Home



Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik overdrijf misschien, maar ik geloof dat er in heel Zuid-Frankrijk geen gezin en ook geen restaurant te vinden is waar géén eigen variant van ‘bourride’ met enige regelmaat op tafel komt. Volgens mij zijn er van die soep in de in de Provence net zoveel varianten als zonuren, en dat zijn er nogal wat: tegen de 3000 op jaarbasis. En nu het eindelijk een beetje lijkt te gaan zomeren vind ik een mooi-weer-soep wel op z’n plaats. ’t Is een licht verteerbare soep ook, geen dikke winterbrij waarbij je volautomatisch visioenen krijgt van Friese doorlopers en Noorse kabeltruien. Nee, deze soep is vrolijk zomers en toch voedzaam genoeg om voor een hele maaltijd door te kunnen gaan. Volgens de overlevering stamt de bourride nog uit de tijd van de Feniciërs; antieke Grieken die in 600 voor Christus naar de Provence kwamen en er de havenplaats Massalia stichtten, het huidige Marseille. Die Grieken brachten trouwens ook de eerste wijnstokken mee waardoor Frankrijk het wijnland werd dat het nu is. Er ging dan ook logischerwijs een ferme plas wijn in de bourride, maar het waren eeuwen later de vissers van Marseille die er ook een glaasje pastis in kieperden. Dat doen de Marseillais nog steeds, en dat moet dan ook nog eens per se een glaasje Pastis de Marseille zijn, maar dat vind ik onzin; alle pastis (Ricard, Pernod, 51, of een van al die andere lokale merken) is goed. Probeer het maar eens. Maar geef er wel een mooi glas Provençaalse rosé naast.

Ingrediënten:
1 kilo filets van verse witvis (baars, brasem, zeeduivel, wijting, heilbot, zonnevis, tarbot, kabeljauw enz.)
koppen en graten voor de bouillon, of een kant-en-klare visfond
12 grote garnalen of rivierkreeftjes
1 grote ui
2 preitjes
1 winterwortel, of vier ‘gewone’
8 tenen knoflook
½ l droge witte wijn
½ l water
1 grote schoongeboende sinaasappelschil
3 takjes tijm
half bosje peterselie
2 laurierbladeren
1 borrelglaasje pastis
peper en zout
3 eierdooiers
olijfolie

Bereiding:
Vraag aan de visboer om de vissen te ontschubben en te fileren als dat nog nodig is. Vraag hem meteen om voldoende graten en vissenkoppen om een liter bouillon van te trekken.
Breng wijn en water in een ruime pan aan de kook. Doe de koppen en graten, plus de sinaasappelschil erbij en laat een uurtje op laag vuur trekken. Giet daarna de bouillon door een zeef in een kom en doe ‘m terug in de pan. Gooi graten en koppen weg.
Bij gebruik van een visfond, de wijn met de fond vermengen (eventueel met water erbij; zie de aanwijzingen op de verpakking) en even door laten koken.
Pel en snipper intussen de ui. Haal het donkere groen, plus het kontje en het buitenblad van de preitjes en snij ze in ringetjes. Pel de knoflooktenen. Schil de wortel en snij in plakjes. Hak de peterselie grof op een paar takjes na.
Voeg alle ingrediënten toe aan de bouillon, behalve het glaasje pastis, de vis en schaaldieren, en hou een paar takjes peterselie en 4 tenen knoflook apart. De andere 4 tenen boven de bouillon uitknijpen.
Laat de bouillon nog circa 20 minuten doorpruttelen, voeg dan de vis en de garnalen of rivierkreeftjes toe en laat alles nog een minuut of tien mee pruttelen. Draai het vuur uit, schep de vis en de schaaldieren uit de pan, doe ze over in een vuurvaste schaal en hou ze warm in de oven op de laagste stand. Breng de bouillon op smaak met peper en zout en laat afkoelen tot matig warm.
Scheidt de eieren. Pers de achtergehouden tenen knoflook uit boven een kom en voeg de eierdooiers plus wat peper en zout toe. Klop of mix de dooiers los, en giet er beetje bij beetje kleine scheutjes olijfolie bij, tot er een dikke mayonaise ontstaat. Voeg daarna net zo lang een soeplepel van de warme bouillon toe tot de mayonaise een soepele crème geworden is. Giet deze al roerend, scheutje voor scheutje, terug in de pan met bouillon zodat de soep mooi gebonden wordt. Verwarm de soep weer tegen de kook aan, en draai het vuur uit. Roer er dan pas het glaasje pastis door.
Verdeel de vis over vier borden en giet er een flinke plas soep omheen. Bestrooi met fijngehakte peterselie. Geef er stokbrood bij, en dat mooie glas Provençaalse rosé.

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vandaag is na een lange winterslaap het kleine marktje op het dorp weer min of meer tot leven gekomen. Behalve de winterharde Vietnamees met taaie springrolls en nems, en de minstens zo taaie retro-hippie met artisanale sieraden ‘made in China’ en onduidelijke floddervodden uit India, zijn nu ook ineens de peperdure groentejuwelier en de verse visverkoper er weer komen opdagen. Da’s nog niet de volledige sterkte, de kaasboer, de olijfboer en de verbouwde camper met poulet rôti ontbreken nog, maar het begint zowaar weer op lente te lijken. Al blijft het weer balsturig. Zo zit je op het terras in de zon, zo keldert de temperatuur weer tot winterwaarden.
Toch vind ik het een mijlpaal, weer een beetje markt op het dorp. Net op tijd voor de meivakantie, als de eerste toeristen de boel komen verkennen en je dus zeker weet dat het onder-ons-gevoel van de voorbije winter de komende maanden de kast in kan. Geeft niks, goed voor de middenstand, en op het caféterras wordt altijd wel een plekje voor de vriendenklanten vrijgehouden.
Ik struinde dus tevreden over het mini-marktpleintje, kocht voor veel teveel euri verse aardbeien uit Carros en liet me verleiden tot ‘dagverse’ gamba’s die hoogstwaarschijnlijk tijdens de rit naar het dorp uit hun diepvriesstaat waren ontdooid. Maar ja, je wílt zo graag. En ze smaakten niet verkeerd, mals gesudderd in kruidige kokosmelk. Oké, niet zo heel Provençaals, qua recept. Zal wel aan de oriëntaalse invloeden op de dorpsmarché gelegen hebben. Maar ik ben in elk geval niet met een India’s flodderjurkje thuisgekomen.

Ingrediënten:
16 grote rauwe gamba’s
3 tomaten
1 grote ui
3 tenen knoflook
1 theelepel gemberpoeder
1 theelepel komijn
1 theelepel koriander
1 eetlepel kerrie
20 cl kokosmelk
1 citroen
½ bosje peterselie
scheutje sesamolie (facultatief)
olijfolie
zout, peper

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Haal de harde kern uit de tomaten en snij ze in blokjes.
Hak de peterselie grof.
Pel de gamba’s (laat de koppen zitten voor het aroma), snij het ruggetje open en haal daar de zwarte sliert uit; dat is het darmkanaal en smaakt niet prettig.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime pan en bak de gamba’s er aan beide kanten snel in aan, tot ze net rood kleuren. Vis ze uit de pan en hou ze apart.
Fruit de ui glazig in hetzelfde bakvet, knijp er de knoflooktenen boven uit en laat die even meebakken.
Doe de tomatenblokjes erbij, laat even mee sudderen en voeg dan de gember, komijn, koriander en kerrie toe. Doe er eventueel een scheutje sesamolie bij voor het extra-lekker-effect.
Voeg de kokosmelk toe, plus zout en peper naar smaak, en laat alles nog een paar minuutjes door sudderen.
Verdeel de gamba’s over de borden, schep de saus er overheen en bestrooi met de gehakte peterselie. Snij de citroen in vieren en versier elk bord met een partje, naar eigen initiatief uit te knijpen. Geef er rijst bij, en een glas wit of rosé.

dsc07407-copie

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Beloofd is beloofd, dus na de barre ontberingen van gisteren (klik hier) kreeg de echtgenoot vandaag voor de lunch zijn felbegeerde garnalenkroketjes. Niet buiten op het terras, want dit voorschotje op de zomer moet nog even binnenshuis het allerergste chagrijn zien te verhelpen; het was beslist kloteweer vandaag, koud, nat en somber. Daar houdt de echtgenoot president Hollande overigens soms persoonlijk verantwoordelijk voor, je moet toch iémand de schuld kunnen geven, als het weer deugt niet. Wel weer opmerkelijk dat er dan toch “een engeltje over de tong” ging en ik zowaar “iets goddelijks” op tafel had gezet. Altijd leuk om te horen. Misschien moet ik ze toch eens wat vaker maken.

Ingrediënten:
150 gram gepelde kleine garnaaltjes (petits gris)
50 gram boter
100 gram bloem (plus wat bloem voor de afwerking)
50 cl melk
100 gram geraspte Gruyère of Emmental
1 eierdooier
2 eiwitten
paneermeel
snufje nootmuskaat
¼ visbouillontablet
zout en peper
paar takjes peterselie

Bereiding:
Scheidt de eieren.
Laat de boter op laag vuur smelten in een pan (niet heet laten worden!) en voeg al roerend de bloem toe tot alles is opgenomen.
Giet er beetje bij beetje de melk bij, blijven roeren tot je een glad papje hebt.
Zout, peper en nootmuskaat toevoegen, de ¼ visbouillontablet erbij kruimelen en doorroeren. Gaat de boel klonteren, dan gewoon de mixer erop zetten.
Laat alles een minuutje of twee pruttelen (blijven roeren), doe er dan 1 eierdooier, de geraspte kaas en de garnaaltjes bij. Al roerend laten doorwarmen, dan het vuur uitdraaien en het mengsel laten afkoelen. Zet het daarna een uurtje in de koelkast.
Verdeel het mengsel in 12 gelijke porties en kneed er kroketjes van.
Doe een hoopje bloem in diep bord, de eiwitten in een tweede, en een flinke portie paneermeel in een derde bord.
Rol de kroketjes eerst door de bloem, dan door het eiwit en tot slot door het paneermeel.
Verhit een flinke scheut olie in een braadpan of in de wok (vind ik het handigst) en frituur de kroketjes er rondom goudbruin in.
Vis ze eruit en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Haal intussen snel de takjes peterselie door de hete olie en laat die eveneens uitlekken.
Verdeel de kroketjes over de borden, garneer ze met een takje peterselie en een schijfje citroen, en geef er wat stokbrood en een mooi glaasje rosé bij.

schermafbeelding-2017-01-20-om-16-12-47

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

En ik dacht nog zo dat we mooi weggekomen waren met die bevroren waterleiding. Goed, het stervenskoud gehad, maar geen lichamelijke ‘vervolgschade’ zullen we maar zeggen. Had je gedacht. Gisteren begon het, met een hinderlijk hoestje. Beetje rillerig ook, wat verdachte blosjes op de wangen, maar niks ernstigs. Dus gewoon de eetafspraak van die avond door laten gaan. We troffen elkaar een dorp verder in een ijzig café waar ook de blauwig flikkerende tl-buizen niet echt bijdroegen aan een behaaglijke uitstraling. Maar de bediening was warm en het gezelschap aangenaam. Al helemaal toen onze vriend vertelde dat hij net uit Nederland was ingevlogen en bij het openen van de deur van zijn tweede woning tot aan z’n enkels in het nat stond. Terwijl het water gestaag door het plafond naar beneden regende had hij uitzicht op een totaal vernield interieur: kapot gevroren waterleiding. Dat laatste schiep een band. Al snapte de echtgenoot niet hoe iemand daar zo ijzingwekkend kalm onder kon blijven en gewoon op een best uitstelbare eetafspraak kwam opdagen.
“Ach”, zei de vriend ‘cool’: “we hebben al zoveel meegemaakt, dit lossen we ook wel weer op. Kom, we gaan een hapje eten.”
Het werd een pizzeria, alweer een dorp verderop, waar het gelukkig wel warm was. En knus, en gezellig, dus werd het vanzelf een latertje. Maar toen moest de vriend toch echt weg. Hij sliep in een hotel: “thuis is ook de beddenboel zeik, maar dat ga ik morgenochtend meteen aanpakken”. Dus stond hij vandaag al om zeven uur ’s ochtends te waterstofzuigen. En ik stond vandaag een uurtje later op, met stramme botten en een snotneus. Het zou toch niet? Ja, er heerst al tijden een griepepidemie en ja, al die kou hakte er ook in.
Maar zo’n opkomend griepje valt best te bestrijden. Met een lekker pittig lunchhapje bijvoorbeeld. Een hete tortilla leek me wel wat. Hij viel een beetje erg heet uit, iets te scheutig met de chilisaus geweest. Er moest de rest van de middag bluswater bij. En ik snotter nog steeds. De echtgenoot beweert nergens last van te hebben. Maar kijk toch maar een beetje uit met die pittige saus: liever een drupje dan en scheut.

Ingrediënten:
6 eieren
200 gram gekookte garnaaltjes (petits gris)
50 gram kappertjes
1 eetlepel herbes de Provence
1 ui
2 tenen knoflook
sap van een ½ citroen
2 eetlepels olijfolie
drupje tabasco of chilisaus
zout

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Pers de halve citroen uit.
Laat de kappertjes uitlekken.
Verwarm de oven voor op 240 graden.
Doe de garnaaltjes, de kappertjes, en de herbes de Provence in een kom, giet het citroensap erbij, plus een drupje tabasco of chilisaus. Meng alles door elkaar en laat een half uurtje marineren.
Verhit intussen de olijfolie in een koekenpan en fruit de ui erin aan. Knijp de knoflook er boven uit en laat alles op laag vuur een paar minuutjes sudderen.
Klop de eieren met wat zout los in een andere kom en doe de garnalen – met marinade en al – erbij. Giet het mengsel bij de uien in de pan en roer alles goed door elkaar; proef op smaak en voeg eventueel nog wat tabasco/chili en/of zout toe. Als het ei begint te stollen, de massa overdoen in een ingevette bakvorm. Zet die in het midden van de voorverwarmde oven en laat de tortilla gaar en goudbruin worden; duurt een minuutje of twintig. Steek er een prikker in om te zien of ook de binnenkant gaar is (de prikker moet er droog uitkomen, zonder aankleefsels), anders nog even laten garen.
Laat de vorm wat afkoelen, keer ‘m om op een snijplank en verdeel de tortilla in punten.
Geef er een salade, stokbrood en een glaasje rood bij.

Schermafbeelding 2016-08-26 om 16.40.19

 

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goed. Je rent door de supermarché die je net zo’n beetje onder de knie hebt gekregen na je verhuizing. Je weet intussen zo ongeveer wel waar wàt staat, iets dat overigens weken geduurd heeft want het is een grote supermarché. En je grist op de greep hier en daar wat uit de schappen. Zowaar rustig bij de kassa’s, dus hup, alles in de tas gekeild en in recordtijd weer thuis. Waar de grote verbazing begint. Okay, die mosselen had ik gewoon bij de vistoonbank gehaald, netjes afgewogen en aangereikt door een echt mens. Maar dat, en dat, en dat, had ik toch niet echt uit de schappen getrokken? Jawel hoor, gewoon op routine meegegraaid, daar waar het tot nu toe stond. En daar stond het blijkbaar ineens niet meer.
Nee, natuurlijk niet. Om de zoveel tijd wordt elke supermarkt compleet omgegooid. Om de verkoop te bevorderen. Adviesje van marketeers die er verstand van hebben. Zoals het grote onderzoeksbureau Nielsen dat de supermarktmanager het volgende aanbeveelt: “Nielsen adviseert winkels regelmatig hun schapindeling te veranderen, dat stimuleert de productbewustheid van klanten.” Want de klant moet ‘verleid’ worden om af en toe iets anders te kopen dan dat ie gewend is. Kijk hier maar: http://bit.ly/2bCPt8M). Dus haal je ‘m uit z’n ‘comfort zone’, is het achterliggende idee. Door de spullen die hij dacht voor het grijpen te hebben, gewoon nèt even ergens anders neer te zetten. Daarvoor hoeft niet eens de hele winkelindeling op de schop, een beetje schuiven is al genoeg.
En dan ga ik dus genadeloos de mist in. Omdat ik een pesthekel heb aan shoppen. Omdat ik min of meer op de tast inkopen doe en zeker niet naar leuke, gezellige nieuwe dingetjes ga lopen zoeken. Ik wil gewoon zo snel mogelijk zo’n winkel weer uit met slechts datgene wat ik nodig dacht te hebben. Maar ja, dat gaf wel de nodige surprises bij het uitpakken. En dat heeft zomaar geresulteerd in een gloednieuw recept voor mosselen, met ingrediënten die ik anders waarschijnlijk nooit gekocht had. En nee, daarmee is het gelijk van Nielsen niét bewezen.

Ingrediënten:
1 kilo mosselen
1 grote ui
3 tenen knoflook
1 bakje 125 gram Rondelé bleu o.i.d. (roomkaas met bleu d’Auvergne)
1 bosje krulpeterselie
½ bouillontablet ‘ail et fines herbes’
1 volle theelepel kerriepoeder
olijfolie
witte wijn

Bereiding:
Zet de mosselen een half uurtje in een bak met koud water. Gooi alles weg dat open staat of kapot is, haal – indien nodig – de baarden af van de rest en laat ze uitlekken in een vergiet.
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen.
Snij de peterselie fijn, ook de steeltjes mogen mee de pan in.
Zet een ruime pan op het vuur en verhit er een flinke scheut olijfolie in. Laat de ui erin aansmoren, doe de peterselie en de knoflook (uit de knijper) erbij, roer om en blus af met een flink glas witte wijn. Voeg de ½ bouillontablet toe en de kerrie. Kieper de mosselen erbij en laat ze een minuutje of tien op hoog vuur, onder af en toe omscheppen, koken tot zo’n beetje alle schelpen open zijn. Wat niet opengaat, weg ermee. Voeg op het laatst van de kooktijd de blauwe roomkaas toe, nog even omscheppen en meteen serveren. Met frites als je voor klassiek gaat, maar ook heel lekker met pasta of rijst. En vanzelfsprekend met een mooi glaasje wit erbij; die kookfles was toch al open.

Schermafbeelding 2016-08-05 om 18.47.46

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Dat mankeerde er aan hier op het nieuwe dorp: vis. Een pront café, een prima épicerie, een puike slager, maar voor vis moest je elders wezen. Dacht ik. Tot ik de vrijdagse markt afstruinde en pal naast de Vietnamese loempia’s stuitte op een riante viskar met een geruststellend zachtzoemende koelinstallatie. Spatverse vissen, schaal- en schelpdieren in de aanbieding en een helemaal Provençaalse visboer die de hele goegemeente kende en om leuterpraat niet verlegen zat. Natuurlijk werd ik meteen ontmaskerd als nieuweling annex prooi, maar ik kwam toch redelijk snel weg met een mooie moot kabeljauw en een portie veelbelovende mosselen. Over die kabeljauw hebben we het later nog wel eens. Maar die mosselen… ja, die heb ik meteen maar helemaal ’s zomers uit hun jas geholpen. Ik zou zeggen, probeer het ook eens.

Ingrediënten:

Voor de mosselen:
3 kilo kleine mosselen (liefst bouchot)
1 grote ui
4 teentjes knoflook
4 ansjovisfilets (op zout)
olijfolie
droge witte wijn
versgemalen peper

Voor de aïoli:
2 eierdooiers
1 theelepel mosterd
6 teentjes knoflook
citroensap van een halve citroen
zout en peper
olijfolie (veel)

Bereiding:

Van de mosselen:
Was de mosselen, verwijder de harige uitsteeksels, en gooi alle exemplaren die kapot zijn of open staan, meteen weg. Doe de overige mosselen in een vergiet en laat ze uitlekken.
Pel en hak de ui fijn, pel de knoflook.
Verhit een scheutje olijfolie in een ruime, hoge pan en fruit de ui aan. Doe de mosselen erbij, plus een half glas witte wijn, en laat 5 min op hoog vuur koken met het deksel op de pan. Voeg een flinke scheut wijn extra toe, pers de knoflook erbij, voeg de fijngesneden ansjovisjes toe en laat nog een paar minuten met dicht deksel doorkoken tot alle mosselen open zijn.

Van de aïoli:
Pel de knoflooktenen en pers ze (knoflookknijper) uit boven een vijzel. Stamp ze met wat zout (gaat makkelijker) tot pulp en voeg wat scheutjes olijfolie toe tot het een smeuïge puree is.
Doe de puree, de mosterd en de eierdooiers in een ruime kom en meng alles goed door elkaar. Voeg dan onder goed kloppen scheutje voor scheutje steeds meer olijfolie toe, tot een heel dikke, stevige mayonaise ontstaat. Hoe meer olijfolie, des te stijver de mayonaise. Pak gerust de mixer; dat je alleen een vork zou mogen gebruiken en altijd in dezelfde richting moet klutsen, is onzin. Pers de halve citroen uit en voeg druppelsgewijs toe, maar laat de mayonaise niet te dun worden. Breng op smaak met zout, eventueel wat peper, maar de knoflook is al flink sterk dus niet teveel.

Schep de mosselen met een schuimspaan uit het kookvocht en verdeel ze over de borden; schep er eventueel nog een beetje kookvocht overheen. Geef de aïoli er los bij. Plus natuurlijk brood om te soppen, een smakelijke salade en een heerlijk glas koele rosé. En ja natuurlijk, patatjes passen er ook perfect bij. Zo simpel kan een mooie zomeravond zijn.

Schermafbeelding 2015-11-27 om 15.53.55

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ze keken me aan, en ik keek terug, een mooie berg glimmende mosseltjes waaraan ik geen weerstand kon bieden: bouchot, de lekkerste mossel die er is. De visboer zag me kijken en glom mee: “de notre”, zei hij eenvoudigweg. En zo is het. Waarna er vanzelfsprekend een heel verhaal vol uitleg volgde. Deze kwamen uit de Camargue, meer precies uit l’anse de Carteau ten zuid-westen van Port-Saint-Louis. Waar een vijftigtal producenten zorgt voor een oogst van circa 2500-3000 ton per jaar, goed voor ruim 10% van de nationale Franse productie. Die mosselen worden gekweekt op ‘tafels’ onder het wateroppervlak, in kratten of hangend aan touwen op ongeveer 5 meter diepte. Dat kan allemaal, omdat er geen getijden zijn en de mosselen zo in alle rust tot volle wasdom kunnen groeien. Maar oorspronkelijk komen ze dus uit l’Etang de Berre (Bouches du Rhône) waar mosselzaad voor zo’n beetje heel Frankrijk wordt opgekweekt. Met z’n 1700 km2 oppervlakte is dat meer het op een na grootste zoutwatermeer van Europa. En het zit stampvol mosselen. Ergens in de 18e eeuw haalden vissers er al zoveel van op dat het zo’n beetje het lokale volksvoedsel werd. Lekker goedkoop, en je kon er eindeloos mee variëren. Helaas werd de mossel ook ontdekt door ‘Parijs’, waar de zeevrucht meteen werd opgetut met van alles en nog wat; mosselen met ganzenlever, met biefstuk, met kreeft? Er bleef geen ‘de notre’ meer over. Non merci. Wij doen het gewoon op z’n Provençaals. Al moet ik eerlijk toegeven dat ik er ook wel een héél klein beetje ‘de moi’ aan heb toegevoegd.

Ingrediënten:
3 kilo kleine mosselen
1 grote ui
4 teentjes knoflook
1 bosje verse basilicum
½ bosje krulpeterselie
2 dunne stengels selderij
1 blikje gepelde tomaten in blokjes (400 gr)
1 kleine rode paprika
1 volle eetlepel herbes de provence (gedroogd)
1 groentenbouillontablet (liefst méditerraan)
olijfolie
droge witte wijn
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Gooi de mosselen in een grote bak koud water, laat ze een kwartietje staan. Gooi alle exemplaren die kapot zijn of open staan en niet meer dichtgaan als je ze stevig tussen duim en wijsvinger vastknijpt, meteen weg, ontdoe de rest van de schelpdieren van de harige uitsteeksels en laat ze uitlekken in een vergiet.
Hak intussen de basilicum en de peterselie fijn.
Hak de selderijbladeren grof en snij de stelen in dunne plakjes (alleen de bovenste helft van de stengels gebruiken; gooi de rest weg of bewaar voor de soep o.i.d).
Haal kop en kontje van de paprika, vierendeel ‘m, haal de zaadlijsten eruit en snij hem in blokjes.
Pel en hak de ui grof, pel de knoflooktenen.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een ruime pan en fruit de ui erin aan. Doe de paprika en de selderij erbij en laat die mee-fruiten.
Knijp de knoflook erboven uit, gooi er een flink glas witte wijn bij en voeg de bouillontablet toe.
Even op hoog vuur door elkaar roeren en de mosselen erbij doen. Schep om, doe het deksel op de pan, laat weer aan de kook komen en laat een minuut of vijf op hoog vuur doorkoken, zodat de wijn inkookt en de mosselen garen. Niet veel langer, anders worden ze taai en verschrompelen ze; ’t zijn maar kleintjes!
Doe vervolgens het blikje tomatenblokjes erbij, de herbes de provence en de basilicum en peterselie, plus eventueel nog wat witte wijn zodat er een lekkere dikke saus ontstaat, en laat alles weer dampend warm worden.
Geef er tot slot nog een paar draaien van de pepermolen overheen, roer alles nog eens door elkaar en serveer meteen.