Nee hè, vakantievisite!

Wie in Zuid-Frankrijk gaat wonen kan er op wachten, volk over de vloer. Familie, vrienden. Ze vallen in twee categorieën uiteen. A: keurig aangemeld volk dat je gastvrijheid niet tot het uiterste op de proef stelt. En B: volk dat onaangekondigd komt binnenvallen en je huis en je leven gedurende de tijd van hun verblijf -en niemand weet hoe lang dat is- volledig domineert. Dat jij geen vakantie hebt en gewoon moet werken, maakt niet uit. “We wachten wel tot je klaar bent!” wordt er tegen lunchtijd vrolijk vanaf de rand van het zwembad geroepen, terwijl je toch echt zeker weet dat dat nog wel eens tot in het holst van de volgende ochtend kan duren. En het komt ook nooit eens bij iemand op dat ze dan misschien wel voor jóu zouden kunnen koken: “ja zeg, we hebben wèl vakantie hè.”
‘Stukkies schrijven’ wordt door de meeste mensen sowieso niet als werken beschouwd. En als het dan ook nog eens langer duurt dan de lunch, als de avondmaaltijd in gevaar dreigt te komen en het ‘wachten tot het leuk wordt’ moeiteloos middernacht dreigt te gaan halen, tja, dan wordt er grover geschut in stelling gebracht. “Je kunt er toch wel een uurtje tussenuit? Dan maak je het straks maar af!” Nee, dan kan niét. Dan lopen de zinnen als los zand uit mijn oren en dan wordt die deadline nimmer meer gehaald. Bovendien weet je van tevoren al dat het nooit bij een uurtje zal blijven. Er komt een drankje bij en nog één. Er moet toch ook wat gegeten worden en waarom dan niet meteen maar in dat leuke restaurantje een dorpje verderop? Met “gaan jullie maar, neem mijn auto, maar laat mij hier rustig zitten”, wordt geen genoegen genomen. Stel je voor, dan moet men zelf de rekening betalen.
En voor je het weet is de avond nacht geworden en moet je nog beginnen aan je stukje.
Voor zulke situaties heb ik inmiddels een even briljante als riante oplossing bedacht. Om te beginnen heb ik géén logeerkamer. In mijn huis is tijdens de rondleiding van onverwacht binnengevallen volk, altijd een deur ‘toevallig’ op slot. ”O, rommelhok, niet interessant.” Als iemand zich wèl netjes telefonisch meldt met de montere mededeling dat “ze dachten even langs te komen”, vraag ik altijd meteen wanneer. Want het is hier natuurlijk wel hoogseizoen (bijna niemand komt gezellig in de winter) en dan kan ik dat aardige hotelletje op het dorp misschien nog nét voor ze reserveren, omdat ik ‘toevallig’ de eigenaar ken. De helft haakt dan subiet af; dat gaat geld kosten. De andere helft -die wel doorzet- weet meteen waar ie aan toe is en zal zonder morren zijn intrek in deze typisch Provençaalse idylle nemen. Tenzij volgeboekt. Dan wijk ik uit naar mijn goede vriendin Louise, de eigenaresse van een charmante en met veel zorg voor detail aangeklede oude mas, waarin ze een ‘chambres d’hôtes’ runt. Ook vrijwel altijd volgeboekt, maar voor speciale vrienden heeft ze meestal nog wel een plekje over. Louise kwam een paar jaar geleden naar de Provence omdat ze het leven in het jachtige Amsterdam meer dan zat was. Ze deed van de ene dag op de andere haar trendy kledingboetiek in de duurste winkelstraat van de stad van de hand en besloot het “eens helemaal anders” te gaan aanpakken. Ons dorpje beviel haar en al snel maakte ze grote plannen voor het schilderachtige, maar wel verlopen dorpshotelletje. Louise weet van wanten. Maar niet veel van bouwtechnische zaken. Daar moest dus een expert bijkomen. Louise sputterde wat tegen, maar zag wel in dat je zo’n grote investering niet zomaar doet. Maurice, een bevriende aannemer wilde wel mee gaan om het pand te inspecteren. Maar toen hij de naam hoorde, begon hij hard te lachen. “Là? Vous êtes folle? Dat pand staat al sinds halverwege de vorige eeuw op de nominatie om gesloopt te worden!” Waarom, wilde hij ook nog wel vertellen. Maar ja, “il-y-avait un trou dans son verre” dus dat moest eerst tot de rand toe worden bijgevuld met pastis. “Alors, ik zal een jaar of zeven zijn geweest. Het was een zomerse zondagmiddag en zowat het hele dorp maakte na de lunch een ommetje. Zo komt het dat er geen slachtoffers zijn gevallen.” “Slachtoffers? Waar gaat dit over?” “Maar ken je de geschiedenis van het dorp dan niet? Het bovenste deel is die dag met donderend geraas ingestort! Oude huizen, die elkaar een beetje overeind hielden. Maar toen er eentje omviel, zakte de rest ook in elkaar. Er is daar nu een parkeerplaats. Oui, oui, die naast het hotelletje. Het is een godswonder dat dat er nog steeds staat, maar niemand weet hoe lang nog. Acheter ça? Vous voulez mieux jeter votre argent dans l’eau.” Zo’n uitgesproken advies krijg je niet dagelijks, maar verhelderend was het wel. Het pleit er maar weer eens voor dat je nooit zomaar in een Frans avontuur moet stappen. Luisteren (vooral het lokale café is een uitmuntende informatiebron) en praten met lokale mensen is goud waard. Zo kwam Louise aan haar mas. Een oerdegelijk pand, dat er over een paar eeuwen ook nog wel zal staan. Intussen stromen de gasten toe. Ik stuur ze graag door. Heet een win-win-situatie, geloof ik.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: