Een tip van Raoul

Raoul Duchemin had weer eens wat. M’n culinaire vriend wist een adresje dat hij zelf beschouwde als een supertrouvaille, een restaurant in de Haut-Var Verdon: “Echt een fantastisch adres! En laat je niet misleiden door chagrijnige commentaren op Tripadvisor, klopt geen zak van.”
“Waar?” vroeg ik zakelijk, Raoul wil nogal eens uitweiden als ie enthousiast is. “Fox-Amphoux.” Nooit van gehoord, maar toen ik in z’n uitgebreide routebeschrijving de naam Silans-la-Cascade langs hoorde komen kon ik het wel zo’n beetje plaatsen. In Silans had ik ooit geprobeerd die Cascade te bezoeken. Moet je niet doen in het hoogseizoen. Maar ja, de vakantievisite wilde zo graag die waterval zien hè. Na ruim een half uur door mensenmassa’s te hebben geploegd gaf ik het op en elleboogde tegen de stroom in terug. “Zie jullie straks wel bij de auto.” De rest van de middag heb ik op een aangenaam terras doorgebracht.
Maar goed, Fox-Amphoux dus, dat een kilometertje of acht verderop aan dezelfde départementale als Sillans-la-Cascade te vinden is. Welk gehucht in de Provence heeft in vredesnaam zo’n rare naam? Ik heb het maar even gegoogled. Schijnt te stammen uit de Romeinse tijd, die naam. ’t Is een samenvoeging van het castrum (zeg maar kasteel/vesting) Fossis en het castrum Anfossis. Dat schreef je in het occitaans als Fouas Amfous, en dat werd weer verbasterd tot Fox-Amphoux. Het oorspronkelijke gehuchtje van thans 500 inwoners is nog veel ouder dan die naam, het stamt uit de prehistorie. Er zijn nog dolmen (soort hunebedden) te zien, Romeinse ruïnes, oude stadwallen, een fraai kerkje. Daar wilde ik best eens kijken.
Volgens Raoul moest ik bij La Table de Fanette zijn. En laat dat nou net een eind buiten het dorp liggen. Ik besloot lafhartig de Romeinse ruïnes voor een volgende keer te bewaren en draaide na een lang slingerpaadje mooi op tijd voor het apéro de ruime parkeerplaats van de fraaie mas uit de zoveelste eeuw op. En werd verwelkomd door een bruine poedel in zomertenue (geschoren wegens de warmte), die zich meteen familiaal met m’n tas begon te bemoeien. ‘Goeie speurneus’, begreep ik, ‘die heeft meteen door waar ik de hondenbrokjes voor onderweg bewaar’. De echtgenoot vond dat ie meteen rijkelijk beloond moest worden, mij leek het beter eerst maar eens te zien bij wie hij hoorde, en of het baasje dat wel een goed idee vond. Later is het nog helemaal goed gekomen; hij hoorde bij de hoeve en mocht brokjes: “Dat hebben we echt veel liever dan dat ie van alles van de tafeltjes krijgt toegestopt”, zou de ober later uitleggen.
Ik keek eens rond. Je leest en hoort nogal vaak over voorbeeldig verbouwde oude boerderijen op mooie plekjes, Duchemin was ook niet karig geweest met z’n loftuitingen (“volstrekt ‘in the middle of nowhere’ ‘en pleine nature’, geen wifi, een sublieme mas, kennelijk ook zo’n chambres d’hôtes, 3 kamers. Een tafeltje op het terras, het gedroomde panorama van de groene Provence, olijfbomen, bergcontouren in de verte…”), maar dit keer bleek die info meer dan correct. ‘Uniek plekkie’, constateerde ik tevreden, ‘deze kan zó in de folder’.
We kregen een plaatsje op het ruime half-beschaduwde terras dat al driekwart vol zat. In de zon. Het was nog volop zomers warm, dat was geen goed idee. Toen de ober het aperitief kwam brengen vroeg ik dan ook of hij even aan de tafel wilde voelen. Hij schrok zich rot toen hij zijn hand bijna verbrandde aan het zwart gelakte tafelblad en bood ons onmiddellijk zijn excuses en een tafeltje in de schaduw aan. De hond – die een eindje verderop in de schaduw had gelegen – verhuisde gezellig mee; zo’n tas moet je in de gaten houden.
De kaart kwam. Ik koos voor het minst prijzige menu à € 33, dat qua samenstelling een relatief beperkte keus bood. Heel goed, ik sta nogal wantrouwig tegenover schier eindeloze menukaarten waarbij je het liefst nummertjes voor de gerechten zou willen zetten. Geen enkele keukenbrigade kan zo’n enorme variatie vers bij elkaar koken. Ik prikte de tomatensalade eruit als entree en nam daarna als ‘plat’ de gestoomde makreel. Simpel? Had je gedacht! Cheffin Fanette maakte er een smaakfeestje van dat er ook nog eens als het spreekwoordelijke plaatje uitzag. Ze is – hoorde ik later – maître-restaurateur, lid van het Collège Culinaire de France en haar restaurant is erkend als ‘Table Rémarquable de la Collection Château & Hôtel Collection’. We zijn in Frankrijk zéér van de titels en onderscheidingen. Als ik dat van tevoren geweten had zou ik al bijna niet meer gedurfd hebben, maar ik heb werkelijk heerlijk gegeten. Er kwam nog een kaasplankje tussendoor waarna het menu finishte met drie dessertopties. Ik ging voor de citroentaart en die was werkelijk top. Ook omdat het niet zo’n ‘taart’ was.
De hond vond het inmiddels welletjes geweest: brokjestijd. Hij kreeg z’n zin. En ging meteen z’n tennisbal halen. De echtgenoot keek eens om zich heen, kon dat nou wel? De meer dan geschikte ober uit Canada, Frans en Engels sprekend, knikte hem bemoedigend toe en gebaarde naar de zacht glooiende groene vlakte naast de olijfgaard. Tuurlijk, hier kon dat. Bij de koffie hadden we nog een heel gesprek over dat merkwaardige Fox Amphoux en deze schitterende omgeving. Hij bleek veel te weten en graag te vertellen.
“Hier komen we vast nog wel eens”, opperde ik tegen de echtgenoot op de terugweg, “ze hebben een compleet truffelmenu deze winter.”
“Ja ja”, knikte hij instemmend, “maar misschien wordt het iets eerder.”
“Graag, maar waarom?”
Hij haalde de tennisbal uit zijn zak: “iets vergeten terug te geven.”
Ik weet nog steeds niet of dat nou opzettelijk was, of per ongeluk.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

4 gedachten over “Een tip van Raoul

  • do 27 september 2018 om 19:22
    Permalink

    Als mijn Frans beter zou zijn dan zou ik daar zelfs deze winter eens willen eten.

    Zonnige groet,

    Beantwoorden
    • do 27 september 2018 om 21:18
      Permalink

      Ze spreken er ook Engels hoor. ;-]

      Beantwoorden
  • vr 28 september 2018 om 09:52
    Permalink

    Fox Amfoux, wat een nostalgie, mijn (ex)man & ik kwamen daar al jaaaaren geleden (ca. 50 jaar), toen er nog een auberge was, midden in het hooggelegen dorp. Wat een ambiance, een soort tante Sidonia die de keuken uitkwam met een ijzeren grill waarop brandende tijm en zo het lamslees opdiende. Het plafond zag zwart, eigenlijk het hele restaurant, maar het rook er heeerlijk. Daar heb ik het begrip “hors d’oeuvres farandole leren kennen.
    Jaren later ben ik er met mijn huidige man terug geweest en hebben we bovenin een klein zolderkamertje geslapen, maar uiteraard waren er inmiddels andere eigenaars. Enkele jaren geleden zijn we er nog wezen kijken, maar het restaurant/hotel is er niet meer, volgens mij was het nu een bed and breakfast oid.
    Cotignac (waar nog een kennis, getrouwd met een franse beeldhouwer van me al jaren woont) en zijn omgeving blijft voor mij een nostalgische aangelegenheid, het was mijn eerste confrontatie met zuid frankrijk en die is hard aangekomen.
    Ben tenslotte in de Vaucluse terecht gekomen, hebben we ook geen spijt van gelukkig, maar de Var blijft een zwak plekje in mijn hart houden en zijn daar dan ook tot enkele jaren geleden geregeld voor een paar dagen vakantie teruggegaan!

    Beantwoorden
    • vr 28 september 2018 om 14:20
      Permalink

      Ach Jane,wat een heerlijke herinneringen. Kan me voorstellen dat je een zwak plekje voor zo’n mooi plekje koestert.

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: