Home

Achtervolgd

ma 29 augustus 2016

DSCN4585We wandelden met de honden bij de rivier onderaan het huis, dagelijkse routine; als het zo warm is halen ze graag natte poten al is echt zwemmen niet aan ze besteed – ’t is een beetje truttenvolk – en werden opgeschrikt door een drietal heli’s dat nogal nadrukkelijk boven onze hoofden rondjes bleef vliegen. Zo laag, dat zelfs het registratienummer op hun buik duidelijk leesbaar was. Maar zo te zien geen brandweerheli’s, die zien er hier anders uit: knalrood, deze waren blauw met wit. We keken het een tijdje aan en haalden onze schouders op: wat een onzin, zeker een of andere militaire oefening. Toen ging de sirene erop. Nooit eerder meegemaakt, een helikopter met sirene. We begonnen het eng te vinden. Ontsnapte misdadiger(s) misschien? Bij de grote stad kilometers verderop is een gevangenis…
“We gaan naar huis”, zei de echtgenoot, “even op internet kijken wat er aan de hand is.” De helikopters achtervolgden ons tot letterlijk aan de voordeur. En bleven rondjes rondom het huis cirkelen, af en toe ging de sirene er weer op. Ik gebaarde omhoog: “Wat móet je dan?” En kreeg een nieuwe sirenekreet als antwoord. “Arrestatieteam!” grapte de echtgenoot, hij werkt wel eens voor een misdaadsite.
Het internet had niks te bieden.
Ik belde de gemeente. Maar ja, lunchpauze en dus zelfs geen ‘boîte vocale’ aan. Gendarmerie, zelfde verhaal. En intussen zag ik vanuit m’n ooghoek door het kantoorraam, net boven de eerste bergkam, een raar wolkje de strakblauwe lucht bezoedelen. Het zou toch niet? Niet wéér! Ik had al eerder in een bosbrand gezeten toen we een paar jaar in Portugal woonden, de echtgenoot was net even naar Nederland. Ik heb dat al eens opgeschreven in m’n boek. Ik was de dode van Gralha geweest, zoals de berg waarop we toen woonden heette. Beneden in het gehucht hadden ze me vlak voor de brand naar boven zien gaan om de kat te zoeken. Maar nooit meer terug zien komen: ik was dood. Scheelde niet veel, maar de kat en ik hebben die dodenrit over het smalle bergpad met een razende vuurzee achter ons aan overleefd. De oude Nissan Patrol niet. Sindsdien ben ik een beetje overgevoelig voor verdachte wolkjes in de lucht.
Ik belde 18, de pompiers, en informeerde zo luchtig mogelijk door het lawaai van de nog steeds rondcirkelende heli’s heen of er wellicht wat aan de hand was.
“Ja klopt”, zei de brandbestrijder monter, “er is een bosbrand vlak achter u. Maar we zijn ter plekke en er zijn bluswagens onderweg. U hoeft nog niet meteen te evacueren. En we hebben uw nummer nu. Als het echt penibel wordt, bellen we meteen.”
“Waarom hangen die heli’s dan boven m’n hoofd te loeien?”
“Voorzorg mevrouw, dan weet u dat er een brand uw kant uitkomt. Nou ja, kàn komen.”
Fijn. Ik belde de buurman van een eind verderop, die ik een half uurtje eerder nog in het dorp had gezien, nietsvermoedend een hapje etend met z’n zoontje. Hij moest toch minstens weten dat het heel dichtbij fikte.
“Shit, bij ons? We zagen net vijf grote brandweertrucks langsscheuren!” Tien minuten later gierde hij zijn erf op. De helikopters cirkelden nu iets verderop, er hing een raar slurfje uit de buiken. Ach natuurlijk, blus-helikopters! Met die rare slurf konden ze water uit de rivier opslurpen en hun tanks vullen. Ik zag de eerste ladingen op de kurkdroge dennenbomen regenen. Aan de overkant van de rivier hoorden we de brandweermannen via megafoons naar elkaar schreeuwen terwijl de rookwolken oppluimden.
Gaan? Niet gaan? De echtgenoot pakte alvast wat in. Eerst de honden op de achterbank. En dan de computers in de bagageruimte. Ik zette de stroom af en dacht nog even aan een greep in de kledingkast. Waar zouden we terechtkomen en hoe lang dan? Ik herinnerde me de afspraak met de echtgenoot na die bosbrand in Portugal: alléén de dieren en het werk, verder niks.
En toen hield het op. “Maitrisée”, hoorden we de pompiers roepen. En een voor een vertrokken de grote rode wagens. In de krant lazen we de volgende dag dat er 2000 vierkante meter was afgefikt, plus twee ‘cabanons’ (schuurtjes). Niks aan de hand, vond de krant. Ik weet wel beter.
Ook dit jaar gaat er met de kerst weer een ruime donatie naar de pompiers.

Clipboard01
Al jaren word ik bij het zware huishoudelijke werk (ja ja, niet lachen, daar zit echt zwaar werk tussen) geholpen door een schat van een Tunesische vriendin. Ze is ongeveer net zo klein als ik, maar voor geen kleintje vervaard. Waar mijn reumabotjes het laten afweten, buffelt zij gewoon verder: een krachtpatsertje.
Een mooi mens om te zien ook, trots van houding, met een volle bos ravenzwart haar, van goede komaf, dat wil ze graag weten. Wílde ze weten, moet ik zeggen. Want sinds twee jaar draagt ze een hoofddoek. Dat moet iedereen natuurlijk voor zichzelf weten, maar wat mij opvalt is dat ze er karakterologisch door veranderd is. Ze is moslima, maar ze was niet zo erg praktiserend. Tot twee jaar geleden. Toen is ze ineens een klein vrouwtje geworden, dat luistert naar het ritme van de Ramadan en naar wat wel en niet mag van Allah, vertaald door haar echtgenoot, die ik als een nurks en onaangenaam mens heb leren kennen, die iets te gretig van de Franse sociale voorzieningen gebruik maakt.
Yasmin is daar heel boos over. Maar niet bij machte er iets tegen te doen. Ik heb haar gevraagd waarom die hoofddoek ineens zo nodig moest. Ik kom er niet door en krijg een vaag verhaal waarbij ze de nadruk legt op ‘haar eigen keuze’ en daar geloof ik dus geen barst van. Die mooie trotse vrouw is verschrompeld tot een slaafs sloofje, dat eerst in haar eigen ‘pot de yaourt’ (zo’n pruttelpotje voor types zonder rijbewijs, ze had teveel examenvrees om dat te halen) voor kwam rijden, en nu door die man gehaald en gebracht wordt.
Drie weken geleden was ze opeens helemaal verdwenen; naar verluidt zit ze in Tunesië. Ze had nog wel geregeld dat haar dochter voortaan de honneurs waar zou nemen. Ook aan de ‘foulard’ “uit vrije wil”. Ze heeft twinkelende ogen, een grote bek en een kraampje op de markt van Fréjus met ‘marocainerie’: leren tassen, riemen, slippers, dat werk. En ze ‘doet mij erbij’ vanwege haar moeder. De tegenstelling kan niet groter zijn.
Ook haar vroeg ik naar het waarom van die hoofddoek.
“Nou kijk tuurlijk speelt het geloof een rol, je wordt meer gerespecteerd door moslims. Maarreh, het komt me ook wel goed uit. Als ik op de markt sta geeft het een vrijer gevoel; je wordt als vrouw meer met rust gelaten, geen avances en zo. Enne…, ze grinnikt, “ik heb nogal snel vet haar. Dat zie je niet, met zo’n foulard.”
Duidelijk.
Mijn man was die eerste paar keer zeer te spreken over mijn nieuwe hulp. Hij is tegen volk over de vloer en stelde opgetogen vast dat deze jonge werkster een uur sneller was dan haar moeder.
‘Hoe zit dat?’, vroeg hij haar.
“Oh”, was het antwoord, “ik werk wel vaker bij bejaarden.”
Bon, ik ben al een aantal jaren ‘ruim achtttien’, maar als ik af ga op het gezicht van mijn man, denk ik dat ze haar langste tijd gehad heeft.

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Nee, we eten geen eenden- of ganzenlever met de kerst, nooit eigenlijk. En nee, ik ben geen steile veganist, maar er zijn grenzen aan wat ik aan dierenleed op tafel wil zetten. Ik weet het, de traditie is bijkans onwrikbaar in Frankrijk: op kerstavond eet je foie gras, en bij het kerstdiner liefst nog een keertje. Zo hoort dat. En aan dierenleed denken? Liever niet, dat verstoort het feestje. Recent onderzoek in opdracht van de dierenwelzijnsorganisatie L214 wijst uit dat slechts 29% van de Fransen tegen foie gras is, en dat slechts 44% tegen ‘gavage’ is: het onder pneumatische druk via een slang volproppen van eenden en ganzen met vette maïs om ze de abnormaal vergrote lever te bezorgen die zo lekker weg hapt aan de kerstdis. Lees hier even waar het om gaat, en kijk hier even hoe dat gaat.
Nog steeds trek? Ik niet.
Bovendien is al dat dierenleed overbodig. Er zijn ook (onderdelen van) vrolijk buiten waggelende eenden en ganzen verkrijgbaar, die pas na een leuk leven het loodje hebben gelegd. En voor wie ook dat te ver gaat: er is een vegetarisch alternatief dat helemaal niet verkeerd smaakt en gretig aftrek vindt, volgens de dierenwelzijnsorganisatie Gaia, die het spulletje op de markt brengt. Van Gaia is ook het initiatief om van 24 december -kerstavond- een foie gras-vrije dag te maken. In Frankrijk maakt Brigitte Bardot zich er sterk voor. Ik vind dat wel een mooi initiatief. En ik doe in elk geval mee, ook de rest van het jaar. Ja ja, natuurlijk ook heel 2014, 2015, 2016 enzovoort…..
Maar wat eten we dan wel? Dit:

Perenbakjes

Ingrediënten:
4 vol au vent (pasteibakjes) kant-en-klaar
2 stevige stoofperen
400 gram blauwe kaas (Roquefort, bleu d’Auvergne, St. Aigur)
¼ liter rode wijn
bindmiddel (Maïzena, Sauceline, o.i.d.)
suiker, kaneel, takje/snufje rozemarijn

Bereiding:
Schil de peren en snij ze in vieren, haal de klokhuizen eruit. Doe de peren in een pan -ze moeten comfortabel de bodem bedekken- en voeg rode wijn bij tot ze bijna onder staan. Doe er ruimhartig kaneel en suiker bij en breng alles aan de kook. Proef of het zoet genoeg is, voeg eventueel meer suiker bij. Laat de vruchten minstens anderhalf uur op zeer laag vuur tot bijna pulp koken; er mogen stukjes in drijven, maar alles moet boterzacht zijn. Laat het laatste kwartiertje een takje rozemarijn (of gedroogd, maar dan een beetje!) mee sudderen. Vis het takje rozemarijn eruit. Voeg bindmiddel toe tot het vocht lobbig is, maar maak er geen ‘blok beton’ van! Laat afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Snij de kapjes uit de pasteibakjes en verwijder het binnenste bladerdeeg. Vul de ruimte op met eerst een laag perenpulp, dan een laag verbrokkelde blauwe kaas en dek af met een laagje perenpulp. Leg het pasteikapje er weer bovenop en laat de bakjes een kwartiertje in de oven opwarmen.

Stoofpotje van kabeljauw en zoete aardappel

Ingrediënten:
400 gram koolvisfilet (of kabeljauwrug)
2 grote zoete aardappelen
4 tomaten
4 teentjes knoflook
1 bosje basilicum
4 eetlepels crème fraîche
olijfolie
zout, zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Schil de zoete aardappels en snij ze doormidden. Kook ze in ongeveer acht minuten gaar in ruim kokend water. Giet af, laat afkoelen tot ze hanteerbaar zijn en snij ze in dikke plakken.
Snij de tomaten in vieren, haal het harde kroontje eruit. Pel de knoflook en snij in stukken. Snij het bosje basilicum grof (snij al te dikke stelen weg). Doe alles in de keukenmachine, samen met wat zout, een paar draaien uit de pepermolen en een flinke scheut olijfolie (zeg, 3 eetlepels) en mix er puree van. Proef op smaak, voeg eventueel extra zout en peper toe; het moet pittig zijn.
Verwarm de oven voor op 225 graden.
Vet een vuurvaste schotel in met olijfolie. Verdeel de zoete aardappelschijfjes over de bodem, leg er de visfilets bovenop. Verdeel er de tomaten/basilicumsaus over, en daarna de crème fraîche.
Laat zo’n 20 minuten in het midden van de voorverwarmde oven stoven. Het gerecht is klaar als je met een vork mooi door de vis heen kunt prikken.

Tiramisu

Ingrediënten:
250 gram mascarpone
80 gram bruine basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
3 grote eieren
1 pak speculoos (of lange vingers)
2-3 kopjes loeisterke espresso
2 eetlepels amaretto (of rum)
30 gram bittere cacao (zonder suiker)
1 takje verse mint

Bereiding:
Scheidt de eieren en klop de dooiers los met de suiker en de vanillesuiker, doe de mascarpone erbij en roer alles tot een smeuïge massa.
Klop de eiwitten stijf (ècht stijf, het moet in punten blijven staan als je de mixer eruit trekt) en voeg het eiwit schepje voor schepje bij de mascarponemassa, steeds goed maar voorzichtig omscheppend tot alles mooi gelijkmatig verdeeld is.
Doe de amaretto (of de rum) bij de espresso in een diep bord. Ze een diepe schaal of bakvorm klaar.
Sop de speculoosjes (de Belgische variant van speculaas, zoeter en lichter van kleur) of lange vingers in het amaretto/espressomengsel; goed weken maar niet te lang, anders vallen ze uit elkaar. Leg een laag koekjes op de bodem van de schaal of bakvorm, en smeer er een dikke laag mascarponemassa bovenop, daarna weer een laag koekjes en weer een laag mascarponemassa, tot alles op is, maar wel met de mascarponemassa als bovenste laag. Strooi er een laagje cacao over, bedek de schaal/bakvorm met plastic folie en laat minstens een uur of twee in de koelkast opstijven. Verdeel in porties en garneer met een blaadje mint.
Fijne kerst!

EcoWatt? Nou, dat….

ma 2 december 2013

burning_candle_01
Vannacht was het weer zover: stroomstoring. Hoe ik dat weet? Omdat dan de noodaccu van de computers op ons thuiskantoor aan de ene kant van het huis begint te gillen, en als reactie daarop de honden -lekker ingedut in de woonkamer aan de andere kant van het huis- een Homerisch gehuil aanheffen. Het is hier nogal gehorig.
Meestal zijn de stroomstoringen van beperkte duur, maar we zitten ook weleens dagen zonder. En dat is lastig, als je voor je werk afhankelijk bent van pc en internet. Gelukkig hebben we een houtgestookte openhaard, een butagasfornuis en een zaklamp of twee. Dus we overleven het wel.
Eerder woonde ik in een afgelegen (huur)huis op het platteland dat geheel op stroom was aangewezen. Tijdens dreigende stroomstoringen werden we preventief afgesloten ten gunste van de vanzelfsprekend véél belangrijkere rich&famous aan de kust.
Maar het valt niet te ontkennen dat de stroomvoorziening hier in de regio PACA (Provence, Alpes, Côte d’Azur) niet overhoudt. Slechts 40% wordt in de eigen regio opgewekt, de rest wordt geïmporteerd. Bovendien is het elektriciteitsnet ver onder de capaciteit met als gevolg nogal regelmatige stroomuitval, met name in de winter. Het net moet worden opgewaardeerd met een hele hoge hoogspanningsleiding dwars door de Provence -le ‘ligne Boutre-Carros’, men gokt op 2015- maar het debat daarover verhit al jaren de pro’s en contra’s. Uit eco-overwegingen zou het nieuwe netwerk ondergronds moeten, uit veiligheidsbezwaren juist bovengronds. Het grootste deel van de getransporteerde stroom zou trouwens weer via export naar Italië verdwijnen.
Intussen stumperen we verder. En kunnen we ons (gratis) abonneren op EcoWatt. Dan krijg je een melding als het net weer eens dreigt te bezwijken. Want vrijwel alles is hier elektriek in de ongeïsoleerde huizen, dus dat vréét stroom. Dus als iedere burger bij zo’n ‘eco-alerte’ dan meteen de verwarming een graadje lager draait, de oven uitzet, geen warm water gebruikt en de stekker van de tv en pc eruit trekt, kan een volgende stroomstoring misschien op het nippertje worden voorkomen. En als het toch mis gaat heeft EcoWatt nog een paar aardige suggesties voor de particuliere stroomontbeerder.
Zoals:
“Dineer bij kaarslicht. Lekker romantisch!”
En dan zie ik het al vele jaren uitgebluste echtpaartje voor me dat alleen de tv nog had als escape.
“Kruip onder een deken op de bank.”
Ja? En dan?
“Eet iets dat niet gekookt hoeft te worden.”
Tuurlijk, een boterham kan altijd. Maar als je het als koud hèbt, wil je misschien iets warms.
“Vergeet de tv en de computer als er een stroomstoring is. Ga gezellig met het hele gezin een spelletje spelen.”
Hele gezin? Dat woont in Nederland. Bovendien, ik ben niet van de spelletjes. En ik heb een echtgenoot die al wit wegtrekt bij de aanblik van een ganzenbord of een spel kaarten.
Kortom, mooi bedacht allemaal, maar een tikkie geitenwollensokken-naïef, zullen we maar zeggen.
Het zijn bovendien vooral de grote hotels, gemeenten en bedrijven die de meeste stroom opslorpen. Een aantal daarvan doet hun best en doet een beetje mee, maar er is er maar één die tot op heden echt het goede voorbeeld geeft: koffiefabriek Malongo in Carros. Die vermindert de productie met de helft als er een stroomstoring dreigt. Scheelt een slok op een borrel en ze maken nog goeie koffie ook.
Meer informatie over EcoWatt: http://www.ecowatt-paca.fr

Archaïsch genoegen genekt

ma 16 september 2013

Logo-NRC-HandelsbladEn dus kreeg ik vandaag een met vertraging bezorgde brief van Xavier van Leeuwe, Hoofd Lezersmarkt van NRC Media BV via onze grimmige facteuse bezorgd.
Ik citeer: “Helaas moeten wij u mededelen dat NRC Media op 1 december 2013 stopt met de distributie van NRC Handelsblad op uw adres. Het aantal kranten in het land van bezorging is te laag om deze service nog langer aan te kunnen bieden.” Rare zin (het gaat niet om het aantal kranten, maar om het aantal abonnees) en een nog veel raarder besluit. Ik voel me niet alleen geschoffeerd, maar ook gediscrimineerd.
Kijk, ik ben al iets van veertig jaar geabonneerd op NRC/Handelsblad. Toen ik naar Frankrijk emigreerde, hield ik die krant aan. Met twee of drie dagen vertraging (afhankelijk van de luimen van de meestal chagrijnige facteuse) zit hij keurig bij de post. Dat ik dan ´oud´ nieuws onder ogen krijg, geeft niks; het gaat me juist om de toegevoegde waarde, de duiding van het nieuws, de achtergrondverhalen, de colums, de opiniestukken. Voor het snelle nieuws hebben we de hele dag internet, inclusief ´s ochtends de elektronische Telegraaf voor de ‘raw cut’.
Een van mijn heimelijke genoegens -ik geef het eerlijk toe- is dat ik graag kranten lees onder het eten. Dat is vast niet ‘comme il faut’, maar ik vind het een prettige manier van kennisconsumptie. Heerlijk met zo’n knisperende krant naast je bordje aan een ruime tafel en dan om de zoveel tijd katerns uitwisselen met je echtgenoot. Dat maakt een maaltijd tot een lekker lang gerekt eetleesfeestje. En het staat in geen enkele verhouding tot het bord op schoot voor de tv. Ook niks mis mee, maar dat reserveer ik voor voetbal op zondag.
Na een paar Franse kranten bewaar ik bij wijze van toetje NRC/Handelsblad altijd voor het laatst. Een prettige krant die méér te bieden heeft dan ´hard nieuws´ en die me -denk ik- een redelijke indruk biedt van wat er zoal in het oude vaderland (en elders) speelt. En hoe er daar gedacht wordt.
Het zogeheten buitenland-abonnement op de NRC, dat me nu wordt afgejat, kost een bom duiten. Ik heb het er altijd graag voor over gehad. Ook toen ik een tijdje op een afgelegen berg in Portugal woonde waar de post maar één keer per week werd bezorgd. Kreeg ik drie of vier van die kranten tegelijk, heerlijk! Snoeplezen!
En nu dus die brief. Van Xavier van Leeuwe, die mij luid en duidelijk te verstaan geeft dat ik niet ´rendabel´ meer ben en dat mijn buitenlandabonnement wordt opgeheven. “Weet ik al jaren, dat je niet rendabel bent”, grapte mijn man nadat hij de brief gelezen had. Hij dook meteen achter de Nice Matin toen ik vernietigend terugkeek.
Meneer Van Leeuwe had ‘ter kennismaking’ een exemplaar van de weekeditie van zijn krant bij zijn brief gedaan. Daarop zou ik me eventueel mógen abonneren. Een knusse weekkrant van ruim een week eerder, waar alles uitgefilterd was dat ik graag had willen lezen, en al gelezen had in de dagkrant van mijn dus straks opgeheven abonnement.
Ik mócht me overigens ook nog abonneren op de digitale versie. Maar ik zie het niet zo zitten, met een bordje naast je pc achter je bureau.
Geen e-reader? Nee! Ik vind het tamelijk onzinnig om voor elke e-krant of voor elk e-book een ander modelletje aan te moeten schaffen omdat de hele handel niet compatible is.
Bovendien: voor je ´t weet, gooi je je glas over zo’n tablet heen en dan kun je zo’n ding echt niet even te drogen hangen om de krant daarna uit te lezen.
Ik zal wel antiek zijn, maar een krant en een boek behoren van papier te zijn en naar inkt te ruiken. En je moet ze gewoon naast je bordje kunnen uitspreiden. Het knisperen als je een krantenpagina omslaat, is onlosmakelijk verbonden met mijn heimelijk genoegen: snoeplezen tijdens het eten.
Ik heb de uitgever inmiddels gevraagd hoe ´rendabel´ het is om trouwe abonnees weg te jagen. Het antwoord van service@nrc.nl moet nog komen.

club sandwichVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vooruit, nog eentje dan. Een picknickhap die beslist tot de klassiekers gerekend mag worden: de club sandwich. Jawel, de Amerikanen bedachten ‘m, de Engelsen namen hem over, maar de Fransen gingen ermee aan de haal en serveren er in plaats van chips het liefst frietjes bij. Een beetje (strand)restaurant heeft hem op de kaart staan, en zelfs het prestigieuze Louis XV van sterrenchef Alain Ducasse in Monaco serveert een CS. Dus waarom zouden wij achterblijven? Maar de patat laten we weg, die is straks koud en slap niet te eten.

Ingrediënten:
12 sneetjes pain de mie, zonder korst
12 dunne plakjes bacon
2 flinke kalkoenfilets
2 pomodori tomaten
8 blaadjes sla
2 hardgekookte eieren
4 plakjes emmental
4 volle eetlepels mayonaise
1 klein teentje knoflook
8 sprietjes bieslook
olijfolie, klontje boter
8 satéprikkers

Bereiding:
Kook de eieren hard en laat ze afkoelen, pel ze en snij ze in plakjes.
Verhit een scheutje olie en een klontje boter in een koekenpan en bak de bacon tot die knapperig is. Vis de plakjes uit de pan en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Schroei de kalkoenfilets snel dicht in dezelfde hete pan, voeg eventueel nog een scheutje olijfolie toe om aanbakken te voorkomen. Laat ze in een paar minuten en onder af en toe omkeren gaar worden. Haal ze uit de pan en laat ze uitlekken/afkoelen op keukenpapier. Snij ze daarna in dunne reepjes.
Snij de pomodori in dunne plakjes, gooi kop en kontje weg.
Snipper de bieslook fijn.
Doe de mayonaise in een kommetje (het mag mayo uit een potje zijn; zelfgemaakt -met rauwe eierdooier- is een beetje tricky op een warm dagje uit, zelfs in de koelbox), pel het knoflookteentje en knijp het er boven uit. Doe de fijngehakte bieslook erbij en roer alles even door elkaar.
Was de slablaadjes en slinger ze droog in de slacentrifuge.
Rooster of grill de sneetjes brood, laat ze afkoelen.
Leg vier sneetjes brood op een plank (of gewoon op het aanrecht) en besmeer ze met een dun laagje mayonaise. Leg er vier slablaadjes bovenop, daarop de helft van de in reepjes gesneden kalkoen, daarop een paar plakjes pomodori.
Besmeer weer vier sneetjes brood met mayonaise en leg die met de besmeerde kant naar onderen op de pomodori.
Besmeer nu de bovenkant van het brood met mayonaise. Leg er de plankjes ei op, daarna de overgebleven plakjes tomaat, de plakjes emmental en de rest van de sla.
Besmeer nu ook de laatste sneetjes brood en leg die met de besmeerde kant naar onderen op de hele stapel.
Snij elk van de vier stapeltjes met een vlijmscherp mes diagonaal doormidden, zodat er acht driehoekjes ontstaan.
Tip: steek voor het snijden twee satéprikkers in de tegenover elkaar liggende hoeken van elk stapeltje, zodat de boel tijdens het snijden bij elkaar blijft. Laat ze zitten, dat eet makkelijker.

Een dagje Saint-Tropez

di 13 augustus 2013

st tropZomergasten.
Ze komen, ze gaan, en in de tussentijd willen ze alles dat jij niét wilt. Naar Saint-Tropez bijvoorbeeld.
“Hier zijn de autosleuteltjes, veel plezier”, werkt niet.
Jij moet méé: “Ja zeg, jij weet de weg, en die Fransen rijden als gekken.”
Dat ze dat niet eens kùnnen, omdat het hele wegennet vanaf je verstilde dorpje in de bergen tot aan de zeereep volledig verstopt staat met urenvretende files vinden de zomergasten geen argument. “Joh, in Holland sta je de hele dag in de file naar de kust.”
Goed, Saint-Tropez dus. Ik dacht een gaatje te zien door via een min-of-meer onontdekte binnenweg naar de onlangs (nou ja, men is er een jaartje of twee mee bezig geweest) verbrede en verbeterde D25 naar Sainte-Maxime te rijden. En vandaar de veerpont naar Saint-Tropez te nemen. Helemaal niet verkeerd: de files begonnen pas tegen het einde van de rit. En voor het parkeerterrein bij de ferry hoefden we maar een krappe twintig minuten te wachten voor de slagbomen opengingen en we een plekje konden bemachtigen. Zelfs de rij voor de pont viel mee: niet meer dan een verzengend kwartiertje zweten tussen de staalkabeltjes die ons -‘toeristengeteisem’- in bedwang hielden tot we aan boord mochten. Maar van een tarief van € 13,- p.p. voor amper tien minuten varen raak je evengoed een beetje verhit.
Koel drankje op een Saint-Tropisch terrasje dan maar. Ik koos voor een glaasje rosé. Dat bleek € 6,- te kosten. De Ricard van de echtgenoot deed slechts een schamele € 4,25. De jus d’orange van de zomergasten daarentegen € 7,50. “Freshly pressed” stond er onder de houdbaarheidsdatum (02/07/2017) op het fabrieksflesje. Pardon?
Maar het vermaak dat ons ten deel viel was onbetaalbaar.
Mensen kijken op een kade-terrasje in Saint-Tropez, ik kan het iedereen aanraden. Om te beginnen zit je tegenover een dikke muur van onwaarschijnlijk lelijke superjachten die allemaal met de kont naar je terrasje liggen geparkeerd. Met vrij uitzicht op de ‘rich & famous’ die zich op het achterdek hebben geposteerd om vooral gezien te worden: verveelde pubers met een watersport ‘suntan’ en surfplank-haar, vanwege een pa met teveel geld. Blasé bikinimeisjes die dodelijk vermoeid van het zonnedek naar de jacuzzi sjokken, en weer terug. Tot ze door een lid van de ‘crew’ geattendeerd worden op hun functie: de baas van het spul entertainen. Dan verdwijnen ze benedendeks.
Op de kade sjokken intussen de dagjesmensen voorbij, vette camera met telelens op de buik of op zo’n jacht gericht, drenzende koters met druipende ijsjes in het kielzog, koppijn en ruzie zichtbaar in aantocht. Luidruchtige Hollanders met kaalgeschoren zijhoofden en de tolerantiegrens tartende tatoeages, in mobieltjes schreeuwende Italiaanse modepopjes…. Er zwieren scootertjes tussendoor, een ‘onthoofd’ antiek Fiatje 500, de vuilnisauto die de overvolle prullenbakken komt legen, de havenmeester in een gedateerde Mehari, die hoogstpersoonlijk de ‘landvasten’ van een peperduur jacht komt controleren en even later schielijk aan boord verdwijnt, de Ferrari die een mevrouw op te hoge plateauzolen en met zichtbare rugpijn uitspuugt; het gaat allemaal min of meer redelijk samen. Tot het portier van een ‘strech-limo’ wordt opengegooid en een overijverige bewakingsbediende-met-oortje het totale kadegewoel plat legt om een hooggehakt hittepetitje de oversteek naar het zonnedek van haar Russische ‘papa-gateau’ (suikeroompje) te laten maken.
Het bejaarde echtpaartje dat ‘handje-pepermuntje’ in nostalgie ondergedoken langs drentelt, bruusk bruskerend. Zij klapt tegen het portier, hij laat haar hand niet los, helpt haar overeind. Vanuit de limo kan er geen excuusje af. Als de uitlaatgassen zijn opgetrokken helpen wij omstanders allemaal mee zoeken naar haar kunstgebit; er staan bandafdrukken op, maar het is nog heel. We bieden haar en hem een glaasje aan, voor de schrik. “Just some water please, to clean my teeth”, zegt ze met een beschaamd glimlachje. “I’d like some of that yellow stuff, no water!” Zij spoelt haar tanden, hij slaat zijn pastis onverdund en in één teug achterover.
Als ze samen wegwandelen houdt zij hèm overeind.
Het heeft de lokale krant niet gehaald.