Home

risotto1
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

“Ik bid niet voor brune bonen. Romige Risotto, daar wil ik nog wel een schietgebedje voor doen.”
Nee, Bartje was het niet, maar als je zo’n verzoek krijgt ga je toch even kijken wat je in de aanbieding hebt. Appeltje eitje in dit geval, want aspergeseizoen. En dan is zo’n risotto natuurlijk meteen helemaal lentig, ondanks het weer dat maar niet wil zomeren.

Ingrediënten:
500 gram groene asperges
400 gram risottorijst (Arborio of Carnaroli)
50 gram parmesan (stukje, in mooie krullen geschaafd)
1 liter gevogelte- of kalfsbouillon (van tablet)
100 gram verse (of diepvries) erwtjes
1 kleine ui
2 tenen knoflook
1à 2 glazen droge witte wijn
4 eetlepels crème fraîche
olijfolie
zout, peper uit de molen

Bereiding:
Schil de asperges en snij zo’n ruime centimeter aan de onderkant, plus de kopjes eraf. Gooi de onderkanten weg, bewaar de kopjes. Snij de asperges in stukken.
Pel en snij het uitje fijn, pel de knoflookteentjes.
Breng een liter water aan de kook en los de bouillontablet er in op. Gooi de aspergestukken en de kopjes in de kokende bouillon en laat ze in ongeveer een kwartiertje beetgaar worden. Haal ze met een schuimspaan uit de bouillon en zet weg. Hou de kopjes apart.
Laat de bouillon op laag vuur doorpruttelen en doe er de doperwtjes bij.
Verhit een flinke scheut olijfolie in een ruime braadpan en fruit de ui aan. Pers er de knoflooktenen bij uit en laat even mee fruiten. Doe de rijst erbij en roer alles goed door elkaar. Draai het vuur laag. Als de rijst glazig begint te worden, de witte wijn toevoegen. Blijven roeren.
Intussen zullen de doperwtjes ook wel gaar zijn, dus vis die eveneens met de schuimspaan uit de bouillon en hou ze apart. Draai het vuur onder de bouillon uit.
Giet een eerste volle soeplepel bouillon bij de rijst, en roer regelmatig door tot het vocht volledig is geabsorbeerd. Dan een volgende soeplepel bouillon toevoegen, en als die opgeslorpt is, weer eentje. Net zo lang tot de rijst helemaal gaar is (reken op een kwartier) en lekker zompig is geworden, maar het binnenste van de korrels nog net een beetje beet heeft. Geef een paar ferme draaien aan de pepermolen en voeg eventueel nog wat zout toe.
Roer er nu de crème fraîche doorheen, en vervolgens voorzichtig de asperges (niet de kopjes!) en de doperwtjes.
Verdeel over de borden en garneer met de aspergekopjes en de afgeschaafde parmesankrullen.
Eventueel overgebleven bouillon niet weggooien! Doe er wat vers gesneden groentetjes in, een paar kipreepjes, en je hebt een mooi kopje soep voor de lunch van morgen.

De klop op de deur

mei 30, 2013

klopZondagmiddag. Een uur of half drie. De rafelranden van de lunch hadden nog best wat verder over de namiddag kunnen uitwaaieren als er niet ineens die ferme klop op de deur was geweest (we hebben geen bel). Onaangekondigd bezoek mag hoe dan ook op weinig sympathie rekenen, en op dit tijdstip al helemaal niet. Een van de vele voordelen van het bestaan in mijn deel van de wereld is dat geen mens het in zijn hoofd haalt zomaar bij je langs te komen. Visite uitsluitend op afspraak.
Een kwestie van beschaving.
Zoals iedereen hier ook altijd minstens een kwartier later komt dan vooraf is overeengekomen. ´Le petit quart d´heure de courtoisie`, zo heet dat en zo hoort het. Het zijn slechts ‘les Hollandais’ die dergelijke ongeschreven wetten met voeten treden. Ik schrok me dus rot.
Mijn honden eveneens. Ze hadden geen auto gehoord, er klopte iets niet. Nou ja, dus wel, maar dat geklop klopte niet. Om zich een houding te geven hieven ze een grommend blafconcert aan, dat zich niet meer liet bedaren.
Met mijn glas rosé nog in de hand maakte ik de deur open. Op een kier, zo gaat dat hier. Er stond een grijs- kalende man onder het luifeltje. Blauwe polo, bolbuikig, bezweet voorhoofd, en een handenwrijvende grijns op het gelaat. Terwijl het regende en de temperatuur al weken niets van het subtropisch ideaal van de Provence had willen weten. Nog geen uur geleden had ik mijn schipperstrui opgezocht, nadat ik huiverend een hamer uit de schuur had gehaald. Nee, ik ga niet uitleggen waarom; mijn man leeft nog.
“Bonjour?” vroeg ik voorzichtig door de deurkier.
“Hello!” klonk het meteen voortvarend. “Any chance of someone speaking a normal language, like English?” Het duurde even voor het tot me doordrong: een Brit. Sinds het vertrek van de Canadese actrice uit ons dorp (een attractie, met name als ze in het café met haar van whiskey-doordrenkte alt een jazzy balade vertolkte) is de taal van Shakespeare hier een schaars voorbijkomend fenomeen.
“Yes, of course sir”, antwoordde ik toen het taalschakelaartje in mijn hoofd was omgezet. “How may I help you?”, blafte ik zo beleefd mogelijk boven het
aanhoudend gromconcert van mijn vierpotig gespuis uit.
“Hi”, I am Harry.”
Ja? Dacht ik razendsnel. Ken ik ene Harry? En zo ja, wat moet ik dan met hem, of hij met mij?
“I ‘m your new neighbour!”, glunderde Harry.
O my God! Buren! Nieuwe buren! Ja, er stond al meer dan twee jaar een paar honderd meter verderop aan het weggetje een vervallen huisje te koop, volgens de internet-advertentie van de makelaar natuurlijk een ‘charmante villa´. Het leek me uitgesloten dat iemand het ooit zou kopen. Dus toch. Harry’s Britse ponden gingen de bouwval ‘nextdoor’ stutten.
“Come in.” Mijn beleefdheidsreflexen winnen het soms van mijn kluizenaarskriebels. En de honden mochten hem bij nadere beschouwing wel: hij rook naar zijn eigen honden (drie stuks) en dat schept een band.
Of hij iets wilde drinken? “A cupper’ (een kopje thee) would be nice.” Maar dat spul drink ik al sinds ik in Frankrijk neergestreken ben niet meer. En tegen mijn ‘espresso ristretto’ is geen enkele Engelse maag bestand. Wijn bliefde hij niet, het werd een zuinig glaasje water.
“So?” vroeg ik voorzichtig.
“Ah….”
Het ging om internet. Dat hadden ze niet. Of ze het ooit zullen krijgen is weer een ander verhaal, maar of is ze misschien even uit de brand kon helpen. Er was wat misgegaan met de verhuizing en de iPad van zijn vrouw Janet moest wifi. Tja, dat hebben we hier dus niet, wegens te ver van een meldpunt.
Harry leek opgelucht; Janet bleek later, na kennismaking, een dominante tante. Ik geloof dat de makelaar uiteindelijk voor het internetcontact heeft gezorgd.
Maar of het ooit goed komt?
Ze zijn best aardig, daar niet van. Maar toen we gisteren netjes op de stoep stonden met een flesje rosé wegens verlangd tegenbezoek, viel als eerste de theemuts op tafel op.
En toen ik vanmiddag onder bewolkte luchten langs reed op weg naar huis, zag ik ze zitten. Onder een parasol, in hemdsmouwen, bij een graadje of 16, en een aanwakkerende mistral.
Dat rotweer is geen toeval: sinds zij hier zijn neergestreken, is het compleet van slag. Dit is het koudste en natste voorjaar sinds 1816! Ze hebben dat hele rampzalige Britse weer gewoon meegenomen!
Misschien moet Engeland toch gewoon maar uit de EU verbannen worden.

saladepastaVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik geef het geloof ik maar op. De lente bedoel ik. Vannacht vroor het in Nederland, ik loop in Zuid-Frankrijk te bibberen in m’n wintertrui (zie mijn blogje van gisteren). En de bergetappe van vandaag in de Giro d’Italia, die zo’n beetje bij mij om de hoek wordt verreden, is afgelast wegens hevige sneeuwval, storm, en een gevoelstemperatuur van -20. Toch zijn er altijd optimisten die roepen dat het weer zich uitstekend leent voor een zomerse maaltijdsalade, maar dan wel met een “warm element, voor de winterse touch”. Bon. Deze is voor jou Elisabeth. En mocht het weer ooit opknappen, dan kun je ‘m ook helemaal afgekoeld eten. Ik hou het vandaag maar even op lauwwarm. Met een glas rood graag; van koude rosé krijg ik nu de rillingen.

Ingrediënten:
500 gram ravioli met (wal)noten en roquefort
250 gram verse, zachte geitenkaas
100 gram geraspte parmesan
1 krop krulsla
24 kerstomaatjes, of 4 grote tomaten
½ bosje verse basilicum
½ citroen (sap)
olijfolie
zwarte peper uit de molen, snufje zout

Bereiding:
Was de sla en snij in repen, verdeel over vier diepe borden.
Snij de kerstomaatjes doormidden, of snij de grote tomaten in tweeën, haal het zaad eruit en snij het vruchtvlees in dobbelsteentjes.
Snij de basilucumbladeren in dunne reepjes.
Klop in een kom een flinke scheut olijfolie, het sap van de halve citroen, een snufje zout en een paar stevige draaien versgemalen peper tot een smeuïge saus. Blijft ie te dun, dan nog wat olijfolie toevoegen en opkloppen. Roer er de basilicum door en zet weg.
Kook de ravioli (volgens de aanwijzingen op de verpakking) in ruim water met een scheut olijfolie, beetgaar. Giet af in een vergiet en doe terug in de pan. Voeg er de geitenkaas aantoe, en laat die op heel laag vuur even smelten onder voorzichtig omroeren; met een pollepel, een vork prikt de deegkussentjes stuk.
Doe er de (kers)tomaten bij, roer nog even om, en verdeel over de slaborden.
Giet er de saus overheen, en zet de parmesan ernaast, voor de doorgewinterde kaasliefhebber.

wijnklimaatGeloof het of niet, maar ik heb al twee dagen achter elkaar in de tuin geluncht. Is dat raar, in de Zuid-Franse subtropen? Nee, da’s een wonder tegenwoordig. Dit weekeinde nog, spoelden we zowat met huis en al van de berg af onder het donderend geweld van aanhoudende hoosregens. Op de mezzanine moesten -zoals zo vaak de afgelopen winter- weer emmers en dweilen ingezet worden om het lekwater in toom te houden. Kortom, nog nooit zo’n nat en koud voorjaar beleefd. In het café ging de whiskyfles van hand tot hand, de gérant had hem maar gewoon op de bar laten staan. Maar de stemming bleef mistroostig. We hoorden allang met een mooie fles rosé en een uitbundig Provençaals lentegevoel op het terras te bivakkeren. Volgens de krant waren we het slachtoffer van de kilste en natste printemps sinds 1956. Maar dat hadden we zelf al geconstateerd.
En terwijl ik dit schrijf, zie ik boven m’n scherm uit de donderwolken rond de bergen in de verte samenpakken. Waaien doet het al, het lijkt wel of de mistral en de tra-montagne een robbertje machtsstrijd aan het uitvechten zijn, merkte ik toen ik vanmiddag met de honden door de heuvels trok. Diep spijt dat ik in een optimistische bui mijn schipperstruien al had opgeborgen. “Global warming hè”, kon mijn man niet nalaten sardonisch op te merken toen ik met kippenvel tot in m’n haarvaten thuiskwam.
Nee, daar geloof ik al een tijdje niet meer in. Zeker na de snoeiharde winter en het compleet mislukte voorjaar geloof ik meer -en ik ben de enige niet- dat we eerder op weg zijn naar een nieuwe ijstijd.
Het rapport waarmee de Franse regering vorige week ineens kwam aanzetten, klonk me dan ook als muziek in de oren. Daarin voorspellen onheilsprofeten dat het hier op termijn erg warm gaat worden. En erg droog.
Minpuntje: men heeft ook berekend we omstreeks 2050 de wijnbouw bij mij in de buurt wel kunnen vergeten. Gemiddeld één graad warmer zou volgens dat rapport al betekenen dat je met je wijngaard 180 km noordelijker moet gaan zitten.
Ik zal tegen 2050 allang op de laatste trein gestapt zijn, maar het lijkt me een idioot idee dat de rosé te zijner tijd uit Zweden komt. Ik weet wel dat er tegenwoordig ook in Nederland aan wijnbouw wordt gedaan. Maar ik heb nog nooit een glaasje ‘vin Hollandaise’ gedronken, en ik moet er ook niet aan denken. Ik koester mijn vooroordelen en ik vind dat serieus te nemen wijn uit Frankrijk of Italië komt, desnoods uit Spanje of Portugal. En hoewel mijn zoon die in Nederland woont en een beetje véél verstand van wijn heeft (er is wel meer met die opvoeding mis gegaan), beweert dat het spul uit Zuid-Afrika, Californië, Australië, Chili en nog zo wat landen heel goed te doen is, en tegen een schappelijke prijs, voel ik geen enkele attractie.
Ik voorspel dat er in 2050 nog heel gewoon Provençaalse rosé op het terras van ons dorpscafé wordt gedronken. Tenminste, als het dorp er dan nog is. Er is geen werk, de jongeren zoeken hun heil elders. De crisis lijkt me een groter probleem dan een dubieus vermoeden van planetaire opwarming.

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Blinde paniek vandaag in Cannes. Waar was de ‘Palme d’Or’?
Afgelopen nacht is er namelijk voor zo’n 1 miljoen dollar (€ 777.000) aan sieraden gestolen uit de Novotelhotelkamer van een employé van het befaamde juweliershuis Chopard, dat elk jaar die gouden palm ter waarde van € 20.000 beschikbaar stelt. Het kamerkluisje waarin de bling bling lag te overnachten, werd vakkundig losgesloopt en meegenomen. De peperdure protsprullaria waren naar Cannes gekomen om er de ‘celebs’ mee te versieren die sinds woensdag de roodbeloperde trappen van het Palais des Festivals mogen beklimmen vanwege het 66ste Filmfestival. Reclame, die voor Chopard goud waard is. Maar ik vind het altijd een beetje armoedig. Ben je beroemd en meestal ook nog steenrijk, ga je met een setje geleende glimmertjes op pad. Goedkoper kan niet.
Maar goed, de hamvraag was natuurlijk: zat de ‘Palme’ ook in dat kluisje?Clipboard02
Dat laat Chopard vanmiddag in een speciaal persbulletin in het midden. We moeten het doen met de mededeling dat “de ‘Palme d’Or’ veilig is.” Opluchting alom, maar ik denk dat die dieven gewoon te slim waren om zo’n onverkoopbaar gouden palmtakje mee te jatten. En ik vind die kluiskraak dus zo erg niet. Chopard is ongetwijfeld tot de tanden toe verzekerd. En nu nog meer verzekerd van geweldige media-exposure; daar kan geen reclamebudget tegenop.
Wat dat met ‘caponata’ te maken heeft? Nou kijk, bij mijn lokale groentenjuwelier vond ik prachtige aubergines die als paars goud lagen te glanzen. Die móest ik ontvreemden om er een mooie ratatouille mee te maken. De Siciliaanse variant natuurlijk, caponata. Maar dat hoef ik vast niet uit te leggen.

Ingrediënten:
4 stevige aubergines
2 stengels bleekselderij
3 uien
5 tenen knoflook
1 blik gepelde tomaten (800 gram)
250 gram zwarte olijven (ontpit)
60 gram kappertjes
100 gram rozijnen
½ bosje verse basilicum
1 volle eetlepel herbes de provence
balsamicoazijn
olijfolie
peper

Bereiding :
Snij de selderijstengels en de aubergines in stukjes. Kook ze in ruim water in een kwartiertje gaar. Giet ze af en hou apart.
Pel intussen de uien, snij ze in stukjes en bak ze in een ruime koekenpan met een scheut olijfolie, glazig. Doe er de olijven en de kappertjes bij en laat even meefruiten. Knijp de knoflook er boven uit en roer alles door.
Voeg de aubergines en de selderij toe. Haal de gepelde tomaten uit het blik (sap bewaren!) en snij ze in stukken. Doe de tomaten en de rozijnen bij de rest van de groenten in de koekenpan en laat een vijftal minuten meesudderen. Voeg er een ferme scheut balsamicoazijn, het tomatensap, en de herbes de provence aan toe, geef een paar ferme draaien aan de pepermolen. Laat alles met het deksel op de pan nog een minuutje of tien pruttelen.
Verdeel over de borden en snipper er de verse basilicum overheen.
Mag warm en afgekoeld gegeten worden. Met stokbrood, met pasta, met rijst, bij iets kippigs, vlezigs of vissigs. Gewoon, omdat het Cannes.

Clipboard01Het is weer zo ver, de dag die je wist dat zou komen: moederdag. En zo’n moederdag móet gevierd hè. En elk jaar opnieuw vraag ik me af waarom.
Oké, de oude Grieken deden het al, en de katholieke kerk behartigt er sinds jaar en dag de pr van Maria mee. Maar de Amerikanen gingen er pas echt mee aan de haal. In 1870 startte Julia Ward Howe, een vrouwelijke rechter uit Philadelphia, een soort van moederdagcampagne die in het teken van pacifisme en ontwapening moest staan. Maar dat idee werd gekaapt en sinds begin twintigste eeuw is moederdag gewoon een ordinair commercieel feestje.
Nee, mijn kinderen vallen me er niet mee lastig. Aan onzin doen we niet. Zeker niet op de tweede zondag in mei die er in Nederland voor staat, of juist weer de laatste mei-zondag waar Frankrijk zich aan houdt.
Zou je trouwens de complete internationale moederdagkalender willen meevieren, dan ben je bijna het hele jaar rond bezig: van februari (Noorwegen) tot en met december (Indonesië) en alles wat daar tussenin zit.
We doen dus wel gewoon wat leuks als het ons uitkomt. Lekker uit eten bijvoorbeeld, als het nageslacht weer eens voor een vrolijke vakantie in ‘mijn’ Provence aanlegt. Of oeverloos bij-ouwehoeren met een goed glas op een zondoorstoofd terras. Gewoon, omdat het blijkbaar algemeen leuk gevonden wordt, niet omdat het moet.
Afschaffen dus, dat hele moederdaggedoe.
Voor wie twijfelt, hieronder een paar argumenten om er voorgoed vanaf te zien. Ook handig om je wederhelft ervan te overtuigen dat zo’n moederdagbezoekje echt zonde van je zondag is trouwens.
1. Als je niks met je moeder hebt, hebben jullie allebei niks te vieren. Faken zet de genante verhoudingen alleen maar verder op scherp. Niet doen.
2. Als je wel wat met je moeder hebt, ga je toch niet op een door de commercie geplande dag zitten wachten om dat mens in de watten te leggen en uitbundig te omhelzen? Doe dat lekker als het jou (of beter nog, jullie allebei) helemaal uitkomt. Maak je eigen feestje!
3. Is je pa degene die voor ‘moeder’ en de bijbehorende ‘moederdagbeleving’ moet zorgen? Laat die arme man met rust! Hij is haar moeder niet hè! Wil je ze allebei een plezier doen, boek dan een leuk verrassingstripje, laat een smulontbijt-voor-twee bezorgen, of regel mooie concertkaartjes. Maar dan dus vooral niet op moederdag natuurlijk. Da’s net weer te obligaat.
4. Heb je zo’n zeurmoeder die op moederdag niet vergeten wenst te worden? Dus wel! Compleet negeren! Nooit meer op terug komen. Gaat vanzelf over.
5. Tja, en oma’s. Die zijn er ook nog. Hoe lief ook, ‘t is het ‘pakkie-an’ van je ouders. Er zijn meer dan genoeg dagen in het jaar om te laten merken dat je van ze houdt.
6. Schoonmoeders! Niks mee te maken, da’s maar aangeplakt volk. “Maar ze is aardig!” is geen argument: zie punt 2.
Vind ik dan helemaal niks leuk aan moederdag?
Jawel. Als (ook door mijn kinderen) erkend heks kan ik die dag mijn bezem gewoon overal parkeren.
Bordje erbij: ‘moederdagbezoek’. Nog nooit een bekeuring gehad.

longomaiVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Hier in het zuiden doen we soms dingen die noorderlingen met afschuw kunnen vervullen. Want welke gek gooit er bijvoorbeeld basilicum in z’n wijn?
Inderdaad: de Provençaal. En niet de minste, want de bedenker ervan is Nicolas Rutard, chefkok van hotel-restaurant l’Hélios op het eilandje Les Embiez voor de kust van Bandol. En dat eilandje is weer eigendom van de firma Ricard; die van de pastis. Oervader Paul Ricard kocht het -samen met het naastgelegen eiland Bendor- ergens in de jaren vijftig en maakte er een waar lustoord van dat al snel ‘grote namen’ aantrok die ook wel eens ontspannen wilden genieten zonder permanent door paparazzi achtervolgd te worden. Denk aan Salvador Dali, Fernandel, Gilbert Becaud, Joséphine Baker, Luis Mariano, Jean-Paul Belmondo, Melina Mercouri, Gagarine en Jacques Dutronc.
Tegernwoordig kunnen ook wij gewone stervelingen er vakantie vieren. Of gewoon een rondje eilandje doen. Klik hier voor meer informatie.
Maar goed, longo maï dus. Een witte wijn op basis van chardonnay, met basilicum en citroenmelisse. IJskoud heerlijk als aperitiefje, of als dessertwijn, maar ook prima om in gerechten te verwerken. Zoals in onderstaand slaatje.
Klik hier als het bij de buurtwijnboer niet te krijgen is. En neus meteen even rond bij de olijfoliën: er zitten juweeltjes tussen (met citroen, gember, roze peper). En nee, ik heb geen aandelen. Maar ik kan heel overtuigend watertanden.

Ingrediënten:
500 gram fruit (banaan, peer, meloen, druif, abrikoos, perzik, aardbei, ananas, mango, pruimen, of wat er maar voorhanden is)
sap van 1 citroen
2 eetlepels vloeibare honing
2 theelepels suiker
20 cl longo maï (of witte wijn)
8 grote basilicumbladeren
40 gram amandelschaafsel

Bereiding:
Verwijder de bladnerven en snij de basilicumbladeren in reepjes. Maak het fruit schoon en snij al het vruchtvlees in partjes/blokjes. Doe samen met de basilicum in een ruime kom en besprenkel met het citroensap. Even door elkaar husselen en dan over vier schaaltjes verdelen.
Verwarm de longo maï/wijn in een pannetje op laag vuur, voeg de honing en de suiker toe en roer tot de honing en de suiker gesmolten zijn; niet laten koken! Het mengsel tot lauwwarm laten afkoelen en dan over de saladeschaaltjes verdelen. De schaaltjes een uurtje op een koele plaats laten staan, maar niet in de koelkast. Denk aan de bijkeuken, de badkamer, de trap/voorraadkast.
Laat intussen het amandelschaafsel goudbruin kleuren in een droge koekenpan op laag vuur. Niet te donker laten worden, want dan gaat het bitter smaken. Strooi het vlak voor het opdienen over de schaaltjes.
Lekker met een glaasje zoete dessertwijn erbij, zoals baume de venise, port, of met de rest van de longo maï.