Een dagje Saint-Tropez

st tropZomergasten.
Ze komen, ze gaan, en in de tussentijd willen ze alles dat jij niét wilt. Naar Saint-Tropez bijvoorbeeld.
“Hier zijn de autosleuteltjes, veel plezier”, werkt niet.
Jij moet méé: “Ja zeg, jij weet de weg, en die Fransen rijden als gekken.”
Dat ze dat niet eens kùnnen, omdat het hele wegennet vanaf je verstilde dorpje in de bergen tot aan de zeereep volledig verstopt staat met urenvretende files vinden de zomergasten geen argument. “Joh, in Holland sta je de hele dag in de file naar de kust.”
Goed, Saint-Tropez dus. Ik dacht een gaatje te zien door via een min-of-meer onontdekte binnenweg naar de onlangs (nou ja, men is er een jaartje of twee mee bezig geweest) verbrede en verbeterde D25 naar Sainte-Maxime te rijden. En vandaar de veerpont naar Saint-Tropez te nemen. Helemaal niet verkeerd: de files begonnen pas tegen het einde van de rit. En voor het parkeerterrein bij de ferry hoefden we maar een krappe twintig minuten te wachten voor de slagbomen opengingen en we een plekje konden bemachtigen. Zelfs de rij voor de pont viel mee: niet meer dan een verzengend kwartiertje zweten tussen de staalkabeltjes die ons -‘toeristengeteisem’- in bedwang hielden tot we aan boord mochten. Maar van een tarief van € 13,- p.p. voor amper tien minuten varen raak je evengoed een beetje verhit.
Koel drankje op een Saint-Tropisch terrasje dan maar. Ik koos voor een glaasje rosé. Dat bleek € 6,- te kosten. De Ricard van de echtgenoot deed slechts een schamele € 4,25. De jus d’orange van de zomergasten daarentegen € 7,50. “Freshly pressed” stond er onder de houdbaarheidsdatum (02/07/2017) op het fabrieksflesje. Pardon?
Maar het vermaak dat ons ten deel viel was onbetaalbaar.
Mensen kijken op een kade-terrasje in Saint-Tropez, ik kan het iedereen aanraden. Om te beginnen zit je tegenover een dikke muur van onwaarschijnlijk lelijke superjachten die allemaal met de kont naar je terrasje liggen geparkeerd. Met vrij uitzicht op de ‘rich & famous’ die zich op het achterdek hebben geposteerd om vooral gezien te worden: verveelde pubers met een watersport ‘suntan’ en surfplank-haar, vanwege een pa met teveel geld. Blasé bikinimeisjes die dodelijk vermoeid van het zonnedek naar de jacuzzi sjokken, en weer terug. Tot ze door een lid van de ‘crew’ geattendeerd worden op hun functie: de baas van het spul entertainen. Dan verdwijnen ze benedendeks.
Op de kade sjokken intussen de dagjesmensen voorbij, vette camera met telelens op de buik of op zo’n jacht gericht, drenzende koters met druipende ijsjes in het kielzog, koppijn en ruzie zichtbaar in aantocht. Luidruchtige Hollanders met kaalgeschoren zijhoofden en de tolerantiegrens tartende tatoeages, in mobieltjes schreeuwende Italiaanse modepopjes…. Er zwieren scootertjes tussendoor, een ‘onthoofd’ antiek Fiatje 500, de vuilnisauto die de overvolle prullenbakken komt legen, de havenmeester in een gedateerde Mehari, die hoogstpersoonlijk de ‘landvasten’ van een peperduur jacht komt controleren en even later schielijk aan boord verdwijnt, de Ferrari die een mevrouw op te hoge plateauzolen en met zichtbare rugpijn uitspuugt; het gaat allemaal min of meer redelijk samen. Tot het portier van een ‘strech-limo’ wordt opengegooid en een overijverige bewakingsbediende-met-oortje het totale kadegewoel plat legt om een hooggehakt hittepetitje de oversteek naar het zonnedek van haar Russische ‘papa-gateau’ (suikeroompje) te laten maken.
Het bejaarde echtpaartje dat ‘handje-pepermuntje’ in nostalgie ondergedoken langs drentelt, bruusk bruskerend. Zij klapt tegen het portier, hij laat haar hand niet los, helpt haar overeind. Vanuit de limo kan er geen excuusje af. Als de uitlaatgassen zijn opgetrokken helpen wij omstanders allemaal mee zoeken naar haar kunstgebit; er staan bandafdrukken op, maar het is nog heel. We bieden haar en hem een glaasje aan, voor de schrik. “Just some water please, to clean my teeth”, zegt ze met een beschaamd glimlachje. “I’d like some of that yellow stuff, no water!” Zij spoelt haar tanden, hij slaat zijn pastis onverdund en in één teug achterover.
Als ze samen wegwandelen houdt zij hèm overeind.
Het heeft de lokale krant niet gehaald.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

16 gedachten over “Een dagje Saint-Tropez

  • di 13 augustus 2013 om 18:38
    Permalink

    Zo herkenbaa, daar wil ik niet bij horen, wat een martelgang.

    Beantwoorden
    • di 13 augustus 2013 om 19:10
      Permalink

      Merci Wim. Zoals ik net tegen Jan zei: ik moest vandaag in Theoule zijn voor werk. Het kan blijkbaar nog erger…..

      Beantwoorden
  • di 13 augustus 2013 om 19:04
    Permalink

    Renée, dapper van jou om zo’n dag door te komen, terwijl je van tevoren allang weet, wat je te wachten staat.
    Wij hebben het eerste jaar steeds met alle gasten rondgereden en daarna finito.
    Gasten kunnen eten, drinken en slapen en zijn zelfstandig genoeg om voor hun eigen vertier te zorgen.
    Drankjes zijn inderdaad belachelijk duur, wij betaalden enkele jaren geleden op een terras in St. Rémy de Provence voor 2 slechte glazen witte wijn maar liefs 18 euro.
    Voortaan lekker thuisblijven Renée, ben je ’s avonds weer monter om je gasten te pleasen.
    Jacqui.

    Beantwoorden
    • di 13 augustus 2013 om 19:14
      Permalink

      Dag Jacqui,
      Ik wil best een beetje entertainen op z’n tijd, maar wat gasten maar niet willen snappen is dat ik weliswaar in een aanzichtkaart woon, maar dat ik er ook gewoon werk. Dus: overdag St.Trop en dan ’s avonds thuis gezelli doen, betekent helemaal niet meer werken. Vandaar dat ik graag met de autosleutels rammel. Maar hoe zeg je netjes ‘basta’?

      Beantwoorden
  • di 13 augustus 2013 om 21:14
    Permalink

    hemel wat ben ik blij dat ik daar niet woon. gewerkt en gewoond in Marbella jaren 70
    daarna zei ik nooit meer!
    of zoals een vriendin zei ik zou er niet dood willen liggen.

    Beantwoorden
  • di 13 augustus 2013 om 23:57
    Permalink

    Leuk verhaal, ik sprak net vanmiddag een vriendin die ook “mensen was gaan kijken” in St Tropez vorige week en ook onderweg uuuren in de file had gestaan in de brandende zon …

    Beantwoorden
      • wo 14 augustus 2013 om 11:07
        Permalink

        Ja vrijwillig, Lol! Maar de file was de bedoeling niet er was een ongeluk gebeurd en op die smalle weg was het heel moeilijk voor de brandwer, ambulance en politie om er langs te komen …

      • wo 14 augustus 2013 om 12:46
        Permalink

        Dag Elly,
        Ja, dat was dan weer niet zo vrijwillig. En die weg is inderdaad smal en onaangenaam. Daarom namen wij de boot, scheelt toch.

  • wo 14 augustus 2013 om 07:53
    Permalink

    Geweldig verhaal……maar wat ben ik blij dat ik in een ander stukkie Frankrijk woon…..!

    Beantwoorden
  • wo 14 augustus 2013 om 12:52
    Permalink

    Een kennis van mij is in St Trop opgegroeid. Het was toen nog een klein , rustig dorp. Dat kun je je nu niet meer voorstellen.
    Waarom kunnen zomergasten toch niet hun eigen gang gaan en blij zijn dat ze bij je mogen verblijven. Als ik bij mijn Franse vrienden in de Dordogne ben gaat iedereen z’n eigen gang. Wel koken we samen en passen op elkaars kleinkinderen, doen boodschappen en proberen zoveel mogelijk onze gastvrouw te ontlasten, zodat ze rustig haar lees- en schrijfwerk kan doen.

    Beantwoorden
    • wo 14 augustus 2013 om 13:00
      Permalink

      Dag Angélique,
      St.Trop’ begon ooit als klein vissersdorpje. Het werd halverwege de vorige eeuw helaas ontdekt (door met name Roger Vadim, die er ‘Et Dieu crea la femme’ met BB opnam) en daarna zat de vaart en de klad erin.
      Dat lekkere leventje in de Dordogne dat je beschrijft, is precies de reden dat ik ooit naar Frankrijk ben vertrokken. Gelukkig is het hier in het achterland -ver van de kust- nog behoorlijk intact.

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: