Een kluisje aan het strand

In Menton hebben ze iets nieuws bedacht: kluisjes voor strandgangers. Je legt er je portefeuille, je autosleutels, je camera en andere belangrijke zaken in als je even gaat zwemmen. Zodat je niet vanuit zee als een havik je spullen in de gaten hoeft te houden die je op je handdoekje hebt achtergelaten. Briljant! Er is alleen één probleempje. Waar bewaar je het sleuteltje? Onder je handdoekje? In je zwembroekje? Dat wordt zoeken! Misschien was een cijferslotje beter geweest, maar ja, dan moet je zo’n code natuurlijk wel onthouden op zo’n zonnige dag met een drankje of wat. Met zekere weemoed schiet me de enige echte oplossing te binnen: Henri Plage.
Ooit ging ook ik weleens naar het strand in de zomer. Niet om er te gaan liggen bakken, ik ben van huis uit al snel genoeg aangebrand. Nee, een dagje naar het strand betekende een mooie lange lunch rondlummelen bij Henri Plage, een meer dan obscure strandtent te Sainte-Maxime. De ‘paillote’ werd gerund door een uitgerangeerde maffioso; geen bovenbaas, meer zo eentje die de ‘vrijwillige’ bijdrage voor de bedrijfsbescherming kwam innen. Hij had een jaar of wat daarvoor een gemankeerde heup opgedaan, dus daar schoot hij niet meer zo vlot vanaf. Als dank voor bewezen diensten was hij hier aan het strand geparkeerd, om er zijn nadagen uit te zitten. Henri deed dat met zichtbaar genoegen, hij entertainde zijn gasten graag. Door bijvoorbeeld ineens een knaloranje pruik op zijn spierwitte krullen te zetten, een papieren bloemslinger om te hangen, zijn ukelele ter hand te nemen en er een best mopje Franse nostalgie uit te persen; hij zong niet onverdienstelijk. Maar het grootste deel van de dag ging op aan kaarten; hij had een clubje speelvrienden dat vooral opviel door hun enorme buikomvang, hun minstens zo grote dorst en hun bulderend stemgeluid dat opklonk als er weer eens een schuine bak over tafel ging. Voor het overige werd er vooral gefluisterd, zakelijk waarschijnlijk, want Henri is nooit helemaal met pensioen gegaan. Er kwamen geregeld brommerkoeriers langs, en af en toe was er ineens een drom akelig bleke nachtvlindertjes uit de hoerenkasten van met name Marseille, die eerst eens onwennig een voorzichtige teen in zee staken, maar als snel uitbundig rondspatterden. Om even later, nog nagiechelend, aan een belendend tafeltje de meest afschuwelijk gekleurde grote-stadscocktails te bestellen. “Kostschoolmeisjes”, zei Henri dan, “die komen hier een beetje uitrusten.”
De vriendschap met Henri ontstond eigenlijk bij toeval. Op een landerige zomermiddag waren we al te lang langs de overvolle strandtenten gereden om nog ergens voor een serieuze lunch in aanmerking te komen. Het uithangbord bij Henri Plage zag er verweerd en afgebladderd uit, maar er was nog plek op het parkeerterrein. Henri deed aan een soort van ‘valet parking’, wat inhield dat er permanent twee overenthousiaste jongens met de auto’s van bezoekers heen een weer crosten om het optimale uit het krappe parkeerplaatsje te halen. Nooit een deuk opgelopen trouwens.
Henri verwelkomde ons gemoedelijk, “tuurlijk was er nog een lunch mogelijk”. Je zag hem denken: ‘verdwaald’. Op de menukaart figureerden foto’s van Yves Montand, Brigitte Bardot, Johnny Halliday, Charlez Aznavour en andere celebreties, van wie ik vermoed dat ze zelfs nog nooit van Henri Plage gehoord hadden. Maar de lunch bestond uit ongehoord heerlijke malse poulpes (mini-inktvisjes), dus we kwamen terug, we werden vaste gast en zo’n beetje opgenomen in de paillote-commune, al werden we natuurlijk nooit ingewijd. We waren altijd aan de late kant, dus doopte Henri ons ‘les mange-tards’ de laat-eters. Om de keuken niet teveel te frustreren gingen we vaak pas even zwemmen als we alvast besteld hadden. Dan wapperde er na een poosje een oberarm vanaf het terras om te melden dat de volgende gang klaar stond. Je portemonnee, je horloge, je hele hebben en houwen kon je intussen gewoon op je tafeltje laten liggen; niemand die er aan zou durven komen.
Mooie tijden. Maar Henri ging dood. En nu heet het Mario Plage en is het ooit zo simpele eethuisje opgestoten in de vaart der volkeren. Met veel plastic, veel design, veel te hoge prijzen en veel teveel pretenties. Ik kom er niet meer. Ik huur nog liever een kluisje in Menton dan dat ik hier m’n portemonnee op tafel laat liggen. Hoeft ook niet: die wordt hoe dan ook geplunderd.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

9 gedachten over “Een kluisje aan het strand

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: