Schuurmuurhoreca

“Het dakpanterras wordt goed bezocht!” glunderende ik binnenstappend tegen de echtgenoot. Ik had net een verse voorraad vogelzaadjes uitgestrooid over de dakpan die ik in een oude plantenbaksteun tegen de wand van het schuurtje aan had gefabriekt. Die nieuwe vogelvoederaanwinst hangt, sinds een week geleden het eerste roodborstje zich liet zien, naast de draadhouder voor vetbollen (in de huiselijke kring bekend als de ‘ballenbak’) en het voederhuisje waarin de aardnoten worden gekieperd en dat we de ‘pinda-bar’ noemen. Roodborstjes zijn namelijk een beetje onhandig en een beetje naïef. Ze gaan niet aan zo’n ballenbak hangen, lukt ze niet. Ze duiken ook de pinda-bar niet in; ze zijn niet van de pinda’s, die krijgen ze met geen mogelijkheid open. Ze hippen liever wat rond op de grond om de gevallen restjes van de rest van het vogelvolk op te scharrelen. En daar zijn ze voer voor de kat, die wat vogeltjes betreft een weldoorvoed lustmoordmonster is, want opeten hoeft niet zo nodig. Dát heb ik liever niet. Het is niet mijn hobby om vogellijkjes van het terras te schrapen, zal ik maar zeggen. Ik heb er trouwens min of meer een poes bij, die mijn huis als een soort aanleunwoning ziet. Ontbijt, déjeuner, diner, soms souper. Vanwege de honden aarzelt ze nog over definitief intrekken. En mijn eigen kat is fundamenteel tegen. Zo vormt het viervoetig huisgespuis een soort xenofobe regeringscoalitie tegen een immigré. Komt goed, regel ik zelf wel.
Maar daar had ik het niet over.
Ergens op internet las ik dat roodborstjes ook goed geholpen zijn met een voedertafel. Ja, dank je donder, dat zijn die katten ook. Soepel en snel snaaien ze zo’n roodborstig hapje van tafel. En ze hoeven er echt geen bestek bij. Er moest dus iets komen waar die zogenaamd gedomesticeerde roofdieren met hun gretige graaiklauwtjes niet bij konden. Maar waar de roodborstjes wel vrijelijk konden rondscharrelen. Dat werd het dakpanterras. Ik geef toe, ik ben best trots op mijn trouvaille. Alles bij elkaar hangt er nu een indrukwekkende horeca-gelegenheid tegen de schuurmuur. Ik broed nog op ‘een stukje natte horeca’ maar daar verzin ik ook nog wel wat op, al zijn tips op het gebied van hangende watervoorzieningen welkom.
“Het dakpanterras wordt goed bezocht”, herkauwde de echtgenoot peinzend wat ik zojuist had gezegd. “Je klinkt als een mediatycoon over z’n kijkcijfers.”
“Ja ja ja! Ik wilde alleen maar zeggen dat het werkt, dat er op hoog niveau wordt gescharreld, dat we misschien straks wel minder lijken op de stoep vinden! Kijk dan zelf! Het is druk hoor!”
De echtgenoot keek door het raam. “Ik zie niks.”
Ik keek mee. Inderdaad, alles wat zo-even nog gefladderd en gescharreld had, was verdwenen. De hele vogeltjes-snacktent hing er verlaten bij.
“Shit”, en ik had nog wel een fotootje willen maken voor m’n blog.”
Dat deed ik toch maar, kun je zien wat ik bedoel. Op het moment dat ik afdrukte voelde ik iets langs mijn blote benen strijken. De kat. Natuurlijk. Daarom was het zo stil. Hij had op de loer gelegen, ook al kon hij nergens bij. ‘Als ik je niet kan opvreten, vreten jullie ook maar niet’, zoiets zal ie wel gedacht hebben. Triomfantelijk glipte hij voor me uit door het kattenluikje de keuken in. Waar de echtgenoot, verstrooid uit z’n ochtendkrant gehaald, hem van wat partydrugs voorzag; extra lekkere brokjes die de echtgenoot – voor zijn doen heel modern – zo genoemd heeft. De kat dook er gretig bovenop.
“Je beloont hem voor wangedrag!”
“Hij hééft toch geen vogeltje gekeeld?”
“Nee, maar hij heeft ze wel allemaal weggejaagd.”
“Ach”, vergoeilijkte de echtgenoot, “zoals onze dochter altijd zegt: ’t is de natuur.”
Die zal ik dan mooi een handje helpen. Er gaat geen k*tkat meer de deur uit voordat het gevogelte klaar is met het ontbijt. Hún ontbijt dan hè.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: