Home

canneloni blog
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Ik ben er even niet. Een gewaardeerde collega regelt daarom dat dit Recept van de week netjes op Kijk, Zuid-Frankrijk! terecht komt. Dus ‘comme d’habitude’: bon app!

Ingrediënten:
12 kant-en-klare cannelloni-buisjes (kijk bij de droge pasta’s in het schap)
300 gram mager rundergehakt
2 tenen knoflook
1 kleine ui
1 ei
1 blik gepelde tomatenblokjes (400 gram)
1 volle eetlepel geconcentreerde tomatenpuree
60 gram geraspte parmesan
1 afgestreken eetlepel herbes de Provence
paar blaadjes basilicum
olijfolie
zout, peper, eventueel schepje suiker
1 stevige plastic zak (diepvrieszak bijvoorbeeld)
aluminiumfolie

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de tenen knoflook.
Verhit een scheut olijfolie in een ferme koekenpan en laat de ui glazig worden. Doe het gehakt erbij, knijp de knoflooktenen er boven uit, voeg de herbes de Provence toe, plus de tomatenpuree, peper, zout en (voor wie het iets minder ‘acide’ wil, een schepje suiker. Roer alles regelmatig om en laat op laag vuur een minuutje of tien pruttelen. Laat afkoelen. Roer er vervolgens het ei door (om de boel te binden).
Breng in een ruime pan zo’n 1 ½ liter water aan de kook, doe er een schepje zout bij en een flinke scheut olijfolie, en laat de cannelloni-buisjes een minuut of twee blancheren. NIET langer, als ze te zacht worden valt er weinig meer te vullen. Laat ze uitlekken in een vergiet, en leg ze naast elkaar -maar zonder dat ze elkaar raken- op een stuk ingevet aluminiumfolie voor verdere verwerking.
Giet de inhoud van het blik tomatenblokjes in een pan en laat zachtjes warm worden (niet koken), doe er de parmesan bij, roer nog even door en draai het vuur uit.
Vet een vierkante ovenschaal in. Verhit de oven voor op 200 graden.
Tja, en dan nu het vullen van de cannelloni-buisjes…..
Da’s gepruts. Zeker als je het met een lepeltje probeert.
Het kan simpeler. Neem een stevige plastic (diepvries)zak. Doe het gehaktmengsel erin, desnoods in delen. Knip een punt van de zak ter grootte van zo’n cannelloni-buisjes-opening. En pers de buisjes vol. Dat gaat het beste als je zo’n buisje rechtop zet. Maar leg er eerst een stukje aluminiumfolie onder; dan kun je het buisje (hou dat stukje folie tegen de onderkant!) als het vol is makkelijk naar de ovenschaal transporteren en het daar plat in neerleggen. Vul alle buisjes en verdeel ze over de ovenschaal. Giet er de tomatensaus overheen, dek af met aluminiumfolie.
Laat in de voorverwarmde oven zo’n twintig minuten garen, desnoods nog wat langer als de rolletjes niet zacht genoeg zijn geworden.
Snipper de basilicumblaadjes en garneer er kort voor het opdienen de ovenschotel mee.

GASTBLOG! Les francophones

za 24 augustus 2013

Soms kom ik mensen tegen die net zoveel over Zuid-Frankrijk te vertellen hebben als ik. Maar dan anders. In GASTBLOG! kunnen ze hun verhaal kwijt. Op eigen kracht en risico. En met reacties bemoei ik me ook al niet. Wel behoud ik me het recht voor om een bijdrage een beetje redigeren, in te korten of te weigeren.
Dus: kom maar op, en stuur jouw verhaal (met illustratie) naar: GASTBLOG!

HET FRANKRIJKVIRUS VAN ELISABETH DE RU

WIE?

Elisabeth de Ru (50, getrouwd met Martijn, twee parttime koters van 13 en 15) is projectmanager en hobby-fotograaf . Ze is dol op organiseren, en alles wat met interieur en design te maken heeft. Maar bovenal is ze verzot op Frankrijk, met name op haar favoriete vakantiehuis in de Zuid-Franse Var.

SONY DSC

HAAR VERHAAL:

“Ik weet niet meer precies hoe oud ik was toen ik voor het eerst écht naar Frankrijk op vakantie ging. Daarvoor reden we er doorheen op weg naar Spanje. Ik was toen 13 denk ik. Ik had mijn vader de kop gek gezeurd om dwars door Parijs te rijden in plaats van over de périférique, want ik wilde de Eiffeltoren met eigen ogen zien. Aldus geschiedde. Ik maakte foto’s. Het rolletje zat verkeerd in de camera en dus was de film slechts op een rondje in het midden belicht. Sindsdien koop ik op vakantie ALTIJD ansichtkaarten, just in case.

Parijs smaakte naar meer. Frankrijk smaakte naar meer, hoewel ik van het land zelf nog niet eens uitgebreid iets meegekregen had. Toen ik er voor het eerst op vakantie ging wist ik meteen dat er een onverklaarbare band en aantrekkingskracht was. Ik begon op eigen houtje naar Parijs te gaan en kom er nog steeds minstens één keer per jaar. Het zuiden van het land trok ook. Eerst de omgeving van de Gironde aan de Côte Sauvage. En toen de Middellandse zee. Daar verloor ik mijn hart definitief.

Nu neem ik me vaak voor om naar andere landen op vakantie te gaan. Maar zolang ik het met één (zomer-)vakantie per jaar moet doen en aangezien ik “mijn” zuid Frankrijk niet kan missen kom ik toch (bijna) iedere keer weer dáár uit. Toen ik Martijn leerde kennen in 2004 was één van de eerste dingen die ik hem vertelde over mijzelf dat ik Francofiel ben en ooit in zuid Frankrijk wil wonen. Dat leek me informatie waar hij rekening mee moest houden. Ik sleepte hem in 2005 voor het eerst mee en hij was ook verkocht! Ik sleepte hem mee naar de Var en op een terras in Lorgues verklaarde hij mij nogmaals -en ook zuid Frankrijk- zijn liefde! Eigenlijk wilden we meteen verhuizen maar met twee ‘part-time’ jonge kinderen was dat niet handig (en vooral ook financieel niet haalbaar). De verhuisplannen gingen de koelkast in maar komen daar over een paar jaar zéker weer uit! De kinderen weten dat, en zoeken vast mee naar geschikte huizen.

Onze tweede vakantie samen boekten we een huis voor een week. Mét zwembad. Eigenlijk een beetje boven ons budget (hoewel de prijzen voor dáár nog heel redelijk zijn!) maar we moesten drie weken vakantie in één week proppen wegens een gebrek aan vakantiedagen, dus paste het budget ineens ook. Het huis was héérlijk! De omgeving schitterend. Vlakbij uitvalswegen zodat altijd binnen een uur rijden de hele Côte d’Azur bereikt kon worden. Ideaal!

Ik fotografeer en maakte dus ook foto’s van het huis. Omdat de foto’s die op de site stonden het huis geen recht deden en ik wist dat de eigenaar een Nederlander was ging ik naar hem op zoek. Het duurde even voordat ik hem gevonden had maar er is een vriendschap ontstaan en wij zijn inmiddels vaak terug gegaan naar Villajelena.

Het voelt stiekem een beetje als ons tweede huis hoewel dat het natuurlijk niet is. Maar we hebben er een verbouwing begeleid en inmiddels houd ik de Facebookpagina en een blog bij over het huis. Onlangs ben ik op dat blog een serie gestart met Nederlanders die in Frankrijk wonen (en werken) en die hun verhaal doen. Eerlijk gezegd hoop ik dat het Villajelena extra exposure oplevert, uiteraard, maar ik vind het zelf ook erg leuk om die verhalen te verzamelen. Immers, met veel van die Nederlanders in Frankrijk heb ik al lange tijd een online vriendschap opgebouwd, waarvan een aantal inmiddels in ontmoetingen zijn omgezet.

Nederlanders in Frankrijk die mee willen doen in de serie op dit blog zijn van harte welkom. Reclame maken voor jouw business in Frankrijk mag (graag, leuk). Ja, ook als je een vakantieadres in de Var exploiteert.”

Meer informatie:

http://villajelenabienvenue.blogspot.nl/

https://www.facebook.com/pages/Villajelena/180688062005296?ref=hl

Lees de rest van dit artikel »

club sandwichVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vooruit, nog eentje dan. Een picknickhap die beslist tot de klassiekers gerekend mag worden: de club sandwich. Jawel, de Amerikanen bedachten ‘m, de Engelsen namen hem over, maar de Fransen gingen ermee aan de haal en serveren er in plaats van chips het liefst frietjes bij. Een beetje (strand)restaurant heeft hem op de kaart staan, en zelfs het prestigieuze Louis XV van sterrenchef Alain Ducasse in Monaco serveert een CS. Dus waarom zouden wij achterblijven? Maar de patat laten we weg, die is straks koud en slap niet te eten.

Ingrediënten:
12 sneetjes pain de mie, zonder korst
12 dunne plakjes bacon
2 flinke kalkoenfilets
2 pomodori tomaten
8 blaadjes sla
2 hardgekookte eieren
4 plakjes emmental
4 volle eetlepels mayonaise
1 klein teentje knoflook
8 sprietjes bieslook
olijfolie, klontje boter
8 satéprikkers

Bereiding:
Kook de eieren hard en laat ze afkoelen, pel ze en snij ze in plakjes.
Verhit een scheutje olie en een klontje boter in een koekenpan en bak de bacon tot die knapperig is. Vis de plakjes uit de pan en laat ze uitlekken op keukenpapier.
Schroei de kalkoenfilets snel dicht in dezelfde hete pan, voeg eventueel nog een scheutje olijfolie toe om aanbakken te voorkomen. Laat ze in een paar minuten en onder af en toe omkeren gaar worden. Haal ze uit de pan en laat ze uitlekken/afkoelen op keukenpapier. Snij ze daarna in dunne reepjes.
Snij de pomodori in dunne plakjes, gooi kop en kontje weg.
Snipper de bieslook fijn.
Doe de mayonaise in een kommetje (het mag mayo uit een potje zijn; zelfgemaakt -met rauwe eierdooier- is een beetje tricky op een warm dagje uit, zelfs in de koelbox), pel het knoflookteentje en knijp het er boven uit. Doe de fijngehakte bieslook erbij en roer alles even door elkaar.
Was de slablaadjes en slinger ze droog in de slacentrifuge.
Rooster of grill de sneetjes brood, laat ze afkoelen.
Leg vier sneetjes brood op een plank (of gewoon op het aanrecht) en besmeer ze met een dun laagje mayonaise. Leg er vier slablaadjes bovenop, daarop de helft van de in reepjes gesneden kalkoen, daarop een paar plakjes pomodori.
Besmeer weer vier sneetjes brood met mayonaise en leg die met de besmeerde kant naar onderen op de pomodori.
Besmeer nu de bovenkant van het brood met mayonaise. Leg er de plankjes ei op, daarna de overgebleven plakjes tomaat, de plakjes emmental en de rest van de sla.
Besmeer nu ook de laatste sneetjes brood en leg die met de besmeerde kant naar onderen op de hele stapel.
Snij elk van de vier stapeltjes met een vlijmscherp mes diagonaal doormidden, zodat er acht driehoekjes ontstaan.
Tip: steek voor het snijden twee satéprikkers in de tegenover elkaar liggende hoeken van elk stapeltje, zodat de boel tijdens het snijden bij elkaar blijft. Laat ze zitten, dat eet makkelijker.

Wie houdt het fort?

vr 23 augustus 2013

bregancon
Het stond van de week gewoon in de krant: moeten we niet af van Fort de Brégançon? De presidentiële vakantieresidentie bij Bormes-les-Mimosas staat te vaak leeg en wordt te duur in het onderhoud. Leegstaand kost het zo’n € 632 per dag. Dat lijkt mee te vallen, maar als er een president neerstrijkt, doneert de Franse belastingbetaler € 33.000 per dag. Bewaking, catering, vervoer, vertier, dat soort kosten.
Intussen lijken presidenten een vakantie op Bregançon steeds minder aantrekkelijk te vinden. Sinds het ergens halverwege de vorige eeuw als presidentieel buitenverblijf in gebruik werd genomen, is het fort slechts zo’n 250 dagen bewoond geweest.
Fort de Brégançon biedt de Franse staatshoofden behoorlijk wat privacy (en daarmee misschien veiligheid), maar ik vermoed dat gedreven paparazzi er toch wel hun slag slaan. Ik herinner me in elk geval een foto van Chirac in korte broek achter een kinderwagen. Hij was geloof ik net opa geworden. Hij vierde er met regelmaat zijn zomervakanties, maar hij schijnt er zich vooral verveeld te hebben. Hij ging ook bijna nooit met zijn vrouw mee naar de mis.
Sarko heeft amper een voet over de drempel van het fort gezet. Hij logeerde liever bij zijn schoonmoeder, een klein stukje verderop, op Cap Nègre. Mitterand was er wél vaak, hij zag de zomerresidentie als een filiaal van het Élysée en werkte er stug door. In 1985 heeft hij er Helmut Kohl ontvangen. Alleen het echtpaar Giscard d´Estaing schijnt werkelijk van dit vakantieadres genoten te hebben. Charles de Gaulle, de eerste president die van het fort gebruik mocht maken, had meteen al klachten: de bedden waren tekort.
François Hollande boekte vorig jaar Brégançon en liet zich in de omgeving tamelijk uitbundig met zijn vriendin en in korte broek op terrasjes fotograferen. Prompt werd de president verweten dat hij de ernst van de crisis kennelijk niet in zag. Van zijn relatieve populariteit bleef weinig over.
Hollande bleef dit jaar maar helemaal weg. Hij vierde vakantie in La Lanterne, het buitenverblijf vlakbij het koninklijk paleis in Versailles.
Toen ik pas in de Var woonde en nog van alles wilde/moest ontdekken, kwam ik bij Bregançon terecht via de beroemde mimosaroute. Je begon ergens ter hoogte van het vliegveld van Nice, en dan reed je westwaarts, langs kilometers en kilometers wuft wuivend geboomte vol kleine gele pluisbloemetjes tot aan Bormes-les-Mimosas. Leuk stadje, behoorlijk toeristisch; ik at er een perfecte calzone bij Chez Sylvia, zo´n ideale familie-Italiaan die je hier in het zuiden gelukkig nog zo’n beetje in elk gehucht vindt.
Na de lunch en een fruitig flesje leek het me een goed idee om meteen maar het op een steenworp afstand gelegen Fort de Brégançon te bezichtigen: de officiële zomerresidentie van Franse presidenten, sinds 1968. Hadden we in dat jaar niet dat fameuze studentenoproer in Parijs? En was dat wellicht de reden om een vrijwel onneembaar fort aan de Franse zuidkust als ‘escape’ achter de hand te houden? Je fantasie gaat vanzelf de witte plekken in de informatievoorziening invullen.
Het enige andere fort dat me ooit boeide, is dat in Marseille, op een eilandje pal voor de kust: Chateau d‘If . Alexandre Dumas situeerde er zijn ‘Graaf van Monte Cristo’ in de periode dat het fort als gevangenis dienst deed. En wat me ook intrigeerde, waarom stonden de kanonnen daar op de stad gericht en niet op de zee, zoals je zou verwachten? Was ‘crime’ misschien altijd al een kenmerk van die opgewonden en opwindende stad, véél spannender dan Parijs?
Het Franse koningspaleis in Versailles had ik intussen ook al van binnen mogen zien, dus waarom zou ik nu niet even een kijkje nemen in het bolwerk van de huidige machthebbers,fort Bregançon, fantastisch op een schiereiland gelegen? Dat fort, of wat het destijds voorstelde, schijnt er al voor de jaartelling geweest te zijn. Ongetwijfeld een rijke historie, maar die heb ik -tikje rancuneus- nooit meer uitgezocht. Ik mocht er namelijk niet in. Zelfs niet na gewapper met m’n perskaart. De waakgendarmes waren vriendelijk maar beslist: “non madame, site privé.”
Dat ik riep dat het koninklijk paleis in Versailles héél toegankelijk was hielp ook al niet, de poort bleef dicht.
Verkoop die hoop oude stenen dan maar, dacht ik wrokkig. Er is vast wel een puissant rijke Quatari te vinden die er een paar miljoen tegenaan wil gooien om er een eigentijds optrekje van te maken. Die lui zijn toch al bezig half Frankrijk op te kopen, zoals het Carlton in Cannes en de voetbalclub Paris-Saint-Germain, om maar wat te noemen. En dit armlastige land kan wel een centje gebruiken.
Dat blijkt nog een heel probleem. In de Nice Matin stonden wat makelaarscommentaren op een eventuele verkoop.
“Teveel regeltjes omdat het om Frans erfgoed gaat’, teveel belastingen” en “te ver van Saint-Tropez”, vinden de makelaars: “dat verkoop je nooit”.
Hollande overweegt nu om het fort in de toekomst open te stellen voor het publiek.
Laat maar.

Recept van de week: Tonijncake

vr 16 augustus 2013

tonijncake
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Vorige week een begin gemaakt met picknickhapjes (klik hier) en zoals beloofd vandaag een vervolg. Inmiddels hebben we ‘ascension’ (Maria hemelvaart, 15/8) achter de rug. Veel Fransen maken van die katholieke vrije dag gebruik om er een lekker lang weekeinde uit te slepen. Ascension viel op donderdag, dus met één ingeleverde vakantiedag heb je meteen vier dagen vrij: ‘faire le pont’ (bruggetje bouwen) noemen ze dat hier. En natuurlijk trekt weer iedereen er massaal op uit, en staan de wegen het hele weekeinde filevol (klik hier voor een actueel overzicht). Dus als dat prettige picknickplekje aan zee of dat rustieke grasveldje aan de oever van de rivier niet op tijd gehaald wordt vanwege overvolle wegen, en de hongerklop slaat toe, dan laat onderstaand hapje zich ook smakelijk wegwerken in de auto. Het erbij gedachte frisse glaasje moet dan maar een glaasje fris worden.
Tip: blijf thuis, en picknick op het balkon of in de tuin.

Ingrediënten:
1 blik tonijn op olie (250 gram)
100 gram geraspte gruyère
handje ontpitte olijven
6 zongedroogde tomaatjes (op olie)
100 gram bloem
3 eieren
10 cl melk
10 cl olijfolie
1 zakje korrelgist
witte peper, snufje zout

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 200 graden.
Giet de tonijn af en prak het visvlees los met een vork.
Snij de olijven in dunne ringetjes, snij de tomaatjes in smalle reepjes.
Doe de bloem in een kom, maak een kuiltje in het midden, en breek daar de eieren in. Mix door elkaar met de mixer op de laagste stand.
Voeg de melk en de olie toe, mix alles weer door elkaar.
Doe er de gist en de gruyère bij en mix nogmaals.
Voeg de tonijn, de olijven en de tomaatjes toe. Strooi er ruimhartig witte peper overheen, eventueel nog wat zout, maar niet teveel want er zit al flink wat zout in de tonijn en de olijven. Niet meer mixen nu, maar alles voorzichtig door elkaar scheppen tot de boel min of meer gelijk verdeeld is.
Vet een cakeblik in en giet het mengsel in de vorm.
Laat de tonijncake in het midden van de voorverwarmde oven in circa 40 minuten gaar en goudbruin worden. De cake is gaar als je er een satéprikker in steekt, en je die er zonder aanhangsels weer uit kunt trekken.
Laat de cake afkoelen en schud hem uit de vorm. Snij ‘m in dikke plakken. Kan zowel lauwwarm als koud gegeten worden. In de koelkast blijft de cake minstens een paar dagen goed.

Een dagje Saint-Tropez

di 13 augustus 2013

st tropZomergasten.
Ze komen, ze gaan, en in de tussentijd willen ze alles dat jij niét wilt. Naar Saint-Tropez bijvoorbeeld.
“Hier zijn de autosleuteltjes, veel plezier”, werkt niet.
Jij moet méé: “Ja zeg, jij weet de weg, en die Fransen rijden als gekken.”
Dat ze dat niet eens kùnnen, omdat het hele wegennet vanaf je verstilde dorpje in de bergen tot aan de zeereep volledig verstopt staat met urenvretende files vinden de zomergasten geen argument. “Joh, in Holland sta je de hele dag in de file naar de kust.”
Goed, Saint-Tropez dus. Ik dacht een gaatje te zien door via een min-of-meer onontdekte binnenweg naar de onlangs (nou ja, men is er een jaartje of twee mee bezig geweest) verbrede en verbeterde D25 naar Sainte-Maxime te rijden. En vandaar de veerpont naar Saint-Tropez te nemen. Helemaal niet verkeerd: de files begonnen pas tegen het einde van de rit. En voor het parkeerterrein bij de ferry hoefden we maar een krappe twintig minuten te wachten voor de slagbomen opengingen en we een plekje konden bemachtigen. Zelfs de rij voor de pont viel mee: niet meer dan een verzengend kwartiertje zweten tussen de staalkabeltjes die ons -‘toeristengeteisem’- in bedwang hielden tot we aan boord mochten. Maar van een tarief van € 13,- p.p. voor amper tien minuten varen raak je evengoed een beetje verhit.
Koel drankje op een Saint-Tropisch terrasje dan maar. Ik koos voor een glaasje rosé. Dat bleek € 6,- te kosten. De Ricard van de echtgenoot deed slechts een schamele € 4,25. De jus d’orange van de zomergasten daarentegen € 7,50. “Freshly pressed” stond er onder de houdbaarheidsdatum (02/07/2017) op het fabrieksflesje. Pardon?
Maar het vermaak dat ons ten deel viel was onbetaalbaar.
Mensen kijken op een kade-terrasje in Saint-Tropez, ik kan het iedereen aanraden. Om te beginnen zit je tegenover een dikke muur van onwaarschijnlijk lelijke superjachten die allemaal met de kont naar je terrasje liggen geparkeerd. Met vrij uitzicht op de ‘rich & famous’ die zich op het achterdek hebben geposteerd om vooral gezien te worden: verveelde pubers met een watersport ‘suntan’ en surfplank-haar, vanwege een pa met teveel geld. Blasé bikinimeisjes die dodelijk vermoeid van het zonnedek naar de jacuzzi sjokken, en weer terug. Tot ze door een lid van de ‘crew’ geattendeerd worden op hun functie: de baas van het spul entertainen. Dan verdwijnen ze benedendeks.
Op de kade sjokken intussen de dagjesmensen voorbij, vette camera met telelens op de buik of op zo’n jacht gericht, drenzende koters met druipende ijsjes in het kielzog, koppijn en ruzie zichtbaar in aantocht. Luidruchtige Hollanders met kaalgeschoren zijhoofden en de tolerantiegrens tartende tatoeages, in mobieltjes schreeuwende Italiaanse modepopjes…. Er zwieren scootertjes tussendoor, een ‘onthoofd’ antiek Fiatje 500, de vuilnisauto die de overvolle prullenbakken komt legen, de havenmeester in een gedateerde Mehari, die hoogstpersoonlijk de ‘landvasten’ van een peperduur jacht komt controleren en even later schielijk aan boord verdwijnt, de Ferrari die een mevrouw op te hoge plateauzolen en met zichtbare rugpijn uitspuugt; het gaat allemaal min of meer redelijk samen. Tot het portier van een ‘strech-limo’ wordt opengegooid en een overijverige bewakingsbediende-met-oortje het totale kadegewoel plat legt om een hooggehakt hittepetitje de oversteek naar het zonnedek van haar Russische ‘papa-gateau’ (suikeroompje) te laten maken.
Het bejaarde echtpaartje dat ‘handje-pepermuntje’ in nostalgie ondergedoken langs drentelt, bruusk bruskerend. Zij klapt tegen het portier, hij laat haar hand niet los, helpt haar overeind. Vanuit de limo kan er geen excuusje af. Als de uitlaatgassen zijn opgetrokken helpen wij omstanders allemaal mee zoeken naar haar kunstgebit; er staan bandafdrukken op, maar het is nog heel. We bieden haar en hem een glaasje aan, voor de schrik. “Just some water please, to clean my teeth”, zegt ze met een beschaamd glimlachje. “I’d like some of that yellow stuff, no water!” Zij spoelt haar tanden, hij slaat zijn pastis onverdund en in één teug achterover.
Als ze samen wegwandelen houdt zij hèm overeind.
Het heeft de lokale krant niet gehaald.

salade crevettesVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zeg ‘picnic’ (picknick kennen ze hier niet) tegen een onvervalste Provençaal en de oogjes beginnen te glanzen. Want Zuid-Fransen zijn dol op picknicken. Liefst aan een prettig strookje strand of op een lommerrijke locatie. Bij voorkeur met dagverse (streek)producten en een prettig flesje van het plaatselijke domaine. Voor hen geen prefab-voedsel of boterhammen uit een plastic zakje. Maar een goed verzorgde en royale maaltijd met een keur aan lekkernijen. Met riante zitkleden -of desnoods een heel tuinameublement- en met ruime koelboxen om de wijn en bederfelijke waar koel te houden, plus natuurlijk een setje boules voor een spelletje pétanque. En vanzelfsprekend met de hele familie. En de vrienden van de familie. Plus de vrienden van de vrienden van de familie. En dan graag ook die vriend die zo leuk gitaar/mondharmonica/saxofoon en vul maar in, kan spelen. En ja, dan wordt zo’n picknick vanzelf een buitenfeestje dat uren kan duren.
Dat vergt een gedegen voorbereiding. Een goeie ‘picnic’ begint een dag tevoren, met hard sloven in de keuken. Lekker relaxen betekent eerst hard werken.
Laten we maar eenvoudig beginnen, met een garnalenslaatje. Daar kan gewoon een stokbroodje bij, en een lekker flesje uit de koelbox. Dan zien we volgende week wel verder. Want ik gooi er nog wel een paar picnic-receptjes tegenaan hoor.
En voor de liefhebber die toevallig hier in de buurt rondhangt: onderaan het recept van vandaag bungelen de mooiste picknickplekjes van de Provence.

Ingrediënten:
2 avocado’s
500 gram crevettes (gekookt, in de schil)
1 (liefst roze) grapefruit
1 klein kropje malse sla
½ bosje bieslook

Voor de saus :
1 klein uitje
5 eetlepels olijfolie
2 eetlepels citroensap
1 snufje gemalen rode peper (of ½ theelepeltje paprikapoeder)
1 snufje zout

Bereiding:
Pel de crevettes/garnalen, snij het ruggetje open en haal het zwarte darmkanaal eruit (dat geeft maar een bittere smaak als je het laat zitten).
Snij de grapefruit in tweeën (overdwars, dus daar waar ooit het steeltje zat is het midden van het kapje, idem voor het kontje) en snij met een vlijmscherp mesje het vruchtvlees tussen de vliezen vandaan.
Snij de avocado’s in de lengte in tweeën, prik een vork in de pit en trek hem eruit. Daarna pas de schil eraf pellen/snijden en het vruchtvlees in blokjes snijden.
Haal het zachte groene hart uit de sla en haal de harde nerven uit de bladeren (geef de harde buitenste bladeren en de nerven aan het konijn of de geit, of de composthoop), was, en sla de sla droog.
Pel en snipper het uitje, snij de bieslook fijn, pers de citroen uit.
Doe de olijfolie, het citroensap, de rode peper/paprika en wat zout in een ruime kom. Klop goed door met een vork tot de saus lekker lobbig wordt. Proef op smaak en doe er eventueel nog een snufje peper of zout bij.
Voeg alle overige ingrediënten toe (ook de garnalen) en meng voorzichtig door elkaar. Klaar!

TOETJE:
DE MOOISTE PICKNICKPLEKJES VAN DE PROVENCE

We beginnen in het westen van de Var bij Six-Fours-les-Plages, met z’n Parc de la Méditerranée. Een groene oase van zo’n zeven hectares, in het hart van de befaamde Cap Nègre (waar de schoonmoeder van ex-president Sarkozy woont), met onovertroffen uitzicht over de baai van Sanary. Wie hier zijn kleedje uitspreidt voor de lunch komt gegarandeerd niet voor donker thuis.
Nog zo’n droomplek: de picknickplaats in Le Brusc, grenzend aan de zee waarop vreedzame bootjes dobberen tegen het decor van het Île des Embiez; de mooiste aanzichtkaart verbleekt erbij.
Dat Île des Embiez zelf is ook meer dan de moeite waard. Je komt er met een pontje vanaf Le Brusc. Vraag bij aankomst naar de plek die bekend staat als ‘six-fournais’, een magische picknick-locatie. Bekijk onderweg de informatieborden, die alles vertellen over de rijke flora en fauna.

In het midden van de Var komen we terecht bij Besse-sur-Issole, een klein stadje in de buurt van Brignoles, met een schitterend meer en een prachtig beschermd natuurgebied. Aan de oevers van het meer zijn tal van picknick-accommodaties, je kunt er bovendien zwemmen en vissen, riante wandelingen maken en…. paardrijden. Bekijk in het stadje zelf de kapel Saint-Quinis uit de 16e eeuw, het oude stadshart uit de 17e eeuw, en de middeleeuwse brug over de rivier Issole.

Op de grens van de Var en de Alpes-Maritimes, tussen Saint-Raphaël en Théoule, bevindt zich het Massif de l’Estérel. Parkeer op de ‘col de Belle Barbe’ in Agay, laadt de proviand uit, en trek het ruige en wonderschone natuurgebied in, waar tal van picknicktafels verdekt staan opgesteld. En na de maaltijd is het uitstekend wandelen langs de vele paden. Of u daalt af naar de lager gelegen zeereep, waar overigens eveneens gepicknickt kan worden.

In de Alpes-Maritimes ligt het ideale picknickgebied tussen Villeneuve-Loubet en Antibes. Het ‘parc départemental de Vaugrenier’, dat zich uitstrekt over circa honderd hectares, met een verleidelijk meer en een uitgebreide méditerrane èn exotische flora en fauna. Een heerlijke plek voor een dagje onvervalst natuurgenieten; er is zelfs een vogeluitkijkpost voor liefhebbers van onze geverderde vrienden. In de schaduw van de pijnbomen staan picknicktafels opgesteld, er zijn speelterreinen, wandelparcours en een trimbaan. En dat alles op een steenworp afstand ‘la Grande bleue’.

Wat meer naar het oosten, en dan zijn we al bijna in Italië, is onze bestemming het dorpje Èze, of liever gezegd de hoogvlakte erboven. Vanaf het ‘plateau de la Justice’ is het panorama adembenemend. Met aan de ene kant het zicht op de zich tot aan de einder uitstrekkende Méditerranée, en aan de andere kant de hoog oprijzende bergen van het nationale ‘parc du Mercantour’. Hier bent u middenin de natuur, terwijl u uitziet op de klokketoren van de Notre-Dame-de-l’Assomption die vanuit Èze de azuurblauwe hemel in priemt. Overweeg vanaf het dorp het steile pad naar zee af te dalen, waarlangs ooit de filosoof Friedrich Nietzsche zijn inspiratie opdeed voor zijn meesterwerk ‘En zo sprak Zarathoustra’. Maar uitbuiken met het laatste glaasje uit de verder lege picknickmand kan natuurlijk ook.