Home

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

En eindelijk, daar is ie dan, de zon. De kachel kan uit, de trui ook; dat had niet veel langer moeten duren. Hoog tijd voor lentevreugde op het bord.
En omdat de zon schijnt, mag het allemaal niet te lang duren, we moeten met dat bordje wel snel naar buiten.

Ingrediënten:
24 rivierkreeftjes (écrevisses), maar gamba’s mag ook

Voor de aïoli:
8 tenen knoflook
1/4 liter fijne olijfolie
sap van een halve citroen (andere helft bewaren)
1 eierdooier
peper, zout

Bereiding:
Kook de rivierkreeftjes snel gaar in ruim kokend water; voeg de rivierkreeftjes pas toe als het water kookt. Ongeveer een minuutje, hooguit twee, is genoeg om ze gaar te krijgen en sappig te houden. Doe ze over in een vergiet en laat afkoelen. Pel de tenen knoflook en knijp ze met de knijper fijn boven een kom, voeg wat zout toe. Wie het echt goed wil doen, doet de tenen in een vijzel, plet ze daar met wat zout tot een smeuïge massa, en doet ze dan pas in een kom. Voeg de eierdooier toe en meng/mix alles stevig door elkaar. Laat een kwartiertje rusten. Voeg dan scheutje voor scheutje olijfolie toe en blijf intussen stevig kloppen, mag gewoon met de mixer, tot er een lobbige mayonaise ontstaat. Voeg op het laatst -al roerend- citroensap toe, plus peper naar smaak.
Knip de rivierkreeftjes in de lengte doormidden (kop en staart laten zitten) en verdeel ze over de borden. Garneer met een schijfje van die bewaarde citroenhelft. Geef de aïoli er apart bij. Plus natuurlijk een glaasje rosé, of twee.

Het domme van bommen

zo 20 mei 2012

Vlieland is vast heel mooi, maar of het kan concurreren met Corsica? Beroepshalve wantrouw ik de typische VVV-propaganda waarmee het ´Île de Beauté´ doorgaans wordt aangeprezen, maar ik moet toegeven dat het er goed toeven is; ik kom er met enige regelmaat, dankzij een tip van de toenmalige gérant van ons dorpscafé. Een intrigerende Corsicaan over wie ik al gauw te horen kreeg dat ik geen occasion van ´m moest kopen. Was ik trouwens ook niet van plan, ik had al een auto. Mooie, gespierde man, donkere ogen, Stalin-snor, met vrijwel dagelijks succes begeerd door de dochter van de bakker die pas 17 was, en een ras-verteller. Al hield hij altijd in het midden waarom precies hij niet meer naar zijn eiland terug kon. Zijn blik kreeg dan iets nostalgisch, zijn snor ging op half zeven hangen, zijn stem zakte, zijn glas ging iets sneller omhoog dan gebruikelijk.
Ik woonde hier pas een paar jaar toen het café door een bomaanslag werd getroffen. De schade viel mee, maar de gendarmerie trok toch een hele week voor het sporenonderzoek uit. Dat was eigenlijk de echte ramp: de kroeg zeven dagen dicht! En daarna waagde ik nooit meer een poging uit te vissen hoe het nou zat, met hem en Corsica. Ik had het wel zo´n beetje gesnapt, meende ik, en de dorpstamtam vulde de rest van de thriller in.
Enfin, op zijn aanraden ben ik Corsica gaan verkennen. Geen woord gelogen in die VVV-folders, het bergachtige eiland is echt van een unieke schoonheid, daar wilde ik best gaan wonen.
´Dat doen we dus maar niet’, vonniste mijn man die vooral om praktische redenen niet op een eiland wil wonen. En al helemaal niet op een Frans eiland waar het transportwezen met enige regelmaat in stakershanden valt.
Bovendien is Corsica hard bezig om die VVV-folderreputatie compleet de vernieling in te helpen. In de afgelopen acht dagen zijn er maar liefst 24(!) aanslagen gepleegd, voornamelijk op tweede huizen van Fransen die op het vasteland wonen en van buitenlanders; vooral Italianen. Ook een strandtent en een makelaarskantoor moesten eraan geloven. Oké, het bleef bij materiële schade, er vielen geen slachtoffers, maar je zult er maar een huisje hebben.
Tot nu toe heeft niemand de verantwoordelijkheid voor het spektakel opgeëist, maar op twee van die vernielde huizen stond FLNC geklad, de afkorting voor ´Front de Libération Nationale de la Corse´, de Corsicaanse onafhankelijkheidsbeweging. Dat wil de Franse regering niet, een onafhankelijk Corsica, en de meerderheid van de circa 250.000 Corsicanen ziet er ook niet veel in, vertellen enquêtes. Die mensen willen eerst weleens weten wat een onafhankelijk Corsica precies inhoudt, en wat het dan nog schuift aan subsidies uit Parijs en Brussel; als stukje Frankrijk vangt het eiland nog talloos veel miljoenen uit allerlei potjes.
Dat FLNC bestaat sinds 1976 en lijkt een beetje op de IRA, maar dan minder bloedig. Er is -net als bij de IRA- ook een politieke vleugel (Cuncolta Nazziunalista) die gewoon in de twee departementale parlementen van het eiland vertegenwoordigd is. En net als bij de IRA zijn de onderlinge ruzies en stromingen binnen de FLNC ontelbaar. De meest radicale afdeling is het FLNC Canal Historique, dat niet aarzelt andersdenkenden binnen het eigen Front om te leggen.
Maar de gematigde middenstroom van het FLNC is niet zo van bloedvergieten; de bomaanslagen golden meestal overheidsgebouwen: belastingkantoren, kazernes van de gendarmerie, dat werk. Doden of gewonden vielen er zelden bij, en dan doorgaans ook nog per ongeluk.
Behalve in 1998 toen de prefect (soort commissaris van de koningin) Claude Érignac in Ajaccio op straat werd doodgeschoten. Het proces tegen hoofdverdachte Yvan Colonna, die tot 2003 uit handen van de politie wist te blijven, loopt nog steeds. Hij kreeg levenslang, maar ging in cassatie. Voor meer informatie, zie hier en hier.
Veel Fransen geloven in de onschuld van Colonna, die onmiddellijk na zijn arrestatie door de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken Nicolas Sarkozy alvast voor moordenaar werd uitgemaakt. Er is een site van het ‘comitié de soutien’, waarop je een petitie kunt tekenen, en waarop een open brief aan Yvan Colonna staat van de in Frankrijk immens populaire zanger Yves Duteil, plus een citaat van de kersverse president Hollande, die tijdens zijn campagne pleitte voor gerechtigheid voor iedereen. Maar blijkbaar toch een beetje minder voor Corsicanen.
Een van de eisen van het FLNC is dat alle veroordeelde Corsicanen hun straf op het eiland mogen uitzitten. Nu zitten ze vast op het vasteland, vaak in Noord-Frankrijk, zodat familie lekker lastig op bezoek kan komen; Parijs is anderhalf uur vliegen, Nice iets van vijf of zes uur varen. En zo´n reis is niet gratis.
Maar de huidige golf van aanslagen lijkt vooral een economische achtergrond te hebben, waarschijnlijk om het tweede huizenbezit te ontmoedigen. Zodat dat onroerend goed op het eiland weer betaalbaar wordt voor de Corsicanen zelf. Handig is het niet; het eiland moet het ook en vooral hebben van het toerisme. En met 24 bomaanslagen in acht dagen blijf zelfs ik nog maar even uit de buurt.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vanmorgen zag ik ze ineens liggen, op de marché paysan, fleurs de courgette, nogal vroeg voor het seizoen. Ze zijn er niet vaak, want courgettebloemen zijn delicaat en verleppen snel, daarom is de aanvoer beperkt. En je moet ze alleen kopen als ze kraakvers zijn, anders kun je ze niet vullen, en dat is de bedoeling bij dit receptje. Vul ze meteen bij thuiskomst; daarna kunnen ze in de koelkast een (half) dagje bewaard blijven, vóór het afbakken.
Ik weet helaas niet waar je in Nederland courgettebloemen kunt kopen, maar courgettes schijn je gemakkelijk zelf te kunnen kweken, en dan krijg je die bloemen er vanzelf bij natuurlijk.

Ingrediënten:
8 grote courgettebloemen (kraakvers!)
2 stevige, pittige geitenkaasjes (samen 100 à 150 gram, bijvoorbeeld Banon)
1 ei
1 teentje knoflook
snufje zout
bloem
scheutje witte wijn
plantaardige olie om te frituren

Bereiding:
Leg de courgettebloemen in de koelkast tijdens de voorbereidingen. Haal de geitenkaasjes uit de verpakking (korstje laten zitten) en snij ze in vieren. Klop het ei in een diep bord los met een vork, met een snufje zout en het uitgeperste knoflookteentje, doe er een scheutje witte wijn bij. Strooi, onder goed kloppen, er net zo lang bloem bij tot een dun beslagje ontstaat: het moet langzaam van de vork afdruppen. Haal de courgettebloemen uit de koelkast, hak een eventueel steeltje weg en friemel de bloemen zo goed mogelijk open. Stop in elke bloem een kwart kaasje en vouw de blaadjes weer dicht tot een pakketje. Verhit een flinke laag plantaardige olie in een braadpan of een wok; drup een beetje beslag in de pan om te controleren of de olie heet genoeg is (dan komt het beslag meteen bovendrijven). Wentel de bloempakketjes door het beslag, zodat ze rondom bedekt zijn. Frituur ze in enkele minuten goudbruin in de hete olie, onder af en toe omdraaien. Laat uitlekken op keukenpapier en afkoelen tot lauwwarm. Lekker als voorgerechtje, lunchhapje, of bij de borrel, maar geef er wel gewoon bestek bij, anders wordt het een knoeiboel.

Zonnedoping

zo 13 mei 2012

Toen ik ongeveer een kwart eeuw geleden naar Zuid-Frankrijk emigreerde, ging mijn fiets mee. Geen tuttige Batavus dan wel Gazelle, maar een serieuze Peugeot racefiets waarmee ik desnoods Keetie Van Oosten-Haage (werelduurrecord in München, 1978) moeiteloos had kunnen bijhouden. Tenminste, dat dacht ik toen. De beruchte Westfriesche Omringdijk, in de buurt waarvan ik toen woonde, was nooit een probleem, en als het vrouwenwielrennen in die tijd als professionele sport erkend was, had ik waarschijnlijk voor dat vak gekozen.
Ik had de lichaamsbouw van een klimmer, volgens beroemde Tour de France-coureurs die ik in die jaren wel eens sprak. Bergop had je lichtgewichten nodig als de Bolletjestrui de inzet vormde.
Maar eenmaal in Frankrijk gearriveerd en binnen de kortste keren vertrouwd geraakt met lange Provençaalse lunches, Ricard, rosé en gele Gitanes en ´papier maïs´, beet ik mijn sporttanden stuk op het verwoestende ´vals plat´ tussen mijn huis en het dorp. Een traject van een kilometer of vijf, en op het oog nauwelijks een hellingspercentage. De essentie van ´vals plat´ is echter dat het erg vals is.
Natuurlijk stapte ik ter inburgering aanvankelijk vol bravoure op, om even een verse ´baguette´ te scoren. Ik had zelfs zo´n rare stokbroodtas om mijn nek hangen. De waarheid is dat ik al een paar weken later zo lang over het ritje deed dat er in de huiselijke kring over de versheid van het dorpsbrood geklaagd werd. Dat ik echt uitgeput aan tafel verscheen, vond men minder interessant.
Mijn Peugeot staat inmiddels al een jaar of twintig in het schuurtje geparkeerd. Er zit al lang geen lucht meer in de ´tubes´. Ik koester het voertuig als een museumstuk, een relikwie uit vervlogen tijden. Mijn man gaat ´s ochtends met onze auto naar de bakker. Ook een Peugeot.
Kreeg ik onlangs een mailtje van mijn neef Klaas, die nog steeds in West-Friesland huist. In Koedijk, of all places. Hij had een elektrische fiets gekocht en hij oordeelde dat dit modernisme ook wel iets voor mij was. Op de televisie had ik eerder advertenties voor Spartamed (of hoe het allemaal heten mag) gezien. Voornamelijk hoogbejaarden in gedateerde mode, stralend op de fiets, moeiteloos tegen de wind in. Ik wist één ding zeker: never nooit niet op een tweewieler met elektro-hulpmotor. Zo oud en onsportief ben ik nou ook weer niet. En ik zie het verschil niet tussen een gedopeerde fiets en een wielrenner die voor epo heeft gekozen. ´t Is hoe dan ook vals spelen. Neef zag het probleem niet zo, die vond het allang best dat hij moeiteloos thuis kwam uit de kroeg; over doping gesproken….
Ik heb dus ook geen belangstelling voor het vers uit Tokio overgewaaide fenomeen van de zonnefiets. Twee vast en zeker ´groen bewuste´ jongens bieden te Nice elektro-fietsen aan waarvan het accuutje door de zon wordt volgetankt; zonnepaneeltjes op het dak van een stallinkje, draadje naar de fiets, gegarandeerd 50 km moeiteloos berg op en/of tegen de wind in. Het projectje is nog heel kleinschalig, maar met een jaartje of zo, moet ook het grote publiek bereikt en groengretig gemaakt worden.
Ik ben niet zo van de afdeling groen en ecologisch. Mijn hout gestookte kachel is milieutechnisch tegenwoordig even verdacht als centrale verwarming op olie. En een paar jaar geleden moest ik verhuizen omdat de buurman vijf kilometer verderop zijn talloze hectaren grond ineens vol bouwde met zonnepanelen. Niet alleen esthetisch gezien een dodelijke aanslag op het groen van de omgeving. Tevens verrezen er windmolens. Dan kun je nog beter naast een discotheek wonen.
Het is misschien wel heel verantwoord -in elk geval voor hun eigen onderneming- wat die meneren in Nice aan het doen zijn. Maar eerlijk fietsen is een ander verhaal. Dat gaat over lijden en afzien, dat doe je geheel op eigen kracht. En zonnedoping is ook doping. Maar het milieu is nog steeds trending topic, dus ze krijgen de wind vast wel mee, die twee.

Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Weinig tijd, wel trek, en geen zin in een kant-en-klare vette-bek-snack. Dan maar een beetje improviseren met wat er in huis is, en snel met een glaasje rosé de tuin in om te genieten van de eerste echt warme zonnestralen; ook niet verkeerd. Jammer dat er vanmiddag gewoon weer gewerkt moet worden.

Ingrediënten:
4 sneden grof boerenbrood
4 plakken rauwe ham (zoals Parmaham)
80 gram verse roomkaas (of kwark)
4 radijsjes
1 teentje knoflook
bieslook, of peterselie
zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Pel het teentje knoflook, snipper de bieslook of de peterselie, was en snij de radijsjes in ragfijne plakjes. Leg de sneden brood even onder de grill, aan twee kanten, tot ze krokant zijn. Wrijf ze in met het knoflookteentje. Leg op elke snee een plak ham, verdeel daar de roomkaas over, bestrooi met bieslook of peterselie en verdeel de radijsschijfjes erover. Maal er een flinke draai peper uit de molen overheen.

Aux armes, etcetera

zo 6 mei 2012


Op 2 maart 1991 stierf Serge Gainsbourg. Ik keek naar de Franse televisie, een hele avond lang een soort herdenkingsprogramma voor de overleden bard. Mijn man had hem en mevrouw Birkin ooit in Parijs ontmoet, mijn kennis van zijn oeuvre beperkte zich tot dat vreselijke ´Je t´aime moi non plus´. Pas die avond drong tot me door dat Gainsbourg heel veel prachtige liedjes heeft geschreven, onder meer voor Brigitte Bardot die niet zingen kan, maar des te meer van dieren houdt. Even vroeg ik me toen af of de Nederlandse televisie een avondvullend programma zou uitzenden als bijvoorbeeld Pierre Kartner overlijdt. En voor het eerst kreeg ik de anarchistische Gainsbourg-interpretatie van de Marseillaise (´Aux armes etcetera…´) te horen. Reggae, in Jamaica opgenomen. Een schandaal in 1979, maar ik was meteen verkocht.
Ik heb niks met volksliederen, nog minder met nationalisme of de iets sympathiekere variant daarvan, het chauvinisme. Maar de Marseillaise vind ik wel een aardig deuntje. Ik zing soms zelfs mee op Quatorze Juillet als dat Franse volkslied ter opening van het dorpsbal ten gehore wordt gebracht. En ik ben blijkbaar de enige niet die de Marseillaise wel ziet zitten. Anders valt niet te verklaren dat het chanson al 220 jaar een hit is. Kunnen de Beatles nog een puntje aan zuigen. Er bestaan internationaal 600 tot 900 verschillende interpretaties van het lied.
De oorspronkelijke versie is in de nacht van 25 op 26 april 1792 geschreven en gecomponeerd door Joseph Rouget de Lisle onder de titel ´Chant de guerre de l´ Armée du Rhin´ (marslied van het Rijnleger). Dat we nu van de Marseillaise spreken, is te danken aan het feit dat troepen uit Marseille het zongen bij hun intocht in Parijs tijdens de Franse Revolutie. Op 14 juli 1795 werd het lied tot de nationale volkshymne van Frankrijk verklaard, maar later door Napoleon als ´subversief´ verboden. Het zou tot 1878 duren voor de Marseille in ere werd hersteld en alsnog tot volkslied werd uitgeroepen. Ook aardig om even te weten: de Marseillaise was ten tijde van de revolutie in dat land tijdelijk het Russische volkslied totdat de Internationale die rol overnam.
Beetje raar anno 2012 vind ik, maar je moet nog steeds op je tellen passen als het om de Marseillaise gaat. Zo staat in de Franse wet dat het verboden is het Franse volkslied te fluiten – zingen mag wel; de Wet-Lopsi bepaalt dat je de Franse vlag niet mag bespotten en de Marseillaise niet ´beledigen´, fluiten is blijkbaar beledigend. Doe je dat soort dingen toch, dan kun je veroordeeld worden tot zes maanden cel en/of € 7.500 boete.
Vanavond zal de Marseillaise ongetwijfeld weer opklinken; in het Sarko-kamp, bij de Hollandistes. Maar als de stemmen geteld zijn, zet ik toch gewoon weer even Gainsbourg op: aux armes, etcetera. Met name dat ‘etcetera’ spreekt me nog steeds het meeste aan. Daar gaat het om, na die ‘aux armes’; komt er nog wat, na al die verkiezingsretoriek? Ik ben er niet gerust op.


Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Geen slechter weer voor je humeur, dan tussenweer; ik bedoel, het weer dat maar niet kan kiezen tussen ‘we gaan eindelijk weldadig zomeren’ of ‘we blijven de boel nog even lekker verzieken’. Daar valt eigenlijk niks behoorlijks bij te koken, en dan heb ik maar één verweer; lekkere hapjes maken. Dat kan natuurlijk met veel suiker en koolhydraten, zodat je straks nog moeilijker in het zwemtenue past als dat eindelijk uit de kast mag. Maar het kan ook met een ‘tomaatje gezond’; warm of koud, en met een opbeurend glaasje rood of rosé erbij, al naar gelang het weer.

Ingrediënten:
4 grote, rijpe tomaten, of 8 kleinere
200 gram mascarpone/gorgonzola-kaas (of 100 gram van elk)
1 bosje bieslook
1 teentje knoflook
peper uit de molen
4 sneden boerenbrood

Bereiding:
Snij (op ongeveer 1/3 hoogte) de kapjes van de tomaten en hol ze uit.
Hak de bieslook fijn en meng die in een kom door de fijngeprakte kazen, knijp het teentje knoflook erover uit, voeg peper naar smaak toe, en roer nog even door. Vul de tomaten met het mengsel, zet de kapjes terug. Rooster de sneden brood, en verdeel alles over vier borden. Wie de gevulde tomaten liever warm heeft, kan ze nog een minuut of 40 in een op 140 graden voorverwarmde oven laten garen. En dan mag dat troostrijke glaasje wijn er natuurlijk ook nog steeds bij.