Home

Clipboard01
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Goed, de bladeren zijn giftig, maar verder is er bijna niks zo gezond als rabarber. De stengels dan hè. Vitamine C, potassium, fosfor, magnesium, calcium: het zit er allemaal in. Bovendien is rabarber goed voor de spijsvertering (vezelrijk), ontstekingsremmend en heilzaam voor de lever. Niet voor niks werd de rabarber, die oorspronkelijk uit noord-Azië (Siberië) komt -met name in China- eeuwenlang als medicijn beschouwd. Met die bedoeling nam Marco Polo (1254-1324) de plant dan ook mee naar Europa. Pas in de 18e eeuw komen we rabarber in de moestuin tegen. En pas in de 21e eeuw bij mij in de keuken, maar dat is weer een ander verhaal. Moeilijke rabarberjeugd gehad, zeg maar. Dat maken we nu goed met deze rabarbertaart. Met een glaasje frisse bubbels erbij: een combinatie waarvan zowel je lever als je humeur opknapt.

Ingrediënten:
1 rol pâte brisée (kruimeldeeg)
400 gram aardbeien
200 gram rabarber
100 gram suiker + 10 voor de siroop
sap van een ½ citroen
50 gram amandelpoeder
2 blaadjes gelatine

Bereiding:
Verwarm de oven voor op 180 graden.
Haal de uiteinden van de rabarber en trek de draden er in de lengte af. Bij hele dikke stengels gewoon even de dunschiller er langs halen. Snij de stengels in stukjes van zo’n 3 cm.
Doe 100 gram suiker in een pan en roer even los met een scheutje water. Doe de rabarber erbij en giet er zoveel water bij dat de rabarber half onder staat. Breng aan de kook en laat een minuutje of 15-20 op laag vuur pruttelen tot een dikke brij.
Week de blaadjes gelatine in koud water tot ze soepel worden. Knijp ze uit en roer ze door de rabarberbrij. Draai het vuur uit.
Bedek de binnenkant van een springvorm met bakpapier. Rol het kruimeldeeg uit en bekleed er de bakvorm mee. Bestrooi de bodem met het amandelpoeder; dat neemt straks tijdens het bakken het teveel aan vocht van de rabarberbrij en de aardbeien op.
Verdeel de rabarberbrij over het amandelpoeder op de bodem.
Laat de taart in het midden van de oven 15-20 minuten bakken.
Ontkroon intussen de aardbeien en snij ze in tweeën.
Haal de taart uit de oven (maar laat de oven aanstaan!) en bedek de bovenkant met de aardbeien.
Pers de halve citroen uit. Maak een siroop door in een pannetje het citroensap met 10 gram suiker aan de kook te brengen. Verdeel de siroop gelijkmatig over de aardbeien. Dat gaat het gemakkelijkst met een kwastje, maar voorzichtig druppelen met een lepeltje lukt ook.
Zet de taart terug in de oven en bak nog zo’n 5-7 minuten af.
Haal de taart uit de vorm en laat afkoelen op een rooster. Snij er met een scherp mes punten van.

Brandburen

juli 24, 2014

les-flammes-ont-progresse-sur-un-front-de-plusieurs-centaines-de-metres-photo-dna-jsaVanmiddag heb ik de buren van een eind verder op de heuvel niet uitgescholden, wel vervloekt. Inderdaad, de Monegasken die hier een ‘vakantiehuis’ lieten bouwen (zie hier, en hier) en die er nu vrijwel permanent wonen. Even afgezien van de geluidsoverlast die ze bezorgen in wat ooit een ‘havre de paix’ was, zijn het ook nog eens onbenullen eerste klas met niet de flauwste notie van de gevaren van wonen in een rijk bebost buitengebied. Dus ging men vanmiddag gezellig een beetje barbecuen. Niet op het ruime terras voor het huis maar aan de andere kant van het riante zwembad. Pal naast het gortdroge kreupelhout en de hoog opgeschoten dorre ondergroei die grenst aan de Provençaalse variant van Versailles die hun tuinarchitect bedacht heeft. Met een wankel driepootje, want de serieuze ‘cuisine d’été’ moet nog worden aangelegd. Geen emmertje zand of water bij de hand, zelfs geen leeg emmertje om zwembadwater mee te putten, voor als er een snelle blusactie nodig mocht zijn. Wel een jengelende peuter die de ‘papa-cuisinier’ zodanig voor de voeten liep dat je er vanuit kon gaan dat het mis zou gaan. Dat ging het ook. Terwijl maman in de keuken aan een ongetwijfeld verrukkelijke salade werkte, joeg papa het kind voor de zoveelste keer luidkeels richting woonstee. Het kind ging, zowaar, en wankelde krijsend om zijn moeder langs het zwembad. En donderde er vanzelfsprekend in. Het is een diep zwembad, dat kind is amper twee. In de haast om zijn zoon te redden stootte papa de wankele barbecue om. In een mum van tijd stond de ondergroei in de fik, een ferme bosbrand was in de maak.
We zagen de rook vanaf ons terras waar we zaten te lunchen en alle alarmbellen gingen af: net iets te vaak een bosbrand meegemaakt. Ik belde de brandweer, gewapend met emmers holden we de heuvel af en stuitten op de onverbiddelijke Monegaskische toegangspoort waarachter we het kind hoorden krijsen en papa hoorden vloeken. We ramden op de bel ernaast: “doe open, nu!” Tergend langzaam zwaaide de afstandbediening het hekwerk open. Op het terras achter het huis probeerde maman de doorweekte peuter tot bedaren te brengen. Papa stond erbij en keek ernaar, intussen zo’n beetje het hele Franse platteland vervloekend. Niemand had oog voor de zich snel uitbreidende brand.
“Kop dicht en blussen!” riep mijn man krachtdadig, zelf het goede voorbeeld gevend door emmer na emmer uit het zwembad te putten en richting brandhaard te zwiepen.
“Is er een tuinslang, een buitenkraan?!” blafte ik maman toe. Er was een buitenkraan, en een gieter. Ik greep de laatste emmer en sprintte het terras af. “En ga in godsnaam naar binnen met dat kind.”
De brandweer deed er niet lang over. Er ging een slang vanuit de camion-citèrne het zwembad in, aan de andere kant kwamen er twee weer uit, de ferme stralen werden door de pompiers trefzeker op de brandhaard gemikt, je zag het waterniveau in het zwembad dalen. Het werd krap, maar het was genoeg: na een half uurtje was de brand meester. Terwijl hij een sigaret opstak grinnikte pompier Daniel -in z’n gewone doen de elektricien van het dorp- me fluisterend toe: “Ha Renée, sans citèrne hein! Cela les apprendra.” De 13.000 liter die de camion in de tank had konden weer mee terug, de gepeperde waterrekening was voor de buren. Bovendien konden ze een proces verbaal tegemoet zien voor het maken van open vuur in de natuur tijdens de periode dat dat verboden is, plus een tweede pv voor het onbeschermde zwembad: daar had een hek omheen, of een alarmsysteem in, gemoeten. De rekening zou nog wel aanzienlijk oplopen.
Maar dat staat natuurlijk in geen verhouding tot het bijna verliezen van je kind, of het veroorzaken van een bosbrand die wellicht nog meer levens had kunnen kosten. Dat is geloof ik wel doorgedrongen na de woedende preek die Daniel tegen ze afstak.
Ik heb er dus vanaf gezien om ze uit te schelden. We hebben onze emmers gepakt en zijn naar huis gegaan, waar Daniel en zijn collega na het oprollen van de slangen nog even op het terras aanschoven voor een ‘blusdrankje’.
Nee, er had geen bedankje af gekund, niet voor ons, niet voor de pompiers.
“Bwah”, mompelde Daniel in z’n glas, “pas de notre hein.”
Nee, dan waren ze vast niet zo stom geweest.

76601435Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Sinds afgelopen maandag kennen we in Frankrijk een officieel nieuw keurmerk voor restaurants: ‘fait maison’. Dat keurmerk mag alleen gevoerd worden als de chef werkelijk iets toevoegt aan de producten waarmee hij/zij werkt. Dus geen diepvriespatat, geen tomatensaus uit een potje, en de ´huisgerookte´ zalm moet daadwerkelijk door de keukenbrigade zelf gerookt zijn.
Is de vraag hoe in de duizenden restaurants van Frankrijk gecontroleerd kan worden of er niet met ´fait maison´ gesjoemeld wordt. Maar in het restaurantwezen is men blij met het keurmerk. Een chef die zich op ´fait maison´ mag beroepen, geldt als een ´artisan-cuisinier´.
Mooi zo. Sinds afgelopen maandag ben ik dat dus ook, want al mijn gerechten zijn altijd helemaal ‘huisgemaakt’.
Zoals deze taboulé met frisse groenten, kruiden en bulgur (een graanproduct gemaakt van verschillende soorten (harde) tarwe die wordt gestoomd, gedroogd en daarna grof gemalen of gebroken. In de meeste supermarkten verkrijgbaar, of bij de speciaalzaak.

Ingrediënten:
400 gram bulgur
½ bosje peterselie
½ bosje mint
4 bosuitjes of 1 kleine ui
½ komkommer
1 kleine groene paprika
12 kerstomaatjes
1 limoen of een ½ grote citroen
4 eetlepels olijfolie
2 teentjes knoflook
zout, versgemalen peper

Bereiding:
Breng de bulgur met wat water (de bulgur moet nét onder staan) aan de kook en draai het vuur meteen uit. Laat een kwartiertje staan, zodat al het vocht geabsorbeerd wordt. Indien niet: nog heel even op hoog vuur doorwarmen en meteen het vuur weer uitzetten. Laten afkoelen in de pan.
Snij de halve komkommer in de lengte doormidden en haal de zaadlijsten eruit, snij in kleine blokjes, bestrooi ze met wat zout en laat ze uitlekken in een zeef.
Halveer de paprika, haal de zaadlijsten eruit, snij het vruchtvlees in mini-dobbelsteentjes, breng die even aan de kook in een pan met ruim water, draai het vuur uit, laat een minuutje of tien staan en gooi de paprika bij de komkommer in de zeef.
Snij de kerstomaatjes in vieren.
Pel de teentjes knoflook.
Pel en snipper de ui.
Snipper de peterselie en de mintblaadjes.
Pers de limoen/citroen uit.
Klop in een ruime kom de olijfolie, het citroensap, de knoflook (uit de knijper) plus peper en zout tot een mollige saus. Roer er de komkommer, paprika, tomaat, ui, mint, peterselie en de bulgur doorheen. Laat een half uurtje op een koele plaats staan, zodat de smaken zich goed kunnen vermengen en ontplooien.
Lekker als bijgerecht of als lunchhapje.

OLYMPUS DIGITAL CAMERAVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Een klassiekertje vandaag: gebakken tomaat op z’n Provençaals. Ergens halverwege de negentiende eeuw dook een eerste recept ervan op in een kookboek, maar waarschijnlijk bestaat het gerecht al sinds de allereerste tomaten een paar eeuwen eerder vanuit Latijns-Amerika onze kant op kwamen.
De planten met die rare rode bollen werden eerst als siergewas gezien en voor giftig versleten. Daar zit iets in. Net als aardappel en aubergine behoort de tomaat tot de nachtschade-familie en bevat de (onrijpe groene) vrucht een natuurlijke gifstof die in heel grote hoeveelheden inderdaad schadelijk kan zijn. Maar toen eenmaal bleek dat je rijpe tomaten zonder gevaar kon eten (tenzij je er echt allergisch voor bent) en bleek dat je er heel veel lekkere gerechten mee kon maken, was het pleit gauw beslecht. Al bleef de Academie Française nog tot 1835 weigeren ‘tomaat’ (van het Inca-woord tomalt) als een serieus Frans woord te erkennen. De taalbewakers noemden de vrucht liever ‘pomme du Pérou’, ‘pomme d’or’ of -nog mooier- ‘pomme d’amour’: een vrucht om van te houden.

Ingrediënten:
8 rijpe tomaten
4 tenen knoflook
½ bosje peterselie
1 theelepel gedroogde oregano
4 afgestreken eetlepels paneermeel
olijfolie
peper en zout

Bereiding:
Snij de tomaten in tweeën en haal de pitjes er zoveel mogelijk uit.
Pel de knoflooktenen en hak ze fijn, snij de peterselie zo fijn mogelijk.
Meng de knoflook en de peterselie door elkaar in een kom.
Vet een grote koekenpan met anti-aanbaklaag in met een stukje keukenpapier en wat olijfolie. Laat de pan heet worden en leg de tomaten erin met de snijkant naar onderen. Laat ze een minuut of wat op hoog vuur bakken, tot het meeste vocht eruit verdampt is, draai het vuur laag en draai de tomatenhelften om. Bestrooi de binnenkanten van de tomaten met wat peper en zout, plus de oregano. Verdeel het knoflook/peterseliemengsel erover, bestrooi ze met paneermeel en besprenkel alles ruimhartig met olijfolie.
Leg een deksel op de pan en laat de tomaten nog een minuut of 5 à 10 (afhankelijk van de grootte) op laag vuur garen. Niet te lang: ze moeten zacht worden, geen pap.
Lekker bij vlees, bij vis, en bij de borrel.

Mag ik nog uitkafferen?

juli 10, 2014

Eugène_Delacroix_-_La_liberté_guidant_le_peuple2
Van geruime afstand heb ik de laatste tijd de opnieuw fel opgelaaide Zwarte-Pietendiscussie in het oude vaderland gevolgd. En eerlijk gezegd ben ik tamelijk verbijsterd. Hoe kunnen volwassen mensen met stemrecht zich tot in de hoogste regionen van de Verenigde Naties zó druk maken? Om een volkstraditie, om folklore? En dan gaat het even niet over die bisschop die wel verdacht graag kleine kindertjes op schoot hijst, maar om zijn zwart geschminkte helper. Een ´roetmop´, zoals mij vroeger als kind in Rotterdam werd uitgelegd, die zijn zwarte hoofd te wijten had aan de schoorsteen waardoor hij onze woonkamer was komen binnenvallen om onze gretig gapende schoentjes te vullen. Daar kon die ouwe Klaas met z’n stramme botten zelf niet meer aan beginnen.
Maar goed, als we toch bezig zijn de verontwaardigde tenen tot in de verste uithoeken van het ‘naming & shaming’ uit te strekken, dan vraag ik me af of het hele Europese taalgebruik niet ernstig opgeschoond moet worden. De negerzoen mag in het Nederlands al niet meer zo heten, maar in Frankrijk hebben we het nog gewoon over tête de nègre en in Vlaanderen heten die dingen negerinnentetten, terwijl ze in Oostenrijk als Schwedenbomben (Zweedse bommen) door het leven gaan. Tja, ’t is maar wat je erin ziet.
Het is dus vermoedelijk een kwestie van tijd voor ook de jodenkoek, de zigeunersaus, de huzarensalade, de blanke vla, de moorkop, de kletskop, het Afrikaantje, de Spaanse peper, de Berliner bol, de Belgische bonbon, witbier, boerenjongens, Turks fruit, witlof, bruine suiker, wit brood, donker volkoren, een potje zwarte Pieten, iemand uitkafferen, de noordpool en de zuidpool, de neuro en de zeuro -om maar wat te noemen- in een multiculti, antidiscriminatoir en verantwoord kleurenblind jasje worden gehesen. Voor de goede orde: ik blijf mijn honden, als daar aanleiding toe is, in het Frans en het Nederlands uitkafferen. Mijn Portugese hondje Porta is pikzwart en heette voor ik haar uit haar kommer&kwel opviste, Obama. Ze luisterde er niet naar, ze luistert trouwens ook niet naar Porta; sterk karaktertje, zullen we maar zeggen, maar als ze wordt uitgekafferd zijn de verhoudingen duidelijk. Dat heeft niks met een slavernijverleden te maken, wel met gesloopte vuilnisbakken van de buren.
Maar even terug naar waar het om ging: bij zoveel ijver om een totale taalhistorie uit te poetsen vanwege vers gevonden vermeende ‘foute’ connotaties, vraag ik me af: zien wij niet iets over het hoofd? Terwijl wij er de afgelopen weken nota bene zo’n beetje mee zijn doodgegooid? Het volkslied!
De nationale hymne. Dat van bloeddorst, strijdlust en moordzucht doordrenkte epos dat zonder er bij na te denken door talloze kelen wordt uitgebruld bij massabetogingen. Zoals het bijna afgelopen WK voetbal bijvoorbeeld. Een strijdlied dat volk en vaderland verenigt op weg naar dat ene doel: de ultieme overwinning en de totale vernietiging van de vijand.
Ooit waren die strijdliederen bedoeld om de moed erin te houden als een legioen kanonnenvoer naar het slagveld werd gemarcheerd. Let maar eens op hoeveel volksliederen er een pittig marstempo op na houden. Het Nederlandse dan weer niet, dat lijkt al bij voorbaat aan een dood paard te trekken, maar toch, de tekst is strijdlustig genoeg: veel bloed, slagvelden, eer, opoffering, sterven. Klik hier voor de hele tekst. En het Franse volkslied doet er niet voor onder (hier de tekst). Gedateerd, racistisch en xenofoob, vond de Franse acteur Lambert Wilson onlangs in Nice Matin Magazine. Terwijl ex-politicus François Léotard meende dat er zelfs geen komma aan veranderd mocht worden.
Dan denk ik, doe maar gewoon een lekker deuntje, zonder tekst. Zoals het volkslied van Spanje, Bosnië Herzegovina, San Marino of Kosovo. Probleemloos mee te hummen en niemand die er ooit door beledigd wordt.
Maar ja, dan moet je weer op zoek naar iets anders om je ‘aan dood te irriteren’….
Ik doe niet meer mee, ik ben afgehaakt toen het ABN uit de mode raakte. En ik blijf mijn honden gewoon uitkafferen. Liefdevol, dat wel natuurlijk. Ik blaf geen volkslied tenslotte.

4fc08527b54b539fa901bfbe9005223fVoor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken. Zoals al mijn recepten. Meer weten, meer recepten? Klik hier voor mijn kookboeken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Het is drukkend benauwd, met naderend onweer in de verte. We hebben al ‘vigilance jaune’, het buurdepartement is naar ‘orange’ opgeschaald, dus dat belooft wat. Met zulk plofweer is er binnen de ‘famille’ weinig trek in eten. We doen het dus ‘moudera’, matigjes aan, op z’n Provençaals: licht verteerbaar voedsel in overzichtelijke porties. En omdat elke dag sla knagen ook niet alles is wisselen we lekker af met andere groenten, liefst met een ‘bite’. Zoals een salade van haricots verts. Die groene boontjes komen overigens van oorsprong uit Peru in het Azteeks heten ze ayacolt) en werden door Columbus vanuit de nieuwe wereld meegenomen naar de oude. Via paus Clément VII -die wat zaadjes aan koningin Catherine de Médicis cadeau deed- kwamen ze aan het Franse hof terecht. Geen succes, tot Italiaanse koks aan het einde van de 18e eeuw op het idee kwamen om niet de volwassen (saaie, taaie) bonen klaar te maken, maar de malse, jonge scheuten; de haricot vert was geboren. Napoléon was er dol op, maar dan wel met een flinke scheut olijfolie erover. Voila, de basis voor de haricotsalade. Hieronder één van de vele verder opgetutte versies, want de variaties zijn eindeloos.

Ingrediënten:
400 gram haricots verts (of sperziebonen)
80 gram amandelschaafsel
16 kerstomaatjes
1/3 groentenbouillontablet
sap van een halve citroen
1 afgestreken eetlepel suiker
2 tenen knoflook
witte wijn
notenolie of olijfolie
zwarte peper uit de molen
80 gram geraspte parmesan (voor de chips)

Bereiding:
Haal de bonen af, snij ze in drieën en kook ze beetgaar. Gooi ze in een vergiet en laat ze uitlekken. Laat de pan op z’n kop uitlekken.
Laat intussen in een grote droge koekenpan met anti-aanbaklaag, het amandelschaafsel op laag vuur goudbruin kleuren. Niet laten aanbranden, anders smaakt het bitter. Doe het schaafsel in een kommetje en zet weg.
Verdeel in de nog warme koekenpan pan, met behulp van een lepel, de parmesan in 8 hoopjes. Strijk ze plat tot dunne koekjes en bak ze snel op hoog vuur bleekbruin. De parmesanchips zijn klaar als ze makkelijk van de bodem loslaten; check door er een spatel onder te steken. Ook nu geldt: niet te donker laten worden, anders smaken ze bitter. Laat ze afkoelen op keukenpapier, of drapeer ze over een smal hoog glas zodat ze krom trekken.
Snij de kerstomaatjes in plakjes (of doormidden, als ze erg klein zijn), pers de citroen uit, pel de knoflooktenen.
Doe een scheut olie in de pan waarin de bonen zijn gekookt en laat warm worden (niet heet!). Knijp er de knoflooktenen boven uit en laat even op laag vuur sudderen. Giet er een scheut witte wijn bij, verkruimel de 1/3 bouillontablet er overheen en roer door elkaar. Doe er de suiker en het citroensap bij en roer om tot de suiker gesmolten is. Gooi de bonen erbij, plus het amandelschaafsel en geef een paar draaien aan de pepermolen. Roer alles nog eens om en laat doorwarmen. Draai het vuur uit en schep er vlak voor het opdienen voorzichtig de kerstomaatjes doorheen, zodat ze nog net even warm worden maar niet verprutten. Serveer lauwwarm en garneer met de parmesanchips.

A man’s best friend

juli 2, 2014

10344293_719423591454325_3333008294448247738_o
Onze Britse buurman Harry is van de stoere variant. Toen hij vorige week zijn geplande reis van twee weken naar Engeland zowat in het water zag vallen (zie hier) verblikte of verbloosde hij niet. Nou ja, bijna niet. Maar toen bleek dat de beoogde reis voor de oudste van z’n drie Springer Spaniels echt teveel van het goede zou zijn, zag ik toch iets dat verdacht veel op een traantje leek over zijn bezwete wang naar beneden rollen. Harry is een kalende bolbuikige pensionado met permanente rugklachten, kortademigheid en een aversie tegen ons méditerrane klimaat. Wat hij hier doet is mij een raadsel, maar blijkbaar heeft zijn doortastende echtgenote Janet het zo beslist. Toen ze een half jaartje geleden kwamen kennismaken en ik -denkend dat het om vakantiegangers in het leegstaande pand verder op de heuvel ging- haar vroeg hoelang ze bleven, zei ze in elk geval: “Oh, forever!” Dit was hun nieuwe vaderland, nu Harry was gepensioneerd. Dat ‘forever’ wordt inmiddels steeds vaker onderbroken door tripjes naar het vertrouwde vaderland, waar steeds weer een rondje familie of vrienden of kennissen moet worden bezocht die de oversteek deze kant op niet kunnen of willen maken. Mijn man en ik hebben er al een weddenschap op lopen; ik geef ze nog een jaartje, hij gokt op een jaar of twee, en dan zijn ze naar huis en is hun Franse ‘cottage’ hooguit nog een vakantiehuis. Voor af en toe en hoe het was, dat avontuur.
Al die tripjes naar ‘huis’ beginnen hun drie honden zo langzamerhand op te breken. Van de drie generaties (dochter, moeder, grootmoeder) begint de oudste nu toch echt te kraken als ze weer eens naar de ‘vet’ gesleept worden voor verplichte vaccinaties en wormenkuren. Truffles is elf jaar oud, en het gedoe zat.
“Laat ze allemaal maar hier”, zeiden we dan ook bij het jongste tripje. Dat ging Harry te ver, maar hij zag ook wel in dat Truffles het niet meer aankon; zij mocht blijven. Ze snapte het. En krabbelde moeizaam bij hem op schoot om dat traantje van zijn wang te likken. “A man’s best friend”, snifte Harry onbeholpen.
Volgende week zijn ‘the Brits’ terug. In afwachting daarvan emailt Truffles de dagelijkse beslommeringen door over ‘those crazy Dutch’, die op rare tijdstippen voor de televisie eten met een bordje op schoot, die ‘allez les Bleus’ roepen en die van je verlangen dat je af en toe een tennisbal gaat halen die ze nota bene zelf weggooien. Terwijl ze niet eens Wimbledon kunnen ontvangen! En dan verwachten ze ook nog dat je Frans blaft? “Frogspeak?”
Maar verder gaat het -afgezien van een beetje heimwee- heel goed met Truffles.
En straks zijn de baasjes weer thuis, en haar hondenfamilie.
Dat kan niet elke hond zeggen. Met name in deze periode van het jaar gaan veel baasjes op vakantie zonder dat ze een behoorlijk onderkomen voor hun hond hebben geregeld. Vandaar dat de dierenvriendeorganisatie ‘Trente millions d’ami’s’ ook dit jaar weer een campagne is begonnen: Non à l’abandon (nee, tegen in de steek laten). Om hondenbezitters erop te attenderen dat je een hond niet zomaar kunt afdanken als hij je even niet uitkomt, dat een hond geen mode-accessoire is, of een leuk speeltje voor de kinderen, maar een levend wezen met gevoelens, emoties en recht op een dierwaardig bestaan. Dat een hond -kortom- een compagnon voor het leven is. “A man’s best friend”, inderdaad. Zou mooi zijn als het ook andersom was. En bleef.
Alle informatie over Trente millions d’ami’s: hier.