Speedinburgeren

14893-hopital-urgences

Oké, ’t is wennen, aan een nieuwe woonomgeving. Maar je schrikt toch als er ineens een hevig bloedende, vermoedelijke buurman van dat huis heel veel verderop voor je tuindeur op en neer staat te springen. “Bienvenue, comment ça va?” is dan een beetje misplaatst. Snel handelen dan maar. Bloedende buurtbewoner naar het aanrecht geloodst zodat ie even kon uitdruipen en z’n verhaal doen. Een ruit willen plaatsen, gestruikeld, glasscherven als scheermessen dwars door de onderarm. De bloedstroom nam zijn eigen loop terwijl ik geruststellend babbelend een armklem aanlegde met een theedoek en een waterpomptang (ja ja, die ligt bij mij in de keukenla voor het openen van onmogelijke flessen, maar daarover vertel ik nog weleens) en de echtgenoot 112 belde.
“Wat is het probleem?”
“Lekke buurman met veel bloedverlies, waarschijnlijk wat bloedvaten in z’n arm doorgesneden, misschien een spiertje en een peesje of wat erbij, snelle hulp graag.”
Ze zouden komen, maar niet naar het opgegeven adres: “vinden we nooit. Kunt u naar het dorp komen?”
“Tuurlijk. Maar komen jullie dan ook een beetje snel? Hij gaat zo van z’n stokje…”
’t Scheelde ook niks, we hebben ‘m maar zo’n beetje bij z’n positieven gescholden tijdens de rit naar het dorp. Waar natuurlijk geen ambulance van de sapeurs/pompiers te bekennen viel. Wel de hele levende have van het dorpscafé, die op dit tijdstip – zo tegen het apéro – een mannetje of zes sterk, precies wist uit te leggen wat er acuut met de patiënt gebeuren moest. Dat varieerde van volgieten met pastis, plat leggen op het biljart, meteen maar amputeren, tot en met inwrijven met rozemarijn, betten met olijfolie en wachten op de pompiers. Dat laatste was veruit het verstandigst, ze waren er bovendien bewonderenswaardig snel. In aanmerking genomen dat we het hier over het achterland van het platteland hebben.
Het werd een nachtje in het ziekenhuis overblijven voor de buurtman, nadat z’n arm weer functioneel gefatsoeneerd was. “Op een millimeter na m’n slagader gemist”, somberde hij de volgende dag bij thuiskomst.
“Dan heb je godvergeten gruwelijke mazzel gehad!” dacht ik hem op te vrolijken.
“Zes weken uit de roulatie. Werken ho maar.”
Tja. ’t Is hier geen uitkerings- en verzekeringsparadijs zoals in Nederland. Word je ziek, of anderszins arbeidsongeschikt, dan is dat jouw probleem. Tuurlijk kun je je verzekeren. Maar de premies zijn niet te betalen voor kleine zelfstandigen zoals die ver-buur. En zolang hij nog min of meer werkt (“tot ik erbij neerval!”) krijgt hij ook geen uitkering. De schade voor zijn ziekenhuisavontuur wordt in eerste instantie vergoed omdat hij een ‘carte vitale’ heeft, een basisverzekering. Maar als het een gevalletje ‘eigen schuld dikke bult’ blijkt, kan hij nog voor vervelende kosten komen te staan. We hopen voor hem dat het meevalt.
Intussen spelen we maar zo’n beetje ziekenboegje op afstand. Hij eet zo af en toe mee, als ie er zin in heeft, geen verplichtingen. En vanavond is ie uitgenodigd voor PSG – Manchester City. Krijgt ie een bordje nasi op schoot. Benieuwd hoe die speedinburgering (be)valt…

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

16 gedachten over “Speedinburgeren

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: