Home

salade_niçoise_1Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zoals ik gisteren al schreef op de site van Côte&Provence is er weer eens heibel over de Salade Niçoise. Dit keer is de aanleiding een uitzending van het populaire tv-kookprogramma MasterChef. Eén van de sterrenchefs die de prestaties van de kandidaten moesten beoordelen, bestond het om te adviseren haricots verts en gekookte aardappels aan de ‘Salada Nissarda’ toe te voegen. Voor de fundamentalistische aanhangers van de traditionele Niçoise keuken een doodzonde! Het gierde meteen, op Facebook en Twitter over. Maar vraag een willekeurige Niçois hoe de thuisversie van het slaatje eruit ziet en je krijgt niet één maar talloze variaties voorgeschoteld. Idem dito in heel veel restaurants. Voor de meeste chefs is de oerversie te simpel, geen eer aan te behalen. Dus werd het boerenslaatje uit de omgeving van Nice opgetut met de meest uiteenlopende ingrediënten, tot een complete maaltijdsalade. Volgens madame Renée Graglia voorzitter van La Capelina d’Or, de organisatie tot het behoud van streekvoedsel in de Provence, is het allemaal de schuld van de beroemde superchef Auguste Escoffier (1846-1935). “Hij is met het gerommel begonnen! Hij heeft die haricots verts en aardappels bedacht! En sindsdien dóet iedereen maar wat. De man kwam bovendien uit Villeneuve-Loubet aan de overkant van de rivier de Var, hij had niets met Nice te maken!”
Om dat weer een beetje recht te zetten bestaat er sinds een aantal jaren een erkenning voor restaurants die zich wel aan de ‘originele’ receptuur houden en die ook andere inheemse gerechten zo authentiek mogelijk presenteren: La Cuisine Nissarde. Te herkennen aan een sticker op de ruit.cuisine-nissarde Hier vindt u de lijst; je kunt er in elk geval prima en behoorlijk authentiek eten.
Maar ja, elke chef wil toch zijn eigen ‘signature dish’, dus met die oerversie van de Salada Nissarda wordt het vast nooit meer wat. Ook ik houd me trouwens niet altijd aan de oerversie, voor zover die al vaststaat. Dus geef ik hierbij een basisrecept, en één van m’n eigen versies.
O ja, eigenlijk ‘mag’ je de Salade Niçoise alleen in de maanden juni en juli eten, bij voorkeur op een lommerrijk terras. Maar na zware kerstmaaltijden is een beetje uitbuiken met een licht en zonnig slaatje vast wel toegestaan. Zelfs door de ‘foodfunda’s’.

Salade niçoise, basisrecept

Ingrediënten:
1 teentje knoflook
4 tomaten
1 ui
4 hardgekookte eieren
1 blikje tonijn (op olijfolie, circa 160 gram)
olijfolie
wijnazijn
peper en zout

Bereiding:
Pel het teentje knoflook en smeer er vier borden mee in. Kook de eieren hard, pel ze en snij ze in vieren. Snij de tomaten in vieren. Pel de ui en snij in ringen. Verdeel de tomaat, de eieren, de uienringen en de uitgelekte tonijn over de borden. Strooi en wat peper en zout over en besprenkel met olijfolie en daarna wijnazijn (niet teveel).

Salade niçoise, à ma façon

Ingrediënten voor de salade:
1 teentje knoflook
4 tomaten
1 ui
4 hardgekookte eieren
2 blikjes tonijn (op olijfolie, circa 320 gram in totaal)
8 ansjovisfilets (zoute, op olie)
2 ons haricots verts, gekookt
½ komkommer
20 zwarte ‘olives de Nice’
200 gram roquefort
1 kropje sla (laitue)

Ingrediënten voor de saus:
2 eierdooiers
olijfolie (uit de tonijnblikjes)
1 theelepel mosterd
1 eetlepel wijnazijn
peper en zout

Bereiding:
Kook de eieren hard, pel ze en snij ze in plakjes. Haal de haricots verts af, kook ze beetgaar en snij in stukken. Verwijder de harde kernen en snij de tomaten in plakjes. Schil de komkommer en snij in plakjes. Pel de ui en snij in ringen. Pluk de sla (alleen het jonge middelste gedeelte gebruiken) verwijder de nerven, was en sla droog. Verdeel de sla over de borden, leg er de tomaten, uien, haricots, komkommer en olijven op. Snij de ansjovisfilets in stukken en verdeel over de borden. Giet de olijfolie van de blikjes tonijn in een kommetje, hou apart. Leg een hoopje tonijn in het midden van elk bord. Breek de roquefort in stukjes en verdeel rond de tonijn. Garneer elk bord met plakjes ei en olijven.
Voor de saus:
Breek en scheidt de eieren, doe de dooiers in een (niet te grote) kom, doe er de mosterd, wat zout en wat peper bij en roer los. Mix daarna stevig door elkaar en voeg scheutje voor scheutje de tonijnolie toe, tot een soepele saus is verkregen. Daarna beetje bij beetje wijnazijn toevoegen tot de saus verdund is (moet makkelijk van een lepel lopen) en mildzuur van smaak is. Peper en zout naar smaak toevoegen, nog even doorroeren en over de borden schenken. Serveren met stokbrood of pain de campagne om mee op te soppen.

Panne!

do 26 december 2013

GEDe ware kerstgedachte was wel héél ver weg toen ik me van de week in het pikkedonker terugvond langs de A8, La Provençale. Het regende en het was koud. Ik had iemand even opgehaald op het vliegveld van Nice. Geen jas meegenomen, want ik kon immers van de overdekte parkeergarage zo doorlopen naar de ‘Arrivées’.
Alles ging goed. Op de heenweg geen file, het vliegtuig iets te vroeg geland, maar ik was ruim op tijd.
Opgewekt begonnen we aan het ritje naar huis, iets van 100 kilometer, wat zou het? En toen, zomaar, vlak voor de péage bij Antibes, begon mijn trouwe Mitsubishi Pajero Sportwagon, al een jaar of twaalf zo ongeveer mijn beste vriend die me nog nooit in de steek had gelaten, raar te ratelen. Ik reed 110 op de linker rijbaan (harder mag niet in de Alpes-Maritimes). Op het dashboard was niks te zien, geen alarmerende waarschuwingslampjes, maar het leek me toch beter om zo snel mogelijk naar rechts te sturen. Even later stond ik stil op de vluchtstrook, met een walmende motorkap. Ineens was ik een berichtje op de verkeersinfo-radio.
Van auto´s weet ik wel wat, maar niet genoeg in dit geval. Toen ik jong was heb ik vaak gedacht aan een carrière als automonteur. Is er nooit van gekomen. En daar stond ik dus, kansloos. Ik deed wat je dan moet doen. Alarmlichten aan, veiligheidshesje aan, gevarendriehoek planten, jeugdige paniekerige passagier gerust stellen: “Nee joh, komt goed.” Terwijl je zeker weet dat het helemaal niet meer goed komt.
En toen kwam de woede. Ik voelde me verraden door mijn bloedeigen auto. Altijd liefdevol onderhouden en dan nu ineens dit! Zomaar, op het rotst mogelijke moment. Of je door je minnaar in de steek gelaten wordt. Connard! O nee, saloppe!
Ik wist even niks beters te verzinnen dan 112 te bellen. Ik heb (nog steeds, vanwege het werk) een Nederlands KPN-mobieltje en ik kreeg prompt de ANWB-alarmcentrale aan de lijn. Dat leek me onzin, maar 0033112 intikken gaf slechts een dooie lijn. Niet toevallig had ik ook het Franse mobieltje van mijn man in mijn tas. Dat klinkt ongewoon, maar dat is het niet. Hij neemt nooit een telefoon op, belt ook nooit en al helemaal niet mobiel. Pas als we ergens buitenshuis opsplitsen krijg ik hem zo ver dat ie het ding in z’n zak steekt, zodat ik hem kan bereiken. Maar dan moet ik ‘het kreng’ wel voor ‘m aangezet hebben. Ik heb dus vrijwel altijd twee mobieltjes op zak en dat kwam die avond buitengewoon goed uit. Via dat Franse ding 112 gebeld en meteen superieur geholpen! Men zou snel een dépanneur sturen en het advies was: blijf niet in je auto zitten! Levensgevaarlijk. Als je wagen onverhoopt geramd wordt, kun je maar beter in de berm staan. Ja ja, maar áls m’n Mitsu een ram kreeg, werden we toch mooi tussen de auto en de betonnen vangvoorziening plat geplet. We bleven dus eerst nog even zitten, aan de bijrijderskant. Maar bij elke langs scheurende vrachtwagen -en dat waren er nogal wat- stond mijn stoere 4×4 te zwiepen op de banden door de enorme zuigwerking. Toch maar de berm in gekropen, waar totale treurigheid zich van mij meester maakte.
Het duurde en duurde voor de hulptroepen arriveerden. Het regende, het was koud, het was verschrikkelijk. Maar ik barstte pas in snikken uit toen mijn auto als een ter dood veroordeelde op het schavot van de sleepwagen werd getrokken.
We mochten mee met de dépanneur. Hij keek in mijn verzekeringspapieren en begon te bellen. Rijdend natuurlijk. En met het mobieltje van mijn man. Na een halfuur waren we bij zijn thuishaven. De Mitsu werd losgelaten en belandde als oud vuil te midden van allerlei zwaar beschadigd schroot.
“En nu?”, vroeg ik. Ik wilde alleen nog maar zo snel mogelijk naar huis. “On va vous dépanner, madame”, zei de dépanneur glimlachend. Even dacht ik dat hij de auto ter plekke ging repareren, maar hij had slechts uit mijn verzekeringspapieren opgemaakt dat ik in een geval als dit recht had op gratis vervoer naar huis. Een kwartier later zaten we in een riante taxi, bestuurd door een chauffeur die een paar dorpen bij me vandaan bleek te wonen.
“Zo”, zei mijn man, “vertraging zeker?” Toen ik hem het hele verhaal uit de doeken had gedaan, knikte hij alleen maar en mompelde iets van: “Ik had dus zelf even naar Nice moeten rijden, ik was er al bang voor.”
“Je had ook gewoon de telefoon kunnen opnemen”, kon ik het niet nalaten.
Aan het eind van de avond zat hij op internet al harteloos naar een opvolger van mijn Mitsu te zoeken. Maar hij had wel gelijk. Want ik kreeg een dag later het devis voor de reparatie, een astronomisch bedrag; de auto was spontaan in low gearing geploft en had niet alleen de motor, maar ook de versnellingsbak naar z’n mallemoer geholpen. Ik tuf nu even rond in een Fiat Panda, gehuurd bij de SuperU. Met luide stickers achterop die niet alleen verklappen waar ik het ding gehuurd heb, maar ook wat dat kost. Ik rijd dus zo min mogelijk en liever niet bij daglicht. Bovendien lijken al ‘mijn’ verkeersregels ineens veranderd. Geen hond die je nog voorrang geeft (ook al heb je er recht op) of netjes voor je opzij gaat als je in de achteruitkijkspiegel opduikt.
Maandag moet ik naar Antibes om definitief afscheid van mijn Mitsu te nemen. Ik zie er vreselijk tegenop. Mijn man kwam vanmorgen alvast met een doos Kleenex aanzetten, humor. Hij denkt dat hij een andere auto voor me gevonden heeft. Een Citroën Picasso. Dat doen we dus maar niet. Ik wil gewoon weer een imponerende 4×4. Kleine vrouwtjes hebben behalve een grote bek, ook een grote auto nodig. Méfiez vous des petites!

Clipboard01Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Nee, we eten geen eenden- of ganzenlever met de kerst, nooit eigenlijk. En nee, ik ben geen steile veganist, maar er zijn grenzen aan wat ik aan dierenleed op tafel wil zetten. Ik weet het, de traditie is bijkans onwrikbaar in Frankrijk: op kerstavond eet je foie gras, en bij het kerstdiner liefst nog een keertje. Zo hoort dat. En aan dierenleed denken? Liever niet, dat verstoort het feestje. Recent onderzoek in opdracht van de dierenwelzijnsorganisatie L214 wijst uit dat slechts 29% van de Fransen tegen foie gras is, en dat slechts 44% tegen ‘gavage’ is: het onder pneumatische druk via een slang volproppen van eenden en ganzen met vette maïs om ze de abnormaal vergrote lever te bezorgen die zo lekker weg hapt aan de kerstdis. Lees hier even waar het om gaat, en kijk hier even hoe dat gaat.
Nog steeds trek? Ik niet.
Bovendien is al dat dierenleed overbodig. Er zijn ook (onderdelen van) vrolijk buiten waggelende eenden en ganzen verkrijgbaar, die pas na een leuk leven het loodje hebben gelegd. En voor wie ook dat te ver gaat: er is een vegetarisch alternatief dat helemaal niet verkeerd smaakt en gretig aftrek vindt, volgens de dierenwelzijnsorganisatie Gaia, die het spulletje op de markt brengt. Van Gaia is ook het initiatief om van 24 december -kerstavond- een foie gras-vrije dag te maken. In Frankrijk maakt Brigitte Bardot zich er sterk voor. Ik vind dat wel een mooi initiatief. En ik doe in elk geval mee, ook de rest van het jaar. Ja ja, natuurlijk ook heel 2014, 2015, 2016 enzovoort…..
Maar wat eten we dan wel? Dit:

Perenbakjes

Ingrediënten:
4 vol au vent (pasteibakjes) kant-en-klaar
2 stevige stoofperen
400 gram blauwe kaas (Roquefort, bleu d’Auvergne, St. Aigur)
¼ liter rode wijn
bindmiddel (Maïzena, Sauceline, o.i.d.)
suiker, kaneel, takje/snufje rozemarijn

Bereiding:
Schil de peren en snij ze in vieren, haal de klokhuizen eruit. Doe de peren in een pan -ze moeten comfortabel de bodem bedekken- en voeg rode wijn bij tot ze bijna onder staan. Doe er ruimhartig kaneel en suiker bij en breng alles aan de kook. Proef of het zoet genoeg is, voeg eventueel meer suiker bij. Laat de vruchten minstens anderhalf uur op zeer laag vuur tot bijna pulp koken; er mogen stukjes in drijven, maar alles moet boterzacht zijn. Laat het laatste kwartiertje een takje rozemarijn (of gedroogd, maar dan een beetje!) mee sudderen. Vis het takje rozemarijn eruit. Voeg bindmiddel toe tot het vocht lobbig is, maar maak er geen ‘blok beton’ van! Laat afkoelen.
Verwarm de oven voor op 180 graden. Snij de kapjes uit de pasteibakjes en verwijder het binnenste bladerdeeg. Vul de ruimte op met eerst een laag perenpulp, dan een laag verbrokkelde blauwe kaas en dek af met een laagje perenpulp. Leg het pasteikapje er weer bovenop en laat de bakjes een kwartiertje in de oven opwarmen.

Stoofpotje van kabeljauw en zoete aardappel

Ingrediënten:
400 gram koolvisfilet (of kabeljauwrug)
2 grote zoete aardappelen
4 tomaten
4 teentjes knoflook
1 bosje basilicum
4 eetlepels crème fraîche
olijfolie
zout, zwarte peper uit de molen

Bereiding:
Schil de zoete aardappels en snij ze doormidden. Kook ze in ongeveer acht minuten gaar in ruim kokend water. Giet af, laat afkoelen tot ze hanteerbaar zijn en snij ze in dikke plakken.
Snij de tomaten in vieren, haal het harde kroontje eruit. Pel de knoflook en snij in stukken. Snij het bosje basilicum grof (snij al te dikke stelen weg). Doe alles in de keukenmachine, samen met wat zout, een paar draaien uit de pepermolen en een flinke scheut olijfolie (zeg, 3 eetlepels) en mix er puree van. Proef op smaak, voeg eventueel extra zout en peper toe; het moet pittig zijn.
Verwarm de oven voor op 225 graden.
Vet een vuurvaste schotel in met olijfolie. Verdeel de zoete aardappelschijfjes over de bodem, leg er de visfilets bovenop. Verdeel er de tomaten/basilicumsaus over, en daarna de crème fraîche.
Laat zo’n 20 minuten in het midden van de voorverwarmde oven stoven. Het gerecht is klaar als je met een vork mooi door de vis heen kunt prikken.

Tiramisu

Ingrediënten:
250 gram mascarpone
80 gram bruine basterdsuiker
1 zakje vanillesuiker
3 grote eieren
1 pak speculoos (of lange vingers)
2-3 kopjes loeisterke espresso
2 eetlepels amaretto (of rum)
30 gram bittere cacao (zonder suiker)
1 takje verse mint

Bereiding:
Scheidt de eieren en klop de dooiers los met de suiker en de vanillesuiker, doe de mascarpone erbij en roer alles tot een smeuïge massa.
Klop de eiwitten stijf (ècht stijf, het moet in punten blijven staan als je de mixer eruit trekt) en voeg het eiwit schepje voor schepje bij de mascarponemassa, steeds goed maar voorzichtig omscheppend tot alles mooi gelijkmatig verdeeld is.
Doe de amaretto (of de rum) bij de espresso in een diep bord. Ze een diepe schaal of bakvorm klaar.
Sop de speculoosjes (de Belgische variant van speculaas, zoeter en lichter van kleur) of lange vingers in het amaretto/espressomengsel; goed weken maar niet te lang, anders vallen ze uit elkaar. Leg een laag koekjes op de bodem van de schaal of bakvorm, en smeer er een dikke laag mascarponemassa bovenop, daarna weer een laag koekjes en weer een laag mascarponemassa, tot alles op is, maar wel met de mascarponemassa als bovenste laag. Strooi er een laagje cacao over, bedek de schaal/bakvorm met plastic folie en laat minstens een uur of twee in de koelkast opstijven. Verdeel in porties en garneer met een blaadje mint.
Fijne kerst!

De afhaalfransoos

wo 18 december 2013

tablier_cuisine_noir_madame_servie_coton_enduit_2
Per email kreeg ik het beoogde kerstmenu van een van mijn favoriete restaurants hier in de buurt toegestuurd. Gaan we niet doen, de samengestelde maaltijd zat me iets te strak in het pak. Eten wat de pot schaft? Prima, vooropgesteld dat ik ook lust wat er op het menu staat. En dat mijn mee-eters het ook lusten. In hoeverre is een dichtgemetseld menu nog ´klantvriendelijk´? Las ik ook nog dat je per gerecht een voorgeselecteerd glas wijn zou krijgen. Ja zeg, doe mij gewoon de fles. En ik maak zelf wel uit welke wijn ik bij welk gerecht vind passen. Zo drink ik bijvoorbeeld soms rood bij een stevig visje, en een mollige witte bij de kaas.
In beginsel doe ik niet aan feesten & partijen, niet aan verjaardagen, en al helemaal niet aan verplichte eindejaarsnummers. Het was dan ook een hele opluchting toen ik na mijn emigratie naar Frankrijk ontdekte dat de hele kerst hier maar één dag duurt.
Toen ik hier pas woonde, ben ik wel eens naar zo´n kerstdiner in een restaurant gegaan. Om te integreren, zal ik maar zeggen. Nog afgezien van de met peper gekruide rekening, ik vond het niks. Ik was er niet op voorbereid dat het menu van die avond in beton gehouwen was en dat de sommelier uitmaakte wat ik te drinken zou krijgen.
Een jaar later probeerde ik in een ander, maar normaal gesproken evenmin te versmaden restaurant, het Saint-Sylverstre-diner. Want: hoe doen die Fransen dat, de jaarwisseling vieren? ´Oesters in plaats van oliebollen´, had mijn man me beknopt uitgelegd. Ik wilde meer weten, kreeg wéér zo´n menu waarop niet ingegrepen kon worden. En opnieuw bepaalde de flessentrekker van dienst wat ik te drinken kreeg.
Toen werd het middernacht. Het Franse volkslied klonk en ineens werden de tafels terzijde geschoven en doemde de horror van een dansvloer op. De muzak zette in, de corpulente postbode naderde op wankele benen…. En nee, ik werd niet wakker en kon zo’n twintig minuten later pas weer met blauwgetrapte tenen terugstrompelen naar ons tafeltje, waaraan mijn man nog een glaasje dronk met de cassière van de mini-marché wier décollecté als altijd suggereerde dat het hoogzomer was. Bonne Année!
Mooi geweest. Kerstmis of de jaarwisseling buitenshuis, we doen er niet meer aan. Ik ga ook heus niet langer in de keuken staan omdat het toevallig kerst is. Maar heel misschien kies ik voor een experiment, in de huiselijke kring inmiddels omschreven als de ‘afhaal-Fransoos’. Ik weet niet hoe dat elders in Frankrijk is, maar bij mij in de buurt gingen we tot nu toe niet verder dan de ´pizza à emporter´. En nu weet ik ineens van twee (ook volgens Michelin) zeer serieus te nemen restaurants waar je er tegenwoordig zomaar een voedselpakket kunt komen ophalen. Thuis alleen even opwarmen en je bent zo ongeveer de helft voordeliger uit dan wanneer je in het restaurant was gaan zitten. Maar ik aarzel toch. Ik koester een zeker wantrouwen tegen het opwarmen van eerder bereide maaltijden, al doe ik thuis genoeg met ´kliekjes van de vorige dag´. Maar die ken ik.
Waar ik hoe dan ook nee tegen zeg, is dat andere nieuwe fenomeen aan de gastronomische hemel: de thuiskok. Eén telefoontje en je hebt de chef van het sterrenrestaurant een paar dorpen verderop over de vloer. Aardige man en heel kookvaardig, daar niet van, maar ik moet er niet aan denken dat hij in mijn keuken rondbanjert. Dat wordt oorlog. Ik ga me er geheid mee bemoeien. Goeie kans dat hij nog voor het hoofdgerecht -op kookpunt en met de stoom uit z’n oren- vertrokken is.
Het gaat bij mij namelijk al mis als mijn man aanbiedt “ook eens te koken”, als ik weer eens ‘druk’ ben. En echt, hij kan een aardig potje bij elkaar koken. Toch kom ik om de tien minuten voor de zekerheid even nonchalant aanwippen om langs m’n neus weg een adviesje te geven. Mijn man ervaart dat terecht als een ontmoedigende motie van wantrouwen. Waarna hij minstens een maand weigert over de lunch en/of de avondmaaltijd met me van gedachten te wisselen.
Dat is erg. In de Provence heb je het altíjd over eten. En mijn man, nou ja, die wil ik nog wel een tijdje te vriend houden. Dus kook ik toch liever zelf.
De liefde van de man gaat door de maag, niet door de keuken.
Dat mag van mij zó op een tegeltje. Heb je meteen een prima onderzetter.

soupe-tomates-pates410Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Haricots kwamen ergens in de zestiende eeuw vanuit Latijns Amerika naar Europa. En dan heb ik het niet over de dunne groene boontjes die we hier nog steeds haricots verts noemen, maar over de vele variëteiten aan witte, roze, rode, bruine en gespikkelde bonen die aan de overkant van de plas door een enorme diversiteit aan microklimaatjes zijn ontstaan. Paus Clément VII (geboren als Giulio di Giuliano de Medici) was één van de eersten die inzag dat die harde knikkers van overzee, die de ontdekker van Amerika -Columbus- meebracht, ook een belangrijke en gezonde aanvulling op de dagelijkse Europese voeding konden zijn. Hij gaf in 1528 een setje van de toen nog kostbare bonen aan de kweker Valeriano, die het lukte om ze in cultuur te brengen. In Frankrijk leerden we de bonen pas echt kennen toen Catharina de Medici (jawel, familie van de paus) hierheen kwam om met de toekomstige koning Charles II te trouwen, met in haar bagage een fraaie collectie ‘fagioli’. Die bruiloft op 20-11-1533 geldt sindsdien als de officiële introductie van de boon in Frankrijk.
Rauwe bonen moeten vooraf eerst zo’n 24 uur geweekt worden, in ruim water dat je en toe ververst, voor ze verwerkt kunnen worden. Ik ga voor makkelijk en kies voor blik; de smaak is er echt niet minder om. Het gedoe wel.

Ingrediënten:
¾ liter water
1 blik van 300/400 gram haricots rouges (rode bonen, bruine mag ook)
100 gram penne of grote macaroni
1 grote wortel
2 selderijstengels, met blad
1 blik gepelde tomaten (250 gram uitlekgewicht)
1 prei
1 ui
2 tenen knoflook
1 eetlepel tomatenpuree
1 groentebouillontablet
1 theelepel oregano
snuf cayennepeper
olijfolie

Bereiding:
Pel en snipper de ui, pel de knoflooktenen. Was de selderijstengels, snij een flink stuk van de onderkant af en snij de rest in smalle reepjes, snij het blad grof; hou een paar kleine blaadjes apart voor de garnering.
Was (of schil) de wortel, haal kop en kont eraf en snij ‘m in plakjes.
Snij het groen en de onderkant van de prei, kerf met een mes de buitenkant van het overgebleven witte stuk over de lengte in en haal de buitenste 2 lagen eraf. Snij de rest in ringetjes.
Laat de tomaten uitlekken in een vergiet, haal ze eruit en snij ze in stukken.
Laat ook de bonen uitlekken in het vergiet, hou apart.
Verhit een scheut olijfolie in een ruime koekenpan en laat de ui erin glazig worden, af en toe omroeren. Knijp de knoflook er boven uit, doe de tomaten en de oregano erbij en roer alles nog even om. Voeg de wortel, de selderij en de prei toe en laat alles een kwartiertje op een klein pitje smoren met een deksel op de pan. Wel af en toe omroeren. Roer op het laatst de tomatenpuree er doorheen.
Breng het water aan de kook en los er de groentebouillontablet in op, en doe de penne (of macaroni) erbij. Als het water met de pasta weer aan de kook komt, de bonen erbij doen, plus de uien/tomatenprut. Doe er wat cayennepeper bij en proef op smaak, eventueel nog wat peper toevoegen tot de soep lekker pittig is. Laat nog een minuut of tien zachtjes pruttelen op een klein pitje.
Heet opdienen, elk bord versieren met een blaadje selderij en er bijvoorbeeld geroosterd boerenbrood bij geven.

Vadertje Valls?

di 10 december 2013

valls corseIk wilde het afgelopen weekeinde eigenlijk naar Corsica, een paar vrienden opzoeken. Maar ik heb er maar weer van afgezien en die vrienden bij mij thuis uitgenodigd. Ze kwamen graag, en niet alleen omdat we elkaar al te lang niet hadden gezien. ‘They could do, with a break’ zullen we maar zeggen.
Want dit weekeinde haastte de Franse minister van Binnenlandse Zaken Manuel Valls zich vanuit Parijs naar het 16.00 km zuidelijker gelegen Île de Beauté om persoonlijk de schade op te nemen. Het was weer eens raak geweest op het Eiland van de Schoonheid. Vrijwel tegelijkertijd een bomaanslag op kazernes van de gendarmerie in de twee grootste steden van Corsica, Ajaccio en Bastia.
Kazernes? Ja, in de praktijk gewoon politiebureaus, maar gendarmes zijn militairen en hun gezinnen wonen vaak in of naast zo’n gendarmerie. Daarom spreken we in Frankrijk in dit verband van gendarmerie-kazernes.
De excellentie stelde vast dat de materiële schade (geen doden of gewonden) zeer aanzienlijk was. Hij had natuurlijk ook gewoon in Parijs de desbetreffende beelden kunnen bekijken. Maar Valls achtte het van belang naar Corsica te vliegen. Om voor de zoveelste keer uit te leggen dat de Franse regering niks pikt van de Corsicanen die naar onafhankelijkheid (of een vorm daarvan) streven. In de krant Corse-Matin liet hij optekenen: “Ik ben hier in de eerste plaats als vader, daarna pas als minister. Ik accepteer niet dat de veiligheid van de gezinsleden van militairen in gevaar wordt gebracht”. Vervolgens wees hij erop dat de Franse overheid in de voorbije maanden grote successen heeft geboekt in de strijd tegen terrorisme en criminaliteit op het eiland. Drugsbendes ontmanteld, mensensmokkelaars opgepakt en ´vrijheidsstrijders´ op verdenking van terrorisme naar Parijs overgebracht. Iemand al veroordeeld? Neu, men zit in voorarrest en dat kan nog wel even duren.
Zonder het met zoveel woorden te zeggen bracht Valls de bomaanslagen op de gebouwen van de gendarmerie in verband met het FLNC, in de eigen Corsicaanse taal de afkorting van Fronte di Liberazione Nazuinale Corsu, oftewel het Nationaal Bevrijdingsfront van Corsica. Dat in 1976 voor het eerst met bommen ging gooien.
Heeft Valls een punt? Dat is maar de vraag. Het FLNC heeft de aanslagen op de gendarmerie (nog?) niet opgeëist, er is in dit verband niemand gearresteerd. Maar het is wel zo dat een paar dagen eerder een stuk of wat (veronderstelde) leden van dat FLNC door gendarmes van hun bed waren gelicht. Die Corsicanen worden verdacht van betrokkenheid bij de zo ongeveer ontelbare vernielingen van ´tweede huizen´ op Corsica. Vakantiewoningen van Fransen van het vasteland (en Italianen) raakten met name vorig jaar zwaar beschadigd, nul doden of gewonden. Dat dan weer wel. Ook makelaarskantoren werden bestookt, het FLNC meent dat al die luxe panden de gemiddelde woningprijzen zodanig opdrijven dat een gewone Corsicaan zich geen huis meer kan veroorloven. Mijn vrienden beaamden dat, en voegden eraan toe dat voor veel lokale bewoners de armoede op het eiland schrijnend is.
Minister Valls noemde de aanvallen op vakantiehuizen vorig jaar “zonder twijfel een vorm van racisme”. Maar dat gaat mijn vrienden -onvervalste Corsicanen- te ver. Die houden het liever op patriottisme. “Maar het schaadt natuurlijk wel het toerisme. En dan betekent weer minder inkomsten voor het eiland.”
Valls was amper terug in Parijs of bouwvakkers vonden in het holst van afgelopen maandagochtend een gastank met ontstekingsmechanisme bij een vakantiewoning in aanbouw. Ze wisten de explosie te voorkomen.
“Nee, andere kant van het eiland.” Meldden mijn vrienden na mijn verontruste telefoontje. “De rijke kant.” En daar hebben zij als simpele tuinmannen helemaal niks te zoeken.
Hoewel. Ze zijn verdomd goed in wat ze doen. Vandaag of morgen zijn ze natuurlijk toch gewoon bij zo’n sjieke vakantiebungalow aan het werk….

Hoe fout wil je het hebben?

za 7 december 2013

rap08q132_pha_dob roquebrune.jpgSorry, ik moet het even kwijt. Mijn departement (de Var) heeft de nationale Franse pers weer eens gehaald. En niet zo´n beetje ook. Daar ben ik absoluut niet blij mee, ‘pour dire le moins’.
Waarom? Hierom!
Een extreem fout burgemeestertje heeft tot twee keer toe zo mogelijk nog veel foutere uitlatingen gedaan. Waar ze zelfs in het verre Parijs woedend over zijn geworden.
Eerst maar even voorstellen, die ´maire´. Luc Jousse, heet de minkukel, die zich burgervader noemt van het toeristisch best aantrekkelijke stadje Roquebrune-sur-Argens, een kilometer of vijfentwintig bij mij vandaan. Er wonen iets van 13.000 mensen, ´deelgemeenten´ als het mooi aan zee gelegen Les Issambres meegerekend.
De burgemeester is niet gesteld op de aanwezigheid van Roma in zijn omgeving. Dat geldt trouwens voor wel een beetje véél meer mensen in de Var, dit terzijde. Maar die Jousse ging wel heel erg ver toen hij tijdens een bewonersvergadering van Les Issambres opmerkte dat “de brandweer te vroeg gewaarschuwd was” toen er op een Roma-kampje ter hoogte van Roquebrune brand was uitgebroken. “Dat is al de negende keer, en we weten allemaal hoe dat komt. Ze jatten stroomkabels voor het koper en branden er het plastic af. Logisch dat hun caravans in de fik vliegen. En jammer dat de brandweer te snel gebeld is.”
De man wist niet dat iemand uit het publiek zijn mobieltje had aanstaan. Luister hier maar even mee. De opname werd doorgespeeld aan Mediapart, de onafhankelijke nieuwssite (www.mediapart.fr) die vaker de rol van klokkenluider op zich neemt. De uitspraken van Jousse werden on line gezet, een rel was geboren.
Uiteraard herinnerde de burgemeester zich niet dat hij die gruwelijke uitspraak gedaan had. Was het zíjn stem wel, of was er misschien een vragensteller uit het publiek aan het woord geweest?
Nog geen twee weken later zei hij echter precies hetzelfde tijdens een andere bijeenkomst en toen waren er verslaggevers van Var Matin en BFMTV bij, ook met een opnameapparaatje.
Nu zijn de rapen gaar. De regionale afdeling van zijn partij (de UMP) heeft hem op 5 december geschorst, en niet als Sinterklaascadeautje. Op 11 december beslist het hoofdbestuur in Parijs of hij überhaupt lid mag blijven. Zo niet, dan is hij geen UMP-kandidaat meer bij de aanstaande gemeenteraadsverkiezingen.
Mensenrechtenorganisatie La Ligue des Droits de l´Homme heeft inmiddels bij de procureur in Draguignan een aanklacht tegen hem ingediend, SOS Racisme overweegt hetzelfde.
Op de achtergrond speelt misschien dat het ernaar uitziet dat het Front National ook in Roquebrune die verkiezingen gaat winnen. Maar ook (of zelfs?) het FN heeft de uitspraken van de burgemeester scherp veroordeeld.
Jousse wijst erop dat hij het maar vreemd vindt dat de staat, in dit geval de sous-préfecture in Draguignan, geen gevolg heeft gegeven aan het justitieel besluit dat de Roma in zijn gemeente het land uitgezet moeten worden. Moeten? Of mogen? In elk geval niet als collectief, lees hier maar.
Jousse ontkent zijn uitspraken inmiddels niet meer. Die schijnen we als ‘grap’ te moeten beschouwen. In een interview met Nice Matin zegt hij: “ De aanwezigheid van Roma in mijn gemeente is een ware nachtmerrie. En als er grappen over de Paus en de Joden gemaakt mogen worden, waarom dan niet over de Roma?”
Aha. Dan moeten we zijn minstens zo controversiële uitspraak over een ander onderwerp in diezelfde vergadering (“Zolang ik burgemeester van Roquebrune ben, komt er hier geen moskee; mijn Frankrijk is een katholiek land.”) zeker ook als ‘grap’ beschouwen.
Tja. Dat burgemeesterschap kon weleens snel afgelopen zijn. Het parket van Draguignan doet sinds mei van dit jaar onderzoek naar de handel en wandel van Jousse. Wegens verdenking van fraude en corruptie.