“Ik mag van u niet rijden”

fabi et porta
Hard gewerkt gisteren. Veel gemaild, veel mensen gesproken, vergaderd en overlegd. En geen regel getikt. Dan heb ik dus aan het eind van zo’n dag het gevoel dat ik geen flikker heb uitgevoerd. Ik weet ook wel dat dat niet klopt en dat het er allemaal bij hoort, overlegcultuur en zo, en dat het broodnodig is als je een tijdschrift in elkaar wilt zetten om met anderen van gedachten te wisselen en strategieën uit te zetten en mensen er op uit te sturen. En jawel, ook de volgende Côte & Provence wordt vast weer een prachtblad, maar soms wil je gewoon even met een drankje op de bank voor de open haard in elkaar ploffen. Dat deed ik dus en dat beviel uitstekend. Ik nam nog een glaasje, plus een lekker flesje bij de maaltijd, keurig gedeeld met de echtgenoot. Daarna een rondje met de hondjes die hun maaltijd graag in de vorm van een concrete donatie aan de natuur terug wensten te geven.
En toen ging het mis. Er ritselde iets in het kreupelhout. ‘Blok Beton’ en ‘Secreet’, zoals we onze honden in de huiselijke kring liefdevol noemen, keken elkaar aan, loerden nog even om naar ons en waren weg. Officieel heten ze Fabius en Porta, ik zal nog wel een keertje vertellen waarom we voor die namen gekozen hebben. Maar hun bijnamen hebben ze helemaal zelf verdiend. Fabius heeft de gewoonte om al zijn overgewicht (kan ie niks aan doen!) in te zetten als hij ergens op af gaat en daarbij voor de rechte lijn kiest, bij voorkeur dwars door je heen. Inderdaad, alsof je door een blok beton wordt geramd. En Porta is en blijft het angstbijtertje dat haar getraumatiseerde jeugd van haar heeft gemaakt. Met bovendien een voorkeur voor het inpikken van andermans plekje. Een klein secreetje dus.
Bon, ze waren er vandoor. Jawel, het terrein is omheind maar er zijn altijd gaten, en Secreet is heel inventief in het slopen van allerhande hekwerken. Is er eenmaal een gaatje, dan ramt Blok Beton er een ferme vrijheidspoort van. Geen houden aan.
Nou hoeven niet meteen de doodsklokken te beieren als het tweetal het gedomestiseerde avonturiersbloed even laat klotsen. Maar als ze na een paar uur nog niet terug zijn, maakt er zich toch een zekere onrust van je meester. Je doet nog eens een rondje om het huis, roept en fluit wat, stelt elkaar gerust “joh, die zijn zó weer terug” en wordt intussen steeds ongeruster.
Het werd later, het vuur in de haard begon uit te doven, de tv deed voornamelijk nog in herhalingen, een stukje slapen werd steeds aanlokkelijker. Maar ja, ze waren nog altijd niet terug.
Toen ging de telefoon, de lokale champêtre. Het is dat ik al een jaar of wat aan zijn verbastering van het lokale dialect gewend ben anders had ik er geen touw aan vast kunnen knopen. Maar in combinatie met het gegeven van de vermiste viervoeters begreep ik uit zijn relaas dat hij ze gearresteerd had. Ergens ter hoogte van de ‘déchetterie’, de lokale vuilstort een kilometertje of wat van ons huis vandaan. “Ils etaient en train de vandaliser le coin.” Ik heb maar niet gevraagd wat ze daar precies aan het uitvreten waren. Maar goed, ze zaten nu in een gemeentelijk hondenhok, of we ze even kwamen ophalen.
“Wanneer? Nu?”
“Mais oui!”
“Nee!” zei ik ferm. Waarop een stiltepauze volgde, plus een verbaasd “comment ça?”
“Omdat ik van u niet meer mag rijden. Ik heb een slok(je) op. Maar u mag ze wel komen brengen hoor. De fles staat klaar.”
We hebben het afgemaakt op de volgende ochtend. Kan bovendien geen kwaad als dat viervoetig gespuis zich realiseert dat weglopen een nachtje cel betekent.
En dat de champêtre weet dat wij ons keurig aan zijn regeltjes houden is ook mooi meegenomen. Hebben we met dat flesje ook gedaan. Dan onthoudt ie het beter.

Kijk, Zuid-Frankrijk!

Een idee van Renée Vonk-Hagtingius, schrijver, journalist, copywriter, vertaler en hoofdredacteur van www.coteprovence.nl

9 gedachten over ““Ik mag van u niet rijden”

  • do 29 januari 2015 om 18:25
    Permalink

    hahaa, tja, je moet de overheids-vertegenwoordigers hier vooral niet tegen de haren in strijken… Zonder te slijmen natuurlijk, dat hoeft ook weer niet !
    Ik was eens in haast in de auto gesprongen om naar het 9 km verderop liggende stadje te rijden…. ( ik weet nu niet meer of het was om een urgente boodschap te doen of om een van de kinderen met fiets-pech op te halen…)
    Maar goed, terug in ons dorpje, en nog maar 1 km van huis af, wordt ik door 2 agenten aangehouden… Ze waren beiden van de Gendarmerie van onze canton, en een ervan kende ik wel… ( Dat is ook weer een heel verhaal appart , of een heel appart verhaal, zo je wil )
    Eén geluk : direct na mij werd een andere auto ook aangehouden, dus bleef die ik kende naast de mijne staan en de andere agent ging naar de 2e auto… want : ik dacht er ineens aan dat de papieren in de portefeuille van manlief zaten, ik ben zo weggerend …
    Dus ik overhandigde braaf mijn rijbewijs wat altijd in mijn handtas zit… met de uitleg erbij dat de autopapieren thuis bij manlief lagen …
    “Mijn” agent ging toen heel demonstratief achter mijn auto staan met mijn rijbewijs in de hand, en ” bestudeerde” de nummerplaat even, gaf me mijn rijbewijs terug en zei : ” Rijd u maar door, c’est bon ! ” … Ik deed natuurlijk wat mij ” gesommeerd” werd, al blij dat zijn kollega niet wist dat hij me matste….
    Houd ze dus maar te vriend ! !

    Beantwoorden

Geef een reactie

%d bloggers liken dit: