookmengsel (met aanhangende olijfolie), de herbes de provence, de eieren, de parmesan en wat peper door elkaar. Proef op smaak en zet weg.
Rol het deeg zo dun mogelijk uit op een vel bakpapier (anders kleeft het vast) en steek er rondjes van, bijvoorbeeld met een glas. Haal het overtollige deeg tussen de rondjes uit, maak er opnieuw een bal(letje) van, rol nogmaals uit en steek er weer rondjes van tot al het deeg zo’n beetje is opgebruikt.
Leg op elk rondje een klein hoopje vulling, zorg dat de randen goed vrij blijven, en klap de flapjes dubbel zodat er halve maantjes ontstaan. Druk de kanten goed aan met een vork.
Frituur de halve maantjes in de hete olie en laat ze uitlekken op keukenpapier.
De Barbagiuan kunnen zowel warm als koud worden gegeten.

Kasia

juli 22, 2015

rest-gloire
“Die ken ik!”, dacht ik toen ik de serveerster van het restaurant boven in het dorp ondanks de hitte op een drafje voorbij zag komen. “Nou en of ik die ken” wist ik zeker toen ik even later haar klaterende lach aan een van de tafeltjes hoorde opklinken; geen misverstand mogelijk, dat was Kasia. Ze was dus terug.
Jaren geleden was Kasia de sensatie van het dorp geweest. Een alleraantrekkelijkste blonde Poolse die voor vakantie kwam, maar net als zovelen bleef hangen en hoogseizoenwerk vond, eerst in de kroeg, later in het dorpsrestaurant. Ze was gemáákt voor de horeca, altijd vriendelijk, altijd goedlachs, kon rekenen, wist van wanten en van aanpakken (en uitsmijten trouwens), sprak accentloos Frans, Engels en Italiaans, en had binnen no time de hele mannelijke bevolking van het dorp achter zich aan. De omzet van de kroeg spoot omhoog, daarna die van het restaurant. En al snel kwamen de geruchten. Ze zou iets hebben met de stukadoor, de timmerman, de garagist, de bakker, de uitbater van de tabac, de kroegbaas, de restauranteigenaar. Het kón nu eenmaal niet waar zijn dat ze met niemand iets had, of gehad zou hebben, zoveel gekrenkte mannelijke trots kan een dorp niet aan. Kasia lachte haar klaterende lach en zei niks. En opeens was ze weg. Niemand wist waarheen of waarom, er werd nog lang over gespeculeerd, maar zoals altijd ging de zomer over in de herfst, de herfst in de winter en het dorp in de sluimerstand.
In het late voorjaar was ze terug. Met een baby. Toen kwam de geruchtenmachine pas goed op gang. Er werd gerekend en in geheugens gegraven, dat kind kon alleen maar hier – in dit dorp – verwekt zijn. Maar wie was de vader? Kasia glimlachte sereen en zei niets. Toen het seizoen begon nam ze haar baantje als serveerster in het dorpsrestaurant weer op alsof ze nooit was weggeweest. Met dit verschil: nu stond er een baby in een buggy naast de ingang naar het terras, waar Kasia met zekere regelmaat in het voorbijgaan mee moederde. Ook de restauranteigenaar had af en toe een glimlach over voor het wurm in de larvenbak. Het dorp wist het zeker, Patrick was de vader. Het zou een kwestie van tijd zijn voor hij dat toegaf en van Kasia (wat ‘puur’ betekent in het Pools) een deugdelijke vrouw zou maken. Maar het seizoen verstreek, Patrick zei niks en op zekere dag was Kasia opnieuw verdwenen. Het roddelcircuit draaide overuren maar het bleef bij gissen, niemand kreeg een vinger achter de waarheid. De seizoenen verstreken, nieuwe serveerstertjes kwamen en gingen. Langzaam maar zeker verdween Kasia uit de publieke belangstelling en hernam het dorpsleven zijn gezapige gangetje.
En nu was ze dus opnieuw terug. Ik keek naar haar terwijl ze vertrouwd over ‘haar’ terras struinde en deed waar ze goed in is. Uit alles bleek dat ze hier thuis was. Ik kreeg het even later bevestigd, toen ze me opmerkte en stralend op me afkwam: “Nazdrovje!” begroette ze me met een brede grijns.
“Nazdrovje, Kasia!” groette ik minstens zo enthousiast terug. Het was ons standaardgrapje geweest toen ze pas in de kroeg werkte, het betekent ‘proost’ in het Pools, ik had het geleerd van Poolse arbeiders in Portugal maar dat is weer een ander verhaal.
“Alles kits?” vervolgde ze in het Nederlands, “long time no see.”
“On se debrouille et patati patata”, gaf ik terug, wat zoveel betekent als ‘z’n gangetje en zo’.
“Et toi, de retour?” vroeg ik.
Ja, ze was terug, al was ze eigenlijk nooit helemaal weg geweest: “Hier in de buurt gewoond”, was het intrigerende antwoord.
Aan het eind van de avond praatten we bij, ze had inmiddels twee kinderen, vond ze voldoende. En ja, ze was nog steeds single, geen trek in een permanente relatie. En jawel, ze vertelde nog meer, veel meer zelfs. En nee, dat ga ik niet opschrijven. Het moet wel een beetje spannend blijven op het dorp tenslotte.

Schermafbeelding 2015-07-17 om 18.42.49
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Even een hele grote open deur intrappen: het is warm. En het is allemaal best te doen (zie mijn vorige blogje) maar het helpt als je honden niet voortdurend het insectengaas van de tuindeur in puin lopen. Dat was al een paar weken geleden deplorabel en dringend aan vervanging toe, maar pas vandaag kwam het verlossende pakketje van amazon: deurhor met magneetsluiting. Ik ben net klaar, de boel hangt en de eerste resultaten zijn veelbelovend: het ziet minder zwart van de vliegen op de ter controle vers opgehangen plakvangers in de keuken, ik ben op kantoor nog niet gestoken door een ondernemende tijgermug. Wie weet. Oké, als je als mens met je handen vol door die hordeur wroet om de terrastafel te dekken, dan sluit ie niet meteen weer perfect achter je dicht, dan moet je de magneetdelen weer even met elkaar in contact brengen. Maar als er een hond of twee doordendert klakt de boel weer vlekkeloos aan elkaar. Blij mee. We durven dus uitgebreid de keuken in. De echtgenoot kookt, geen idee wat, maar dat scheelt. Ik doe het toetje. Ik was van de week weer bij de Marché Paysan 10 km verderop en ja, dat fruit daar, toch ongeveer 1000 keer lekkerder dan dat van de supermarchés. Ik wilde vanavond dus veel fruit, plus snel klaar. En dan maar lekker chillen op het terras. Goed ingesmeerd natuurlijk, want die hor houdt het terrortuig wel buiten, maar als je er aan de verkeerde kant tussen gaat zitten…

Ingrediënten:
1 kleine citroen
3 perziken
4 abrikozen
200 gram aardbeien
100 gram frambozen
100 gram kersen
½ bosje basilicum
1 eetlepel vloeibare honing
10 ml zoete witte wijn

Bereiding:
Haal het velletje van de perziken en de abrikozen, hal de pitten eruit en snij het vruchtvlees in stukjes.
Haal de kroontjes van de aardbeien en snij ze in tweeën of vieren, afhankelijk van de grootte.
Halveer de kersen en haal de pitten eruit.
Laat de frambozen heel.
Snij de basilicumblaadjes in reepjes, gooi de steeltjes weg.
Doe alle fruit over in een ruime kom.
Pers de citroen uit en doe die samen met de honing en de witte wijn in een pannetje. Laat even warm worden tot de honing weggesmolten is. Giet het mengsel over het fruit in de kom. Roer even door elkaar en zet minstens een uur weg in de koelkast. Meng er voor het serveren de basilicum doorheen.

Klaagvolk

juli 17, 2015

Schermafbeelding 2015-07-17 om 16.34.59
Gisteren een halve dag geen stroom. Dat wist ik natuurlijk wel, de EDF had een paar weken geleden keurig een briefje gestuurd en nog eens een email er overheen voor de zekerheid, er zou aan het net gewerkt worden. Maar dat was ik net zo natuurlijk allang weer vergeten. Ik zat te internetbankieren toen alles uitfloepte, maar de boel werd keurig gesaved door de accu van de computer, dus mij hoor je niet klagen. De buren wel. De Britse buuv van een stukje verderop belde meteen of wij net als zij stroomstoring hadden; ook vergeten dus. En de Zwitserse Monegask een eind lager op de berg hoorde ik stevig vloeken en op de luxe airco meppen; geluid klinkt nogal op hier, en draagt ver. Briefje gemist blijkbaar.
Ik kan er eerlijk gezegd niet mee zitten. Ja, het is warm, heet zelfs, met zo’n graadje of 33-37, en dat duurt al weken. Dus wordt er geklaagd. In de kranten, op tv, in de supermarkt, bij het tankstation en vanzelfsprekend in het café, al verstomt de klachtenstroom daar doorgaans wel enigszins als je een rondje geeft en de pastis en rosé stromen. Maar als de bodem van het glas in zicht komt zwelt het geweeklaag weer aan. Mijn honden kiezen ook voor de slachtofferrol, terwijl ze nota bene in de subtropen geboren zijn, eentje in mijn dorp, de andere in de Portugese Algarve. Met een koel glas in de hand vertel ik hen weleens over mijn toenmalig bestaan in Nederland. De Elfstedentocht van 1963, dat soort ijzingwekkende histories, en over hun collega’s in het noorden die sneeuwballen vangen tot topsport rekenen. Ze kijken me dan ontdaan aan en weten één ding zeker: die maîtresse heeft last van de warmte en we waren er al bang voor.
Ik heb een hekel aan al dat geklaag. En nooit van m’n leven zal ik zo’n ‘klachtenlijn’ bellen. Als iets me niet bevalt, grijp ik zelf wel in. Nog steeds een beetje zo’n Rotterdamse, van de opgestroopte mouwen. En klagen over het weer in de Provence vind ik al helemaal flauwekul.
Kijk, we hebben een vreselijk natte en koude winter achter de rug, plus een totaal verzopen voorjaar. En reken maar dat daar langdurig en uitgebreid op gekankerd en over geklaagd werd. Is het eindelijk warm en droog, weer niet goed.
Tuurlijk, voor sommige bevolkingsgroepen zijn dit geen fijne temperaturen, die wens je een koele zomer toe. Zie het als hoogbejaarde maar eens uit te houden in zo’n verzorgingstehuis zonder airco en te weinig personeel om je een glaasje fris aan te reiken. In Frankrijk zijn er nu al zo’n 750 mensen letterlijk doodgegaan van de hitte. En nee, het is geen pretje om als ‘boulanger artisanal’ zoals die hier op het dorp, al in de vroege ochtend in de hitte van je oven voor het ontbijt van je verwende vakantieklanten te staan zweten. Of om als monteur onder een auto te liggen sleutelen in de bloedhitte van je golfplaatgedekte garage. Of om als debrousailleur onder een verzengende zon in je snikhete beschermkleding met een zware bosmaaier op je rug de wegbermen schoon te maaien. Dán mag je klagen.
Doet de echtgenoot dus niet. Die debroussailleert bij voorkeur als het warm is. “Goedkoper dan de sportschool”, is zijn argument. Ooit heb ik opgemerkt dat afvallen misschien een optie was, vandaar. Mijn honden kijken ‘m na als ie tijdens een hittegolf als deze, geheel verpakt als paratrouper de berges afdaalt. “Ook gaga”, zie je ze denken. Maar die zomersportschool werkt wel. En klagen doet ie niet. Behalve als er na afloop geen frisse fles witte klaarstaat als ie de douche uitstapt.
Het merendeel van de klagers zijn routineklagers, die eigenlijk helemaal niet zoveel te klagen hebben. Jawel, het is warm in huis overdag, maar voor het apéro zit je gewoon in de kroeg en ’s avonds eet je buiten op je terras of balkon. En als het ’s nachts te heet wordt heb je het overdag verkeerd gedaan, dus leer eerst maar eens omgaan met luiken en tochtstromen. Werkt veel beter en is veel gezonder dan airco. Muggen? Slaap onder een klamboe, fabriceer horren voor de ramen en een hang een horgordijn voor de deur. Met een beetje gaas en plakstrip kom je een heel eind. Ik heb het allemaal geleerd in de kwart eeuw dat ik hier nu woon.
Gistermiddag klopte er een Nederlandse toeriste aan die een week of twee zo’n vakantievilla huurt, een paar kilometer verderop. Ik had haar eerder in het dorp ontmoet en stom genoeg gezegd: kom gerust een keer een glaasje drinken. Ze was zo eenzaam. Tja. En daar was ze dus. Nog niet binnen of ze begon te klagen over de hitte. De echtgenoot die – op hoge uitzonderingen na – tegen visite is, rommelde wat op kantoor en even later klonk er zomaar ‘Zeur niet’, van Annie M.G. Schmidt uit de pc-boxjes. Luister hier maar mee. Duidelijk.
Binnen een halfuur zaten we gewoon weer met ons tweeën aan de rosé. We luisterden naar de krekels, onze ‘Bach’ voor als het warm is. We waren tevreden. Niets te klagen.

Schermafbeelding 2015-07-10 om 16.22.22
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Feestje! De Tarte tropézienne bestaat zestig jaar en dat zullen we weten ook. Met ‘pop-up shops’ en een expositie in Saint-Tropez, met een competitie tussen twaalf gerenommeerde chefs die ieder hun eigen interpretatie van de fameuze taart zullen geven, en met de lancering van de ‘Baby Trop’, de miniversie van La Tropézienne, ter grootte van een hamburger.
Het origineel werd ooit bedacht door de Poolse pâtissier Alexandre Micka, die ergens halverwege de vorige eeuw in Saint-Tropez neerstreek. De taart werd wereldberoemd dankzij de fameuze film van Roger Vadim ‘Et Dieu… créa la femme’, die in 1955 in Saint-Tropez werd opgenomen. Met in de hoofdrol Brigitte Bardot, die verzot was op het gebak en er ook de naam voor bedacht. De Tarte tropézienne wordt sinds het overlijden van Micka gemaakt door diens opvolger Albert Dufrêne, die het meteen groots aanpakte: het productieproces werd volledig geautomatiseerd en voorziet tegenwoordig dagelijks in duizenden taarten die niet alleen aan de Côte worden opgesnoept, maar intussen ook naar flink wat buitenlanden worden geëxporteerd. Vandaag de dag is de Groupe de la Tarte tropézienne een familie-gerunde multinational met 26 winkels, waarvan vanzelfsprekend enkele in Parijs. Er komen er dit jaar nog 6 bij, onder meer in Londen. En via franchise is La Trop inmiddels ook in Amerika, Japan, China en Rusland verkrijgbaar. Verwachte omzet voor 2016: 25 miljoen.
Dat had Alexandre Micka vast niet gedacht toen hij met het van z’n grootmoeder geërfde receptje begon te experimenteren in zijn bakkerijtje in Saint-Tropez. Mede op aanwijzingen van BB (tikkie zoeter misschien, beetje stevigere vulling…) evolueerde het Poolse gebak tot de befaamde Zuid-Franse lekkernij die thans zijn 60e verjaardag viert. Eén ding veranderde in al die jaren niet: het enige echte (gepatenteerde) recept van ‘La Trop’ bleef en blijft het best bewaakte geheim van het zonnige zuiden. Ook ik kan er alleen maar een lag naar slaan, maar mijn versie komt toch aardig in de buurt van het origineel. In de huiselijke kring vindt men hem zelfs lekkerder, vooral omdat de koek iets minder droog is. En mijn recept is natúúrlijk niet geheim. Dus ik zou zeggen, probeer het gewoon. Of haal anders het origineel in de winkel. In beide gevallen lekker met een glaasje (zoete) bubbels.

Ingrediënten:

Voor het deeg:
300 gram bloem
125 ml melk (lauw)
75 gram boter (op kamertemperatuur)
50 gram suiker
1 ei
1eierdooier
2 eetlepels oranjebloesemwater
1 theelepel verse gist
1 theelepel zout
witte kandijsuiker (fijngehakt)

Voor de vulling:
4 dl melk
200 gram suiker
2 eieren
1 eierdooier
60 gram maïzena
200 gram boter
2 eetlepels oranjebloesemwater
13 cl slagroom

Bereiding:

Van het deeg:
Laat de gist oplossen in een beetje lauwe melk (duurt ongeveer een kwartiertje, af en toe doorroeren). Roer de bloem, het zout en de suiker in een ruime kom door elkaar. Doe er de gist, de rest van de lauwe melk, de boter, het oranjebloesemwater en het ei bij en kneed alles tot een soepele deegbal. Leg een theedoek over de kom en laat 2 uur staan. Beboter een springvorm en verdeel het deeg gelijkmatig over de bodem. Laat nog 30 minuten narijzen.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Bestrijk de bovenkant van het deeg met de losgeklopte eierdooier, bestrooi met de fijngehakte kandijsuiker en bak de taart in 20 minuten af. Controleer door er een prikker in te steken; komt die er schoon uit, dan is de taart gaar.
Maak intussen de vulling door in een ruime kom de eieren los te kloppen met de helft van de suiker en de maïzena. Verhit de melk (tegen de kook aan) samen met de rest van de suiker en het oranjebloesemwater. Meng het melkmengsel door de eiermassa, doe alles terug in de pan en laat op laag vuur warm worden (niet koken!). Meng er vervolgens de helft van de boter door. Laat de massa afkoelen en doe er dan de rest van de boter (op kamertemperatuur) bij. Meng alles met een vork goed door elkaar tot een mooie gladde crème.
Klop de slagroom met de mixer tot hij in punten blijft staan, meng hem daarna voorzichtig scheppend door de crème.
Snij de afgekoelde taart horizontaal doormidden, zodat je twee even dikke ronde schijven krijgt. Beleg de onderste helft met de crème. Leg de bovenste helft erop en laat de Tropézienne minstens een uur in de koelkast opstijven.