Home

maakouda2_31
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Met zekere regelmaat wisselen mijn vriendin Mme Mahmoud en ik recepten uit. En vaak zijn we het hartgrondig oneens over bepaalde bereidingswijzen en ingrediënten. Zo zweert zij bij hele bossen koriander en mijd ik het goedje als de pest omdat ik vind dat alles erdoor naar wc-reiniger gaat smaken. Ik daarentegen, gooi graag ergens een klodder sambal doorheen terwijl zij al rood aanloopt bij een snufje tamme witte peper. Uitgewisselde recepten komen dan ook zelden ongeschonden uit de strijd, maar dat maakt het juist leuk. Ik roep al jaren (ook in mijn kookboeken) dat je een recept moet zien als een basis waarop je eindeloos kunt variëren, naar eigen inzicht, naar de waan van de dag, of gewoon omdat sommige huisgenoten het nu eenmaal net even anders lekkerder vinden. Zo kunnen onderstaande maakouda/aardappelkroketjes uit de Maghreb -al naar gelang het land- op tientallen manieren gemaakt worden. Onder meer met tonijn, gehakt of kaas. ’t Is een populair hapje voor tijdens de Ramadan (jawel, ná zonsondergang mag je wèl eten), maar ik vind het -met name in de basisuitvoering- gewoon een lekker bijgerechtje bij vlees of vis, of een salade. Dus ik zou zeggen: zie maar, en maak er wat moois van.

Ingrediënten:
500 gram aardappelen
1 of 2 eieren
1 kleine ui
2 tenen knoflook
½ bosje peterselie
1 volle theelepel gemalen komijn
1 theelepel sambal
1 theelepel curcuma (= geelwortel/koenjit)
1 theelepel harissa (facultatief)
zout
bloem
plantaardige olie om te bakken

Bereiding:
Schil en kook de aardappelen tot ze zo goed als gaar zijn, maar niet helemaal. Giet ze af en zet ze nog heel even terug op het gas om het restwater te laten verdampen. Laat ze afkoelen en stamp er een puree van.
Pel de knoflooktenen, pel en snipper de ui, hak de peterselie fijn en doe ze (knoflooktenen uitknijpen), samen met de overige kruiden, wat zout en de sambal (begin voorzichtig met een halve theelepel!) bij de puree en meng alles door elkaar. Proef op smaak en voeg eventueel nog wat zout en/of sambal toe.
Meng een losgeklopt ei door de puree. Blijft die te droog, dan een tweede ei toevoegen (desnoods een derde, als de eitjes erg klein zijn).
Vorm ballen van de puree (formaat bescheiden gehaktbal) en plat ze af. Wentel ze door de bloem, klop het teveel eraf en leg ze klaar op keukenpapier.
Verhit een flinke scheut olie in een ruime koekenpan (goed heet laten worden) en bak de maakouda aan twee kanten goudbruin. Af en toe de olie verversen als er teveel bloem in achterblijft. Overigens bak ik de mijne in de wok, tot ontsteltenis van Mme Mahmoud, die liever een friteuse gebruikt, dus kies vooral het gereedschap dat je het beste bevalt of dat toevallig voorhanden is.
Laat de maakouda uitlekken op keukenpapier.
Kan warm en koud worden gegeten en een glaasje rode wijn is er heerlijk bij.

fabi et porta
Hard gewerkt gisteren. Veel gemaild, veel mensen gesproken, vergaderd en overlegd. En geen regel getikt. Dan heb ik dus aan het eind van zo’n dag het gevoel dat ik geen flikker heb uitgevoerd. Ik weet ook wel dat dat niet klopt en dat het er allemaal bij hoort, overlegcultuur en zo, en dat het broodnodig is als je een tijdschrift in elkaar wilt zetten om met anderen van gedachten te wisselen en strategieën uit te zetten en mensen er op uit te sturen. En jawel, ook de volgende Côte & Provence wordt vast weer een prachtblad, maar soms wil je gewoon even met een drankje op de bank voor de open haard in elkaar ploffen. Dat deed ik dus en dat beviel uitstekend. Ik nam nog een glaasje, plus een lekker flesje bij de maaltijd, keurig gedeeld met de echtgenoot. Daarna een rondje met de hondjes die hun maaltijd graag in de vorm van een concrete donatie aan de natuur terug wensten te geven.
En toen ging het mis. Er ritselde iets in het kreupelhout. ‘Blok Beton’ en ‘Secreet’, zoals we onze honden in de huiselijke kring liefdevol noemen, keken elkaar aan, loerden nog even om naar ons en waren weg. Officieel heten ze Fabius en Porta, ik zal nog wel een keertje vertellen waarom we voor die namen gekozen hebben. Maar hun bijnamen hebben ze helemaal zelf verdiend. Fabius heeft de gewoonte om al zijn overgewicht (kan ie niks aan doen!) in te zetten als hij ergens op af gaat en daarbij voor de rechte lijn kiest, bij voorkeur dwars door je heen. Inderdaad, alsof je door een blok beton wordt geramd. En Porta is en blijft het angstbijtertje dat haar getraumatiseerde jeugd van haar heeft gemaakt. Met bovendien een voorkeur voor het inpikken van andermans plekje. Een klein secreetje dus.
Bon, ze waren er vandoor. Jawel, het terrein is omheind maar er zijn altijd gaten, en Secreet is heel inventief in het slopen van allerhande hekwerken. Is er eenmaal een gaatje, dan ramt Blok Beton er een ferme vrijheidspoort van. Geen houden aan.
Nou hoeven niet meteen de doodsklokken te beieren als het tweetal het gedomestiseerde avonturiersbloed even laat klotsen. Maar als ze na een paar uur nog niet terug zijn, maakt er zich toch een zekere onrust van je meester. Je doet nog eens een rondje om het huis, roept en fluit wat, stelt elkaar gerust “joh, die zijn zó weer terug” en wordt intussen steeds ongeruster.
Het werd later, het vuur in de haard begon uit te doven, de tv deed voornamelijk nog in herhalingen, een stukje slapen werd steeds aanlokkelijker. Maar ja, ze waren nog altijd niet terug.
Toen ging de telefoon, de lokale champêtre. Het is dat ik al een jaar of wat aan zijn verbastering van het lokale dialect gewend ben anders had ik er geen touw aan vast kunnen knopen. Maar in combinatie met het gegeven van de vermiste viervoeters begreep ik uit zijn relaas dat hij ze gearresteerd had. Ergens ter hoogte van de ‘déchetterie’, de lokale vuilstort een kilometertje of wat van ons huis vandaan. “Ils etaient en train de vandaliser le coin.” Ik heb maar niet gevraagd wat ze daar precies aan het uitvreten waren. Maar goed, ze zaten nu in een gemeentelijk hondenhok, of we ze even kwamen ophalen.
“Wanneer? Nu?”
“Mais oui!”
“Nee!” zei ik ferm. Waarop een stiltepauze volgde, plus een verbaasd “comment ça?”
“Omdat ik van u niet meer mag rijden. Ik heb een slok(je) op. Maar u mag ze wel komen brengen hoor. De fles staat klaar.”
We hebben het afgemaakt op de volgende ochtend. Kan bovendien geen kwaad als dat viervoetig gespuis zich realiseert dat weglopen een nachtje cel betekent.
En dat de champêtre weet dat wij ons keurig aan zijn regeltjes houden is ook mooi meegenomen. Hebben we met dat flesje ook gedaan. Dan onthoudt ie het beter.

Recept van de week: Socca

januari 23, 2015

socca-nicoise-a-la-maison_640x480
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Op een van m’n scharreltochten door Vieux-Nice kwam ik langs een hoogst merkwaardig winkeltje dat zich fromagerie noemt en inderdaad een fraai assortiment artisanale kaasjes voert, waarvan de Corsicaanse me meteen verlekkerd naar binnen deden stappen. Daar bleek Glandeves (33 Rue Pairolière) ook nog eens in stokvis te doen, gerookte tonijn, allerlei vismarinades, charcuterie, droge worsten, rauwe hammen, olijven, tapenades, confitures, wat verdwaalde flesjes wijn en…. alles voor het maken van socca, die heel speciale kikkererwtencrêpe.
Iedere rechtgeaarde niçois zal volhouden dat het een oer-niçoise uitvinding is, maar ook in het oude Egypte en in Mesopotamië hadden ze al ervaring met een soort van kikkererwtenpannenkoeken.
Waarschijnlijk kwam socca als farinata in de 19e eeuw met immigranten uit het Italiaanse Genua mee naar Nice. De legende wil dat het succes van de socca te danken was aan ene Théresa die bij het krieken van de dag naar de oude haven toog met haar ambulante keukentje op wielen, om daar voor vroege vogels en vissers ter plekke de pois-chichescrêpes klaar te maken. Feit blijft dat socca al heel lang stevig verankerd is in de culinaire traditie van Nice. En vanzelfsprekend kwam ik bij Glandeves de winkel niet uit zonder een ferme zak ‘farine de pois chiches’, een socca-mes en een massief koperen socca-plaat. Wel een kleintje (40 cm doorsnee), die dingen zijn behoorlijk aan de prijs, maar dan heb je ook wat.socca plaat
Eigenlijk moet zo’n plaat in een echte pizza/houtoven, maar in een gewone oven kan het ook. Overigens is ook met een pizzavorm, of in een koekenpan op het gasfornuis is iets van een socca-pannenkoek klaar te maken, maar ‘t smaakt een stuk minder.

Ingrediënten (voor 1 plaat van circa 40 cm):
125 gram farine de pois chiches (kikkererwtenmeel)
25 cl water
3 eetlepels olijfolie
½ theelepeltje zout
peper uit de molen

Bereiding:
Doe het water in een kom en roer er beetje bij beetje met een vork het meel doorheen.
Voeg een eetlepel olijfolie plus het zout toe; flink kloppen met de vork om klontjes te voorkomen. Het mengsel moet niet veel dikker zijn dan volle melk. Eventueel nog wat water toevoegen en opnieuw kloppen.
Verhit de oven 10 minuten voor op de hoogste stand.
Verdeel 2 eetlepels olijfolie over de socca-plaat en zet die 5 minuten in het midden van de hete oven.
Haal de plaat weer uit de oven en verdeel er het socca-mengsel gelijkmatig in een dunne laag overheen.
Ze de plaat weer in de oven, bovenin dit keer.
Zet na een minuut of 2 de oven op de grillstand.
Laat de socca nog een minuut of 5-7 knapperig en goudbruin worden, hier en daar een donker plekje mag best en als er bubbels ontstaan, gewoon doorprikken met een vork.
Haal de socca uit de oven, bestrooi rijkelijk met versgemalen peper, snij ‘m in parten en serveer zo heet mogelijk; eenmaal afgekoeld is ook het lekkere en de lol eraf.
Zo uit de hand eten. Gaat prima samen met een glas frisse rosé.

Het neefje dat niet kwam

januari 20, 2015

23270Ergens halverwege vorig jaar plofte er een mailtje op de digitale deurmat. Van een neef uit Canada. In de jaren vijftig als peuter meeverhuisd met zijn ouders die door de toenmalige overheid min of meer uit Nederland weggeschopt waren. Ik citeer even een stukje uit mijn boek ‘Opgestroopte mouwen’:
“Drees was er begin jaren vijftig mee begonnen. Na de Tweede Wereldoorlog lag Nederland in puin. Het land moest vanaf de grond opnieuw worden opgebouwd. Er was woningnood, te weinig werk, teveel mensen; minister-president Drees sprak zelfs van overbevolking. In zijn nieuwjaarstoespraak in 1950 zei hij letterlijk: “Een deel van ons volk moet het aandurven zoals in vroeger eeuwen zijn toekomst te zoeken in grotere gebieden dan in het eigen land.” De overheid startte een campagne met posters, voorlichtingsfilms en bijeenkomsten die de mensen enthousiast moesten maken. In de daaropvolgende jaren zouden zo’n half miljoen Nederlanders vertrekken, naar de Verenigde Staten, Australië, Zuid-Afrika, Nieuw-Zeeland, maar vooral naar Canada. Zoals mijn oom en tante, die de Jappenkampen in Indië hadden overleefd, en gehoopt hadden in Nederland een nieuw bestaan op te bouwen. Maar ze vertrokken, in arren moede, met de zegen en een minimale oprotpremie van de overheid na.
In Canada was er ondanks alle mooie beloftes van de Nederlandse overheid geen enkele voorziening getroffen voor de nieuwkomers. Geen huisvesting, geen werk, niets. Zoek het maar uit.”
Mijn tante, HBS, lerares, schrobde pleeën. Mijn oom, gekwalificeerd automonteur, haalde vuilnis op en had een bijbaantje als nachtwaker. Jarenlang. Toen het eindelijk beter ging, kreeg hij keelkanker. Na zijn dood stond mijn tante er alleen voor met twee kleine kinderen. Ze heeft nog vele jaren pleeën geschrobd. Ze woont nog steeds in een trailer, een stacaravan, op een onbestemd ‘mobile home park’, waar ze met uitzetting wordt bedreigd door de projectontwikkelaar die er vorige zomer zijn oog op liet vallen.
“Maar de boys zijn goed terechtgekomen.” Haar definitie van levensgeluk.
Ik hield al die jaren contact met mijn tante, haalde haar naar Frankrijk voor vakantie. Maar inmiddels (in mei wordt ze 100) zorgt Alzheimer zo langzamerhand voor steeds meer ruis op de lijn. Met de zoons had ik amper te maken. Toen dat mailtje vorige zomer kwam schrok ik me dus een rotje; ‘ze is dood’ was het eerste dat door me heen schoot. Maar nee hoor, ‘mom’ was all right’.
Alleen: kleinzoon Alex had besloten na zijn highschool een soort van sabbatical in Europa te gaan vieren en of we hem tijdens het Franse traject asje wilden opvangen en wegwijs maken. Tuurlijk, geen probleem, hier is ons telefoonnummer.
Alex heeft nooit gebeld. Kan. Welke puber op wereldontdekkingsreis wil er nou verplicht aanleggen bij een of andere tante met wie ie nooit enig contact heeft gehad en die hem vanzelfsprekend geen ene ruk interesseert.
En toen kwam er eergisteren een nieuw mailtje uit Canada:

“Hi Renee,
I hope you had a Merry Christmas and are having a very happy New Year and thanks for offer of help for Alex. We didn’t hear a lot from him, as we found out later on, that he almost signed a 5 year contract with the French Foreign Legion, and they did not allow him any communication with relatives during his training period. We did a lot of praying and he is now back home. Hope all is well with you guys.
Thanks a lot for your offer to help.
God bless you.”

Die kleine avonturier had dus bijna in ons Vreemdelingenlegioen in Aubagne bij Marseille gezeten!
Het Legioen maakt onderdeel uit van de officiële Franse Armée de Terre, wat betekent dat ie gewoon uitgezonden had kunnen worden naar brandhaarden als Mali, de Centraal Afrikaanse Republiek, Syrië, Irak, waar Frankrijk momenteel actief is. Niet als serieuze krijger, maar als ondergeschikt kanonnenvoer. La Légion Etrangère is de vuilnisbak van het Franse leger. Pas als je er een aantal jaren hebt gediend én de Franse nationaliteit hebt weten te verwerven maak je een kans(je) op iets van een carrière binnen de reguliere Armée Française.
Alex haalde de eindstreep niet, de loodzware training was toch niet wat hij zich van een avontuurlijk bestaan als legionair had gedacht.
Toen ie buiten de kazernepoort was gezet belde hij ‘dad’. En die praatte hem naar huis. Naar een huisje-boompje-beestjebestaan. Naar taxforms, mortgage, the babe nextdoor, the kids, the officejob nine-to-five, church on sunday.
Hij had natuurlijk ook gewoon mij even kunnen bellen. Dan had ik hem een paar mooie adresjes gegeven en hem verteld dat ie dat zonnige zuiden maar lekker helemaal zelf moest gaan ontdekken. “En alleen bellen als je ècht in de stront zit hè!”
Had ie vast alsnog gekozen voor het joie de vivre van Zuid-Frankrijk.

vispapillotes
Voor de liefhebbers van de Méditerrane keuken: het is weer vrijdag, dus tijd voor een kersvers recept. Niet echt ingewikkeld en ook met ingrediënten die in Nederland en België verkrijgbaar zijn, te maken.
Alle recepten zijn bedoeld voor 4 personen.

Zoals beloofd, vandaag weer gewoon een recept. Maar na alle hectiek van de afgelopen week moet ik toch weer een beetje op snelheid komen, en natuurlijk is er altijd werk, werk en vanzelfsprekend werk. Dus we houden het nog wel een beetje eenvoudig. Ook niks mis mee: zo’n oven doet zíjn werk terwijl jij je laatste klus afmaakt en alvast een prettig glaasje in tapt. Een vrijdagavond kan slechter beginnen.

Ingrediënten:
4 moten zeewolf (of goudbrasem)
24 kerstomaatjes (of 4 grote gewone)
1 dun preitje
2 ferme wortelen
½ bosje peterselie
2 tenen knoflook
1 volle eetlepel tomatenpuree (is ie double concentrée, dan een ½ )
1 theelepel gedroogde herbes de Provence
8 plakjes citroen
zout, witte peper, snufje cayennepeper
olijfolie

Bereiding:
Halveer de kerstomaatjes, of haal kop en kont van de grote tomaten en snij ze in plakken.
Doe hetzelfde met de citroen, maar snij er 8 dunne plakjes van.
Haal het donkergroen aan de bovenkant, en de flos aan de onderkant van het preitje, pel de buitenste schil eraf en snij het witte deel in ragfijne ringetjes.
Schrap de wortelen, haal kop en kont eraf en snij ze in flinterdunne plakjes.
Snipper de peterselie.
Doe de tomatenpuree, een snufje cayennepeper en de herbes de Provence in een kom en doe er een scheutje olijfolie bij (2 scheutjes als de puree double concentrée is). Pel de knoflooktenen en pers ze er boven uit. Roer alles door elkaar.
Scheur vier ruime stukken aluminiumfolie af en leg er vier ongeveer even grote stukken bakpapier (dan hoef je de alufolie niet in te vetten) bovenop. Bestrooi de vismoten met peper en zout en leg die op het bakpapier. Verdeel het tomatenpureemengsel over de vis, verdeel de tomaten, de preiringetjes en de wortelschijfjes, leg de citroenschijfjes erop en vouw de pakketjes aan alle kanten goed dicht.
Laat ze 1 uur op een koele plaats, maar niet in de koelkast, marineren.
Verwarm de oven voor op 180 graden en laat de papillotes in zo’n 20 minuten gaar worden. Maak de pakketjes, als ze nog heet zijn, voorzichtig open zodat het sap er niet uitdruipt. Schep de vismoten op de borden, giet het sap uit de pakketjes erover en bestrooi ze met fijngehakte peterselie.
Het lekkerst met rijst erbij, maar pasta of aardappel kan ook.

Niet mijn Charlie

januari 11, 2015

prochain-num
Ik wilde er eigenlijk niks meer over zeggen. Maar ik keek vanmiddag naar de mensenmassa’s in Parijs, elders in het land, in onze regio (Nice, Cannes, Marseille, Aix, Toulon, en verder in vrijwel elk gehucht): zeeën van mensen, je wordt al claustrofobisch bij de beelden. Ik ben niet zo van de mensenmassa’s, maar ik gun iedereen zijn of haar ‘statement’.
En het viel me op dat de ‘manif’ in Parijs toch wel erg een politiek egotripje was geworden. Al die regeringsleiders voorop in de demonstratie. Die eerder op het bordes van het Elysée door Hollande welkom werden gekust. We zagen hoe Sarkozy onmiddellijk de regie in handen nam en druk gebarend iedereen begon te verwelkomen. We zagen hoe daarna op nogal genante wijze al die regeringsleiders in de rij stonden voor de bussen die hen vanaf dat vertrekpunt naar de demonstratie zouden vervoeren, waarvan ze de laatste tweehonderd meter gingen afleggen van een mars die voor het gewone volk van de Place de la République naar de Place de la Nation voerde, zo’n 3 kilometer. We zagen in close up de Israëlische premier Netanyahu zich groen en geel ergeren en uiteindelijk naar zijn mobieltje grijpen om te voorkomen dat ie nog langer doelwit van het druilbuitje en mogelijke aanslagen zou zijn. Hij mocht binnen wachten en kreeg een eigen bus. We zagen Rutte zich een andere bus in ellebogen.
En daarna. De opstelling van al die politieke kopstukken voor die paar honderd meter nabij de Place de la Nation duurde eeuwig: er werd gedrongen om toch vooral vooraan te staan, Sarkozy werd naar de tweede rij verordonneerd maar wist aardig terug te krabbelen. Mevrouw Sarkozy was vooral in beeld wegens een tot aan de neus opgetrokken coltrui, een ‘cagoulage’ waarvan het nut niet geheel duidelijk werd. De president van Mali wist de arm van Hollande te veroveren, Angela Merkel -aan diens andere arm- probeerde er juist aan te ontkomen.
De nabestaanden, die prominent voorop hadden moeten gaan, sneeuwden in onder al dat politieke geweld. Ze waren even in beeld, met witte ballonnen en met hoofdbanden met de namen van hun geliefden erop, toen het eindpunt al bijna bereikt was. Tussen hen, en de stoet van enthousiast naar de uit de ramen hangende buurtbewoners zwaaiende politico’s, een haag van camera- en andere pers.
Toen de laatste meters waren afgelegd en het einddoel -de aftandse kerstboom die godbetere het nog steeds de rotonde van La Place de la Nation ontsiert- was bereikt, taaiden al die politieke hotemetoten ijlings af; straks diner in het Elysée. Hollande bleef nog even plakken om zich ‘onder de nabestaanden te mengen’. De weduwe van Charb draaide in tranen (naar mijn idee terecht, maar waarom was ze daar in godsnaam) haar hoofd af toen Hollande wilde zoenen. Tekenaar Luz en columnist Pelloux hielden het ook niet droog.
Er zat een blijkbaar uitgenodigde imam in een rolstoel te wachten op aandacht, pal voor een op afstand gehouden menigte achter een spandoek ‘Je suis Charlie’, maar hij kwam niet aan de beurt. Premier Valls deed intussen nog een rondje ‘peuple’, straks weer verkiezingen.
Het waren er dus zoveel miljoen daar in Parijs. Allemaal ‘Charlie’. Ze schreven geschiedenis. En zo te zien hadden ze het heel gezellig. Maar hoeveel echte ‘Charlies’ zaten er nou eigenlijk tussen? En hoeveel oprechte ‘Charlies’ bevatte het wereldleiderslegioen?
Ik ben geen ‘Charlie’, als dit is wat het inhoudt. Ik gedenk mijn vermoorde collega’s en die andere onschuldige slachtoffers wel op mijn manier. Gewoon, in stilte. Maar dit wou ik nog even kwijt.
En woensdag is er een nieuwe, nu ineens wèl zwaar gesponsorde, Charlie Hebdo. Eenmalige oplage: 1 miljoen. Als iedereen een abonnement neemt is er zelfs een kansje dat het al jaren noodlijdende satirische blaadje het overleeft. Ben benieuwd wie zich daar over een paar maanden nog druk om maakt.

plate-with-spoon-knife-and-fork-242039

Het houdt niet op. Na de aanslag op Charlie Hebdo eergisteren, hebben de twee voortvluchtige verdachten in Dammartin-en-Goëlle in de buurt van het vliegveld Roissy/Charles de Gaulle nabij Parijs zich sinds vanochtend vroeg, nadat ze een politieblokkade hadden geramd, verschanst in een reclamedrukkerijtje waarvan ze waarschijnlijk de eigenaar in gijzeling houden en misschien meer mensen.
Een half uur geleden sloeg de waarschijnlijke moordenaar van de politieagente in Montrouge (zuid-Parijs) opnieuw toe: hij houdt momenteel in een (kosjere) supermarkt een aantal mensen in gijzeling, men vermoedt een stuk of vijf, waaronder mogelijk kinderen, en er zouden inmiddels twee doden zijn. De daders van beide gijzelingen zouden elkaar kennen.
Meer nieuws heb ik even niet, dus ik moet dringend terug naar alle nieuwsbronnen die ik maar te pakken kan krijgen. Via de Facebookpagina van Côte & Provence (klik hier) houden we jullie op de hoogte van de ontwikkelingen.
Daarom vandaag maar even niet de keuken in. Ik maak het volgende week wel weer goed.
Wie toch nu wat wil, hier klikken voor al mijn eerdere recepten.