Brandburen

les-flammes-ont-progresse-sur-un-front-de-plusieurs-centaines-de-metres-photo-dna-jsaVanmiddag heb ik de buren van een eind verder op de heuvel niet uitgescholden, wel vervloekt. Inderdaad, de Monegasken die hier een ‘vakantiehuis’ lieten bouwen (zie hier, en hier) en die er nu vrijwel permanent wonen. Even afgezien van de geluidsoverlast die ze bezorgen in wat ooit een ‘havre de paix’ was, zijn het ook nog eens onbenullen eerste klas met niet de flauwste notie van de gevaren van wonen in een rijk bebost buitengebied. Dus ging men vanmiddag gezellig een beetje barbecuen. Niet op het ruime terras voor het huis maar aan de andere kant van het riante zwembad. Pal naast het gortdroge kreupelhout en de hoog opgeschoten dorre ondergroei die grenst aan de Provençaalse variant van Versailles die hun tuinarchitect bedacht heeft. Met een wankel driepootje, want de serieuze ‘cuisine d’été’ moet nog worden aangelegd. Geen emmertje zand of water bij de hand, zelfs geen leeg emmertje om zwembadwater mee te putten, voor als er een snelle blusactie nodig mocht zijn. Wel een jengelende peuter die de ‘papa-cuisinier’ zodanig voor de voeten liep dat je er vanuit kon gaan dat het mis zou gaan. Dat ging het ook. Terwijl maman in de keuken aan een ongetwijfeld verrukkelijke salade werkte, joeg papa het kind voor de zoveelste keer luidkeels richting woonstee. Het kind ging, zowaar, en wankelde krijsend om zijn moeder langs het zwembad. En donderde er vanzelfsprekend in. Het is een diep zwembad, dat kind is amper twee. In de haast om zijn zoon te redden stootte papa de wankele barbecue om. In een mum van tijd stond de ondergroei in de fik, een ferme bosbrand was in de maak.
We zagen de rook vanaf ons terras waar we zaten te lunchen en alle alarmbellen gingen af: net iets te vaak een bosbrand meegemaakt. Ik belde de brandweer, gewapend met emmers holden we de heuvel af en stuitten op de onverbiddelijke Monegaskische toegangspoort waarachter we het kind hoorden krijsen en papa hoorden vloeken. We ramden op de bel ernaast: “doe open, nu!” Tergend langzaam zwaaide de afstandbediening het hekwerk open. Op het terras achter het huis probeerde maman de doorweekte peuter tot bedaren te brengen. Papa stond erbij en keek ernaar, intussen zo’n beetje het hele Franse platteland vervloekend. Niemand had oog voor de zich snel uitbreidende brand.
“Kop dicht en blussen!” riep mijn man krachtdadig, zelf het goede voorbeeld gevend door emmer na emmer uit het zwembad te putten en richting brandhaard te zwiepen.
“Is er een tuinslang, een buitenkraan?!” blafte ik maman toe. Er was een buitenkraan, en een gieter. Ik greep de laatste emmer en sprintte het terras af. “En ga in godsnaam naar binnen met dat kind.”
De brandweer deed er niet lang over. Er ging een slang vanuit de camion-citèrne het zwembad in, aan de andere kant kwamen er twee weer uit, de ferme stralen werden door de pompiers trefzeker op de brandhaard gemikt, je zag het waterniveau in het zwembad dalen. Het werd krap, maar het was genoeg: na een half uurtje was de brand meester. Terwijl hij een sigaret opstak grinnikte pompier Daniel -in z’n gewone doen de elektricien van het dorp- me fluisterend toe: “Ha Renée, sans citèrne hein! Cela les apprendra.” De 13.000 liter die de camion in de tank had konden weer mee terug, de gepeperde waterrekening was voor de buren. Bovendien konden ze een proces verbaal tegemoet zien voor het maken van open vuur in de natuur tijdens de periode dat dat verboden is, plus een tweede pv voor het onbeschermde zwembad: daar had een hek omheen, of een alarmsysteem in, gemoeten. De rekening zou nog wel aanzienlijk oplopen.
Maar dat staat natuurlijk in geen verhouding tot het bijna verliezen van je kind, of het veroorzaken van een bosbrand die wellicht nog meer levens had kunnen kosten. Dat is geloof ik wel doorgedrongen na de woedende preek die Daniel tegen ze afstak.
Ik heb er dus vanaf gezien om ze uit te schelden. We hebben onze emmers gepakt en zijn naar huis gegaan, waar Daniel en zijn collega na het oprollen van de slangen nog even op het terras aanschoven voor een ‘blusdrankje’.
Nee, er had geen bedankje af gekund, niet voor ons, niet voor de pompiers.
“Bwah”, mompelde Daniel in z’n glas, “pas de notre hein.”
Nee, dan waren ze vast niet zo stom geweest.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

13 gedachten over “Brandburen

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: