Home

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Daar lagen ze, zomaar op de container met het gele deksel bedoeld voor plastic afval. Twee verweesde kookboeken. Gewoon achtergelaten, geen vergissing mogelijk. Waarschijnlijk door iemand die een papierbak had verwacht naast de drie gewone groene, maar die staat er niet. En blijkbaar kon de ex-bezitter het niet over zijn/haar hart verkrijgen om deze puntgave kookboeken dan maar bij het huisafval te dumpen. Nee, die boeken lagen hier voor de eerlijke vinder. En laat ik nou net die eerlijke vinder zijn. Als een rasechte morgenster (afvalvorser in de vroege ochtenduurtjes) eigende ik me ‘L ‘Auvergne, une cuisine de caractère’ en het ‘All-Colour South African Cookbook’ toe. Over de titel van dat Zuid-Afrikaanse kookboek moest ik wel even nadenken trouwens, met dat ‘all-colour’. Maar na lezing van het voorwoord begreep ik dat de auteur zoiets als ‘alles en iedereen’ bedoeld zal hebben. En nee, ik voelde me niet schuldig of dieverig, integendeel. Ik gaf hier zomaar twee opgegeven kookboeken een herkansing. Te beginnen met vandaag. Met een stevig gekruide ‘bobotie’ uit het Zuid-Afrikaanse boek. Wel een klein beetje ver-Zuid-Franst, maar dat gaat nu eenmaal vanzelf.
Dus lekker eet en geniet die kos!

Ingrediënten:
1 kilo gehakt halfom
2 grote uien
2 tenen knoflook
2 eieren
1 dikke snee witbrood (pain de mie)
2 eetlepels amandelschaafsel
250 ml melk
125 gram rozijnen
3 eetlepels abrikozenjam
1 eetlepel currypoeder
½ eetlepel kurkuma
2 theelepels zout
1 theelepel pittige sambal
sap van 1 citroen
6 hele laurierbladeren
olijfolie

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime braadpan en bak de uien erin aan.
Voeg het gehakt toe, haal het los met een vork en laat een paar minuutjes meebakken. Knijp de knoflook erboven uit en roer om. Draai het vuur uit.
Verhit intussen de oven voor op 180 graden.
Doe de melk in een kom (maar hou een half kopje apart) en week het brood erin. Voeg alle overige ingrediënten toe (behalve 1 ei, dat halve kopje melk, en de laurierbladeren), meng alles door elkaar en voeg de brei bij het gehakt/uimengsel.
Schep alles in een ingevette ovenschaal. Schuif die in het midden van de voorverwarmde oven.
Klop intussen het achtergehouden ei los, voeg het halve kopje melk toe, en giet het mengsel uit over de ovenschotel, nadat die een kwartiertje heeft staan bakken. Leg er de laurierbladen bovenop ter garnering.
Zet de schotel terug in de oven en laat nog een minuut of 30-35 bakken, tot de bovenkant mooi goudbruin is geworden.
Geef er rijst bij en een salade (van bijvoorbeeld komkommer, tomaat en wat dungesneden uienringen, beetje zout & peper, besprenkelen met wat olijfolie en wijnazijn). En vergeet het glaasje koele rosé niet.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik leen wel eens vaker een receptje bij de Italiaanse buren van net over de grens als het om lekker eten gaat, dus stond er gisteren onvervalste Spaghetti Aglio e Olio op het lunchmenu. Hier in de Provence overigens beter bekend als Spaghettata. Terwijl ik opzocht op internet waar dat nou vandaan kwam, stuitte ik op een eethuisje dat zo heet. In Rotterdam! Je hebt je hielen nog niet gelicht of ze gaan daar ook ineens Zuid-Frankrijkje spelen, zelfs die pasta staat op het menu! Maar goed, spaghettata schijnt oorspronkelijk uit Napels te komen en betekent zo iets als ‘maaltje spaghetti’. Armeluis’ voedsel, want als je niks had, had je altijd nog wel wat pasta, knoflook, olie, zout & peper in huis. Maar ja, als je wat méér in huis hebt, ga je optutten. En dat doen ze hier in de buurt dan ook volop; er wordt dus van alles en nog wat aan die basispasta toegevoegd. Ik hou het liever bij de oervorm: dunne spaghetti met knoflook, olijfolie en een pepertje. Nou ja, met een béétje variatie dan; ik gebruik liever sambal in plaats van een fijngesneden pepertje (ik hou niet zo van een heel reepje peper in de bakkes), basilicum (in plaats van peterselie) vind ik smaakrijker, een schep zeezout vervang ik liever door wat groentenbouillon, tomatenblokjes maken het net wat vrolijker, en geraspte parmesan vind ik gewoon lekker. Spaghettata di casa mia dus! Moet kunnen.

Ingrediënten:
400 gram spaghetti
4 tenen knoflook
1 uitje
½ bosje basilicum (platte peterselie mag ook)
4 grote tomaten (blikje gepelde mag ook)
likje sambal (of een ragfijn gesneden pepertje)
½ groentenbouilllontablet
eventueel wat zout
olijfolie
geraspe parmesan

Bereiding:
Pel de knoflooktenen, pel en snipper het uitje.
Snij de basilicum (of peterselie) fijn.
Snij de tomaten in vieren, haal de harde kroontjes en de zaadlijsten eruit, snij het vruchtvlees in blokjes. (Of laat de bliktomaten uitlekken in een vergiet en snij die in blokjes.)
Kook de pasta in ruim water met een flinke scheut olijfolie beetgaar.
Verhit intussen een scheut olijfolie in een koekenpan, doe er het gesnipperde uitje en de uitgeperste knoflooktenen bij en laat op zacht vuur onder af en toe omroeren een paar minuten pruttelen. Verkruimel er de ½ groentenbouillontablet bij, voeg een likje sambal (of dat pepertje) toe, plus de tomatenblokjes, roer alles door elkaar en laat nog een minuutje doorwarmen. Eventueel wat sambal en/of wat zout toevoegen als de saus te flauw is. Draai het vuur uit.
Giet de gare pasta af in een vergiet (niet afspoelen!), schudt een paar keer om en doe over in een ruime kom. Voeg de saus plus de basilicum toe, schep alles om en verdeel over de borden. Bestrooi met geraspte parmesan.
Geef er een salade plus stokbrood en uiteraard een glaasje rosé bij.
Tip: voor een uitgebreidere maaltijd kun je er ook wat gegrilleerde (of gebakken) garnalen of kipsnippers bij geven.

schermafbeelding-2017-03-01-om-17-33-28

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De slager op het dorp doet niet in lamsvlees. ’t Is verder een goeie slager, daar niet van, maar blijkbaar komt dat er bij hem niet in. Zal wel iets met inkoop te maken hebben, of met te weinig vraag; men is hier nogal van de stoere gestampte pot – rund, (ever)zwijn, dat werk – en verder geen verfijnde fratsen.
Dat kwam slecht uit. Madame Mahmoud, mijn Tunesische vriendin die ik al te lang niet gezien had, en die me bij onze recente ontmoeting meteen trakteerde op een overheerlijke lamstajine, had het recept voor me opgeschreven. En nu wilde ik het zelf maken. De slager deed ook niet in kip of kalkoen (wel in haas en konijn, maar dan onder de toonbank) dus we kwamen uit op kalfspoulet.
Ik moet zeggen, dat viel niet verkeerd uit. Al was die tajine van Mme Mahmoud beslist lekkerder. Dus wie lam kan krijgen: toeslaan! Wat onderstaand recept betreft is het probleemloos inwisselbaar, dat wel. De herinnering aan die heerlijke avond bij haar niet; die zal m’n smaak wel gekleurd hebben. En o ja, dat glaasje witte wijn is uiteraard een toevoeging van mezelf. Zou zij echt nóóit doen.

Ingrediënten:
600 gram kalfspoulet
2 grote uien
2 tenen knoflook
4 tomaten
1 kleine rode paprika
handje groene olijven zonder pit
paar takjes peterselie
½ kippenbouillontablet
1 theelepel kurkuma
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel korianderpoeder
½ theelepel komijnpoeder
zwarte peper uit de molen, zout
1 glas witte wijn
olijfolie

Bereiding:
Pel en snipper de uien, pel de knoflooktenen.
Haal kop en kont van de paprika, haal de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in stukken. Doe hetzelfde met de tomaten.
Verhit een scheut olijfolie in een tajine of braadpan.
Doe er de gesnipperde ui en de paprika in, en laat op hoog vuur onder af en toe omroeren een paar minuten bakken.
Doe de poulet en de knoflook (uit de knijper) erbij en laat een paar minuten meebakken; af en toe omscheppen.
Draai het vuur laag en voeg de tomaten, de witte wijn, de verkruimelde bouillontablet, de kurkuma, gember, koriander, komijn en de olijven toe.
Laat alles op een klein pitje zo’n 45 minuten à 1 uur stoven (of langer) tot het vlees mals is. Eventueel wat wijn of water toevoegen als de boel te droog dreigt te worden. Proef op smaak, voeg eventueel nog wat zout toe en geef een paar ferme draaien aan de pepermolen; schep nog even om.
Verdeel over de borden en bestrooi met wat vers gehakte peterselie.
Geef er rijst bij, of aardappels, brood natuurlijk. En vanzelfsprekend een fruitig glaasje rosé.

schermafbeelding-2017-02-17-om-09-53-35

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Hoewel ik uiteindelijk in Frankrijk verzeild ben geraakt, heb ik toch ook nog steeds wat met Ierland. De Connemara, ik logeerde er ooit tijdens een kansloze voorjaarsvakantie in een onooglijk hotelletje aan de kust, waar ik ’s ochtends bij het ontbijt kippers, ‘beans on toast’ en andere smerigheid at. En vervolgens een regenjas, kaplaarzen en de honden van de eigenaar meekreeg voor een lange wandeling door de schitterende heuvels. Strand was er niet, wel steil in zee stortende kliffen. Ook mooi.
In het nabij gelegen gehucht regeerden de koeien. Die hadden sappige, grazige weiden in overvloed, maar vonden het ‘gezelliger’ om bijeen te klonteren op het dorpspleintje zodat er geen auto meer langs kon. Ook voor getoeter weken ze geen millimeter; pas als je uitstapte en ze een tik op de kont gaf waren ze bereid een stukje op de schuiven. ‘s Avonds zat je in de gelagkamer van het hotelletje weg te stikken bij het turfvuur in de open haard die niet wilde trekken.
En het was geweldig! Vooral omdat ik daar voor het eerst een echte Tullamore Dew proefde. Nadat ik als een verzopen kat vanwege een eigenlijk wel te verwachten hoosbui binnenkwam.
“Get yerself dry lassie”, gebood de waard me naar m’n logeervertrek. Toen ik afgedroogd de gelagkamer weer betrad deed de open haard het zowaar, en kreeg ik dat magische glas amberkleurig vocht in handen gedrukt dat net zo rokerig smaakte als de turf in de haard geurde. Triple distilled, triple blended. Voorgoed verkocht! Dit was échte whiskey (die ‘e’ hoort erin, als het om Ierse gaat).
En dat godennat giet je dan zomaar in een sausje? Yep. Want het geeft er nou net dat heel speciale heimweesmaakje aan dat me weer even naar dat zompige, maar o zo mooie Ierland van toen verplaatst.

Ingrediënten:
4 kogelbiefstukjes
20 cl Ierse whiskey
16 gedroogde vijgen
40 gram boter
olijfolie
2 tenen knoflook
150 gram vijgenjam
4 takjes verse rozemarijn
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Verhit de whiskey in een ruime pan tegen het kookpunt aan. Draai het gas uit en laat de in tweeën gesneden vijgen er een uurtje in weken, daar worden ze heel lekker van.
Verwarm de oven door op 160 °C.
Pel de knoflooktenen, rits de naaldjes van de rozemarijntakjes.
Verhit de boter samen met een flinke scheut olijfolie in een ruime koekenpan en bak de biefstukjes erin aan, draai het vuur halfhoog en laat ze even doorgaren; hooguit 2 minuutjes aan elke kant, en niet meer dan 1 keer omdraaien. Haal ze uit de pan, bestrooi ze met zout en peper en zet ze weg.
Knijp de knoflooktenen uit boven de koekenpan, roer de knoflookpulp met de aanbaksels in de pan op laag vuur los met de whiskey waarin de vijgen hebben geweekt, voeg de vijgenjam en de rozemarijnnaaldjes toe en roer tot een gladde saus; eventueel wat laten inkoken of binden met een beetje maïzena als ie te dun blijft. Leg de biefstukjes in een beboterde vuurvaste schotel, bedek ze met de saus en leg de geweekte vijgen ertussen. Laat ze 10 minuten in de voorverwarmde oven sudderen. Verdeel de biefjes over de borden, garneer ze met de vijgen en geef de saus er apart bij, zodat iedereen zich ruimhartig kan bedienen.
Heel lekker met moppige aardappelpuree. Mooi glaasje rood erbij, smullen maar.

schermafbeelding-2017-01-20-om-16-12-47

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

En ik dacht nog zo dat we mooi weggekomen waren met die bevroren waterleiding. Goed, het stervenskoud gehad, maar geen lichamelijke ‘vervolgschade’ zullen we maar zeggen. Had je gedacht. Gisteren begon het, met een hinderlijk hoestje. Beetje rillerig ook, wat verdachte blosjes op de wangen, maar niks ernstigs. Dus gewoon de eetafspraak van die avond door laten gaan. We troffen elkaar een dorp verder in een ijzig café waar ook de blauwig flikkerende tl-buizen niet echt bijdroegen aan een behaaglijke uitstraling. Maar de bediening was warm en het gezelschap aangenaam. Al helemaal toen onze vriend vertelde dat hij net uit Nederland was ingevlogen en bij het openen van de deur van zijn tweede woning tot aan z’n enkels in het nat stond. Terwijl het water gestaag door het plafond naar beneden regende had hij uitzicht op een totaal vernield interieur: kapot gevroren waterleiding. Dat laatste schiep een band. Al snapte de echtgenoot niet hoe iemand daar zo ijzingwekkend kalm onder kon blijven en gewoon op een best uitstelbare eetafspraak kwam opdagen.
“Ach”, zei de vriend ‘cool’: “we hebben al zoveel meegemaakt, dit lossen we ook wel weer op. Kom, we gaan een hapje eten.”
Het werd een pizzeria, alweer een dorp verderop, waar het gelukkig wel warm was. En knus, en gezellig, dus werd het vanzelf een latertje. Maar toen moest de vriend toch echt weg. Hij sliep in een hotel: “thuis is ook de beddenboel zeik, maar dat ga ik morgenochtend meteen aanpakken”. Dus stond hij vandaag al om zeven uur ’s ochtends te waterstofzuigen. En ik stond vandaag een uurtje later op, met stramme botten en een snotneus. Het zou toch niet? Ja, er heerst al tijden een griepepidemie en ja, al die kou hakte er ook in.
Maar zo’n opkomend griepje valt best te bestrijden. Met een lekker pittig lunchhapje bijvoorbeeld. Een hete tortilla leek me wel wat. Hij viel een beetje erg heet uit, iets te scheutig met de chilisaus geweest. Er moest de rest van de middag bluswater bij. En ik snotter nog steeds. De echtgenoot beweert nergens last van te hebben. Maar kijk toch maar een beetje uit met die pittige saus: liever een drupje dan en scheut.

Ingrediënten:
6 eieren
200 gram gekookte garnaaltjes (petits gris)
50 gram kappertjes
1 eetlepel herbes de Provence
1 ui
2 tenen knoflook
sap van een ½ citroen
2 eetlepels olijfolie
drupje tabasco of chilisaus
zout

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Pers de halve citroen uit.
Laat de kappertjes uitlekken.
Verwarm de oven voor op 240 graden.
Doe de garnaaltjes, de kappertjes, en de herbes de Provence in een kom, giet het citroensap erbij, plus een drupje tabasco of chilisaus. Meng alles door elkaar en laat een half uurtje marineren.
Verhit intussen de olijfolie in een koekenpan en fruit de ui erin aan. Knijp de knoflook er boven uit en laat alles op laag vuur een paar minuutjes sudderen.
Klop de eieren met wat zout los in een andere kom en doe de garnalen – met marinade en al – erbij. Giet het mengsel bij de uien in de pan en roer alles goed door elkaar; proef op smaak en voeg eventueel nog wat tabasco/chili en/of zout toe. Als het ei begint te stollen, de massa overdoen in een ingevette bakvorm. Zet die in het midden van de voorverwarmde oven en laat de tortilla gaar en goudbruin worden; duurt een minuutje of twintig. Steek er een prikker in om te zien of ook de binnenkant gaar is (de prikker moet er droog uitkomen, zonder aankleefsels), anders nog even laten garen.
Laat de vorm wat afkoelen, keer ‘m om op een snijplank en verdeel de tortilla in punten.
Geef er een salade, stokbrood en een glaasje rood bij.

schermafbeelding-2017-01-13-om-15-12-17

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Vous êtes en France, madame!” roept de echtgenoot met enige regelmaat theatraal uit als ik vergeet het stokbrood bij de maaltijd te serveren. Ik kan ‘m dan wel meppen, maar ik moet toegeven dat het een fraaie acteerprestatie is. En bovendien heb ik het over mezelf afgeroepen. In de beginperiode hier was ik meer dan verheugd dat er in restaurants van begin tot eind van de maaltijd een mandje brood op tafel stond. “Kom daar maar eens om in Nederland!” riep ik dan, want daar mocht je in die tijd blij zijn als je een mandje brood kréég. En je moest het met hand en tand verdedigen als je het langer dan bij het hapje vooraf op tafel wenste te houden. Bovendien was één moment van onoplettendheid genoeg voor een snelle tafelbediende om het van tafel te grissen en er alsnog mee aan de haal te gaan. En dan liet ik het altijd terugbrengen, wat de echtgenoot dan weer gênant vond. Dat was het ook natuurlijk, maar ik wilde nou eenmaal brood bij m’n eten, op z’n Frans.
Het was dan ook voor ons beiden een opluchting toen we – eenmaal in de Provence gevestigd – dat probleem achter ons hadden liggen. Brood in overvloed, en altijd netjes op tijd aangevuld ook nog. Tja, dan moet je die nobele eetgewoonte in de huiselijke kring natuurlijk niet gaan versloffen. Maar om er nou zo’n drama van te maken…
Laat hem dan zelf zijn stokbroodjes afsnijden, hoor ik je denken. Nou, liever niet; dat resulteert in een paar gehavende plakjes voor op tafel en het uitdelen van de geplette rest aan de honden. Die groeien dus dicht, als ik niet oplet.
Ik dacht er wat op gevonden te hebben door het stokbrood dwars over het gasfornuis te leggen, zo kwam ik het vanzelf wel tegen. De honden ook: even op de achterpoten en hup, het was weg.
Ik wacht dus maar gewoon weer op de noodkreet van de dramaturg van de familie. En roer intussen onbekommerd in de pannen. Want heej, als er niks lekkers op tafel komt, zoals dit kalkoen- of kipstoofje, dan zit je wel gewoon droog brood te kanen hè.

Ingrediënten:
4 kalkoenfilets (of kip)
1 grote ui
1 grote rode paprika
3 tenen knoflook
3 eetlepels dubbelgeconcentreerde tomatenpuree
3 afgestreken eetlepels paprikapoeder
1 eetlepel herbes de Provence
1 handje groene olijven zonder pit
10 cl vloeibare room
½ glas witte wijn
olijfolie
peper en zout

Bereiding:
Snij de kalkoen- of kipfilets in dobbelstenen.
Haal kop en kont van de paprika, snij ‘m doormidden, haal de zaadlijsten eruit en snij het vruchtvlees in reepjes.
Pel de knoflooktenen, pel de ui en hak hem grof.
Verhit een scheut olijfolie in een hapjespan en fruit de ui erin aan, doe de paprika erbij en laat een paar minuten meebakken.
Doe de kalkoenblokjes erbij, knijp de knoflooktenen er boven uit, roer door elkaar en laat alles een minuut of drie gaar bakken.
Voeg het paprikapoeder, de herbes de Provence en de tomatenpuree toe, plus het halve glaasje witte wijn, en breng op smaak met peper en zout. Roer alles door elkaar en laat op laag vuur een minuut of 20 stoven met een deksel op de pan.
Voeg op het laatst de olijven en de room toe, roer nog even door elkaar en serveer met rijst, pasta of gekookte aardappels.
Glaasje wit, rosé of rood erbij, allemaal goed.
Maar vergeet in hemelsnaam het stokbrood niet…

schermafbeelding-2016-12-30-om-12-51-51

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

De laatste dag van het jaar, druk druk. Alles staat in het teken van de avond, en wie denkt er nou helemaal aan de lunch? O ja, die hadden we ook nog. En als je straks nog even móet, dan kan een hapje zo halverwege de dag je nou net de basis geven om nog een tijdje door te kunnen. Worstelend met oliebollenbeslag, aanmodderend met appelbeignets. Of druk in de weer met een klassieke zalmsalade, je geestelijk voorbereidend op het openslopen van oesters…
Rustpuntje dus. Met een snelle hap waarmee je halverwege de dag weer even op krachten kunt komen. Niks ingewikkelds, maar wel een snelle ‘powerboost’.
Dus gewoon genieten van een relaxte lunch en rustig doorademen. Komt die hele jaarwisseling helemaal vanzelf goed.

Ingrediënten:
1 bakje (kastanje)champignons
1 bosje peterselie
1 teen knoflook
4 eieren
witte wijn
olijfolie
truffelolie
zout en zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Spoel de champignons af, snij het onderste stukje van de voetjes en hak ze grof.
Hak de peterselie fijn, gooi de dikste stelen weg.
Pel de knoflookteen.
Verhit een scheutje olijfolie in een ruime koekenpan.
Doe er de peterselie bij en laat even aansmoren.
Voeg de champignons toe, roer om en giet er een ferme scheut witte wijn bij. Laat ze stoven tot ze beginnen te verkleuren.
Knijp de knoflook uit de knijper er over uit, voeg zout en peper naar smaak toe en roer alles nog eens door elkaar, laat nog een minuutje doorstoven.
Breek de eieren, elk in een ‘hoekje’ van de pan, en laat alles op laag vuur sudderen tot de eieren beginnen te stollen.
Druppel er in de warme pan wat truffelolie overheen.
Verdeel alles over de borden en probeer de eieren heel te houden; iedereen mag op z’n eigen bord de boel verder door elkaar husselen.
Geef er sneden geroosterd boerenrood bij. En een glaasje stevig rood.
Bon app! Bonne année!