Toch iets met Nederland, de taal

Ik ben fan van Ewoud Sanders, de maker van de rubriek Woordhoek in NRC/Handelsblad. Even afgezien van wat achtergebleven dierbaar familievolk, is hij eigenlijk wel de prettigste connectie die me nog met het oude vaderland verbindt sinds ik zo’n ruime kwarteeuw geleden naar Zuid-Frankrijk uitweek. Taal, daar draait die rubriek om: gedefinieerd, geduid, gefileerd, gevolgd, gevonden, geschied en vooral gevoeld en geproefd. Ik mag graag in die Woordhoek grasduinen, toch nog iets met Nederland. In de aflevering van vandaag kwamen woorden aan bod die in het Nederlands ontbreken, maar er wellicht wel een plaatsje in zouden moeten krijgen. Prachtige vondsten. Zoals ‘leuterator’ (zeg maar ouwehoer) en ‘Michelinfenomeen’ voor dikdoenerij. Met name die laatste spreekt me aan; in een ver verleden tijd, toen ik nog schreef voor de restaurantgids Lekker, bedacht ik het woord ‘culicinatie’ voor een uit de hand gelopen creatie van de zoveelste hallucinerende keukengod. Ik kom ‘m nog steeds in restaurantrecensies tegen. En de laatste tijd vind ik ook ‘avondblond’ met enige regelmaat terug, een term die ik bedacht voor domme blondjes op leeftijd (sic).
Heb ik geprobeerd uit te leggen, hier in m’n dorp. Een vertrouwelijke babbel met de kroegbazin toen ik aan de toog m’n glaasje kwam verversen; ik vind het onzin om haar het hele lange zebrapad vanuit de kroeg over de doorvoerende départementale naar het terras aan de overkant te laten oversteken als ik net zo goed even de andere kant op kan, en zij intussen de rest van de toogklevers kan bedienen. ‘t Ging over een paar overduidelijk Hollandaise meivakantiegangsters, de fietsen-met-hulpmotor tegen de balustrade van het terras geparkeerd, die op ons ‘heure de l’apéro’ – het was half twaalf – bij hun ‘café au lait’ een croissant van de naastgelegen niet-zo-warme-bakker (het is een depot de pain, alleen voorgeleverde afbaksels) op het caféterras nuttigden. Niet snappend dat dat dus de dood in de pot is voor zo’n dorpskroegje, dat om het hoofd boven water te houden ook in hapjes en lunches doet. Ook niet te kanen, maar daar gaat het niet om. Het ging om het onbegrip van deze dames op leeftijd.
“Avondblond!”, verklaarde ik tegen de fulminerende kroegbazin, die haar handel zag verdampen maar desalniettemin uiterst correct bleef tegenover de beige fietsjackjesbrigade die het bij die ene sloot melk met een kleurtje liet.
“Abondeblonde?” vroeg de cafépatronne verbaasd.
“Non, avondblond”, legde ik uit, “la blonde agée, la blonde grise.”
“Ah! Comme ça.” Ze had het begrepen, zij wel. La Blonde, da’s internationaal. En de term ‘avondblonde’ inmiddels ook. Als je me er maar niet op aanspreekt.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

10 gedachten over “Toch iets met Nederland, de taal

  • do 11 mei 2017 om 19:53
    Permalink

    dag lieve Renée! Net weer een nieuw woord bijgeleerd hier: ook niet te “kanen”…Betekenis gevonden op Google ja!
    En dan “avondblond” en zijn Franse vertalingen erbij….Méér heb ik voorlopig alweer niet meer nodig om mijn avond goed te maken hier!
    Fijne avond ook voor jullie en tot de volgende alweer!

    Beantwoorden
    • do 11 mei 2017 om 22:02
      Permalink

      Dag Tine, Nou kijk aan! Dat ‘kanen’ is nou weer een woord dat voor mij al sinds m’n jeugd gemeengoed is. Maar ‘avondblond’ ga jij alvast niet meer vergeten. ?

      Beantwoorden
  • do 11 mei 2017 om 20:08
    Permalink

    “Avondblond” een prachtig iets! Ik weet zeker dat ik ‘m hier in de buurt niet ga uitleggen; “blond(e) opzich is reeds ruim voldoende…en “ze” laten het me weten hoor! Dat heb je met veel brunes dans le coin, maar ik laat me niet kennen natuurlijk :))

    Beantwoorden
  • do 11 mei 2017 om 23:10
    Permalink

    Chapeau, oftewel petje af voor damestoeristen op leeftijd met welke kleur haar dan ook die op solexen (of bedoelde je soms electrische fietsen?) door de Provence crossen, lekker laat opstaan, koffiedrinken om half twaalf -doe ik, hoewel avondgrijs, ook vaak in mijn café zonder foeterende obers of strenge blogwaarnemers, want o schande, ik eet nog steeds pas laat des avonds warm, zoals overigens diverse van mijn avondbruine, dus slimme, franse vriendinnen die de voorkeur geven aan andere activiteiten des ochtends dan koken- en die (we zijn weer terug bij je avondblondjes) een uurtje later de kassa van het volgende dorpscafé spekken met een uitgebreide lunch. Met een heerlijk glaasje erbij, want met die hulpmotoren is dat geen enkel probleem voor de oudere beentjes.
    Hartelijke groet uit de Cevennen!
    Atty

    Beantwoorden
  • do 11 mei 2017 om 23:21
    Permalink

    Elektrische fietsen noem ik steevast ‘foetelfietsen’….

    Beantwoorden
  • za 13 mei 2017 om 12:50
    Permalink

    Ken je dan ook het woord “omabloempje”?
    Dat is volgens een dermatoloog een vriendelijk woord voor “ouderdomswratje”.

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: