Het dorp op de schop

Gisteren weer eens gemerkt hoe verknocht ik eigenlijk ben geraakt aan de épicerie op het dorp. Zoals gewoonlijk schoot ik vanaf de tabac de straat over om nog snel wat in te slaan, en stond voor een dichte deur. Briefje erop: wegens verbouwing gesloten. Geen bouwvakker te bekennen, geen hoopje zand plus betonmolen voor de deur, niks. Maar wel mooi potdicht. Daar had ik even niet op gerekend, vooraf was er ook niks aangekondigd, dat werd improviseren voor de lunch en de avondmaaltijd.
“Hoe lang dit nou weer niet ging duren” vroeg ik aan de kroegbazin in het naastgelegen café. Dat godlof net weer open is na de jaarlijkse vakantiesluiting (ja, dat was afzien) maar nu volgepropt stond met de ‘usual suspects’ want het terras aan de overkant van de weg – daar waar de zon schijnt, het café zelf ligt aan de schaduwkant – wordt eveneens verbouwd. “Herinrichting”, noemde de man van de kroegbazin het eufemistisch toen ik hem vorige week in de langsloop vroeg waarom hij de planken vlonders aan het slopen was. Wordt vast heel mooi, maar onhandig is het wel. Ook al omdat op het piepkleine pleintje bij de fontein pal ernaast aan de waterleiding wordt gewerkt. Zou binnen drie weken gepiept zijn maar de hele boel ligt nu al maanden open. We hebben ook al een dag of twee zonder water gezeten omdat een graafmachientje een verkeerde ondergrondse afslag nam en de toevoer tot in de verre buitengebieden moest worden afgesloten.
Bij de steile hoog oprijzende pandjes naast de tabac is onze voortvarende burgervader intussen ook aan een gevelrestauratieproject begonnen dus daar staat de boel in de steigers. Dat alles op luttele tientallen meters in een smal straatje waar ook het doorgaande verkeer uit de omringende dorpen nog eens doorheen moet, zorgt voor chaos. En voor parkeerproblemen. Normaal gesproken is er een ‘vliegensvlug’ parkeerplekje bij de tabac. Je hupt de auto uit, haalt je dampertje, rondt de fontein en weg ben je. Sinds al dat verbouwgedoe kun je kiezen: of je parkeert op het grote terrein onderaan het dorp en gaat te voet (minuutje of vijf klimlopen) of je parkeert op de invalidenparkeerplek naast de tabac, hoopt dat je niet gesnapt wordt door de champêtre, en omdat je niet kunt keren pak je de doorgaande route het dorp uit, trotseert ons enige stoplicht, en rijdt door tot aan de begraafplaats waar je wèl kunt omdraaien. Behalve als je er gekist arriveert natuurlijk…
De meesten kiezen voor optie 1, doen een rondje tabac, boulangerie, épicerie en komen van de ontberingen bij in de kroeg. Maar nu die épicerie ook zomaar is dichtgegooid is de ontreddering groot. Nee, niet zozeer onder de vaste kroegtijgers die over eigen vervoer beschikken. Maar wat moet dat kluitje vaste klantjes op leeftijd dat aangewezen is op zo’n kruideniertje in een minuscuul gehuchtje als het onze? Ze kunnen geen kant op, die hoogbejaarde schuifelaars die er bijna een dagtaak aan hebben om vanuit hun woninkje via de steile straatjes het dorpscentrumpje te bereiken en weer thuis te komen. Zo’n épicerietje is bovendien zoveel meer dan een winkeltje waar je je dagelijkse leeftocht kunt halen. Je haalt er ook je portie menselijk contact. Zeker als je uitkerinkje een bezoek aan de kroeg uitsluit.
Volgens de kroegbazin ging het ‘normalement’ om een paar dagen. Ze bewoog er op Provençaalse wijze haar hand bij, horizontaal op borsthoogte vooruitgestoken heen en weer wapperend. Ze wapperde snel. We weten allemaal wat dat betekent: hoe sneller de wapper, des te onzekerder het beweerde. “Maar als het langer gaat duren’, voegde ze eraan toe, “halen wij de boodschapjes wel, in de stad.” Het kroegvolk knikte instemmend. Nabuurschap, noemen we dat geloof ik. Tuurlijk doe ik mee. Tenminste, zo lang er nog wat te tanken valt in dat stadje, 9 km verderop. Op ons dorp is geen pomp, ik heb nog een halve tank. En een geel hesje achter mijn voorruit; solidair, tuurlijk. Maar het wordt wel een beetje ingewikkeld als je geen kant meer op kunt. ‘La vie est dure sans voiture’, in elk geval in een afgelegen gehuchtje hier op het platteland.
Ik vrees aanstaande zaterdag.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: