Joyriding

Clipboard01“Hi Rennie, it’s me.” Dat kon er maar één zijn, Janet, de Britse buurvrouw van een kilometertje verderop die mijn voornaam nog steeds verbastert tot maagzuurtablet. Aardig mens, daar niet van, we borrelen wel eens sinds ze een paar jaar terug met haar gepensioneerde man in ‘the sunny south of France’ is komen wonen. Maar als ze ’s ochtends belt is het niet voor de gezelligheid. De vorige keer ging het om een wespennest, de keer daarvoor om een afgebroken tand, de keer daar weer voor om internet-sores, dus ik voelde ‘m al aankomen. De volgende zin luidde dan ook: “Sorry to bother you, but….”
Het kwam er op neer dat ze in de uitgestrekte winkelweide aan de rand van de grote stad naar de kapper was geweest. Ik snap niet wat mensen bij kappers moeten, dus ik had bijna iets lulligs gezegd, maar ik hield me in; er kwam vast meer. En ja hoor, haar auto was weggesleept.
“Waarom dan?” vroeg ik voorzichtig.
Ze wist het niet, ze had echt gewoon keurig in een daartoe bestemd vak op het enorme parkeerterrein geparkeerd, niet op een invalidenplek, niet bij een verbodsbordje, “gewoon in zo’n vak.”
“Dan slepen ze je zelfs in Zuid-Frankrijk niet weg hoor.”
“Jawel, dat had de kapper gezegd.” En zoals wij allen weten hebben kappers overal verstand van.
Of ik haar man wilde waarschuwen, hij was thuis -dat wist ze zeker- maar hij nam de telefoon niet op.
“Zal ik je zelf maar even oppikken?”
“No, no, laat Harry dat maar doen.”
Ook goed. Toen ik het huis naderde begreep ik meteen waarom Harry de telefoon niet opnam. Vanachter de hoge heg gierde het jankende geluid van een gemaltraiteerde bosmaaier me tegemoet. Ik was niet van plan Harry op z’n schouder te tikken, ik heb zelfs op heilige afstand van zo’n ‘debrousailleuse’ al eens een steen tegen m’n kop gehad. Bovendien wilde ik Harry geen hartverzakking bezorgen. Dat was ook niet nodig: toen ik hem tijdens een ongeplande pauze aanriep (het maaiding liep vast in hoogpolig onkruid) wankelde hij asgrauw de paar treden naar het terras op en viel voor dood in de dichtstbijzijnde tuinstoel.
“You should take a break now and then…”
Dat wuifde hij weg en na een minuut of vijf kwam er weer geluid uit Harry.
Hij hoefde geen huisarts. Nóg niet, dacht ik stiekem, maar als de pensionado met indrukwekkend overgewicht die Harry was, moest je niet proberen een geschoolde bosarbeider te overtreffen.
Ik bracht Harry de boodschap van zijn vrouw over en bood nogmaals aan Janet op te halen. Maar nee, ook dat kon hij probleemloos zelf aan.
Begin van de avond belde ik om te vragen hoe het was afgelopen.
Ze hadden de halve middag op het politiebureau gezeten om aangifte te doen.
Van diefstal. Er was helemaal niks weggesleept.
“Maar wie steelt er nou een auto met Brits kenteken en het stuur aan de verkeerde kant?” verbaasde ik me.
“Maybe joyriding?” opperde Janet.
“Dat is dan vast een heel kort ritje geworden.”
Even later hoorde ik de auto van Harry het pad boven ons huis langs kruipen. En na een uurtje of wat klonk er een schuchter klopje op de deur en stonden ze in de woonkeuken.
“What happened?”, vroeg ik terwijl mijn man de glazen vol schonk.
“Well…” Mijn opmerking had ze aan het denken gezet, ze waren nog maar eens bij dat winkelcentrum gaan kijken. Misschien was de auto ergens in de buurt gecrasht?
En daar -op een totaal verlaten parkeerterrein- stond inderdaad Janets’ auto. Niet bij de kapper voor de deur, maar bij de supermarkt een eind verderop, waar ze eerst even een boodschapje had gedaan.
Niet van z’n plek geweest, geen schrammetje.
“I was in a hurry, I forgot!” was haar verweer. Harry gromde wat, het leek me niet voor herhaling vatbaar.
“Weet de politie het al?”
“Nee, dat gaat Harry ze morgen vertellen.”
Ik dacht, ik zeg niks, dat mag Harry lekker zelf uitleggen aan een brok geüniformeerd chagrijn dat uren voor niks bezig is geweest met oeverloze administratieve rompslomp.
“And so we thought, since you speak ‘the lingo’ so well…..”
Ik keek naar Janets’ hoopvolle hoofd onder het geplukte kippenkapsel waarmee het allemaal begonnen was en dacht om meer dan één reden: was die kapper maar dicht geweest.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

5 gedachten over “Joyriding

  • ma 12 mei 2014 om 18:07
    Permalink

    Fraaie belevenis Renee, het herinert mij aan een verhaaltje van Carmiggelt of Bomans over een dame die een heer de ruit van een VW kever in laat slaan, terwijl haar eigen VW kever iets verderop in de winterse nacht staat geparkeerd.

    Beantwoorden
    • ma 12 mei 2014 om 21:14
      Permalink

      Tja, de buuv is ongetwijfeld niet de eerste/laatste die dit overkomt. Ik ben zelf ook weleens in een onduidelijke Portugese parkeergarage met de afstandbediening alle verdiepingen afgepiept om m’n auto terug te vinden. Maar dat schrijf ik natuurlijk niet op hè. Avondblond enzo…. ;-]

      Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: