De klop op de deur

do 30 mei 2013

klopZondagmiddag. Een uur of half drie. De rafelranden van de lunch hadden nog best wat verder over de namiddag kunnen uitwaaieren als er niet ineens die ferme klop op de deur was geweest (we hebben geen bel). Onaangekondigd bezoek mag hoe dan ook op weinig sympathie rekenen, en op dit tijdstip al helemaal niet. Een van de vele voordelen van het bestaan in mijn deel van de wereld is dat geen mens het in zijn hoofd haalt zomaar bij je langs te komen. Visite uitsluitend op afspraak.
Een kwestie van beschaving.
Zoals iedereen hier ook altijd minstens een kwartier later komt dan vooraf is overeengekomen. ´Le petit quart d´heure de courtoisie`, zo heet dat en zo hoort het. Het zijn slechts ‘les Hollandais’ die dergelijke ongeschreven wetten met voeten treden. Ik schrok me dus rot.
Mijn honden eveneens. Ze hadden geen auto gehoord, er klopte iets niet. Nou ja, dus wel, maar dat geklop klopte niet. Om zich een houding te geven hieven ze een grommend blafconcert aan, dat zich niet meer liet bedaren.
Met mijn glas rosé nog in de hand maakte ik de deur open. Op een kier, zo gaat dat hier. Er stond een grijs- kalende man onder het luifeltje. Blauwe polo, bolbuikig, bezweet voorhoofd, en een handenwrijvende grijns op het gelaat. Terwijl het regende en de temperatuur al weken niets van het subtropisch ideaal van de Provence had willen weten. Nog geen uur geleden had ik mijn schipperstrui opgezocht, nadat ik huiverend een hamer uit de schuur had gehaald. Nee, ik ga niet uitleggen waarom; mijn man leeft nog.
“Bonjour?” vroeg ik voorzichtig door de deurkier.
“Hello!” klonk het meteen voortvarend. “Any chance of someone speaking a normal language, like English?” Het duurde even voor het tot me doordrong: een Brit. Sinds het vertrek van de Canadese actrice uit ons dorp (een attractie, met name als ze in het café met haar van whiskey-doordrenkte alt een jazzy balade vertolkte) is de taal van Shakespeare hier een schaars voorbijkomend fenomeen.
“Yes, of course sir”, antwoordde ik toen het taalschakelaartje in mijn hoofd was omgezet. “How may I help you?”, blafte ik zo beleefd mogelijk boven het
aanhoudend gromconcert van mijn vierpotig gespuis uit.
“Hi”, I am Harry.”
Ja? Dacht ik razendsnel. Ken ik ene Harry? En zo ja, wat moet ik dan met hem, of hij met mij?
“I ‘m your new neighbour!”, glunderde Harry.
O my God! Buren! Nieuwe buren! Ja, er stond al meer dan twee jaar een paar honderd meter verderop aan het weggetje een vervallen huisje te koop, volgens de internet-advertentie van de makelaar natuurlijk een ‘charmante villa´. Het leek me uitgesloten dat iemand het ooit zou kopen. Dus toch. Harry’s Britse ponden gingen de bouwval ‘nextdoor’ stutten.
“Come in.” Mijn beleefdheidsreflexen winnen het soms van mijn kluizenaarskriebels. En de honden mochten hem bij nadere beschouwing wel: hij rook naar zijn eigen honden (drie stuks) en dat schept een band.
Of hij iets wilde drinken? “A cupper’ (een kopje thee) would be nice.” Maar dat spul drink ik al sinds ik in Frankrijk neergestreken ben niet meer. En tegen mijn ‘espresso ristretto’ is geen enkele Engelse maag bestand. Wijn bliefde hij niet, het werd een zuinig glaasje water.
“So?” vroeg ik voorzichtig.
“Ah….”
Het ging om internet. Dat hadden ze niet. Of ze het ooit zullen krijgen is weer een ander verhaal, maar of is ze misschien even uit de brand kon helpen. Er was wat misgegaan met de verhuizing en de iPad van zijn vrouw Janet moest wifi. Tja, dat hebben we hier dus niet, wegens te ver van een meldpunt.
Harry leek opgelucht; Janet bleek later, na kennismaking, een dominante tante. Ik geloof dat de makelaar uiteindelijk voor het internetcontact heeft gezorgd.
Maar of het ooit goed komt?
Ze zijn best aardig, daar niet van. Maar toen we gisteren netjes op de stoep stonden met een flesje rosé wegens verlangd tegenbezoek, viel als eerste de theemuts op tafel op.
En toen ik vanmiddag onder bewolkte luchten langs reed op weg naar huis, zag ik ze zitten. Onder een parasol, in hemdsmouwen, bij een graadje of 16, en een aanwakkerende mistral.
Dat rotweer is geen toeval: sinds zij hier zijn neergestreken, is het compleet van slag. Dit is het koudste en natste voorjaar sinds 1816! Ze hebben dat hele rampzalige Britse weer gewoon meegenomen!
Misschien moet Engeland toch gewoon maar uit de EU verbannen worden.

28 reacties op “De klop op de deur”

  1. Lisette seinen

    Stuur ze onmiddellijk terug. Als t bij jullie al koud is kan je wel verzinnen hoe het in de Bourgogne is. En we zijn al veel te weinig in ons kot daar, maar als wij er zijn, willen we wel lekker terrasweer. ;-)
    Amusant geschreven weer, Renee.

    1. Om dezelfde reden dat alle Hollanders eender zijn.
      Kwestie van socialisering. Maar je mag je best boven ze verheven voelen hoor. Als je dat een lekker gevoel geeft.

  2. Ik ben een fan van je! Weer een prachtig verhaal.Heel herkenbaar.
    J e ‘nicht’ uit de Ardeche. Lucy Vonk

      1. Dag Ren?e,
        Mijn vader was Ted (Theodorus) Vonk uit Utrecht, Zijn vader Theodorus kwam uit Gouda. Ik ben opgegroeid – gezin met 8 kinderen Vonk – in Amerfoort.
        groet Lucy

  3. Ha Ha ik heb ook net nieuwe buren
    dat kwam mijn andere Franse buurvrouw even verkondigen
    mijn eerste vraag; het zijn toch wel Fransen hé……………
    ja gelukkig met paarden, mooie schimmels
    ze moeten nog kennis komen maken.
    Engelsen genoeg hier en Nederlanders ,op de lokale markt kom ik al niet meer gevuld met Ned en Eng.en dan is het nog niet eens hoogseizoen. gggrrrrrr.

    Susan

    1. Dag Susan,
      In de lokale supermarkt een dorp verderop is de voertaal Nederlands. Zelfs de cassières zeggen ‘doei’ als ze een accentje menen te horen. Gruw! Maar wel leuk als ze dat tegen Engelsen of Denen (daar zit hier ook een heel ‘nest’ van) zeggen. ;-]

  4. …een voorbij komend fenomeen: voorbijkomen als werkwoord wordt in zijn geheel vervoegd, dus voorbijkomend. Ik kan niet zo goed tegen taalfouten. Maar ja ik pretendeer ook niet te kunnen schrijven. Buitenlanders vind ik leuk om te ontmoeten, ook als ze bij mij onverwachts op bezoek komen. Ben ik zelf dan geen buitenlander voor een Engelsman, Fransman, Duitser of een Italiaan? Ik wil geen “prétentieuse” zijn. Doe maar gewoon!

    1. Dag Anje,
      Je hebt gelijk. Wat die taalfout betreft.
      Verder pretendeer ik niet te kunnen schrijven, ik schrijf. Daar verdien ik m’n brood mee. Dat is één van de redenen dat onverwacht bezoek niet op prijs wordt gesteld: ik schrijf namelijk thuis, in een werkkamer. Net als mijn echtgenoot. Het is dus niet pretentieus als je liever niet onverwacht wordt gestoord (zeker niet als je tegen een deadline aanzit). En tijdens de lunch storen is hier in de Provence een doodzonde. On ne fait pas!
      Gewoner kan ik het niet voor je maken.

      1. ja niets is zo erg als gestoord worden als je aan het werk bent, eerst even bellen dan meen ik alle tijd..
        waarschijnlijk werkt Anje niet, dus die vindt dat” aanwippen”wel leuk..

    1. Dag Anje,
      Ik heb nergens beweerd dat je niet zou werken. Dat kan ik namelijk helemaal niet weten omdat ik je verder niet ken.
      Enne….. Het is ‘geïnteresseerd‘ en ‘laat dat dan eventjes weten’.

      1. ik ben altijd, maar dan ook altijd dat A4’tje kwijt met al die letters met leestekens en accenten, het maakt me lui :-D
        ergens… ligt het, tussen heel veel andere memo’s papiertjes, blocnotes en zo meer
        maar ik ben dan ook geen fanaticus in het correct spellen van woorden met zulke lettertjes…
        vergeef me mijn laksheid het bij ieder lettertje met extra’s op te zoeken…

      2. Dag Tien,
        Wees jij maar lekker laks! Bij jouw prettige blog gaat gewoon om de inhoud, en die deugt. Voor geïnteresseerden: http://deonzichtbarebrug.blogspot.fr/
        Ook ik ben geen taalfanaticus, maar ik probeer wel m’n best te doen om taalfouten eruit te zeven.
        Helaas lees je weleens ergens overheen als je je eigen teksten napluist.
        Voor m’n professionele werk heb ik gelukkig een eindcorrector als achtervanger. ;-]

      3. als ik ooit.. een stapje verder reik dan het bloggen… dan haal ik alles uit de kast en tussen de papier-stapel uit om geen (soms irritante) spel- en stijlfouten te maken.
        nog even verschuil ik me achter het ‘ooit’.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Of reageer met je Facebook account

Scroll naar top