Home

braquage carltonMet onverholen genoegen, om niet te zeggen met trots, volgt men hier in Zuid-Frankrijk de ontwikkelingen over de diamantroof in Cannes.
Trots? Jazeker!
‘Wij ‘ staan als Zuid-Europeanen (en dan met name in Nederland) dan wel bekend als luie sodemieters die vooral de zon aanbidden, in de criminele sfeer zijn ‘we’ dynamische recordjagers. Zo claimde men hier de grootste bankroof van de vorige eeuw. Om uw geheugen even op te frissen: de kraak op 19 juli 1976 van 400 kluizen in de kelders van de bank Société Générale in Nice. Vanuit de stadsriolen werd vier maanden lang aan een tunnel gegraven. De buit (omgerekend): € 29 miljoen. De overvallers lieten een vriendelijk bericht achter: “Sans arme, ni violence, ni haine” (Ongewapend, geen geweld, geen haat). En de sympathie van mijn buren of althans bewondering voor de rovers nam nog verder toe toen hoofdverdachte Albert Spaggiari, bijgenaamd Bert Le Magnifique, tijdens een verhoor spectaculair uit het raam op derde verdieping van het politiebureau in Nice sprong. Er stond een vluchtauto onder dat raam gereed. Spaggiari werd bij verstek veroordeeld, maar verdween nooit in een Franse gevangenis. Hij overleed op 56-jarige leeftijd in Italië, min of meer bij Nice om de hoek.
´Die kraak van de eeuw´, die komt ‘ons’ toe, vindt men hier. Het was wat dat betreft dus heel vervelend dat er op 18 februari van dit jaar op het vliegveld van Brussel een poging werd gedaan Zuid-Frankrijk in de jacht op het eeuwrecord alvast op afstand te zetten. Daar werden juwelen ter waarde van € 37 miljoen uit een vliegtuig geplukt.
Zoiets laten ‘we’ natuurlijk niet op ons zitten. Zuid-Frankrijk ging meteen in training . Op 17 mei die kluisjesroof in het Novotel in Cannes (€ 1,4 miljoen), op 23 mei de diefstal van een collier ter waarde van € 2 miljoen in het legendarische Eden Roc Hotel in Antibes. En nu dus de voorlopige ´finale´ met een buit van € 103 miljoen (nee nee, die eerder geclaimde € 40 uit m’n vorige stukkie is allang weer overtroffen, volgens officiële woordvoerders). Ha, dat zal die amateurs in Brussel leren! Deze eeuw duurt nog vrij lang, maar vooralsnog hebben ‘we’ ons record te pakken.
Inmiddels is er door de gendarmerie wat meer bekend gemaakt over de overval in het Carlton van Cannes. De bestolen juwelier zou Lev Leviev (57) zijn, een in Rusland geboren Israëlische zakenman. Onder meer rijk geworden dankzij een diamantmijn in Angola en investeringen in de door Israël bezette gebieden in Palestina. Het zakenblad Forbes schat zijn vermogen op 1,5 miljard dollar. Waarschijnlijk eet hij er dus geen croissantje/bagel minder om.
De politie intussen (zegt men) wist helemaal niet dat er in het hotel een expositie van extreem duur edelmetaal gehouden werd. Dat is minstens opmerkelijk.
Dat de dader, gekleed als toerist in Bermuda-short en op gympies, via een niet afgesloten achterdeurtje de tentoonstellingsruimte binnen kon wandelen is ronduit raar. De overvaller hield vervolgens met zijn automatisch wapen zeven aanwezigen onder schot, onder wie vier beveiligers. Die dus niet zo goed beveiligden. Dat is nogal ridicuul. De overvaller zou niet door dat achterdeurtje weg gewandeld zijn, zoals eerder verteld. Hij zou door een raam verdwenen zijn en stond toen in Rue François-Einesy. Hij zou nog in alle rust een paar edelstenen die bij zijn sprong uit het raam op de grond waren gevallen, hebben opgeraapt. En dat is ronduit hilarisch.
Helemaal bizar en nogal typisch Zuid-Frans: de helderziende Aurora in Cannes beweert in de Nice-Matin dat ze kort na de overval iemand op bezoek kreeg die vertelde dat hij door de politie achterna gezeten werd. Zijn vraag was: kan ik veilig per vliegtuig vertrekken? Aurora had haar glazen bol (lunchtijd) net even uitstaan. Maar gelet op de haast van de man had ze maar gewoon ´ja´ gezegd.
Maar ik ken de extreem strenge bagagecontrole op Nice Côte d’Azur; daar kom je met een pakketje grijpglimmers niet ongeschonden doorheen.
Binnenkort zullen we dus wel heel veel hobbyzoekers met metaaldetectors strand en platteland zien afschuimen op zoek naar een stukje begraven geluk.
Het mijne heb ik al gevonden: we hebben we ons jatrecord weer terug.

Het betere jatwerk!

juli 28, 2013

carltonJe mag het niet zeggen natuurlijk en al helemaal niet opschrijven. Maar ik koester een heimelijke bewondering voor roofovervallers die geen schot lossen en er toch met een megabuit vandoor gaan. Zoals vandaag in het Zuid-Franse Cannes weer zo´n ouderwets huzarenstukje werd geleverd. In het super-sjieke Carlton Hotel aan de beroemde Boulevard de la Croisette wandelde vanmorgen via een achterdeurtje een gemaskerde man binnen, gewapend met een 9.mm pistool. Enkele ogenblikken later liep hij door diezelfde achterdeur weer naar buiten, nu met een diplomatenkoffertje. Er zaten juwelen in met een voorlopig geschatte waarde van € 40 miljoen. Vakwerk, zou ik zeggen: geen mens bedreigd, geen slachtoffer gevallen. Behalve misschien de verzekering, maar die vangt dat wel op: gewoon de premies weer een trapje hoger, zeurt verder niemand over. Van de dief ontbreekt tot nu toe elk spoor.
In het hotel, officiële naam Inter-Continental Carlton Cannes, was tot 30 augustus een juwelen-expositie gedacht. En in die luxe herberg voor de the rich & famous gaat het dan natuurlijk exclusief om de tentoonstelling van hoogglanzende edelmetalen en spetterende topglimmertjes waarvoor types als Paris Hilton een moord zouden plegen en waarmee een normaal mens nog niet dood zou willen worden aangetroffen. Je kunt ze ter plekke ook kopen. Als je over genoeg wansmaak beschikt.
Elke avond worden de expojuwelen min of meer ´veilig´ opgeborgen. De juweliers moeten hun koopwaar elke ochtend opnieuw in de beschikbare vitrines uitstallen. Het kan bijna niet anders of de overvaller moet van die procedure op de hoogte zijn geweest. Is de vraag waarom dat achterdeurtje niet op slot zat. De gendarmerie wijst nu al met een beschuldigende vinger naar de beveiliging.
Ondertussen zit ook het Carlton met de gebakken peren. Een indrukwekkend ´paleis´ uit 1911. Wie er in mei wil logeren, moet minstens een jaar van tevoren boeken, want in die maand worden alle 334 kamers bewoond door Hollywoodvolk dat op het Filmfestival van Cannes even wat media-aandacht komt genereren. De VPRO geeft jaarlijks uw belastinggeld uit aan een opgedraaid cultuurpopje dat voor u alle ins & outs bijhoudt. Of u nou kijkt of niet.
Tijdje terug heb ik zelf de nacht in dat Carlton doorgebracht. Ik arriveerde nogal laat, men zat een beetje vol. “Upgrading dan maar? “ vroeg de baliekluiver van dienst met een iets te gladde glimlach. Ik kreeg een forse korting als ik een suite nam. Ik was moe, verreisd. Ik ging akkoord, en belandde in de Clint Eastwood-suite: een appartement met een woonkamer ter grootte van een balzaal (met 3 bankstellen en een cuisinette), 2 slaapzalen met badhuizen-en-suite, en de garantie om geheid te verdwalen als je ’s nachts naar het toilet en daarna naar je bed op zoek ging. En die ‘riante’ korting was bij het ontbijt (€ 55, met gerookte zalm -die ik niet blief- maar zonder champagne) al meteen vrijwel verdampt.
Het ´über-Franse´ hotel heeft zijn repuatie aan van alles en nog wat te danken. In 1955 was er de ´gearrangeerde´ ontmoeting tussen Grace Kelly en prins Rainier van Monaco. Een jaar later waren ze getrouwd. In 1955 nam Alfred Hitchcock er zijn romantische thriller ´To catch a thief´ op, met Grace Kelly en Cary Grant. Dat roepen ze vandaag dus weer in het Carlton: ´catch a thief´.
De roofoverval van vandaag betekent extra reputatieschade voor het hotel. Dat bij ons in Zuid-Frankrijk toch al minder gewaardeerd werd. Dat heeft te maken met de tamelijk recente overname van dit ´instituut´ (zoals zo´n adres met een rijke traditie genoemd wordt) door de heer Ghanim Bin Saad al Saad, een zakenman uit Qatar. Hij is via zijn investeringsmaatschappij Mayfair Investment Corporation SA trouwens ook al eigenaar het Amstel Hotel in Amsterdam. Het zal allemaal wel kloppen en economisch gezien allicht onvermijdelijk zijn, maar -in elk geval bij ons in de buurt- worden vanwege dit soort overnames de wenkbrauwen gefronst. Men heeft het over diefstal van Frans erfgoed.
Dat er vandaag iemand met iets van 40 miljoen vandoor is gegaan, komt trouwens het aanzien van heel Cannes niet ten goede. Het was niet voor het eerst hè. In mei, tijdens het filmfestival, werd er ook al voor € 1,4 miljoen aan diamanten uit een kluis van het Novotel gejat. Dat waren lease-juwelen die de Sterren op de rode loper voor het festivalpaleis hadden mogen/moeten dragen. ´Internal job´, aldus de gendarmerie. Ook die buit is tot op heden niet teruggevonden. De teller voor jatjuwelen staat in Cannes dit jaar voorlopig € 41,4 miljoen.
Ik moet er van de week weer zijn, in Cannes. En dan ga ik even gedag zeggen aan een goede vriend die bij het Carlton werkt. Nee, niet achter de balie, hij is ‘bagagiste’, de man die uw bagage netjes afhandelt. Al 23 jaar. Hij draagt net als ik, een horloge dat hij erfde van z’n grootvader, zelfde merk ook nog. En allebei weten we dat onze horloges er niet toe doen, behalve voor ons. Maar hij vindt het vreselijk dat de naam van ‘zijn’ hotel zo te grabbel wordt gegooid. Hij zou er zijn Pontiac voor over hebben als ‘zijn’ Carlton weer de oude statuur van vroeger zou hervinden; noblesse oblige. Ik heb er eerlijk gezegd een hard hoofd in. Maar ik denk niet dat ik dat ga zeggen….

fatouche
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Fatouche (of fattouch) heeft niks met Zuid-Frankrijk te maken. Behalve dan dat het hier een mateloos populaire Libanese salade is, die het deze zomer met name goed doet in de ‘branché’ restaurants, in dieetmenu’s, en tijdens de ramadan (na zonsondergang uiteraard) die nu in volle gang is, want het is een heerlijk frisse salade waar je op/na een warme dag geweldig van opknapt.
Voor mij heeft Fatouche nog een andere, bijzonderder (zeg je dat zo?) betekenis. Het is de naam van de draadharige tekkelachtige van een dierbare, die er sinds 2005 niet meer is. Fatouche wel, die woont bij een zoon in NL en is nog net zo stronteigenwijs en tegendraads als toen ik hem leerde kennen. Luisteren? Ho maar. Rondje met de baas? Alleen als die achter hèm aanliep. Oppasadres? (ik dus). Eens kijken hoe ver we te ver kunnen gaan. Kortom, een heerlijke hond, waaraan ik met plezier terugdenk. Net zo verfrissend als de salade waarnaar hij -per ongeluk- vernoemd is.
“Waarom Fatouche?” vroeg ik z’n baasje ooit.
“Dat kwam zomaar in me op.”
Het was een warme, zomerse dag, de cigales zongen, er stond een frisse salade op tafel……

Ingrediënten:
4 ferme pommodori (tomaten)
1 kleine komkommer
1 rode paprika
1 grote ui
12 radijsjes
1 krop sla (het zachte binnenste)
1 ruime handvol mâche/veldsla
½ bosje platte peterselie
½ bosje mint
2 teentjes knoflook
½ halve citroen (uitgeperst)
1 eetlepel wijnazijn
6 eetlepels olijfolie
1 theelepel sumac (facultatief)
1 eetlepel verse tijmblaadjes (of 1 theelepel gedroogde)
zout, peper
pitabrood

Bereiding:
Snij de tomaten in vieren, haal de zaadjes eruit en snij het vruchtvlees in stukjes.
Schil de komkommer, snij hem in tweeën, haal de zaadlijsten eruit en snij ‘m in dunne plakjes.
Pel en schil de ui en snij in ragfijne ringen.
Haal met de dunschiller het vel van de paprika, snij hem in tweeën en haal de zaadlijsten eruit. Snij vervolgens in kleine stukjes.
Snij de radijsjes in dunne plakjes.
Pers de halve citroen uit.
Pel de knoflooktenen.
Haal het zachte binnenste uit de sla-krop, haal de dikke nerven eruit, scheur de blaadjes in stukken; was en droog ze in de slacentrifuge. Was de mâche/veldsla op dezelfde manier.
Snij de peterselie en de mint fijn.
Doe de sla, de mâche/veldsla, tomaat, komkommer, ui, paprika, radijs, peterselie en mint in een ruime kom en meng alles door elkaar.
Pers de teentjes knoflook uit boven een ander(e) kom(metje), waarin ook de olijfolie, citroen, azijn, tijm, wat zout en peper en de sumac een plaatsje hebben gevonden. Sumac (sumak) is in Frankrijk in de meeste supermarkten verkrijgbaar, en in NL bij de Turkse of Marokkaanse winkel, maar als u er niet aan kunt komen, gewoon wat meer citroensap en wijnazijn toevoegen.
Klop de ingrediënten tot een mollige saus.
Rooster het pitabrood en snij in stukken.
Verdeel de salade-ingrediënten over de borden. Leg er de stukjes pitabrood bovenop. Schenk er dan pas de saus over. Meteen opdienen, anders wordt het zompig.

Richting

juli 22, 2013

rotondeIk heb een pesthekel aan rotondes, en dan met name aan mini-rotondes die ervoor geschapen lijken om chaos te creëren. Nergens worden verkeersregels zó genegeerd als juist daar.
Ha! Rotonde! Altijd voorrang! Jawel, behalve dan als je er nog niet op zit, maar dan heb je die hele minirotonde al over het hoofd gezien. Wat was dat? Minirotonde? Ah, gemist. Sorry…. Bijgevolg geeft ook geen hond meer aan waar en wanneer ie er af gaat. Ouderwets richting aangeven, zeg maar.
Geen idee hoe dat elders in Frankrijk is, maar bij mij in de buurt krijg je zo ongeveer om de vijf kilometer een rotonde voor je motorkap. Volgens de wethouder in mijn dorp die ik vanmiddag even in het café sprak, komt zo’n rotonde de verkeersveiligheid ten goede. Maar mijn ervaring is dat rotondes vooral de filevorming bevorderen. Over de terreur van de verkeersdrempels (zelfs in mijn vrijwel failliete keuterdorp al twee stuks, kersvers aangelegd) heb ik het maar even niet. Moest er weer eens subsidie uit Brussel worden opgemaakt? Dat betoogt mijn man in elk geval, en hij zou best eens gelijk kunnen hebben: één jaartje subsidiepot niet leeg gesnoept, het volgende jaar strafkorting.
Ik heb -uiteraard weer onaangekondigde- vakantielogés over de vloer. Ik was dus vanmorgen gedoemd boodschappen te doen. Normaal vergt het ritje naar de supermarché en de marché paysan 15 km verderop, iets van een kwartier. Nu duurde het 45 minuten voor ik er was: ‘saison’ hè, toeristen.
Tuurlijk, toerisme is een zegen voor de buurt, de halve middenstand leeft ervan, en dan had ik hier maar niet moeten gaan wonen enzo. Maar moet in het hoogseizoen ook subiet alle beschaving overboord? Op de eerste rotonde op weg naar de supermarché ging het al meteen mis: een losse flodder in zo´n namaak-cabrio ramde ‘m plankgas de rotonde rond. Richting aangeven ho maar. Dat was onverstandig.
Nou ben ik wel wat gewend, bij mij in de omgeving is richting aangeven synoniem voor burgertrutterigheid. Men gebaart liever met een arm uit het omlaag gedraaide raampje dat men links- of rechtsaf gaat, of dat je er langs mag. Dat laatste doorgaans op een onoverzichtelijk (kruis)punt, of een steile kronkelafdaling, maar voor verkeersinzicht moet je hier ook niet zijn. Gaat ook zelden fout: ons kent ons.
Van toeristen mag je echter verwachten dat ze de Franse verkeersregels in acht nemen. ‘On n’est pas d’ici, hein!’ Dus netjes richting aangeven graag! Ja ja, ook en vooral die verafschuwde Parijzenaars die hun clignoteur -eenmaal op het ‘achterlijke’ platteland- zelden weten te vinden. De arrogantie van de grote stedeling.
Ik mag er graag even tegenin gaan. Gewoon een kwestie van een klein stukje grommend optrekken in m’n afgetrapte Japse 4×4 met imposante dreigdeuk in de bumper. De Parisienne van de ‘cabrionette’ die even snel die rotondette dacht te ronden, weet dat nu ook. Dat er daarna nog circa 25 andere auto´s die in de file achter me stonden, ‘even’ voorrang namen had ik niet voorzien.
Maar ja: ‘On est d’ici, hein.’

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zomergasten. Ze komen, ze gaan, en vandaag heb ik er weer een paar opgepikt en afgezet op het vliegveld. Waaronder Ome (geen ‘oom’, ‘ome’) Freek. Een Rotterdam-Zuiderling van in de tachtig die pas begon te leven toen zijn vrouw dood ging. Nee heus, hij was best gesteld op Jannie, maar hij mócht zo weinig. Niks eigenlijk. Na zijn pensionering wilde hij graag wat kladschilderen. Maar dat gaf zo’n rommel in huis. En omdat Jannie ernstig vegetariër was, kwam er ook geen be-ui’t harinkie of een mals biefstukje over de drempel. En daar was Freek nou juist zo dol op. Net als op de chocoladetruffels van de banketbakker om de hoek. Maar snoepen mocht ook al niet, daar werd je maar dik en vadsig van. Toen is het begonnen, dat vreemd gaan. Freek had een vast loopje als hij op zaterdag naar de markt gestuurd werd voor een verse lading groen-en-verantwoord voedsel: eerst de haringkar, dan de snackcorner voor een biefstuk-frites, vervolgens de banketbakker, en daarna propte hij de fietstas vol met wat er bij het scheiden van de markt nog te krijgen was. Als Jannie klachten had over de kwaliteit zei hij gewoon dat het “in de aanbieding was” en dus lekker voordelig. Een argument waar ze uiterst gevoelig voor was, dus sneed ze monkelend de bruine plekken uit de appels, de weke delen uit de komkommer en de slappe bladeren van de sla.
Na Jannie’s begrafenis stapte Ome Freek op de fiets, haalde een harinkie bij de haringkar, fietste naar de Blokker voor een koekenpan, naar de slager voor een biefstukje en naar de banketbakker voor zijn chocoladetruffels.
En een jaar later stapte hij voor het eerst van zijn leven op het vliegtuig om een tijdje te komen kladschilderen in de Provence. Binnen de kortste keren was hij de held van mijn dorp. Freek schilderde bij voorkeur op het terras van de kroeg, waar hij al snel bekend stond om zijn formidabele inname-capaciteit. En vanwege z’n vermogen om vrijwel elke vrouw die langs trippelde in te palmen; die twinkelende oogjes van hem deden het waarschijnlijk, want hij sprak geen woord Frans. ‘Le vieux roquentin’ (de ouwe snoepert) werd zijn koosnaampje.
Vanwege hem maak ik zelfs hoog-zomer chocoladetruffels, die ik in de diepvries bewaar omdat ze smelten waar je bijstaat. Maar ja, hij is er dol op. Logisch dat de diepvries leeg was toen in vanmiddag terugkwam van het vliegveld. Ben benieuwd hoe zijn reistas eruit ziet als hij ‘m straks thuis verlekkerd open ritst……

Ingrediënten:
300 gram gedroogde vruchten (vijgen, rozijnen, abrikozen enz.) en noten (walnoot, amandel, hazelnoot enz.)
50 gram dikke honing (geen vloeibare)
80 gram cacaopoeder (en/of hagelslag, kokos, muisjes, muesli, amandelschaafsel)

Bereiding:
Hak de gedroogde vruchten en de noten fijn en vermeng ze met de honing. Zet het mengsel een half uurtje in de koelkast om op te stijven. Vorm er met behulp van twee lepels balletjes van (als dat niet perfect lukt, gewoon met de hand rollen en/of in model kneden) en wentel die door de cacao en/of de hagelslag of één van de andere garneersels. Als ze te krijgen zijn, doe dan elk balletje in een bonbonvormpje. Zo niet, maak dan vormpjes van alufolie, zodat ze niet aan elkaar kleven. Bewaar de chocotruffels in de diepvries en haal ze er pas vlak voor serveren uit. Tenzij er een ‘Ome Freek’ in de familie is natuurlijk.

rabarberVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Eigenlijk begon de Franse Revolutie helemaal niet op 14 juli 1789 met de bestorming van de Bastille, maar op 4 mei van datzelfde jaar met het bijeenroepen van de Staten Generaal – de eerste keer in 175 jaar. Toen kwam er een einde aan het Franse koninkrijk en werd de Eerste Republiek een feit. Maar ja, zo’n bestorming door opstandige Parijzenaars doet het natuurlijk beter in de mythevorming dan een saaie vergadering. Bovendien veranderde er voor de gewone bevolking niets: de elite leefde er nog steeds riant op los terwijl het gewone volk krepeerde wegens een diepe economische crisis. Logisch dat de boze burgers in opstand kwamen.
Bij die run op de Bastille ging het trouwens niet om het bevrijden van gevangenen (er zaten er op dat moment maar zeven, een paar oplichters en een paar gekken) zoals de legende wil, maar om munitie. De opstandelingen hadden namelijk even ervoor een wapendepot geplunderd, alleen ontbrak de munitie. In de Bastille -een oud fort dat zou worden afgebroken- lag de voorraad die ze nodig hadden. Het oproer begon nog rustig, maar escaleerde tot een bloedige veldslag doordat de gouverneur die met zijn voor het leger afgekeurde troepen de Bastille zo’n beetje bewaakte, de onderhandelingen verklooide. Hij eindigde met z’n hoofd op een lans die in triomf door de straten van Parijs werd gedragen. Er vloeide veel bloed, er vielen veel doden. De legende van de bestorming van de Bastille was een feit. Waardoor heel Frankrijk de revolutie dus eigenlijk op een verkeerde dag viert: Quatorze Juillet.
Dat gaat met veel vuurwerk gepaard. Wie wil weten waar dat bij hem/haar in de buurt te bewonderen valt, klikt hier. En daarna op ‘decouvrez le programme’ op de site.
Goed. Vandaag dus een Bastilletoetje, een torentje in een glas waarbij arm (rabarber) en rijk (aardbeien) in vreedzame harmonie samenkomen. Geen vuurwerk op tafel dus, maar de ‘ooohhhh’s’ en ‘aaahhhh’s’ zullen er niet minder om zijn.

Ingrediënten:
500 gram rabarber
500 gram aardbeien
250 gram mascarpone
150 gram kristalsuiker
2 zakjes vanillesuiker
sap van een ½ citroen
1 dl water

Bereiding:
Snij de uiteinden van de rabarberstelen en trek (of schil met de dunschiller) de harde draderige buitenkant eraf. Snij de stelen in stukken van zo’n 2 centimeter.
Doe 1 dl water in een ruime pan, doe de suiker en het citroensap erbij, breng even aan de kook en voeg de rabarber toe. Laat met het deksel schuin op de pan in een paar minuten (3 à 4) gaar koken; de rabarber moet nog ‘beet’ hebben en mag geen pap worden.
Neem een kom waarop een zeef past, giet de rabarber af in de zeef, zodat de kom het kookvocht opvangt. Laat een kwartiertje staan, zodat de rabarber goed uitlekt. Leg de zeef met de rabarber op een bordje en zet een half uurtje weg in de koelkast.
Laat intussen de mascarpone op kamertemperatuur komen in een andere kom. Doe er de zakjes vanillesuiker bij en roer door. Giet er daarna -scheutje voor scheutje en onder goed roeren- wat rabarberkooknat bij, net zo lang tot er een mollige room ontstaat. Laat ook die een half uurtje staan in de koelkast.
Haal de kroontjes van de aardbeien, snij ze in tweeën en doe ze in de kom met het overgebleven kooknat. Zet die eveneens een half uurtje weg in de koelkast.
Dan is het tijd om te serveren. Verdeel de rabarber over de bodems van vier brede glazen, of vier glazen bakjes. Verdeel de mascarponecrème als een dikke laag er bovenop. Vis de aardbeien met een vork uit het kooknat (of giet ze af in een schone zeef) en verdeel ze eveneens over de glazen.
Bonne app. et bonne Fête!

Quatorze Juillet

juli 10, 2013

balIn mijn Provençaalse gehucht wordt Quatorze Juillet bloedserieus genomen. Al dagen van tevoren komt er een speciaal team van ‘experts pyrotechnique’ uit de grote stad om het vuurwerk in stelling te brengen. En tot het ‘uur U’ daar is, wordt het feestkruit door de lokale champêtre en een gelegenheidscollega desnoods met hun leven verdedigd. Tussen mijn dorp en het naastgelegen dorp heerst namelijk al sinds mensenheugenis een vete. Overheden die er verstand van menen te hebben, vinden het namelijk onverantwoord om in beide gehuchten tegelijkertijd een ‘feu artifice’ toe te staan. Eén van de twee moet daarom een dag eerder worden gehouden. Dus is er elk jaar weer een verbeten strijd voor het mooiste, grootste en indrukwekkendste vuurwerk, om de begeerde vergunning voor 14 juli binnen te slepen. Wie naar 13 juli wordt verbannen is een loser. Tot nu toe won mijn dorp. Maar als het buurdorp de kans schoon ziet, wordt er gesaboteerd. Vandaar die bewaking.
En aanstaande zondag zullen de ‘aaahhh’s en ooohhhh’s’ weer niet van de lucht zijn, het lokale sufferdje zal verslag doen en het dorp heeft weer een jaar de tijd om te sparen voor het volgende spektakel dat natuurlijk nog grootser van opzet zal zijn. Nou ja, in dorpswaarneming dan.
Jammer genoeg gaat dat ten koste van het bal na afloop van het vuurwerkgeweld. Regelde het Comité des Fêtes vroeger nog weleens een bandje dat best leuk had kunnen meekomen met de voorrondes een hits-uit-de-oude-doos-playbackshow, tegenwoordig moeten we het doen met een overjarige DJ met een kekke bolhoed om zijn kalende kruin te verbergen en een foute platenkeuze. Als diens tijd erop zit -doorgaans tegen elven- wordt hij opgevolgd door een accordeonist die slechts ‘musette’ op het repertoire heeft. Voor twaalven is de dansvloer leeg, op een paar die-hards en dronkaards na, tegen half een begint de veegploeg en tegen enen gaat het licht uit. Dat was vroeger wel anders. Het hele dorp op de dansvloer, van 2- tot 102-jarigen, wijn uit plastic, een frietcaravan gespecialiseerd in slappe spuitpatat én uitstekende Merguez-worstjes. En feestgedruis tot in de kleine uurtjes.
Dat leverde meteen een ander probleem op: Fernand, dé aannemer van ons dorp, die op 15 juli jarig is. Dat betekent rond ‘midi’ aanschuiven aan de schragentafels die hij in zijn tuin heeft neergezet.
In het holst van de nacht thuisgekomen van het republikeins dansfeest van ‘liberté, égalité, fraternité’, zijn we -amper bij de les- gedoemd de eerste Ricard soldaat te maken. Bij Fernand is het even uitbuikig als verplicht tafelen. Eten & drinken in onbeperkte hoeveelheden: anisette, rosé, rouge & blanc, paté, tapenade, gazpacchio, brouillade met zomertruffel, goed kluifbare Provençaalse spare-ribs, ‘illegale’ rauwmelkse kaas die nog echt smaakt en een variant van de salade Niçoise. Voor de naar schatting 80 dorpelingen die hij steevast inviteert.
Toen we voor de eerste keer waren uitgenodigd, kregen we van een paar autochtonen ingepeperd dat we ons als ‘priviligés’ (bevoorrechten) moesten beschouwen. Daar waren we het roerend mee eens, dus we besloten ons bescheiden op te stellen. Die eerste keer bij Fernand leek het ons dan ook verstandig zo tegen drieën op te stappen. Fout! We dienden minstens te wachten op de ‘méchoui’ die voor vijf uur op het programma stond. Dan praat je over een heel schaap aan het spit; er laaide al een gretig vuur in de barbecue, een tweetal in de lengte doorgezaagde oliedrums met een vernuftig geknutseld draaispit erboven. De regie was toevertrouwd aan de Nederlands-Marokkaanse combi Zonderland en Ahmar, een duo ruwbolsterige bosarbeiders dat we uit het café kenden.
We bleven. Het duurde tot tegen achten voor de méchoui’-chefs het sein op groen zetten. Ondertussen werd er dóórgedronken, of liever gezegd: dóórgetapt. Ik realiseerde me dat we weliswaar de vorige dag de Revolutie hadden gevierd, maar dat een opstand tegen Koning Alcohol in ons dorpje kansloos was. Tegen middernacht vond ik dat het mooi geweest was, hoewel er nog volop werd gedanst bij het licht van de lampions die in de bomen waren opgehangen.
“Wie rijdt er?”, vroeg mijn man, ook een slokje verder.
“Maakt niet uit”, grijnsde makelaar Gérard, die naast me stond. De vorige avond na het dorpsfeest was hij met zijn auto bovenop een paaltje terechtgekomen. Gendarmes waren toegeschoten en zetten zijn wagen keurig op de weg. “Bonne route, monsieur” was alles dat ze tegen hem zeiden. Blaaspijpjes bestonden toen nog niet, anders was het zijne vast geëxplodeerd.
Dat probleem hebben we niet meer, daarvoor is het dorpsfeest ‘nieuwe stijl’ te vroeg afgelopen.
Maar ja, dat verjaardagsfeestje van Fernand, waarvoor we gisteren tijdens het apéro weer zijn uitgenodigd. Hoe dacht hij zijn gasten dit jaar zonder problemen thuis te krijgen? Even keek hij me verbaasd aan. Toen kwam de in zijn ogen even logische als geniale oplossing: “C’est simple. Ik heb de champêtres ook uitgenodigd.”